05 oktober 2012

Een geklutst ei

De onderhandelingen over de nieuwe begroting volksgezondheid zijn achter de rug. Er is nu alleen nog vijf minuten politieke moed vereist om een en ander of zo’n 26 miljard uitgaven in een wet te gieten. Na 14 oktober dus. Voor de zoveelste maal is dit een begroting van de gemiste kans.  Want er is iets fundamenteel fout in dit land, zegt Brieuc Vandamme, adviseur van vicepremier Vincent Van Quickenborne en gastdocent aan de UGent. Vandamme berekende dat de ziekteverzekering maar liefst 380 miljoen kan besparen en die kans grandioos laat liggen. De oorzaak zijn het gebrek aan moed om de patiënten zelf en de ziekenfondsen aan te pakken. De ziekenhuisfinanciering is in ons land allesbehalve transparant. Dat leidt ertoe dat ziekenhuisdirecties, die heel graag en eerst voor zichzelf zorgen, allesbehalve ethisch en deontologisch tewerk gaan. Patiënten ondergaan niet alleen teveel onderzoeken maar die zijn ook nog eens onnuttig en soms zelfs ronduit schadelijk. Een dokter stuurde ons enige tijd geleden een kopij van een mail die door de directie van een groot zuidwest Vlaams ziekenhuis werd rondgestuurd en waarin de specialisten eraan op niet mis te verstande wijze werden aan herinnerd dat de technische diensten “moesten opbrengen”.  Die arts voelde zich terecht geschoffeerd. En hij is niet de enige. De relatie tussen artsen en ziekenhuizen is al lang verzuurd: artsen zijn de melkkoeien van de kliniek geworden. Dat leidt ertoe dat de artsen zich buiten het ziekenhuis gaan vestigen waar ze niet geconfronteerd worden met afdrageregels die soms voor sommige specialisten oplopen tot meer dan 70 procent. Brieuc noemt dit de etterende wonde van de ziekteverzekering.  Hij pleit voor referentieprijzen, meer forfaitaire terugbetaling per pathologie en schaalvergroting. Maar ook voor een herziening van de nomenclatuur voor artsen. Terwijl ik dit schrijf gaat mijn neus jeuken. Is er niet al sinds 2002 een commissie voor de herziening van de nomenclatuur? Inderdaad! Maar die is nog nooit samengekomen bij gebrek aan een voorzitter. Bij wie zou die verantwoordelijkheid liggen.
Een ander idee is het persoonlijk zorgbudget (PZB). De patiënt wordt door zijn eigen ziekenfondsen beschouwd als een onmondig en onverantwoordelijk wezen. Onnozelen moeten niet geresponsabiliseerd worden.  Maar de meeste mensen hebben er een hekel aan als er voor hen beslist wordt wat goed is. Via een zorgrekening of een PZB kunnen ze zelf beslissen over hun persoonlijk zorgtraject. Daar zit een besparingspotentieel van 115 miljoen euro, zoals de ervaring in Nederland en Duitsland leerde. De ervaring heeft geleerd dat men minstens 40 procent op die persoonsgebonden uitgaven kan besparen.  En wie niet wil noch kan moet ten allen tijde terugvallen op de forfaitaire geneeskunde. Nog andere besparingen: vermindering van opnames en ziekenhuisinfecties: 90 miljoen. Nieuwe tenderwetgeving ziekenhuizen: 20 miljoen. Gebruik van biosimilaire middelen 87 miljoen. Aanpassen van de definitie goedkope geneesmiddelen: 26 miljoen. Uitbreiding van de indicatie Avastin: 26 miljoen. En een tender voor vaccin uteruskanker ook in Wallonië gebruiken: 7 miljoen. Een totaal van 380 miljoen euro dus. Vandamme noemt dit een persoonlijke denkoefening. Alleen dat al verdient een prijs. Brieuc Vandamme denkt. Het denkproces van hen die dankzij hun gewicht aan stemmen erdoor drukken wat ze denken er door te moeten drukken,  lijkt meer op het klutsen van een ei.
Marc van Impe

20:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 juni 2012

De Latijnse les

Ik werd vannacht wakker en dacht aan de Latijnse les uit de retorica.  "Timeo Danaos et dona ferentes" is de zin die door mijn hoofd schoot. Dit is een Latijns citaat uit Vergilius' episch verhaal over de Trojaanse vorst  Aeneas.  (Aenis, zang II, vers 49) en het betekent: "Ik ben bang voor Danaërs (= 'Grieken'), ook als zij geschenken aanbieden". Waarom deze uitstap naar de klassieke literatuur? Wel, ik maakte onbewust een optelsom van uitspraken en standpunten van onze gewaardeerde minister van Volksgezondheid, mevrouw  Laurette Onkelinx. 1. De minister wil dat de gezondheidskosten voor chronisch zieke patiënten tot het absolute minimum herleid worden. Daarom wil ze een algemeen ingevoerde derdebetalerregeling, niet alleen voor ziekenhuisconsultaties en –verblijven, maar ook bij de huisarts. Daar valt veel voor te zeggen. Maar voor wat hoort wat, ook in de gezondheidszorg. En dat is 2. De minister wil dat chronische ziekten behandeld worden volgens een zorgtraject. Dat houdt in dat arts, ziekenfonds en patiënt een afspraak maken die er op neer komt dat de arts en de patiënt het traject zoals dat is uitgestippeld door het Riziv – lees: de verzamelde ziekenfondsen- nauwgezet gaan volgen. Zo’n trajecten bestaan al voor patiënten die aan diabetes en aan chronisch nierfalen lijden. In Vlaanderen is er redelijk wat interesse voor dit soort van vastgelegde geneeskunde: de dokter krijgt een jaarlijks forfait en de patiënt krijgt zijn medicatie gratis. In Franstalig België is de belangstelling minimaal. Hier valt veel over te zeggen, maar dat zou ons buiten het bestek van deze  blog brengen. Feit is dat trajectgeneeskunde in vele gevallen werkt, maar niet in alle gevallen en dat individuele zorg altijd goedkoper en beter is voor de patiënt. En dan komt 3. De minister wil alleen nog werken met zogenaamde evidence based behandelmodellen. Dat zal heel wat CVS/ME en fibromyalgiepatiënten bekend in de oren klinken. Was het niet evidence based dat cognitieve gedragstherapie en graded excercise voor hen alleen zaligmakend waren? Helaas heeft het onderzoek van het Riziv en het KCE het tegendeel bewezen, maar daarom treurt men niet. Men geeft het kind een nieuwe naam. Bijvoorbeeld: mindfulness. En wat wil het toeval: voorbije week publiceerde de KULeuven de resultaten van een mega-onderzoek waaruit moet blijken dat mindfulness de panacee is voor alles wat zowat los en vast aan je lijf zit, dus vooral voor somatoforme aandoeningen zoals depressie. Voelt u hem al komen? Hier komt 4. De minister wil dat de psychologische zorg betaalbaar wordt voor de patiënt, dus gaan “echte” psychotherapeuten en huisartsen die een bijzonder opleiding psychologie gevolgd hebben –hadden ze dat dan eerder niet gehad?- een nieuw nomenclatuurnummer krijgen. De patiënt gaat dus zijn psychotherapie, ook als die niet bij een psychiater loopt, terugbetaald krijgen. Goed nieuws? Zeker, goed nieuws als daar niet een adder onder het gras zat. Pats boem hier komt 5.  De minister zegt dat ze niet alleen begaan is met de chronisch zieke en dus minvermogende patiënten maar vooral met de patiënten die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom en fibromyalgie die ‘ af te rekenen hebben met het onbegrip van hun dokter, hun familie en de verzekeringsinstellingen’. De minister heeft het licht gezien. Prijst de heer! Ware het niet dat als ik 1+2+3+4+5 achterelkaar zet de volgende combinatie bekom: Derdebetaler op voorwaarde dat ik een zorgtraject volg, dat gebaseerd is op zogenaamde evidence based medicine, verstrekt door psychotherapeuten of psychologisch bijgeschoolde huisartsen en dit specifiek toegepast op CVS/ME en fibromyalgiepatiënten. Dat betekent dus afgelopen met echte geneeskunde en retour naar de praatdivan.  De minister heeft haar best gedaan, de patiënten krijgen extra aandacht. Wie klaagt er nog? En wie iets anders wil, die mag het zelf betalen. Ik kan me vergissen natuurlijk maar je moet geen Latijn geleerd hebben om hier ’s nachts wakker van te schrikken. In het goed Vlaams zegt men: "Als de vos de passie preekt, boer, let op je ganzen!” tijd dat we aan ons hek rond ons erf gaan werken.

Marc van Impe

14:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)