18 mei 2015

Het vertrouwen in de integriteit van de ziekenfondsen is weg

Negentig procent van de 128 artsen en apothekers die reageerden op onze vraag of ze eventuele onregelmatigheden bij audits van ziekenfondsen verwachten, antwoordden JA. Het gaat om een beperkte maar significante peiling. Het vertrouwen in het beleid van de ziekenfondsen is zowel in Noord als in Zuid extreem laag. Als afscheidnemend voorzitter Marc Justaert van de Landsbond van Christelijke mutualiteiten in zijn Rerum Novarum-boodschap van 14 mei dus zegt dat de uitdaging voor de komende jaren het handhaven van de kwaliteit en betaalbaarheid van onze gezondheidszorg wordt, rijst onmiddellijk de vraag waarom hij al jaren gewacht heeft om daar werk van te maken. Justaert weet beter dan wie ook wat er te gebeuren staat.

Als het huis van de ziekteverzekering aan de voorkant bekeken een indrukwekkende gevel toont, dan ligt daarachter een netwerk van aanbouwen, verbouwingen, koterijen, veranda's, volières en een verwilderde tuin. De verantwoordelijkheid voor die toestand ligt in de eerste plaats bij de beheerders van de ziekteverzekering. België heeft het beste gezondheidszorgsysteem ter wereld, luidt het. Ik mag graag de vergelijking met de spoorwegen maken.  Ook daar waren we ooit de eerste en de beste. Maar er is niemand die er aan twijfelt dat een halve eeuw wanbeleid de NMBS op de rand van het faillissement gebracht heeft.

Men kan niet de ingenieurs en de machinisten,  noch de reizigers  verwijten dat zij het zover hebben laten komen. Maar de reizigers zijn wel boos en roeren zich. Net op die manier is het gegaan met onze gezondheidszorg. Tot nu toe laten de patiënten nauwelijks van zich horen. Integendeel, de patiënt doet zijn best. Het hoger onderwijsniveau leidt tot gezondere levenswijzen en preventieve maatregelen waardoor men op de lange termijn geen beroep meer  hoeft te doen op dure behandelingen.

Maar de patiënten verwachten in toenemende mate wel  kwaliteit en efficiëntie in de zorg. Dankzij de met rasse schreden voortschrijdende ontwikkelingen in de informatietechnologie zijn zij beter geïnformeerd over het zorgaanbod op Europees niveau en kunnen zij steeds beter een geïnformeerde keuze maken. De patiënten willen ook  door zorgverleners, maar ook door de overheid actief bij de zorg worden betrokken. Bovendien verwachten zij meer openheid over de prestaties en kwaliteit van zorginstellingen. De patiënt weet dat zijn recht op gezondheidszorg verankerd is in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.  Hij neemt het ook niet dat de toegang tot de zorg samenhangt met zijn sociale status.  Marc Justaert heeft het verder alleen over fiscale maatregelen ten gunste van de chronisch zieken, maar er is veel meer.

Toen de Britse socialist Aneurin Bevan   in 1947 het Britse gezondheidszorgsysteem (National Health Service) oprichtte, mocht je blij zijn als je je pensioen haalde. Bevan kon niet voorzien dat we nu met zijn allen ruim 77 jaar gaan worden. Dat is te danken aan de invoering van een universele dekking voor ziekte en invaliditeit, de gestegen levensstandaard, verbeterde levensomstandigheden en betere gezondheidsvoorlichting.  In vergelijking met de rest van de wereld zijn de algemene gezondheidstoestand en de zorgstelsels in de Europese Unie uitzonderlijk goed.

En zoals de mantra luidt: het Belgische systeem is het beste.  Alleen is dat systeem in zijn huidige vorm onbetaalbaar geworden.  Kort door de bocht genomen kan je stellen dat zijn gezondheidszorgsysteem waarop ook onze ziekteverzekering geënt is, is het slachtoffer van zijn eigen succes:  de toegankelijkheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid waarborgen van onze gezondheidszorg zorgen ervoor dat diezelfde zorg steeds moeilijker te financieren wordt.  De zorgstelsels van alle Europese lidstaten worden voor drie grote uitdagingen gesteld: de vergrijzing, de meer geavanceerde, maar daardoor ook duurdere geneeskunde en de steeds veeleisender geworden patiënt, die zich feitelijk als 'zorgconsument' opstelt.

Het bevolkingsaandeel van 65-plussers in de EU zal van 16,1 % in 2000 toenemen tot 27,5 % in 2050, terwijl het percentage 80-plussers zal stijgen van 3,6 % in 2000 tot 10 % in 2050. De aangroei van die leeftijdsgroepen leidt tot een nieuwe, langdurige vraag naar zorg. Als de basisscenario's van Eurostat uitkomen, zouden de overheidsuitgaven voor gezondheidszorg in de periode 2000-2050 met 0,7 tot 2,3 punten van het BBP kunnen stijgen. De totale uitgaven voor de gezondheidszorg stegen tussen 1970 en 1998 van circa 5 % tot ruim 8 % van het Europese BBP. In veel landen stegen ook de overheidsuitgaven voor de gezondheidszorg sneller dan het BBP. 

Daarom moeten de structuur, de financiering en de organisatie van de zorg worden aangepast. Behalve de groeiende behoefte aan gekwalificeerd personeel, omdat onze klassieke familiestructuren uiteen gevallen zijn, is er het probleem van de financiering van de ontwikkeling van nieuwe medische technologie. De vraag is waar dat geld vandaan moet komen. In haar rapport http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:...  van 5 december 2001 schreef de EU Commissie al dat er duidelijke, doorzichtige en efficiënte regelingen voor uitgavenbeheersing moeten komen. Alleen zo kan gegarandeerd worden dat zo veel mogelijk mensen in aanmerking komen voor nieuwe producten en behandelingen. 

2015 is een kanteljaar.  Het is het jaar voor een nieuw begin. In nog geen zes maanden tijd nemen drie belangrijke actoren binnen de gezondheidszorg afscheid van de actieve politiek, twee voorzitters van het grootste artsensyndicaat, een voorzitter van het grootste ziekenfonds. Tezelfdertijd is er een nieuwe vakminister aangetreden, dei bewijst dat ze van aanpakken weet en die –zoals uit de peilingen blijkt- op de massale steun en het respect van de bevolking in Noord en Zuid kan rekenen.

Daarom is het van wezenlijk belang dat alle betrokken partijen, de federale en regionale overheden, de professionele zorgverleners, de  instanties voor sociale zekerheid, de verzekeraars voor aanvullende verzekeringen en de gezondheidsconsumenten nu intensiever gaan samenwerken.

Voor de CM moet vermeden worden dat de betaalbaarheid enkel nog gegarandeerd zou worden voor sociale categorieën, zoals werklozen, invaliden, lage pensioenen en lage inkomensgroepen. ‘Dit zou het draagvlak voor de sociale zekerheid echt in het gedrang brengen', waarschuwt Justaert alsof hij hiermee de middenklasse en de hogere inkomens de daver op het lijf wil jagen.  Het is cynisch te moeten vaststellen dat sociale organisaties die, sinds het sociaal pact dat in 1944 in Londen gesloten werd, de verantwoordelijkheid hebben opgeëist voor de emancipatie en verdediging van de bevolking nu moeten toegeven dat er dringend maatregelen moeten genomen worden ten gunste van achterstandsgroepen, waaronder geesteszieken, migranten, daklozen, alcohol- of drugsverslaafden enz. Maar dat zijn geen leden die bijdragen betalen. Om in de stijl te blijven die Justaert dierbaar is, we hebben genoeg van de valse musette, het is tijd voor een 'Tango Nuevo' .

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 november 2013

Waarom vrouwelijke artsen beter zijn

Uit Canadees onderzoek * blijkt dat vrouwelijke  artsen  meer gewetensvol werken en dus beter presteren dan hun mannelijke collega’s maar ook dat deze laatste een stuk productiever zijn.  Het onderzoek liep in Quebec  en de uitkomst werd  vorige maand gepresenteerd op het  Congrès international ADELF-SFSP  sur la santé publique et la prévention in Bordeaux**.  

Verbaasd ben ik niet. Ik ken ondertussen het ritme van de geleerde vrouw en weet hoeveel tijd zij aan een consultatie besteedt. En zij is niet de enige. Vrouwen, ook in de journalistiek, zijn conscientieuzer, perfectionistischer en kunnen tezelfdertijd beter relativeren dan mannen. Helaas wordt dit zelden geapprecieerd. Vooral aan universiteiten hoor je die klacht. En dat heeft zijn gevolgen : intelligente, goed presterende artsen die een voortgezette opleiding volgen hebben eerder de neiging uit de academische wereld te stappen. Ze kunnen het haantjesgedrag, de zelfingenomenheid en het machisme van hun mannelijke cheffen en collega’s maar matig waarderen. De braindrain is dus voor een groot stuk vrouwelijk.

Bij het onderzoek in Quebec  werden de diabetische patiënten gevolgd  van 906 huisartsen, 431 vrouwen en 451 mannen. De studie was gebaseerd op de data van de regionale   Régie de l'assurance-maladie.  De artsen werden geëvalueerd op basis van het gedrag en de therapietrouw van hun patiënten : controle van de visus om de twee jaar, jaarlijks medisch onderzoek, gebruik van voorschriften, dus net zoals dat hier gebeurt.   Globaal gezien was het gezondheidsgedrag van de patiënten die een vrouwelijke huisarts hadden beter . Ze volgden de adviezen beter op, namen regelmatiger hun medicatie en stonden meer open voor  “counselling” . De resultaten waren dus navenant.  Het is duidelijk dat de vrouwelijke huisartsen op een andere manier werken dan hun mannelijke collega’s.  Dat bleek ook uit het aantal prestaties per jaar:   de dames declareerden 3.100 consultaties tegenover  4.920 voor hun mannelijke collega’s, of een verschil van maar liefst 37%.  Nochtans was de totaal gepresteerde werktijd dezelfde. De vrouwelijke huisartsen besteden dus meer tijd aan hun patiënt.   En de mannelijke huisartsen werken “harder”.   Ze zijn productiever zoals dat heet. Kwaliteit werd geconfronteerd met  productiviteit. Dit was zo evident dat de  onderzoekers ervan schrokken en waarschuwen dat de resultaten niet absoluut zijn.  Voortgezet onderzoek bij andere pathologieën is nodig, zoals dat heet.

Ik wil tenslotte een van de coauteurs van de studie citeren, professor   Régis Blais die zegt dat « een arts die de tijd neemt om zijn patiënten zo volledig en zo goed mogelijk uit te leggen waar het om gaat, minder risico loopt om diezelfde patiënt een maand later terug te zien met bijkomende vragen omdat die zich ongerust maakt. De meest productieve arts is dus niet degene die men op het eerste gezicht denkt.”  

Ik kan daaruit alleen maar concluderen dat de feminisering van het beroep een goede zaak is voor de patiënt en voor de ziekteverzekering.

 

Marc van Impe

 

**http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S039876201300343X

*http://sante.gouv.qc.ca/systeme-sante-en-bref/groupe-de-medecine-de-famille-gmf/

 

10:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 oktober 2012

Een geklutst ei

De onderhandelingen over de nieuwe begroting volksgezondheid zijn achter de rug. Er is nu alleen nog vijf minuten politieke moed vereist om een en ander of zo’n 26 miljard uitgaven in een wet te gieten. Na 14 oktober dus. Voor de zoveelste maal is dit een begroting van de gemiste kans.  Want er is iets fundamenteel fout in dit land, zegt Brieuc Vandamme, adviseur van vicepremier Vincent Van Quickenborne en gastdocent aan de UGent. Vandamme berekende dat de ziekteverzekering maar liefst 380 miljoen kan besparen en die kans grandioos laat liggen. De oorzaak zijn het gebrek aan moed om de patiënten zelf en de ziekenfondsen aan te pakken. De ziekenhuisfinanciering is in ons land allesbehalve transparant. Dat leidt ertoe dat ziekenhuisdirecties, die heel graag en eerst voor zichzelf zorgen, allesbehalve ethisch en deontologisch tewerk gaan. Patiënten ondergaan niet alleen teveel onderzoeken maar die zijn ook nog eens onnuttig en soms zelfs ronduit schadelijk. Een dokter stuurde ons enige tijd geleden een kopij van een mail die door de directie van een groot zuidwest Vlaams ziekenhuis werd rondgestuurd en waarin de specialisten eraan op niet mis te verstande wijze werden aan herinnerd dat de technische diensten “moesten opbrengen”.  Die arts voelde zich terecht geschoffeerd. En hij is niet de enige. De relatie tussen artsen en ziekenhuizen is al lang verzuurd: artsen zijn de melkkoeien van de kliniek geworden. Dat leidt ertoe dat de artsen zich buiten het ziekenhuis gaan vestigen waar ze niet geconfronteerd worden met afdrageregels die soms voor sommige specialisten oplopen tot meer dan 70 procent. Brieuc noemt dit de etterende wonde van de ziekteverzekering.  Hij pleit voor referentieprijzen, meer forfaitaire terugbetaling per pathologie en schaalvergroting. Maar ook voor een herziening van de nomenclatuur voor artsen. Terwijl ik dit schrijf gaat mijn neus jeuken. Is er niet al sinds 2002 een commissie voor de herziening van de nomenclatuur? Inderdaad! Maar die is nog nooit samengekomen bij gebrek aan een voorzitter. Bij wie zou die verantwoordelijkheid liggen.
Een ander idee is het persoonlijk zorgbudget (PZB). De patiënt wordt door zijn eigen ziekenfondsen beschouwd als een onmondig en onverantwoordelijk wezen. Onnozelen moeten niet geresponsabiliseerd worden.  Maar de meeste mensen hebben er een hekel aan als er voor hen beslist wordt wat goed is. Via een zorgrekening of een PZB kunnen ze zelf beslissen over hun persoonlijk zorgtraject. Daar zit een besparingspotentieel van 115 miljoen euro, zoals de ervaring in Nederland en Duitsland leerde. De ervaring heeft geleerd dat men minstens 40 procent op die persoonsgebonden uitgaven kan besparen.  En wie niet wil noch kan moet ten allen tijde terugvallen op de forfaitaire geneeskunde. Nog andere besparingen: vermindering van opnames en ziekenhuisinfecties: 90 miljoen. Nieuwe tenderwetgeving ziekenhuizen: 20 miljoen. Gebruik van biosimilaire middelen 87 miljoen. Aanpassen van de definitie goedkope geneesmiddelen: 26 miljoen. Uitbreiding van de indicatie Avastin: 26 miljoen. En een tender voor vaccin uteruskanker ook in Wallonië gebruiken: 7 miljoen. Een totaal van 380 miljoen euro dus. Vandamme noemt dit een persoonlijke denkoefening. Alleen dat al verdient een prijs. Brieuc Vandamme denkt. Het denkproces van hen die dankzij hun gewicht aan stemmen erdoor drukken wat ze denken er door te moeten drukken,  lijkt meer op het klutsen van een ei.
Marc van Impe

20:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)