21 februari 2016

Komt een vluchteling bij de dokter

Ik lees in de krant dat een aantal huisartsen nog slechts drie asielzoekers per consultatie willen ontvangen. Een huisarts uit het Antwerpse belt me met de boodschap dat hij ze spuugzat is, die Syriërs met hun onmogelijke verwachtingen, hun medisch onverklaarbare klachten en hun onbegrijpelijk Engels.

Een Brusselse huisarts klampt me aan op een receptie en maakt zijn beklag over de gebrekkige ondersteuning door Fedasil bij de behandeling van pas aangekomen vluchtelingen die op hun erkenning wachten. Hij stelt zich de vraag waarom de overheid geen vertalers ter beschikking stelt. Een rondvraag langs verschillende spoeddiensten leert me dat er een probleem is met asielzoekers. Vluchtelingen worden door (huis)artsen vaak beschouwd als een moeilijke groep waarbij psychiatrische problematiek, taalproblemen en grote culturele verschillen de zorg bemoeilijken.

Maar ook de vluchtelingen blijken vaker dan andere patiënten ontevreden te zijn over hun huisarts. Een studente interviewt binnen het kader van haar eindwerk aan aantal Syrische, Irakese en Afghaanse vluchtelingen. Zij rapporteert dat de vluchtelingen zich vaak onbegrepen voelen. Dat ze met hun verhaal niet terecht kunnen bij de behandelende geneesheer. Als je de interviews naleest dan zie je dat je het relaas van de "vluchteling" in twee delen kan opsplitsen: het algemene verhaal, dat bijna altijd gelijk is en het gedetailleerde verslag van de persoonlijke en gaat vooral over wat ik het onthaal bij de balie zou noemen. De ontmoeting met de arts zelf is veel genuanceerder en positiever. In ons land is bij mijn weten nog geen academisch onderzoek gedaan naar de ervaringen van de vluchtelingen met onze gezondheidszorg.

Navraag bij de FOD leert me dat men ook daar geen onderzoek gedaan heeft of dat er een analyse aan de gang is. Men verwijst me naar Fedasil maar daar heeft men andere zorgen aan het hoofd. Artsen zonder Grenzen en Dokters van de Wereld zijn vooral en hard bezig met praktisch werk. Zij zijn vaak de eerstelijnszorg voor asielzoekers.

Uit Nederlands onderzoek leer ik dat er nogal wat overeenkomsten zijn met de voorlopige conclusies van mijn Vlaamse studente, die een allochtone achtergrond heeft. Pharos is het Nederlands landelijke kenniscentrum dat gespecialiseerd is op het gebied van de kwaliteit, effectiviteit en toegankelijkheid van gezondheidszorg voor migranten en vluchtelingen. Op de website www.pharos.nl staat een grote hoeveelheid onderzoeksresultaten.

Ook daar blijkt bij analyse van de vluchtelingeninterviews dat de geïnterviewde vluchtelingen of echtparen een ‘persoonlijk verhaal' hadden naast een ‘algemeen verhaal'. Het algemene verhaal, dat in vrijwel alle interviews aan de orde kwam, bestond uit een verzameling ervaringen van nabije anderen met de gezondheidszorg. De toonzetting was negatief en getuigde van wantrouwen jegens de Nederlandse gezondheidszorg en in het bijzonder jegens de huisarts. De persoonlijke verhalen daarentegen waren genuanceerd, ook in de zin dat dezelfde vluchteling over de ene huisarts in geheel andere bewoordingen sprak dan over een andere. Vluchtelingen vertelden met grote dankbaarheid over levensreddend optreden van huisartsen en over hun begrip, aandacht en openheid, maar ze vertelden ook over denigrerende of generaliserende uitspraken, over niet serieus genomen ernstige signalen en over afwerend of zelfs verbaal agressief optreden van huisartsen.

Medisch onverklaarde lichamelijke klachten bleken een belangrijke plaats in te nemen in de interviews, zowel die met huisartsen als die met vluchtelingen. De Nederlandse website www.huisarts-migrant.nl is een zeer mooie en toegankelijke website en een rijke bron van informatie voor in de dagelijkse praktijk. Uit het boek Huisarts en vluchteling: "Veel asielzoekers en vluchtelingen komen uit de hedendaagse conflictgebieden waar traumatische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden of nog steeds plaatsvinden. Zij en hun kinderen kunnen in meerdere of mindere mate lijden aan de gevolgen daarvan. Er is vaak sprake van specifieke problematiek, die vraagt om een specifieke benadering. Door andere achtergronden, importziekten, geweldservaringen, etniciteit, en culturele verschillen is een ander behandelaccent noodzakelijk, om dezelfde kwaliteit van zorg te garanderen als bij reguliere patiënten."

Tot slot een anekdote: een jong vluchtelingenkoppel uit het Nabije Oosten komt bij de huisarts. Er is een dringende kinderwens. In België kan elke vrouw zwanger worden, weet de man. Of de dokter dus dringend het nodige wil doen. De arts zegt dat hij het stel doorverwijst naar de bekende fertiliteitskliniek in Jette. Hij beschrijft het protocol en de onderzoeken die men gaat uitvoeren. Waarop de man verontwaardigd opstaat en de consultatie wil beëindigen. Niet hij heeft een probleem, hij ejaculeert zoveel en zo vaak hij wil. Zijn vrouw is de oorzaak van zijn verdriet.

Het boek Huisarts en vluchteling, een Practicum Huisartsgeneeskunde voor opleiding en nascholing, van E. Bloemen en J. van der Laan  ISBN 9789035234109 kost 27 euro, bestelt u op Pharos.nl.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

12:06 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

11 december 2015

Ze gaan nooit meer terug, wen maar aan de gedachte

Ik spreek in Vilvoorde met een oude vluchteling die hier al meer dan zeventig jaar woont. Hij werd hier tijdens de tweede wereldoorlog geboren als zoon van twee Spaanse ouders, vader Bask, moeder Catalaanse. Vluchtelingen voor de Spaanse burgeroorlog, zoals er na 1936 zovele duizenden naar Vilvoorde kwamen. Dat maakt dat deze stad ervaring heeft met nieuwelingen. Uit zijn verhaal klinkt dankbaarheid voor de geboden kansen, frustratie over de talrijke obstakels die moesten geslecht worden, de discriminatie op school, in de fabriek, bij het vinden van een woning. Maar ook trots over zijn dochter die hoofdverpleegster werd, zijn zoon die professor geneeskunde is, zijn kleinkinderen die bij de omroep werken.


En dan zegt hij iets dat me het meest verbaast: de haat tegenover de franquisten omdat ze zijn land en zijn steden voor altijd veranderd hebben.  Hij heeft nooit Toledo kunnen zien zoals het voor de oorlog was, Cordoba, Madrid, San Sebastian, Bilbao, Barcelona, Valladolid. Steden die voor altijd van gezicht veranderd zijn.  Oorlog schaadt de psyché van de mens, maar minstens even erg is de vernietiging van het architecturaal erfgoed en het urbanistisch weefsel. Dat maakt deel uit van een cultureel erfgoed dat hij voor altijd kwijt is.


Ik kan niet anders dan hem gelijk geven. Ik maak hetzelfde mee. Ik zag in de jaren zeventig Bagdad, Mosoel, Damascus, Beiroet en ook Palmyra, de talloze woestijnstadjes, de oases, de serails die nu veranderd zijn in puinhopen en waar nog dagelijks gebombardeerd wordt. Er was een dictatuur. Maar de vrouwen liepen er toen in 1976 in Beiroet en Damascus even modieus bij als in Knokke of Parijs. Er waren cafés, restaurants, moderne hotels, een goed functionerende openbaar transport. De universiteiten gonsden van de intellectuele bedrijvigheid, er waren echte kranten en weekbladen. En dat alles naast levendige soeks, moskeeën, tempels en Chaldeeuwse kerken.


Dat oosten dat ons het oriëntalisme geschonken heeft is voor altijd weg. Dat is ook een consequentie van wat nu al bijna vijftien jaar war on terror gebracht heeft. In het nabije oosten heerst een mentale veenbrand. Die blus je niet vanuit de lucht.


We gaan nooit terug naar Spanje, zegt hij. Je gaat niet terug naar je verleden als dat in puin werd geschoten. Zij gaan nooit terug naar Syrië. Wen maar aan die gedachte.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

15:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)