31 oktober 2016

Maggie De Block staat voor gure winter

De minister houdt voet bij stuk. De artsensyndicaten staan met lege handen. Maar Volksgezondheid zou zich wel eens in de voet kunnen geschoten hebben. Wat is het belangrijkste? De centen of het principe? Het moment is gekomen dat de artsen duidelijk moeten maken wat ze willen. Op woensdag 26 oktober ontving de minister van Volksgezondheid Maggie De Block een delegatie van de artsenvakbonden op haar kabinet. Minzaam en vol begrip werd er geluisterd naar de grieven van de artsenvertegenwoordigers. En het antwoord was duidelijk: helaas, maar toch: de geplande besparingen blijven van kracht.

Meer nog dan vorige week, toen de bezuinigingsmaatregelen bekend gemaakt werden, staan syndicaten en Volksgezondheid diametraal tegenover elkaar. En dat is er niet beter op geworden nu het kabinet heeft laten weten dat volgens hen de conventie niet van rechtswege opgezegd kan worden. Artikel 13.2 kan niet ingeroepen worden.

Dat betekent dat de artsen die het niet eens zijn met de bezuinigingsmaatregelen individueel en per aangetekend schrijven hun conventionering moeten opzeggen. Dat zal niet zomaar gebeuren. Niemand schrijft graag een aangetekende brief, loopt daarmee naar de post, gaat in de rij staan om tenslotte afstand te doen van 4.780 €. Geld dat niemand graag laat liggen. Het is onvermijdelijk dat de artsen die dat wél doen dat inkomensverlies gaan compenseren door hun honorarium aan te passen.

Bruto betekent dat dat een arts per jaar zo'n kleine 10.000 € moet bij vragen aan zijn patiënten. Waarbij zich de vraag stelt of de arts wel over voldoende patiëntencontacten (1.250) beschikt om dat te realiseren. Men moet al zeer standvastig en principieel zijn om zover te gaan. Tweede vraag is of de arts sowieso niet reeds uit de conventie geschopt werd: huisartsen die afbouwen, kleine specialisten en hoofdartsen die sowieso weinig Riziv prestaties, lees: minder dan 25.000€, hebben vallen nu al buiten het sociaal statuut van de conventie. Die kunnen zich gelijk als uitgeschreven beschouwen.

Marc Moens: "Ik raad dit niet aan, ik deel dit mee." Het zou dus best kunnen dat het percentage gedeconventioneerden boven de 40% stijgt. Waarbij de conventie de facto vervalt. In dat geval is een artsenkadaster waaruit moet blijken wie al dan niet geldig gestemd heeft, niet eens nodig.

Over een maand, op 25 november, is een raad van bestuur van het BVAS, Marc Moens kan dan zijn mandaat krijgen om de leden niet enkel in te lichten maar ook tot actie aan te sporen. De andere artsensyndicaten kunnen moeilijk afzijdig blijven. De temperatuur stijgt, het klimaat wordt guur. Now is the winter of our discontent… And all the clouds that low'r'd upon our house. Was het Steinbeck of Shakespeare? Whatever? Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:02 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 juli 2016

Splitsing sociale zekerheid is tsjevenstreek

Sommige mensen leren hun Jezuïetenstreken nooit af. Neem nu de heer Rik Torfs, rector van de KU Leuven en gewezen CD&V Parlementslid die zich tijdens zijn politieke periode nooit heeft laten opvallen door zijn zorg om de sociale zekerheid en de volksgezondheid, en die nu een pleidooi houdt voor de splitsing van de sociale zekerheid. Het is een halve eeuw geleden dat omwille van een paar domme uitspraken van een halfgare katholieke academicus een regering viel en het land op splitsen stond. Rik Torfs wil dat blijkbaar nog eens over doen. Sommige mensen doen alles om in de geschiedenisboekjes te raken.

De Planningscommissie heeft zijn werk gedaan en is - tot zijn verbijstering - tot de vaststelling gekomen dat de historische verhouding voor artsenquota voor het jaar 2022 niet uitkwam op de historische verhouding 60/40 maar op 56,5/43,5.

De Planningscommissie heeft daarvoor gebruik gemaakt van twee databases, die – laten we het maar gelijk zeggen- geen van beide deugen. De eerste database van het Riziv, die dateert uit het gruweljaar 2013 bevat alle artsen die dat jaar tenminste één prestatie geleverd hebben. De accuratesse staat dus boven elke twijfel verheven. Arts is wie een voorschrift schrijft, die tenminste één consultatie per jaar houdt.

De tweede database is afkomstig van Volksgezondheid. Daarin staan ALLE artsen opgenomen, ook zij die geëmigreerd zijn, die al lang in de industrie werken, die negenennegentig zijn en vergeten zijn dat ze nog leven en zij die als vermist zijn opgegeven maar nog niet dood verklaard.

Qua databasebeheer spant België de Europese kroon, maar zolang er in kwesties van Volksgezondheid gestemd wordt met een opt out in plaats van een opt in heeft de overheid er geen enkel belang bij om eindelijk eens werk te maken van een echt artsenkadaster. Dat betekent dus dat niemand weet hoeveel artsen er in ons land echt actief zijn en zullen zijn in 2022.

Tweemaal heeft de Planningscommissie daar tweeënhalf uur over vergaderd. Vooraf hadden alle twaalf leden unaniem verklaard dat ze het met de te gebruiken methodiek eens waren. Het resultaat was wat het was: 56.5 % voor Vlaanderen, 43.5 % voor Franstalig België. Tien van de twaalf leden hebben de uitkomst van de rekening goedgekeurd, de democratie heeft gezegevierd.

Uiteraard weten alle leden van de Planningscommissie dat de cijfers waarop hun berekening gebaseerd is, niet deugen, maar een betere manier van rekenen is er niet. De oplossing die minister De Block voorstelt, met name een compensatieregeling voor de "gedupeerde" Vlamingen, getuigt van gezond verstand. Het voorstel Torfs,- de splitsing van de sociale zekerheid-, zal hoogstens een rimpel in een emmer water veroorzaken.

De rector heeft de voorpagina van De Standaard gehaald, en hij staat op een krukje in het journaal van VTM, en een paar Franstalige commentatoren hebben weer het maagzuur gekregen. In Vlaanderen klasseert men dit onder de rubriek tsjevenstreken.

De pruimentijd is vroeg begonnen dit jaar.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

17:01 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 februari 2015

Het verschil tussen gezondheidszorg en volksgezondheid

 

Ik heb een hoog oplopende discussie met een Britse college die voor de BMJ en de New England Journal de regulators van de DG Gezondheid in Brussel regelmatig de pols neemt. Volgens hem zijn de Belgische ziekenhuizen een paradijs vergeleken met de Britse National Health. Hij heeft een ingegroeide teennagel laten verwijderen. Ik ben het met hem eens, maar kan me niet vinden in zijn betoog dat de Belgische artsen allemaal zo’n jolly good fellows zijn.

Voor de patiënt lijkt het ziekenhuis één grote warme familie, maar achter de schermen is het vaak hard knokken. In de wereld van de zorg is er veel fake. Het gesprek deint uit naar de kwaliteiten van onze geneeskundige stand. Mijn collega heeft evenveel jaren op zijn teller staan en weet net als ik dat de meeste van onze artsen gedegen vaklui zijn of zoals hij dat zegt: "They realise that they will never be a star, but they are very good actors. If their genius never carries them above a certain level, they seldom sink below it."

Minder lovende woorden heeft hij over voor onze ziekenfondsen. Hij begrijpt niet hoe het in deze tijden nog mogelijk is dat je met je briefje in de hand moet aanschuiven om van een lieve dame achter het loket enkele luttele euro's terug te krijgen. Maar erger is nog dat, als je als journalist een vraag stelt, je niet eens een deftig antwoord krijgt. Het is alsof ze met z'n allen een groot geheim bewaren dat –stel dat het uitkomt- voor een gigantische rel zou zorgen.

Voor een Brits journalist die gewend is zelfs zijn eerste minister het vuur aan de schenen te leggen, is dit onbegrijpelijk. Net zoals hij niet begrijpt dat je met je klachten nergens terecht kan. Patiënt empowerment komt er in dit land op neer dat je je situatie leert aanvaarden. Doe je dat niet, dan stap je maar naar de Arbeidsrechtbank. Dat stelde hij vast toen zijn dochter - die door ME een leerachterstand heeft - op haar achttiende plots arbeidsgeschikt bleek en dus niet langer bijstand kreeg. Zijn ziekenfonds liet hem wat dat betreft aardig in de steek, vond hij.

Als ik hem zeg dat een arts nu federaal minister van volksgezondheid en sociale zaken is, en de behandeling van dit soort patiënten wel eens snel zou kunnen verbeteren, kijkt hij daar van op. Is dat dan niet de normaalste zaak van de wereld? Kan een niet-arts in deze tijden nog wel minister van ziekenzorg worden, zoals hij dat noemt. Het gaat toch om health care en niet om public health? We drinken een Guinness en zijn het roerend met elkaar eens.

Marc van Impe

14:53 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)