12 november 2015

Een nekslag van de verzekering

Een huisarts mailt me het verhaal van een van zijn patiënten die door haar verzekeringsmaatschappij in de kou gezet wordt. Het gaat om een dame die ten gevolge van een zwaar verkeersongeval een whiplash opliep en die sindsdien haar normale beroep niet meer kan uitoefenen. De verzekeringsmaatschappij betwist het ongeval en noch zijn gevolgen, maar argumenteert dat het hier gaat om een letsel dat aanwezig was maar niet als dusdanig herkend voor het ongeval. En als het gaat om het bepalen van de lichamelijke schade weigert de door haar aangeduide expert, neuroloog T. uit T. de door de huisarts voorgestelde diagnostische test, met name het Quantitative EEG, dat volgens hem enkel aangewezen is bij psychiatrische aandoeningen. “In België wordt dit onderzoek niet terugbetaald door RIZIV voor neurologische indicaties,” aldus de verzekeringsmaatschappij, “wegens niet valide genoeg. Het wordt enkel als technisch onderzoek in psychiatrische indicaties terugbetaald. Betrokkene laat uitschijnen dat dit onderzoek een nieuw, veelbelovend, heel accuraat onderzoek is, dat eventuele kleine traumatische letsels in de hersenen (axonal injury) zeer zeker in het licht kan stellen, en dat hierdoor het causaal verband met haar trauma ontegensprekelijk kan aangetoond worden. In werkelijkheid gebiedt intellectuele eerlijkheid ons dat dit onderzoek een tweederangsonderzoek is, inferieur aan beeldvorming en neuropsychologische testen,en dat uit afwijkingen op dit onderzoek geen waardevolle conclusies getrokken mogen/kunnen worden wat betreft fijne letsels en nog minder naar een eventuele causaliteit met een trauma.”
Dit standpunt wordt door verschillende experten formeel tegengesproken. Een q EEG is geen ‘experimentele techniek'. Wat betreft de gebruikte q EEG bronlokalisatie methode (‘LORETA') zijn er momenteel reeds vele honderden wetenschappelijke artikels gepubliceerd die het gebruik maken van deze methode positief evalueren. Maar dat een arts in opdracht van een verzekeringsmaatschappij hardnekkig blijft volhouden dat onderzoek niet vallabel is en daarvoor oneigenlijke argumenten aanhaalt is lang geen uitzondering. Een specialist in hersenonderzoek schrijft in deze: "Helaas zijn de bevindingen van Dr. T. gebaseerd op verouderde principes en staan zij haaks op de mogelijkheden anno 2015. De  basis van het EEG onderzoek werd in de jaren 20 vastgelegd. Hans Berger nam het eerste eeg af in 1924. Gelukkig evolueren dingen, In de geneeskunde is 10 jaar een eeuwigheid, dankzij nieuwe technologie. Het q EEG is een even waardevolle tool (én goedkoper) als een fMRI, bewijs daarvan zijn de diverse studies die met q EEG en fMRI werden uitgevoerd waarbij dezelfde hersengebieden en functionele netwerken worden aangetoond. ( De Ridder D, Theta-gamma dysrhythmia and auditory phantom perception Case report, 2011). q EEG wordt wel degelijk als een waardevolle tool in de neurofysiologie beschouwd.
Door middel van source localization kan de elektrische activiteit van diepere hersenregio's, zoals de Hippocampus, de Cingulate cortex, … wel worden opgemeten (LORETA en sLORETA). Artefacten zoals spierspanning, oogbewegingen, … kan perfect worden gefilterd en heel fijn worden verwijderd zonder dat dit de gemeten hersenactiviteit beïnvloed, een perfect instrument hiervoor is het computer programma ‘ICON' (van Marco Congedo) en is gratis te downloaden via internet. Het q EEG laat toe het EEG van de patiënt te vergelijken met normgroepen gebaseerd op leeftijd en geslacht!
Een q EEG is niet inferieur aan neuropsychologische testen maar kan een perfect aanvullende meerwaarde betekenen. Je kan koorts voelen met de rug van de hand, maar met een thermometer kan je de temperatuur meten. Het is niet te begrijpen dat het q EEG, waarover voldoende wetenschappelijk studiemateriaal is verschenen (www.pubmed.com) nog steeds wordt afgedaan als nonsens. Om functionele schade vast te stellen is het kijken naar anatomische structuren alleen onvoldoende. Wanneer een computerprogramma blokkeert ga je niet naar het toetsenbord kijken, maar analyseer je het programma zelf. Het q EEG bekijkt het programma, de MRI bekijkt de hardware en neuropsychologische testen bekijken hoe het programma werkt.
Wat echter veel erger is, is het feit dat q EEG is in België sinds november 2012 door het RIZIV erkend, in tegenstelling tot de meeste Europese landen.
Patiënte schreef het Riziv aan en stelde de vraag of het juist is als de gerechtsdeskundige beweert dat het q EEG door het RIZIV alleen erkend wordt  voor  psychiatrische aandoeningen.
Het antwoord van Ri De Ridder, directeur-generaal bij het Riziv is duidelijk:
"De nomenclatuur van de geneeskundige verstrekking voorziet in artikel 20 f) ter, "de verstrekkingen die tot de bekwaming van het specialisme psychiatrie behoren" een verstrekking voor q EEG: begeleid van een aantal toepassingsregels.

In dit geval voorziet de verzekering alleen een terugbetaling indien het onderzoek uitgevoerd wordt door een psychiater. Het bleek namelijk dat andere artsen-specialisten deze q EEG's niet uitvoeren en hiervoor niet zijn uitgerust. De experten die hierover geraadpleegd werden stelden verder dat het complexe technieken zijn die veel tijd vergen, waarvoor het juiste materiaal en de nodige specifieke opleiding en kennis noodzakelijk is, en die dan ook maar door een beperkt aantal psychiaters kunnen uitgevoerd worden. Noch de omschrijving , noch de toepassingsregels vermelden een beperking tot een welbepaalde soort (psychiatrische of neurologische) pathologie.
De q EEG zal dus vergoed worden voor elke onderliggende pathologie waarover de voorschrijver via een precieze klinische vraag  in zijn voorschrift, door dit onderzoek  tot een duidelijker  inzicht  wil komen."
Het is niet de eerste maal dat ik moet meemaken dat een verzekeringsmaatschappij bewust verouderde wetenschappelijke literatuur gebruikt voor haar argumentatie, zegt de huisarts, maar dat ze het Riziv impliciet verkeerd citeert heb ik nog nooit gezien.
Ondertussen wacht de patiënte op de uitspraak van de rechtbank.
 
Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

24 februari 2015

Ik moet iets bekennen....

We kijken uit op de lente die hier aan de oevers van de Semois er nog lang niet aankomt. Boven het dal hangt de rook van houtkachels. Binnen brandt de haard, we drinken de rest van het kerstbier en bespreken de toestand van de wereld. Ik heb een bekentenis te maken. Mijn vrienden zetten hun glas neer. Dit is een ernstig moment.

Ik ben een verkeersdelinquent. Een gevaar op de weg. Een onverzekerbaar risico. Onze Waalse vriend, de huisarts met pensioen,  knikt begrijpend. Hij heeft het altijd gezegd. Ik citeer mijn verzekeringsmakelaar. Ik leer dat na meer dan veertig jaar quasi schadevrij rijden, nooit een ernstig ongeval gehad te hebben, nooit grote blikschade, mijn verzekering me bedankt voor mijn vertrouwen en me verzendt naar het zogenaamde Tariferingsbureau. En zoals mij, leer ik, zijn er zo'n dertigduizend in dit land. Dat komt zo.

Het voorbije jaar had ik twee kleine aanrijdingen: een klassiek licht kop-staartje in de file op weg naar huis, snelheid schat ik zo'n 5 km per uur, en een dame die de handgreep van mijn deur aanreed. Ik stond geparkeerd en de weg was te smal voor haar formaat. Niet iets waar je de verkeerspolitie bijhaalt, keurig in der minne geregeld. Eigen schade eigenlijk nul. Niet eens geclaimd.

Wat ik wel aan de verzekeringsmaatschappij vroeg was of ze geen goedkopere polis in de aanbieding hadden gezien ik nu toch niet zoveel kilometers meer rijd. Dat was teveel gevraagd. Keurig kreeg ik aangetekend mijn polis opgezegd. En word ik van de weeromstuit geweigerd door alle andere verzekeringsmaatschappijen.

Volgens mijn makelaar is een belangrijke factor mijn leeftijd. Eenmaal je de 65 nadert ben je blijkbaar de schrik van de autoweg. Mag ik even blij zijn, zegt mijn makelaar, dat ze nog geen medische keuring vragen. Want 65-plussers die zijn ze liever kwijt dan rijk. Terwijl ik dacht dat juist die generatie in de betere, dus duurder verzekerde automobiel reed. Ik vergis me, uit de big data die de verzekeringsmaatschappijen sinds jaar en dag in alle stilte aanleggen en waarin zowat elke Belg opgeslagen zit, kunnen naar wens analyses gepuurd worden die je je niet kan voorstellen.

Als de verzekeringsmaatschappijen dat willen kunnen ze zo de diabetici, de nachtblinden, en nog wat andere afwijkenden uit het systeem filteren. Want via de levensverzekeringen, de schuldsaldoverzekeringen en de inkomstenverzekeringen weten ze precies hoe hun cliënteel er aan toe is. Allemaal polissen waarvoor je een medische vragenlijst op eer en geweten zo niet bij de huisarts van dienst moet invullen. Op die manier kunnen de actuarissen van dienst de evolutie van je gezondheidstoestand perfect inschatten.

De discussie barst los. Ieder van ons kent wel iemand die door de verzekeringsmaatschappijen geshunt wordt. Het gekke is dat diezelfde verzekeringsmaatschappijen wel bereid zijn  je voor een flink pak extra euro's wel te verzekeren via datzelfde tariferingsbureau. Het komt er in feite op neer dat ze een slimme manier gevonden hebben om hun poliskosten op te drijven, zegt de apotheker, die zeer behendig is in het maken van rekeningen. Mijn vriend de homeopaat tekent op een bierviltje de kruisbestuiving uit tussen autoverzekering, hypotheek, bankrekening en hospitalisatieverzekering. De paranoia kijkt om de hoek.

Maar mijn vriend de chirurg die zopas opnieuw gesetteld is, komt met een oplossing: dan laat je toch gewoon je geleerde vrouw rijden? Die is toch een stuk jonger? Ik vrees dat dit een maatje te groot is. Ondertussen wacht ik op een voorstel van het Tariferingsbureau. Er zijn nog negenentwintigduizend wachtenden voor mij. Tot overmaat van ramp is het kerstbier op. De vasten is nu echt ingetreden.

Marc van Impe

Bron : MediQuality

12:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 augustus 2014

Een databaseramp

Het was pas toen het verslag van de adviserende geneesheer van de verzekeringsmaatschappij kon ingekeken worden dat duidelijk werd dat er iets verschrikkelijks fout gelopen was in het dossier. Daar stond zwart op wit geschreven dat een patiënte een op een miskraam uitgelopen tweede zwangerschap had meegemaakt, wat uiteraard de verklaring moest zijn voor de zware depressie waaraan ze zonder twijfel leed. Dit dossier was getekend door een van de meest vooraanstaande psychiaters van dit land. Alleen was er nooit een tweede zwangerschap geweest. En had de geleerde professor een foute notitie gemaakt in zijn aanvankelijk verslag. Maar door elke arts werd zijn aantekening voor waar aangenomen. De depressie bleek een ernstige immuunstoornis te zijn.
Ik lees deze zomer een gelijkaardig verhaal in een lezersbrief in mijn voortreffelijke weekblad The New Scientist. Tony King uit Lilydale, Victoria in Australië, waarschuwt ons voor de gevaren van een onwrikbaar geloof in geïntegreerde databases. Met een EMD, zoals dat ook in Australië bestaat, kan behoorlijk wat fout gaan, schrijft hij. Kings vrouw kreeg drie jaar geleden een diagnose in haar dossier geschreven. Van bij het begin had hij het vermoeden dat er iets ernstig fout was. Maar het bleek onmogelijk om een degelijke second opinion te krijgen. De ziekenhuizen logden immers allemaal op dezelfde onfeilbare database in en telkens kwam het foute verdict. Sterker nog, de artsen die King en zijn echtgenote consulteerden, weigerden bijkomende onderzoeken uit te voeren en verweten haar ziektewinst te willen halen uit een ingebeelde somatoforme aandoening.
Het heeft drie jaar geduurd voor mevrouw King terecht kon bij een arts die los van de centrale database zijn eigen diagnose wou stellen. Die werd door verder onderzoek bevestigd, en nu is mevrouw King in goede handen en aan de beterhand.
Het geval King bevestigt wat ik al wist. Als één iemand een fout maakt in je dossier, dan is het verrekt moeilijk om die weer recht te zetten. En de ervaring heeft me geleerd dat hoe logger en anoniemer het ambtenarenapparaat is achter de database, des te groter het risico op falen.
Komt daarbij dat de consultatie van een dergelijke database veel verder gaat dan men zich nu kan voorstellen. Zo werd begin deze maand in de VS Healthapp gelanceerd. Voor 99 dollar per maand kunnen Amerikanen onbeperkt toegang tot een arts krijgen via hun smartphone dankzij deze app. HealthTap was al een website waar patiënten gratis medische vragen konden stellen aan artsen, met 100 miljoen actieve bezoekers, en 62.000 aangesloten dokters die sinds de oprichting in 2010 1,9 miljard antwoorden gaven.
Met de nieuwe HealthTap Prime-app kunnen patiënten via de smartphone een privé videoconferentie aangaan met een huisarts, die online een diagnose kan stellen. Ook het online voorschrijven van medicijnen is mogelijk. Het is meer dan een Skypeverbinding met een ‘doktersstrik' eromheen, volgens de makers. De arts krijgt bijvoorbeeld ook toegang tot het medisch dossier en eerdere vragen die de patiënt heeft gesteld op de HealthTap-website. En hier wringt het schoentje. De artsen krijgen betaald per consult door HealthTap.
Bij Google kan je nu eisen dat je foute of achterhaalde berichten verwijderd worden. Daar moet je goede redenen voor hebben. Maar het kan. Wie garandeert mij dat de beheerder van de centrale patiëntendatabase zijn fouten zal willen rechtzetten?

En wie zal hij het eerst geneigd zijn te geloven: de arts of de patiënt?


Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

16:48 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)