11 november 2015

Voedselhysterie versus gezond verstand

Dit is een glutenvrije column, tevens vrij van vlees, van suiker en alle mogelijke additieven. Ik lees in een van de weekendkranten wat ik wel en niet eten mag. Ik krijg er het zuur van. Een paar weken geleden mocht ik aanzitten bij een symposium onder oudere mensen zoals dat tegenwoordig heet: artsen, professoren, bedrijfsleiders, journalisten. We aten wat we lustten. Er was niemand die ook maar enige reserve aan de dag legde. Niemand werd achteraf ziek.
Over een paar maanden organiseert onze vereniging haar klassiek Nieuwjaarsdiner. Ik schrijf dit met een hoofdletter want voor de collega's is het dé hoogdag van het jaar. De uitnodigingen gaan nu de deur uit. Met de vraag of iemand een of andere allergie heeft waarmee rekening kan gehouden worden.
Als wij die de zestig voorbij zijn, mogen eten wat we willen, hoe komt het dan dat statistisch gezien een op de vijf van onze jongere collega's aan een voedselallergie lijdt? Volgens de Mayo website lijden vergeleken met zestig jaar geleden nu viermaal meer mensen aan coeliakie. Maar volgens een studie uit 2010 van de Portsmouth University is heel wat van die allergieën pure verbeelding. Een zogenaamd ziektebeeld dat wél in stand gehouden wordt door de geneeskunde.
Ik vermoed dat het veel te maken heeft met die kleine drang om zich te onderscheiden van de ander. Zoals een kennis zich laatst liet ontvallen: "Ik ben allergisch aan schaaldieren maar ik lust wel kreeft."  De consument heeft gelijk dat hij veeleisend is als het om zijn eten gaat.
Al te lang hebben de producenten, de voedingsindustrie en de horeca een loopje genomen met de regels van het goed fatsoen. De consument neemt dat niet meer. Die reactie vertaalt zich in een politiek statement: wij wilden de wereld veranderen, nu wil de hipster zijn lichaam veranderen. Daarom gaat men aan de slow food, organisch eten, lokaal voedsel consumeren. Dat kadert allemaal in het streven naar schoonheid, harmonie, geen stress en eeuwige jeugd.
Wie de keuze heeft eet nu beter. Dat is mooi, maar kan snel ontaarden in een narcistisch welbevinden wat dan weer de ruimte creëert voor sluwe marketeers die daar op inspelen.
In dat licht gezien wordt het duidelijk waarom de WHO op een meer dan twijfelachtige manier de conclusies van "een wetenschappelijk onderzoek" de wereld in stuurde, met als belangrijkste boodschap dat rood vlees eten kanker veroorzaakt. Vier dagen later, zag de wereldinstelling zich genoodzaakt haar onheilsboodschap te nuanceren.  Het zegt meer over de manier waarop Margaret Chan de WHO leidt dan over de vleselijke gevaren.
Chan ging vorig jaar af als een gieter toen ze de bal totaal mis sloeg in de strijd tegen ebola, wat meer dan 10.000 mensen het leven kostte en meer dan 26.000 ebola patiënten besmette. Daar kwam veel kritiek op, vooral op sociale fora waar de policy makers van morgen zich bewegen. De WHO heeft zich willen profileren als een hippe organisatie die bij de tijd is. Dat is ze niet.  QED.
Tenslotte nog dit: eten heeft ook een moreel aspect. En dat maakt het tot een vrij terrein voor godsdienstige fatsoenrakkers die er allerlei verdachtmakingen, zondigheden, dreigingen en verboden aan koppelen. Niet alleen de grote en kleine godsdiensten maar ook alle zelf geproclameerde voedingsgoeroes kondigen hun spijswetten af, en verlenen zich zo een valse autoriteit. Geen zwijn, geen paling, geen tarwe, geen gluten, geen suiker, geen zout, geen alcohol, geen zuivel, geen béarnaise. Merkwaardig dat geen enkele spijswet zegt wat je wél moet eten.
Bij de Florentijn waar ik regelmatig aanschuif voor een portie echte cucina casalinga staat ondertussen gelukkig nog altijd geen glutenvrije pasta op het menu.


Marc van Impe

10:05 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)