11 oktober 2014

Negatieve en positieve uitkomsten wel even vaak gepubliceerd

Een van de hardnekkigste "urban legends" is de zogenaamde positieve selectiviteit bij de publicatie van onderzoeksresultaten. Big pharma en de redactie van wetenschappelijke bladen zouden samenspannen en negatieve onderzoeksresultaten in de lade doen verdwijnen. In zijn 20 voorstellen voor een sociaal geneesmiddelenbeleid die de studiedienst van de Socialistische Mutualiteiten op 20 juli publiceerde staat letterlijk dat de overheid “de volledige en onvoorwaardelijke publicatie van de resultaten (van studies) verplichten...” Dit is zeer een ernstige beschuldiging. Ten onrechte, zo blijkt nu.
Uit gedegen onderzoek van de Radboud Universiteit te Nijmegen blijkt namelijk dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, onderzoek met negatieve resultaten evenveel kans heeft op publicatie als onderzoek met positieve resultaten.
De negatieve berichtenspiraal over het publicatiebeleid begon op 3 juni 2005 In een onlinepublicatie van de British Medical Journal, waarin twee Duitse wetenschappers meldden dat de redacties van wetenschappelijke bladen liever goed nieuws brengen en dat onder druk van de sponsors van dat onderzoek die negatieve studieresultaten liever het daglicht niet lieten zien. Zoiets klinkt uiteraard altijd beter dan het omgekeerde, en was koren op de molen van de hervormer van de gezondheidszorg.
Het gevolg van die specifieke subselectie van onderzoeksresultaten heet "publication bias" en is één van de samenzweringstheorieën die maar niet uitgeroeid raakt.  Hans-Hermann Dubben en Hans-Peter Beck-Bornholdt van het universiteitsziekenhuis in Hamburg-Eppendorf  maakten daarvoor een review van 26 onderzoeken naar het fenomeen.
Wat bleek? 23 van de 26 studies gaven een positief resultaat en dat zou een vertekening door publicatievoorkeuren aantonen. "Desondanks is er geen onomstotelijk bewijs voor de stelling dat er sprake is van publication bias bij studies" stelden Dubben en Beck-Bornholdt. "Al is die conclusie voornamelijk gebaseerd op het feit dat de steekproef te klein was om harde uitspraken op te baseren."
Maar de uitspraak was gelanceerd en de boodschap goed ontvangen. Wat een veronderstelling was, werd op slag een vaststaand feit. De klap op de vuurpijl kwam op 13 september 2011 toen Daniele Fanelli, een gedragsecoloog uit Florence, boudweg stelde dat in hun streven naar fondsen en citaties wetenschappelijke tijdschriften steeds minder negatieve onderzoeksresultaten publiceerden. Geneeskunde was slechts een klein deel van zijn onderzoek (zie links rechts: Negative results are disappearing from most disciplines and countries).
Maar  welke politieker  is geïnteresseerd in fraude in een artikel over astrofysica? En wie het artikel aandachtig las zag dat het vooral de zachte wetenschappen als sociologie en psychologie waren die snel een loopje met de waarheid namen, meer zoals Fanelli zelf concludeerde: bevindingen wanneer zij eenmaal "bewezen zijn" , worden niet meer ontkracht.
Dat alles wordt nu weerlegd in een artikel van de hand van Marlies van Lent, John Overbeke en Henk Jan Out in PLOS ONE: Role of Editorial and Peer Review Processes in Publication Bias: Analysis of Drug Trials Submitted to Eight Medical Journals. (zie link rechts)
Het drietal bekeek manuscripten die tussen januari 2010 en april 2012 voor publicatie werden aangeboden aan The British Medical Journal, Annals of the Rheumatic Diseases, British Journal of Ophthalmology, Gut, Heart, Thorax, Diabetologia en Journal of Hepatology. Ze selecteerden manuscripten met resultaten van RCT's naar de werking van geneesmiddelen (472 artikelen), wat 3 procent van de in totaal bijna 16.000 ingediende manuscripten opleverde. Een vijfde van de aangeboden geneesmiddelenstudies, dat zijn 98 artikelen, werd uiteindelijk gepubliceerd.
Van de ingediende manuscripten hadden er 287 (60,8%) positieve resultaten en 185 (39,2%) negatieve resultaten. Er werden naar rato evenveel negatieve studies gepubliceerd als positieve. De onderzoekers maakten ook onderscheid tussen niet door industrie en wel door industrie ondersteunde en door industrie gesponsorde studies. Deze drie groepen hadden in respectievelijk bijna 65, bijna 48 en 71 procent van de gevallen positieve onderzoeksresultaten. Het aantal artikelen dat uiteindelijk werd gepubliceerd in deze categorieën bedroeg respectievelijk 13, 18 en 40 procent. Onderzoek gesponsord door de industrie lijkt daarmee een grotere kans op publicatie te hebben dan onderzoek waar de industrie helemaal geen bemoeienis mee heeft.
Marlies van Lent: "Aangezien de acht vakbladen de onderzoeken met een positieve uitkomst niet vaker publiceerden dan de onderzoeken met een negatieve uitkomst, treedt de publicatiebias die vaak wordt gesignaleerd misschien vooral op vóór het indienen van de manuscripten en spelen de onderzoekers daarin zelf een grotere rol dan de redacties van de medische vakbladen."
 
Marc Van Impe

 

Bron : MediQuality

21:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

31 oktober 2011

Hersenziek iemand?

‘Wij zijn ons brein’, schreef hersenonderzoeker Dick Swaab. Uiteraard. Maar nu zou uit internationaal onderzoek blijken dat een derde van de Europese bevolking  of maar liefst 165 miljoen mensen lijdt aan een of meer hersenziekten! Ook blijkt dat van hen slechts een kwart hulp krijgt. Koren op de molen van de psychiaters en marchands in mindfulness, gezondheidscoaches en it’s all in the mind-adepten.

Is hier sprake van een nieuwe epidemie à la H1N4? Of waren we al behoorlijk hersenziek, en wisten we het niet? Is dit nu pas wetenschappelijk vastgesteld? Waarom heeft men ons dit zo lang verzwegen? ‘Slapeloosheid’  is ook een hersenziekte, schrijft het  European College of Neuro-psychopharmacology (ECNP) – zij zijn de uitvoerders van het onderzoek –, zeg ik tegen de geleerde vrouw.  Als ziekenhuisarts die ’s nachts wel eens wakker ligt omdat formulier 74bisMKG.a ontbrak, weet ze er alles van.  En wie van al de mensen die ik wel eens ontmoet zou hersenziek zijn. Mijn vriend Nano de apotheker ? De professor met zijn slecht gebit. De misogyne huisarts met alterneute neigingen? Mijn collega de commentator met zijn eeuwige drang naar nog een Orval meer? Ik ontmoet zo’n 20 mensen per dag, bereken ik. Zeven zijn dus hersenziek. En ze weten het niet.

Gelukkig berust dit bericht op een volmaakt syllogisme: eerst is er gedrag dat bestempeld wordt als een geestesstoornis, geestesstoornissen zijn hersenziekten en hersenziekten moeten – net als andere ziekten – worden behandeld.  In onze westerse samenleving wordt ervan uitgegaan dat sommige mensen inderdaad lijden aan een of andere vorm van een geestesstoornis. Over welk gedrag precies als geestesstoornis mag worden aangemerkt is binnen en buiten de psychiatrie echter het laatste woord nog niet gesproken. Dat zal ook niet gebeuren omdat dit afhangt van de afspraken die we daarover met elkaar maken. Neem nu de DSM V. De redactie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders weet daar alles over.  Geestesstoornissen zijn modeverschijnselen: hysterie, neurasthenie en homoseksualiteit zijn niet langer stoornissen, sociale fobie en posttraumatische stressstoornis zijn nieuw.  In het uitstekende blad Skepp, niet te verwarren met de vereniging die hetzelfde doel nastreeft, wordt aardig de draak gestoken met de herziening van deze bijbel van de moderne westerse psychiatrie. De redactie ging zo ver dat ze het encyclopedisch werk herleidt tot een democratisch proces waarin de leek zelfs op de website voorstellen kan doen voor nieuwe psychische stoornissen. Zo wordt door de herzieners als nieuwe stoornis de ‘premenstruele dysfore stoornis’ voorgesteld. 

OK, Freud is out. Het brein is in. Probleem is dat slechts weinig artsen en onderzoekers zich tot dusver gespecialiseerd hebben in de laagbetaalde wetenschap van de neurologie. Wie gaat stoornissen als  ziekten kwalificeren?  Geestesstoornissen hangen samen met biologische, psychologische en sociale factoren die in onderlinge verwevenheid hun bijdrage leveren. Maar het reduceren van zoiets complex als gedrag en gedragsstoornissen tot uitsluitend een gevolg van breinprocessen doet de werkelijkheid van mensen met uiteenlopende psychische problemen geen recht. Dat sluit overigens geenszins uit dat er soms wel degelijk een grote, en misschien wel overheersende, bijdrage is van hersenprocessen bij het veroorzaken van gedragsproblemen, zoals in het geval van de ziekte van Alzheimer. Maar om dat zo blunt te stellen als zou een derde van ons hersenziek zijn, daar moet je meer dan een stoornis voor onder de leden hebben. Waar moet dit alles toe leiden? Uiteraard tot behandeling. Uit het onderzoek blijkt dat driekwart van alle gesignaleerde ‘hersenzieken’ geen behandeling krijgt. Dat moet volgens de onderzoekers beter, want ziekten behoeven immers behandeling. En dan liefst ‘vroege opsporing en snelle behandeling’ … ‘om te voorkomen dat beginnende hersenziekten zich verder ontwikkelen en chronisch worden’.

Zou die ECNP banden hebben met de farmaceutische industrie? 

 

Marc van Impe

http://www.ecnp.eu/en/publications/reports/~/media/Files/...

21:29 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 juni 2011

XMRV en acné

We hebben een weekje van CVS/ME hoogmissen achter de rug en wat heeft het allemaal opgebracht? Voor de patiënten, bedoel ik. Voor de wetenschappers is dat wat anders. Die hebben in Leuven en Brussel uitgebreid van gedachten kunnen wisselen. Wetenschap kan niet zonder de botsing van ideeën. Voor de patiënten liggen de zaken anders. Patiënten horen niet thuis op wetenschappelijke symposia. Om te beginnen begrijpen ze de wetenschappelijke lingo vaak verkeerd, trekken ze voortijdige conclusies en stellen ze de verkeerde vragen. Wetenschappers onder elkaar dat werkt. Patiënten onder elkaar, dat weet ik nog niet. Neem nu XMRV. Tijdens een congres over retrovirussen in Leuven zijn maandag zeer voorlopige onderzoeksresultaten gepresenteerd die de link tussen het XMRV-virus enerzijds en het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en prostaatkankeraandoening anderzijds verder  zouden onderuithalen. Prof. Anne-Mieke Vandamme (K.U.Leuven) blies warm en koud en riep maandag tijdens een persontmoeting echter op tot waakzaamheid omdat het van dieren afkomstige virus in de toekomst wel degelijk nog voor problemen kan zorgen bij de mens.   XMRV is een virus dat vermoedelijk enkele decennia geleden in het laboratorium ontstaan is uit twee muizenvirussen en nu menselijke cellen kan infecteren. Enkele jaren geleden meldden onderzoekers dat ze het virus hadden aangetroffen in menselijke prostaatkankercellen. Nadien werd ook een link gelegd met CVS.    Vorige week publiceerde Science echter nieuw onderzoek waaruit bleek dat andere labo's XRMV niet teruggevonden hadden bij de eerder onderzochte CVS-patiënten. De eerdere bevindingen werden toegeschreven aan contaminatie bij de labotesten.    "Het enige argument uit de oorspronkelijke studie dat overeind bleef was het feit dat er bij die patiënten ook antilichamen werden aangetroffen tegen het XRMV-virus, wat niet kan worden toegeschreven aan contaminatie in het labo. Maandag werd op het congres in Leuven echter een grote studie gepresenteerd waaruit blijkt dat antilichamen die lichamen opbouwen tegen andere virussen, eveneens reageren op XRMV. De twijfel is dus nog groter geworden. Iedereen is er echter wel degelijk van overtuigd dat het XRMV-virus bestaat en menselijke cellen kan infecteren. Of dat al effectief gebeurd is, of wat daarvan de gevolgen zijn, is nog onzeker. Het is echter zeker een virus dat in het oog moet worden gehouden", aldus Vandamme. Dr Johan Van Weyenbergh van het Rega Instituut stelt het als volgt: “Er is wat dat is zeker. En er is bevestiging én tegenspraak. Daarom gaat het onderzoek verder.” Zo werkt wetenschap.

 

Het merkwaardige is de idolatrie waarmee de aanwezige patiënten de wetenschappers bejegenen. En de wederzijdse haat en afkeer. Het lijkt soms wel de synode van de lutherse kerken: fracties en facties die elkaar het licht in de ogen niet kunnen, maar in admiratie opkijkend naar dezelfde idolen wiens aandacht ze allemaal exclusief claimen. Niets zo makkelijk, niets zo zinloos.

 

Veel zinvoller zou het zijn als patiënten zich eindelijk eens met hun eigen belangen zouden bezig houden. Dat hebben de grote drie van de kanker, het hart en de aids zeer goed begrepen. Zij hebben gewerkt vanuit een analyse van hun markt en van hun noden en verwachtingen. Oplijsten wat moet veranderen, verbanden zoeken, berekenen wat het moet kosten, een slim plan ontwerpen en een taskforce samenstellen. Een wetenschappelijk comité samenstellen dat de wetenschappelijke ontwikkelingen volgt en als het moet vertaalt, niet mee wil besturen. En één keer per jaar een dag en een grote actie met bloemetjes en zo. En verder constructief en eigenzinnig aan de weg timmeren. Soms tegen de wetenschap in.

 

Ik vrees dat het is als volwassen worden, op het moment dat je denkt dat je het bent begint pas je eigenzinnige puberteit die de wereld opnieuw uitvindt. Je ziet dat je een stralend voorbeeld bent, en alles wat de ander ziet is een kop vol pukkels. Maar ja, iedereen moet er doorheen. En acne, dat weten we reageert traag op behandeling.

 

Marc van Impe 

12:13 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)