29 september 2016

Oud, hoogopgeleid, goed inkomen: dan hebt u veel kans op een drankprobleem


Oudere jongens en meisjes onder elkaar met een biertje in de hand. We staan in de perskamer op The New Scientist Live Show in de Londense Docklands en praten bij na een bijzonder interessante lezing over kansberekening in het medisch onderzoek. Na het tweede rondje Asahi Super Dry, hulde aan de sponsor, komen de tongen los. Kent u het oude grapje onder artsen dat zegt dat je alcoholist bent als je meer drinkt dan je dokter?

De geleerde vrouw zegt soms dat ik een probleem heb. En ik geef toe: ik hoor bij de groep die overmatige drinkers die meer dan 21 glazen per week voor mannen of 14 glazen per week voor vrouwen inneemt. Ik lees dat ik geen uitzondering ben onder de 15 procent mannen van 65 jaar en ouder, met een hoog opleidingsniveau.

Het gaat om bijna twee keer zo veel als hoogopgeleide respondenten van tussen de 25 en 45 jaar. De Nederlandse klinisch geriater Hannah Willems onderzocht het drinkgedrag bij artsen: "Oudere artsen zijn van dezelfde generatie en hebben ook het inkomen om zich een fles wijn op tafel te veroorloven. Een deel zal in hetzelfde patroon zitten als de patiënten. Ik vermoed wel dat er daarom onderrapportage is."

Het Trimbosinstituut dat het onderzoek sinds begin deze eeuw voert, is radicaal en duidelijk: "Sommige artsen drinken overmatig en gaan daarbij over de grens, maar de alcoholproblematiek is soms moeilijk te herkennen door de heterogene samenstelling van de groep die te veel drinkt. De een doet dat thuis, de ander op de sportclub, of met uitgaan. De een drinkt dagelijks hetzelfde, de ander in periodes heel veel of heel weinig. Dat maakt risicogedrag moeilijk in te schatten.

Hoogopgeleide ouderen zijn het vaakst overmatige drinkers. Dat blijkt uit Nederlands onderzoek van de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor van het CBS, het RIVM en het Trimbos-instituut. https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/bericht/?bericht=2051 Daarvoor werden mensen vanaf 12 jaar de afgelopen twee jaar ondervraagd over hun alcoholgebruik.

Volgens dokter Willems, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie, is het drinkgedrag eigen aan mijn generatie: "We hebben het over de babyboomgeneratie, die nog gezond en actief is. Met de groei van de welvaart kwam de fles wijn op tafel bij het eten. Met een borrel ervoor en een slaapmutsje erna. Het is gewoontedrinken, zonder het bewustzijn van wat dat met je doet."

En het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden is een kwestie van inkomen: "Lageropgeleiden hebben niet het inkomen gehad om gewoontedrinker te worden. Die ouderen drinken vaak minder, en het is vaker bier dan wijn." Een deel van de ouderen ziet geen kwaad in overmatig drinken, merken artsen. Ik kan dit alleen maar beamen. Wij liggen niet laveloos op de bank, of hebben moeite met ons dagelijkse functioneren. Maar toch knaagt het.

Met de ouderdom nemen mijn functies af, het herstel wordt moeilijker. Overmatig drinken kan maag-, lever- en darmklachten veroorzaken, en somberheid, angst, slapeloosheid en geheugenproblemen. Soms, heel zelden, heb ik moeite met het vinden van een gepast woord, dan laat mijn scherpe pen me in de even in de steek. Dan moet ik even stil houden, nadenken. The horror! Is dit het begin van een ouderdomskwaal, of heeft dit met alcohol te maken? Volgens mijn diabetoloog is er niets aan de hand. Voorlopig toch.

En vandaag kwam er goed nieuws: Wanneer iemand een glas bier drinkt, dan wordt hij of zij socialer. Het eerste echte wetenschappelijk onderzoek naar dit fenomeen werd gevoerd door wetenschappers van het Universitätsspital in Basel die 60 gezonde mensen – 30 vrouwen en 30 mannen – bier gaven met en zonder alcohol.

Daarna werden de proefpersonen onderworpen aan een reeks klassieke testen zoals een gezichts- herkenningstest, een empathietest en een opwindingstest. En wat blijkt: zij die bier mét alcohol gedronken hadden, zochten het gezelschap van anderen op en bleven bijpraten in een gezellige en open omgeving. Het verschil was vooral goed te merken bij vrouwen die normaal erg terughoudend zijn, wat kan te maken hebben met het feit dat bij vrouwen het alcoholpromillage in het bloed sterker toeneemt na het drinken van dezelfde hoeveelheid bier.

Bier zorgt er ook voor dat we vrolijke gezichten sneller herkennen. Ook krijgen mensen meer empathie, vooral diegenen die normaal gesproken niet zo meelevend zijn. Verder geven ‘beschonken' proefpersonen seksueel getinte foto's een hogere waardering dan de nuchtere deelnemers. Overigens vergroot een biertje de zin in seks niet. "Er zijn veel mensen die bier drinken, maar er is weinig onderzoek gedaan naar hoe dit het verwerken van emotionele sociale informatie verandert", zegt hoofdonderzoeker Matthias Liechti.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

08:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 april 2016

De weervoorspellers van de psychologie

De helft psychologische studies bevat statistische fouten, lees ik in een Nederlandse krant. Waaarom ben ik niet verbaasd. Vijfenveertig jaar zit ik in dit vak en toen ik er aan begon stond de psychologie nog in haar kinderschoenen. We kregen als student in de rechten les van een professor die zijn carrière gebouwd had op twee boekjes: Moord en Dubbelzelfmoord. Nu zou deze op zijn best omschreven worden als het werk van een morbide fantast. Toen was het verplichte vakliteratuur en hij en zijn uitgever werden elk jaar beter van zijn verzamelde fantasmen. Achteraf bleek de man net als Freud alles, maar dan ook elke case study, verzonnen te hebben.

Het zijn zware tijden voor psychologen. De uitkomsten van het onderzoek gelden voor de sociale, klinische en experimentele psychologie, lees ik. Vooral sociaal psychologen misbruiken onderzoek om de samenleving bij te sturen. Tiens, zou enige linkse flinksigheid daarbij een rol spelen? Ach, een eindje verder in een ander weekblad lees ik dat wetenschappelijke tijdschriften vaak psychologische studies met onjuistheden publiceren. Bij de helft van de studies zijn statistische fouten gemaakt. Bij één op de acht studies gaat het om grote onzorgvuldigheden in de cijfers, waardoor de statistische uitkomsten onjuist zijn. Dat concludeert de Tilburgse onderzoeker Michèle Nuijten, na een steekproef met dertigduizend artikelen. Nuijten onderzocht de studies niet handmatig, maar gebruikte een instrument dat de statistische onderdelen toetste. Voor deze studie ontwikkelde Nuijten, samen met Sacha Epskamp van de Universiteit van Amsterdam, een instrument dat statistische onvolkomenheden in studies opspoort, statcheck. Dat werkt ongeveer zoals de spellingschecker die op spelfouten controleert. Handmatig is het lastig 30 duizend studies na te pluizen. Statcheck controleert het statistische deel waaruit moet blijken of de gevonden effecten in een experiment wel of geen toevalstreffer zijn. In papers die claimden dat het gevonden effect geen toeval was, zaten vaker ernstige fouten dan in studies die niet boven de toevalligheidsgrens uitkwamen.

De Tilburgse psycholoog Jelte Wicherts deed in 2011 al soortgelijke heranalyses en kwam tot dezelfde bevindingen. In een geruchtmakende enquête onder tweeduizend psychologen gaven twee op de tien onderzoekers toe dat ze weleens data hadden weggelaten of bijgesteld. Er zijn onderzoekers die hun resultaten aanpassen aan hun conclusies in plaats van andersom. Er werd nagegaan of de conclusies van de experimenten niet op toeval waren gebaseerd. Niet dus.

De conclusies van Nuyten zijn de tweede klap in twee maanden tijd voor het psychologische vakgebied. Eind augustus bleek dat psychologische onderzoeken vaak onbetrouwbaar zijn. Het vakblad Science schreef toen dat slechts 39 procent van de studies betrouwbare resultaten genereren. Uit meer dan de helft van de experimenten kwamen andere onderzoeksresultaten toen ze gereproduceerd werden. Maar de linkse media lopen weg met de resultaten. Niet zelden is er sprake van wensdenken of bewijs over zaken die er -in de ogen van de onderzoeker- logischerwijs zouden moeten zijn. Misschien moet er eens een onderzoek gestart worden waarom voornamelijk linkse mensen deze vormen van "wetenschap" beoefenen.

Overigens is de kwaliteit van de statistiek in veel artikelen in medische tijdschriften niet veel beter dan die van de psychologen. Ook worden er regelmatig spelfouten gemaakt. Voor dat laatste kan ik moeizaam begrip opbrengen. Spellbinders en eindredacteuren zijn niet meer wat ze geweest zijn. het erge is dat vooral beleidsmakers hun beleid baseren op dit zogenaamd wetenschappelijk onderzoek. Het lijkt wel economie of metereologie: achteraf altijd een verklaring, altijd gelijk.  I rest my case.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 maart 2015

Wetenschappelijk onderzoek: "Minder kwantiteit, meer kwaliteit aub"

Er is niet te weinig geld voor wetenschappelijk onderzoek. Er gaat gewoon te weinig geld naar goed onderzoek. Dat blijkt uit de vrije tribune die dr. Luc Bonneux hier publiceerde. Er worden verschrikkelijk veel energie en middelen verspild die men beter had kunnen besteden. Hoe dat komt ligt voor de hand: de wetenschapsselectie vooraf deugt niet.

Zoals elders in Europa slaagt het NFWO er niet in om de beste voorstellen te honoreren op een eerlijke en voor iedereen overtuigende manier, erger nog, telkens weer worden onderzoekers in hoge mate gefrustreerd en lopen ze weg, naar een buitenlandse onderzoeksinstelling of naar de  bedrijfswereld. Ik schop hier en nu tegen het zere been van nogal wat betrokkenen maar weet dat ik niet alleen sta met mijn kritiek.

Het doen van goed onafhankelijk onderzoek is niet eenvoudig. De kwaliteit en integriteit van dit soort onderzoek laat nogal eens te wensen over. Maar missers blijven hier beneden de horizon. De vraag is hoe je goed onderzoek selecteert? Professor Klaas van Veen, onderwijsdeskundige van de Universiteit Groningen, heeft daar een simpele Calvinistische oplossing voor gevonden.

De frustratie vindt zijn oorsprong, zegt hij, door de absurde hoeveelheid tijd die gemoeid is met het schrijven en beoordelen van onderzoeksvoorstellen en tegelijk de geringe kans dat een goed voorstel het haalt. Volgens Van Veen kan het veel simpeler. Het meest simpele is om periodiek elk erkend onderzoeksinstituut geld te geven op voorwaarde dat dit binnen een bepaalde periode resulteert tot relevant onderzoek.

En nu komt de clou! Bij slechte onderzoeksresultaten volgt terugbetaling tot de laatste cent. Dit is eerlijker, goedkoper en geeft meer mogelijkheden tot risicovol onderzoek. Bovendien geeft het meer tijd om echt aan onderzoek te werken in plaats van het produceren van voorstellen die het toch bijna nooit halen.

Onderzoeken in ons land gebeuren vaak in opdracht van de overheid of een van zijn instellingen. Maar daar gaat het al fout. Goed onafhankelijk onderzoek begint met de juiste opdrachtgever. Belangrijk is dat de opdrachtgever zelf geen onderwerp van onderzoek is en geen baat heeft bij een bepaalde uitkomst. De opdrachtgever moet dus altijd een instantie zijn die zoveel mogelijk buiten het te onderzoeken proces staat. Dat zou automatisch leiden tot minder maar beter onderzoek.

Om zoiets tot stand te brengen is echter veel politieke moed nodig.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)