13 september 2016

Waarom dokters zelfmoord plegen

Het is de ultieme oxymoron: de suïcidale arts. En toch zijn er alleen al in Vlaanderen elk jaar minstens vijf artsen die er zelf bewust een einde aan maken. En zoals Domus Medica zelf toegeeft: waarschijnlijk zijn het er veel meer. Over Franstalig België bestaan geen cijfers. Zelfmoord is een beroepsziekte bij dokters. Ik heb er in elk geval een aantal gekend die tegen een boom geëindigd zijn, die uit het raam gesprongen zijn, die in de auto bleven zitten met een slang in de uitlaat en dan heb ik het niet over de zovele niet-bewezen suicides met pillen of een plastic zak over het hoofd. En dan houden we nog geen rekening met de zovelen die zich letterlijk dood zuipen. Dus waarom? Wat is er gaande?

En waarom is dit zo'n publiek geheim? Waarom willen zoveel mensen "die mensen willen helpen" zelf dood? Het is not done, maar ik zeg het toch: vaak valt de oorzaak van de wanhoopsdaad te vinden in de directe omgeving van de arts, in zijn werkmilieu.

Ik ontmoette als jong journalist ooit op een receptie bij mijn schoonvader de onderzoeksrechter, een gerechtsarts die zijn beklag maakte over een collega: "Als je dan toch besluit zelfmoord te plegen, dan doen het beter van de eerste keer goed. Je zou van een arts toch mogen verwachten dat hij dat op een nette manier doet en zijn familie en de samenleving niet achterlaat met alle shit." Waarop hij me een beknopte handleiding gaf hoe netjes naar de andere kant te gaan.

Volgens deze bekende professor bestond er geen grotere schande dan een mislukte zelfmoord. Hij was een man van de harde school die ook van mening was jonge artsen in opleiding 72 uur achter elkaar wachtdienst mochten draaien. Toen ik veertig jaar geleden hierover een artikel schreef was de aanleiding een kleine zelfmoordepidemie onder artsen in opleiding aan zijn alma mater. Alma mater mag dan wel "zorgende moeder" betekenen maar een opleiding geneeskunde was toen niet moederlijk en zeker niet zorgzaam. En dat is ze nog niet. Slaapdeprivatie is een oud zeer in de ziekenhuizen waar geneeskunde aangeleerd wordt. Slaapdeprivatie is nochtans een marteltechniek die door de conventie van Génève verboden wordt. Ook nu nog worden artsen "betrapt" als ze een powernap nemen.

Ik weet niet of het een goed idee is om artsen medisch te keuren. Onze medische scholen, universitaire ziekenhuizen, klinieken veroorzaken geestelijke gezondheidsproblemen bij artsen, vervolgens gaan ze die artsen culpabiliseren en willen ze hen dwingen om hun vertrouwelijke medische gegevens vrij te geven. Om vervolgens, tot besluit, de licentie voor de uitoefening van hun beroep in te trekken? Verliest zo'n arts die over zijn grens van weerbaarheid gegaan is zijn RIZIV nummer? Of zal de Orde een (tijdelijk) beroepsverbod uitspreken?

Ik ken dokters, zelf actief in de geestelijke gezondheidszorg, die over de grens psychiatrische hulp zoeken. Precies omwille van het stigma dat ze van hun collega's opgelegd dreigen te krijgen.

Voor de patiënten moet de ideale dokter een rots in de branding zijn, een man of vrouw die zelfzekerheid uitstraalt, die van zijn patiënten houdt en naar hen luistert. Maar wat als die dokter dagelijks moet werken in een omgeving waar hij of zij nauwelijks aanspraak krijgt van de collega's? Wat als op mails niet gereageerd wordt? Waar men doet of je niet bestaat? Waar haantjesgedrag de regel is, waar men elkaar het licht in de ogen niet gunt en waar je een meester moet zijn in Japanse gevechtssporten wil je een kans op overleven te maken? In een bedrijf zijn de HR-diensten verantwoordelijk voor het welzijn van hun personeel. In een ziekenhuis is er de preventieadviseur die waakt over het geestelijk welzijn van het verplegend, administratief en logistiek personeel: geen discriminatie, racisme, verbaal geweld, stalking of pesterijen. Maar de dokters vallen buiten dit vangnet.

Ik spreek hierover de CEO van een groot ziekenhuis aan. Het was hem niet bekend dat artsen suïcidaal zouden zijn. Hij wist niet eens dat een arts het slachtoffer kan zijn van een cyclus van misbruik die begint bij de opleiding wanneer hij nog een idealistische student is. En hij begreep niet dat misbruikte geneeskundestudenten misbruikte artsen worden die op een dag misbruik dreigen te maken van hun collega's artsen én van hun patiënten.

De basisvraag is niet hoe je misbruikte artsen gaat helpen, maar hoe je het institutionele misbruik voorkomt. Meldpunten binnen onze ziekenhuizen of binnen de kringen zijn mooi. Weerbaarheidscursussen zijn prima. Waarom geen mindfulness klasjes voor medische studenten? Maar is het de hoofdbedoeling om slachtoffers te leren omgaan met misbruik? Of om een einde te maken aan het misbruik zelf?

De medische cultuur en het geneeskundeonderwijs moeten veranderen. Maar culturen veranderen niet omdat je het hen vraagt , zelfs niet als er sprake is van eigenbelang. Ze veranderen alleen wanneer ze zijn gedwongen worden om te wijzigen. Daarom ben ik voorstander van een systeem dat reeds binnen een aantal bedrijven bestaat waarbij management en medewerkers die zich niet eervol gedragen gesanctioneerd worden. Wie de bullebak uithangt, krijgt een dosis van zijn eigen medicijn. En als het moet volgt ontslag.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 februari 2016

Hoger risico op zelfmoord bij CVS/ME patiënten

Uit een recent onderzoek van King's College London blijkt dat patiënten die lijden aan CVS/ME zes maal meer het risico lopen zelfmoord te plegen dan modaal. Dit onderzoek, dat op 9 februari gepubliceerd werd in The Lancet medical journal, is het eerste rapport dat deze problematiek documenteert.

De eerste conclusie van de academici van King's College London, waaronder de psychiater Simon Wessely, is dat CVS/ME niet zomaar een voorbijgaande (psychosomatische) aandoening is die in de UK denigrerend het label  'yuppie flu' kreeg. Het onderzoek betrof 2.000 patienten in England en Wales van wie de gezondheidsdata zoals opgeslagen in de NHS Foundation Trust Biomedical Research Centre (SLaM BRC) en het Clinical Record Interactive Search (CRIS) register over een periode van zeven jaar, tussen 2007 en 2013, geanalyseerd werden.

Het betrof patiënten die opgenomen waren in perifere en universitaire ziekenhuizen. In totaal ging het om 2.147 gevallen van CVS/ME, waarvan 1.533 vrouwen en 614 mannen. 17 patiënten, 11 vrouwen en 6 mannen, overleden in die periode. 8 stierven aan kanker, 5 pleegden zelfmoord, 4 patiënten stierven aan andere oorzaken.  De onderzoekers onderstrepen dat het hier een statisch onderzoek betreft en dat er dus geen directe link kan gelegd worden met de ziekte zelf of met andere omgevingsfactoren.

Maar hoofdauteur professor Matthew Hotopf zegt dat CVS/ME een ontwrichtende impact heeft op het leven van de patient en dat die daarom recht heeft op de nodige steun en behandeling.  In een reactie zegt Sonya Chowdhury, chief executive van de Britse patiëntenbeweging Action for M.E dat ondanks de overstelpende hoeveelheid bewijzen die voortspruiten uit de biomedische research dat CVS/ME  een zeer ernstige fysische aandoening is, veel medici nog altijd volhouden dat de patiënt beter kan worden als hij meer positief denkt.

Ze noemt het therapeutisch model dat enkel gebaseerd is op cognitieve gedragstherapie en zogenaamde graded excercise  "rubbish".  "Dit wijst op de noodzaak dat clinici zich bewust zijn van het verhoogde risico op zelfmoord en suïcidaal gedrag bij patiënten met chronisch vermoeidheidssyndroom," concluderen de onderzoekers.

Een andere conclusie van het onderzoek was dat deze patiënten geen verhoogd risico lopen op kanker of andere zware comorbiteit, waarmee eerder onderzoek dat tot die conclusie kwam, wordt tegengesproken.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 april 2015

Waarom artsen zelfmoord plegen

De week begint met een droevig bericht. Het haalt amper een hoekje onderaan links van pagina vier van mijn krant: weer een huisarts die een eind aan zijn leven gemaakt heeft. Als ik bij een lunch met een academicus de kwestie aanraak valt er even een stilte. Dan schakelt hij over naar een ander onderwerp. Zelfmoord is gênant. Zelfmoord door een arts is gewoon ongehoord.

Maar de statistieken over artsen die zelfmoord plegen zijn beangstigend: artsen hebben tweemaal meer kans om zelfmoord te plegen dan hun patiënten, en vrouwelijke artsen hebben viermaal meer kans dan hun mannelijke collega's.

Jonge artsen aan het begin van hun opleiding zijn bijzonder kwetsbaar: uit een recente Amerikaanse studie bleek dat liefst 9,4 procent van de vierdejaars studenten en eerstejaars stagiaires —suïcidale gedachten melden.  

Terwijl acute stress, sociaal isolement, reeds bestaande geestesziekte en misbruik van de substanties voor de hand liggende factoren kunnen zijn, stel ik me ook de vraag of  er dan geen specifieke aspecten eigen aan de medische cultuur zijn die iemand uit het vak over de rand van zijn emotionele veerkracht duwen.

Als echtgenoot van een neuropsychiater met ruim vijfentwintig jaar praktijk, ontmoet ik wel meer artsen dan de doorsnee burger. Dat maakt me tot een bevoorrecht waarnemer. Een van de eerste zaken die me opviel toen ik als meneer van mevrouw de dokter kennis maakte, is dat er een vreemd soort machismo bestaat dat eigen is aan de geneeskundige wereld.

Journalisten zijn niet vies van een beetje machogedrag, maar artsen, en met name jonge mannelijke artsen, projecteren een beeld van intellectuele, emotionele en fysieke dapperheid dat veel sterker is dan wat ze eigenlijk zijn. Het is een cultuur die de arts wordt aangepraat, weet ik.

Ik heb vrienden zien evolueren van een normale, vrolijke student tot een mannetjesputter met twee-dagenbaard en blauwe kringen rond de ogen. Maar ze waren goed bezig, zegden ze zelf. In zijn beroemde essay "Aequanimitas" benadrukte Sir William Osler, die in 1889  in het Amerikaanse Johns Hopkins Hospital begon met opleiding van jonge artsen, het belang van de gelijkmoedigheid bij een arts. Uiteraard mag een arts bij moeilijke situaties niet tilt slaan, stabiliteit is een belangrijke kwaliteit, maar  de onverstoorbaarheid die Osler zo prijst is in de loop der jaren totaal verkeerd begrepen.

Artsen doen zich voor als sterke en onbezorgde professionals die zelfs in hun donkerste en meest zelf vertwijfelde momenten hun cool bewaren. Komt daar bij dat ze zich zelden kunnen identificeren met de problematiek van collega's die in de problemen  zitten, laat staan dat ze zelf kunnen toegeven dat ze hulp nodig hebben.

Veel van de risicofactoren voor zelfmoord bij artsen komen overeen met risicofactoren bij de algemene bevolking. Uit statistisch onderzoek  blijkt het risico groter te zijn bij artsen die zijn gescheiden zijn, hun partner overleden is, weduwnaar of die nooit getrouwd zijn geweest. De risicovolle arts is gedreven, concurrerend, dwangmatig, individualistisch, ambitieus, kritisch voor zichzelf én anderen en is vaak afgestudeerd met hoge cijfers.

Hij heeft vaak last van stemmingswisselingen, in een derde van de gevallen een probleem met alcohol, benzodiazepines of andere drugs, en soms een niet-levensbedreigende maar vervelende chronische lichamelijke of geestelijke aandoening. Een derde van de artsen die zelfmoord pleegde had een voorgeschiedenis van ten minste één psychiatrisch consult.

Het initiatief  Arts in Nood van de Orde van Geneesheren waar dokter Michel Bafort in zijn vrije tribune naar verwijst, is een eerste stap in de goede richting. Artsen moeten ergens terecht kunnen met hun twijfels en angsten. Ze moeten kunnen praten over het verdriet van een patiënt die ze verloren, de vergissing die ze bij een diagnose of een voorschrift gemaakt hebben, de verlegenheid als men op een vraag niet kan antwoorden. Maar  er is niet alleen behoefte aan opvang in tijden van crisis, maar aan een totale verandering van de medische cultuur zodat artsen ook hun kwetsbaarheden kunnen en durven tonen.  

Sommige Stoïcijnen zullen blijven refereren naar Osler's credo en volhouden dat artsen afstand moeten leren nemen van  hun persoonlijke zorgen.  Maar een moe en depressief arts is een eiland van onzekerheid en een gevaar voor zichzelf en zijn patiënten.

Oproepnummers van Arts in Nood reeds in werking:

In Vlaams-Brabant 0800 23 460, Oost-Vlaanderen 464, Luxemburg 468 en Namen 469. De andere regio's moeten voor het eind van het jaar actief zijn: Antwerpen 461, Waals Brabant 462, West-Vlaanderen 463, Henegouwen 465, Luik 466, Limburg 467.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)