01 oktober 2011

Goede intenties

“Een arts heeft niet het recht om regelgeving, ook al is die onnauwkeurig bepaald, naar eigen intentie te interpreteren,” zei de dokter die het Riziv vertegenwoordigde tijdens de behandeling van de zaak in beroep van Anne Marie Uyttersprot tegen de DGEC. Hoe die regelgeving dan wel moest geïnterpreteerd worden, wist dokter Georges Dusart, geneesheer-inspecteur van het Riziv, niet te vertellen. Dat het Riziv pas na vaststelling van de feiten een richtlijn uitvaardigde en nooit antwoordde op schriftelijke vragen van dokter Uyttersprot , vergat hij liever. Zo staat er in het rondschrijven van het Riziv dat gammaglobulines slechts mogen voorgeschreven worden aan patiënten die o.a. lijden aan een ernstige chronische bacteriële infectie. Wat onder dat begrip valt wordt echter nergens gedefinieerd. In 2007 reeds heb ik die vraag gesteld aan de Rijksdienst. Ik wacht nog altijd op een antwoord.

Een zaak is zeker:  het Riziv beschouwt zichzelf als de heer en meester van de gezondheid van de Belgische patiënt. En de basisvraag die dat beleid bepaalt luidt:  bedreigt de “keuzevrijheid van de patiënt” de openbare organisatie van de gezondheidszorg?  Volgens de rode ridders die de rijksdienst leiden is het antwoord op die vraag volmondig:  ja. Het Riziv gelooft niet in de vrije keuze van de patiënt. Daar is de patiënt niet volwassen genoeg voor, daar heeft hij niet genoeg kennis voor en daar is hij te naïef voor. Daar valt wat voor te zeggen. Maar het Riziv trekt die lijn dus door naar de arts. En dan rijst de vraag of het Riziv daar wel geschikt voor is. De Rijksdienst zal antwoorden dat ze zich daarvoor laat bijstaan door academische experts. Maar daar is van geweten dat die niet altijd met zoveel kennis van zaken spreken, dan wel met oog voor hun eigen belang. Academici delen hun belangen niet alleen met de farmaceutische industrie maar ook met verzekeraars en beleidsmakers. Een professor die we vroegen om als observator het proces van dokter Uyttersprot bij te wonen formuleerde het als volgt: “Als ik dat doe dan krijg ik geen geld voor mijn onderzoeksproject, maar weet dat ik moreel achter de dokter sta.” Een van de door het Riziv aangehaalde experts maakte het wel extra bont: hij ondersteunde zijn eigen advies met een publicatie in het Belgisch Tijdschrift voor Geneeskunde.

Op de valreep bereikte ons het bericht dat nog zo’n professor, emeritus ondertussen, die sinds jaar en dag de stelling verdedigt dat CVS/ME zich allemaal in het hoofd van de patiënt afspeelt, nu cabaretvoorstelling aanbiedt via het netwerk van de CM. Uit de mailing: “Prof. Dr. Van Houdenhove weet als geen ander wat deze aandoening omhelst en kan in een duidelijke taal uitleggen waarover dit gaat.” Wie eens een avond goed cabaret wil zien gebracht door een ouwe rat in het vak gaat voor zijn eerste show naar Hasselt. De vakpers was na de eerste try-out  laaiend: “Hilarisch.” “Niemand kruipt zo in de huid van zijn personage.” “Prachtige choreografie.” “Wat een vaart.” “Pijn van het lachen.” “Net als de referentiecentra: 0,0 procent stress na de voorstelling.”

http://www.educatievewegwijzer.be/index.php?param=cdetail&cursus=14215&cursuslocatie=29316&organisator=356&locatie=690

Marc van Impe

19:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 juni 2011

Open brief aan professor emeritus Guy Ebinger, naar aanleiding van zijn requisitoir in de zaak van dokter Francis Coucke

 15 maart 2011

Geachte professor,

Ik wil deze brief beginnen met een adagio dat u zelf aanhaalde in een proclamatie van 4 juli 2008 voor de studenten van de VUB, waarin u het verband uitlegde tussen vrijzinnigheid en de uitoefening van een goede geneeskunde. U citeerde toen Jules Henri Poincaré die zei dat « la pensée ne doit jamais se soumettre, ni à un dogme, ni à un parti, ni à une passion, ni à un intérêt, ni à une idée préconçue, ni à quoi que ce soit, si ce n'est aux faits eux-mêmes, parce que, pour elle, se soumettre, ce serait cesser d'être. » U sprak toen voor de faculteit Geneeskunde en Farmacologie van de VUB, waar u professor emeritus neurologie bent. Vorige maandag viel u de eer te beurt een advies te geven aan de Raad van Beroep van de Orde van Geneesheren in de zaak van dokter Francis Coucke, die in eerste aanleg veroordeeld werd door de Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen. Over de grond van deze zaak wil ik het niet hebben. Wel over de wijze waarop u uw advies dat resulteerde in een waar requisitoir  tegen de betrokken internist.

Mij dunkt dat u bij die gelegenheid de kans gemist hebt om waar te maken waar u zegt voor te staan.

“Vrijzinnigheid is een individuele houding die er in bestaat dat men de inspanning levert over alle informatie kritisch na te denken en gefundeerd een eigen opinie te vormen. Vrij denken betekent ook dat men zijn mening vrij durft verkondigen,”  zei u. “Het impliceert ook een sociale interactie met positieve attitude naar de anderen. Vrije meningsuiting impliceert dat men bereid is naar de andere te luisteren en ook zijn vrijheid te verdedigen: ‘ik ben het oneens met jou, maar zal alles doen om te verdedigen dat jij altijd en overal je eigen mening vrij mag verkondigen.’ “

Geachte professor, vorige maandag hebt u precies het tegenovergestelde gedaan. U hebt het vrije denken van een arts, en met hem van alle andere artsen die het goed menen met hun patiënten, ondergeschikt gemaakt aan de belangen van een overheidsinstelling en ziekenfonds waarvan bekend is dat ze elke visie op een moderne gezondheidszorg mist. Ik citeer hier uit het laatste rapport van de denkgroep Itinera. De visie van het Riziv en de CM wordt bepaald door eigenbelang, pretentie en slechte wetenschap. En in deze zaak betreffende CVS/ME patiënten, is ze gebaseerd op de dubieuze fundamenten van een psychiatrie die men gerust de minst wetenschappelijke van alle medische disciplines kan noemen.

U bent voorbij gegaan aan de talloze wetenschappelijke argumenten die voor dokter Coucke en zijn verdedigers hebben aangedragen. En u hebt die menen te moeten weerleggen met argumenten die gebaseerd zijn op gemanipuleerde getuigenissen van een expert die zichzelf onbevoegd verklaarde maar toch een oordeel wou vellen en van zogenaamde experten van de Koninklijke Academie van wie bekend is dat ze systematisch optreden als adviseur voor verzekeringsmaatschappijen die onder hun verplichtingen uit willen komen. Zij zijn het die hun vrij denkende collega’s uitmaken voor kwakzalvers.

U hebt in deze de kans gemist om het verschil te maken. U weet nochtans hoe het moet. Nog een citaat van uw hand:  “Zelfstandig denken is het enige alternatief voor het obscurantisme,” zei u in uw proclamatie, maar het is precies voor de politiek van achterkamertjes en ons-kent-ons dat u gekozen hebt.  “In de geneeskunde vertaalt [zelfstandig denken] zich dit door een positieve instelling tegenover de medemens met respect voor zijn vrijheid, gelijkheid en een ware empathie. Met de patiënt hebben, we geen “upstairs-downstairs” relatie. We streven naar een “adult-adult” relatie tussen gelijke partners. Wij geven neutraal en objectief de inlichtingen die de patiënt in staat stellen zo veel mogelijk zelf zijn beslissingen te nemen, wars van elke inmenging of paternalisme. Er moet plaats zijn in een therapeutische relatie voor empathie, medeleven en een warme genegenheid.” U hebt in uw requisitoir partij gekozen voor een paternalistische, neerbuigende en autoritaire geneeskunde.  U hebt niet de vrije denker verdedigd maar uw collega de professor die in de beslotenheid van de werkgroepen rond de referentiecentra liet noteren dat CVS/ME patiënten “in feite lijden aan een renteneurose.”

“Vrij denken is niet altijd eenvoudig, is dikwijls vermoeiend en eist een stevige rug en schouders,” zei u in 2008. “Het denken mag zich niet onderwerpen aan het dogma… Gelukkig is het impact van dogmatische standpunten in de actuele maatschappij sterk afgezwakt en evolueren alle milieus meer naar rationele opvattingen.”  En u haalde aan hoe men in de VS als hoogleraar kan ontslagen worden als men beweert dat het skelet van dinosaurussen ouder is dan 5000 jaar. “Het denken mag zich niet onderwerpen aan een vooroordeel, “une idee préconçue”.  U hield een pleidooi tegen het wetenschappelijke denken waar starre opvattingen quasi dogmatisch verkondigd werden met weinig plaats voor kritische experimenteel verzamelen van feiten. En u veroordeelt daarmee niet alleen een vrij denkende arts tot twee jaar werkloosheid, en onttrekt  zijn tweeduizend patiënten aan broodnodige medische zorg.

Ik heb daar maandag weinig tot niets van teruggevonden. Integendeel. U trok van leer tegen een arts die systematisch de oude denkbeelden in vraag durft te stellen.  U hebt precies dat gedaan wat u drie jaar geleden aankloeg, namelijk “het aankweken van vijandigheid tegen “de andere”. De “andere” wordt gereduceerd tot een archetype waar allerlei kwalijke kwaliteiten worden aan toegekend.”  Men maakt geen vijanden door wat men denkt, doch doordàt men denkt, zei u. Hier hebt u iemand die denkt en die dus fouten risico’s durft te nemen herleid tot een vijand.

“In … totalitaire situaties getuigt het van grote moed om te durven opstaan en te pleiten voor decentie, respect voor de rechtstaat en humanisme. Helaas zijn vele intellectuelen, waaronder het medisch corps, hier erg tekort geschoten,” zei u toen. Was u vooruitziend? Wou u toen al aanklagen wat u voorbije maandag zelf toepaste?

Een laatste citaat van uw hand: “Wanneer je in uw carrière de overtuiging hebt dat men een vriend of collega onrecht aandoet, kies dan niet voor de oorverdovende stilte van het zwijgen. Doe dit op een rustige, zelfzekere manier, zonder angst of schroom maar met een gevoel van innerlijke kracht. Een mens moet maar van één ding angst hebben, namelijk van het feit dat op een ogenblik in het leven hem de moed zou ontbreken om zelf zijn opinie te maken en hier ronduit voor uit te komen: Vrees niets anders dan de vrees. De houding van de vrije denker ten opzichte van autoriteits argumenten, ten opzichte van opgedrongen “vaststaande feiten”, is deze van de systematische twijfel. De ironische levenshouding en de humor helpen ons afstand te nemen en zelfstandig tot een oordeel te komen.”

U hebt in uw requisitoir de meest elementaire principes van het vrijzinnig humanisme verloochent en hebt gekozen voor corporatistisch eigenbelang. Helaas, ik heb geluisterd naar uw woorden en gekeken naar uw daden. Ik kan alleen maar teleurgesteld zijn. En verontwaardigd.  “Misschien weegt uw ingebeeld “ueber ich” te zwaar en moet U het laten nawegen door uw analist,” zei u. Ik wil u de analyse niet aandoen. Duizenden CVS/ME patiënten weten wat die waard is.

Ik hou me liever aan de verklaring van Helsinski  die een zeer degelijke leidraad voor de ethiek van het medisch handelen.  Elke klinische of klinisch farmacologische studie moet getoetst worden aan het absoluut respect voor het individu en zijn autonome besluitvorming. De stelling die u verdedigt veegt daar grandioos zijn voeten aan.

Vrij denken is gebaseerd op vrij onderzoek. Had u dat gedaan dan had u geweten dat vijf jaar voor dit proces dit alles reeds aan gekondigd werd in een brief van een lokale ziekenfondssecretaris die schreef dat het dra gedaan zou zijn met Dr. Coucke en zijn collega want dat het RIZIV en de ziekenfondsen een veroordeling in petto hielden.

Ik wil niet eindigen met een zoveelste citaat van een Poincaré, maar met een bedenking die bij me opkwam toen ik u hoorde besluiten dat dokter Coucke twee jaar schorsing verdient. En dat is de volgende: vrijdenken is geen kunst, geen verdienste, ernaar handelen wel.

Met vriendelijke groet,

 

Marc van Impe

Journalist en ondervoorzitter van de CVS-Liga

09:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)