30 september 2016

Hoogopgeleiden gaan het vaakst alternatief

Niet de simpelen van geest maar de hoogopgeleiden zoals u, die meestal pretenderen het beter te weten, doen een beroep op alternatieve geneeskunde. Sinds de affaire Klaus Ross, de Duitse natuurgenezer die dodelijke slachtoffers maakte, is die alternatieve geneeskunde de voorbije maanden eens te meer in een slecht daglicht komen te staan. De vraag die ik me daarbij stel: wie zijn die adepten, -patiënten wil ik ze niet noemen-, van al dat alterneuterig gedoe? Het antwoord komt luid en klaar uit Nederland, daar zijn er maar liefst een miljoen gebruikers, en die blijken vaak hoogopgeleid. Etnoloog Peter Jan Margry: "Zijn dat allemaal naïeve idioten? Ik zou het niet durven beweren."

Terwijl ik in Londen praat met Jo Marchant, die op The News Scientist Live een lezing gaf rond het thema Can you think yourself well? en het succes van alternatieve geneeskunde uitlegt via het placebo effect, loopt in Amsterdam een tweedaags congres voor wetenschappers uit de hele wereld die alternatieve geneeswijzen als cultureel fenomeen bestuderen. Professor Peter Jan Margry, hoogleraar Europese etnologie aan de Universiteit van Amsterdam, zegt niet te weten welke behandeling nut heeft en welke onzinnig is maar hij weet wel wie er gebruik van maakt en waarom.

Margry onderzocht deze zomer 1.400 mensen. Ongeveer de helft van hen zegt alternatieve behandelingen te ondergaan. Volgens de jongste peiling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), uit 2014, laten één miljoen Nederlanders zich alternatief behandelen. Margry: "Paradoxaal genoeg heeft volgens ons onderzoek 83 procent van de mensen die een alternatieve genezer bezoeken, een hbo- of wo-opleiding (hoger onderwijs, nvdr.)."

Paradoxaal, want „de gedachte is vaak dat hoogopgeleiden zich niet met alternatieve geneeswijzen zouden inlaten". Het overgrote deel van de mensen die gebruik maken van alternatieve geneeswijzen, heeft vage pijnklachten die niet weggaan. Maar ook mensen met huidziektes, stofwisselingsproblemen, moeheid, lusteloosheid, stress, zenuwpijn, RSI en hyperventilatie zoeken naar alternatieve oplossingen."

Als mensen hun heil zoeken bij een alternatieve genezer, bespreken ze dit volgens hem vaak eerst met hun huisarts – in veel gevallen is de behandeling complementair, niet volledig alternatief.

Artsen die alternatieve geneeswijzen propageren, worden afgeschilderd als onbetrouwbare, op geld beluste „kruidenvrouwtjes" en „Jomanda-achtigen", zegt Margry in de NRC. En patiënten, of consumenten, worden beschouwd als naïevelingen die geloven in sprookjes. Niet het terrein, kortom, waar je verwacht dat veel hoogopgeleiden er genezing zoeken. Dat komt omdat publiekelijk vooral over alternatieve geneeswijzen wordt gesproken als zich uitzonderlijke misstanden voordoen.

De Vereniging tegen de Kwakzalverij, in ons land vertegenwoordigd door Skepp, speelt volgens Margry een grote rol in de gepolariseerde beeldvorming over alternatieve geneeswijzen. Die vereniging werd in 1881 opgericht door artsen die verontrust waren over ongeoorloofde behandelaars, mensen die niet voldeden aan de Wet op de geneeskunde. En nog altijd voert de vereniging campagnes, spoort alternatieve genezers op en wijst hen publiekelijk op hun dwalingen.

"Maar de vereniging vormt ook een soort vreemde gemeenschap", zegt Margry, "die hooghartig en eenzijdig het eigen gelijk blijft ventileren en koesteren." Zo blijft de vereniging er volgens hem op hameren dat methoden van alternatieve genezers in de regel geen duidelijke wetenschappelijke onderbouwing hebben.

"Er is geen bewezen werkzame kracht maar het helpt de consumenten, cliënten of patiënten – hoe moet je ze noemen? – wel. Zij voelen zich er beter bij. Of dat reëel is of niet: moeten wij dat bepalen?"

Zo noemt de vereniging gebruikers van alternatieve behandelingen onnozel. Ten onrechte, ziet Margry in zijn enquête. "Mensen beseffen in de regel dat de werking onbewezen is, maar toch kiezen zij ervoor, vooral omdat het velen het gevoel geeft dat er aandacht voor hen is en dat het hen helpt."

De tijdgeest is gunstig voor alternatieve genezers, zegt Margry. "Naar alternatieven voor de reguliere arts zoeken sluit aan bij de algemene erosie van traditionele autoriteit die je in de samenleving ziet." Juist hogeropgeleiden nemen niet zomaar aan wat hun reguliere arts vindt. Ze gaan zelf op onderzoek uit, blijkt ook uit de enquêtes die hij afnam.

Volgens Margry maakt de Vereniging tegen de Kwakzalverij wel terecht bezwaar „als er ‘Klaus Rossen' opstaan die gevaarlijke handelingen met injecties uitvoeren". Anderzijds, zegt hij: "De vereniging is tegen alles wat buiten de biomedische wereld valt. Daar zitten ook veel zaken bij waar weinig mee aan de hand is. Het woord kwakzalver is puur negatief en heeft een stereotyperende lading. Terwijl zowat half Nederland aan mindfulness doet, ook een alternatieve therapie."

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

 

 

08:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 april 2016

De weervoorspellers van de psychologie

De helft psychologische studies bevat statistische fouten, lees ik in een Nederlandse krant. Waaarom ben ik niet verbaasd. Vijfenveertig jaar zit ik in dit vak en toen ik er aan begon stond de psychologie nog in haar kinderschoenen. We kregen als student in de rechten les van een professor die zijn carrière gebouwd had op twee boekjes: Moord en Dubbelzelfmoord. Nu zou deze op zijn best omschreven worden als het werk van een morbide fantast. Toen was het verplichte vakliteratuur en hij en zijn uitgever werden elk jaar beter van zijn verzamelde fantasmen. Achteraf bleek de man net als Freud alles, maar dan ook elke case study, verzonnen te hebben.

Het zijn zware tijden voor psychologen. De uitkomsten van het onderzoek gelden voor de sociale, klinische en experimentele psychologie, lees ik. Vooral sociaal psychologen misbruiken onderzoek om de samenleving bij te sturen. Tiens, zou enige linkse flinksigheid daarbij een rol spelen? Ach, een eindje verder in een ander weekblad lees ik dat wetenschappelijke tijdschriften vaak psychologische studies met onjuistheden publiceren. Bij de helft van de studies zijn statistische fouten gemaakt. Bij één op de acht studies gaat het om grote onzorgvuldigheden in de cijfers, waardoor de statistische uitkomsten onjuist zijn. Dat concludeert de Tilburgse onderzoeker Michèle Nuijten, na een steekproef met dertigduizend artikelen. Nuijten onderzocht de studies niet handmatig, maar gebruikte een instrument dat de statistische onderdelen toetste. Voor deze studie ontwikkelde Nuijten, samen met Sacha Epskamp van de Universiteit van Amsterdam, een instrument dat statistische onvolkomenheden in studies opspoort, statcheck. Dat werkt ongeveer zoals de spellingschecker die op spelfouten controleert. Handmatig is het lastig 30 duizend studies na te pluizen. Statcheck controleert het statistische deel waaruit moet blijken of de gevonden effecten in een experiment wel of geen toevalstreffer zijn. In papers die claimden dat het gevonden effect geen toeval was, zaten vaker ernstige fouten dan in studies die niet boven de toevalligheidsgrens uitkwamen.

De Tilburgse psycholoog Jelte Wicherts deed in 2011 al soortgelijke heranalyses en kwam tot dezelfde bevindingen. In een geruchtmakende enquête onder tweeduizend psychologen gaven twee op de tien onderzoekers toe dat ze weleens data hadden weggelaten of bijgesteld. Er zijn onderzoekers die hun resultaten aanpassen aan hun conclusies in plaats van andersom. Er werd nagegaan of de conclusies van de experimenten niet op toeval waren gebaseerd. Niet dus.

De conclusies van Nuyten zijn de tweede klap in twee maanden tijd voor het psychologische vakgebied. Eind augustus bleek dat psychologische onderzoeken vaak onbetrouwbaar zijn. Het vakblad Science schreef toen dat slechts 39 procent van de studies betrouwbare resultaten genereren. Uit meer dan de helft van de experimenten kwamen andere onderzoeksresultaten toen ze gereproduceerd werden. Maar de linkse media lopen weg met de resultaten. Niet zelden is er sprake van wensdenken of bewijs over zaken die er -in de ogen van de onderzoeker- logischerwijs zouden moeten zijn. Misschien moet er eens een onderzoek gestart worden waarom voornamelijk linkse mensen deze vormen van "wetenschap" beoefenen.

Overigens is de kwaliteit van de statistiek in veel artikelen in medische tijdschriften niet veel beter dan die van de psychologen. Ook worden er regelmatig spelfouten gemaakt. Voor dat laatste kan ik moeizaam begrip opbrengen. Spellbinders en eindredacteuren zijn niet meer wat ze geweest zijn. het erge is dat vooral beleidsmakers hun beleid baseren op dit zogenaamd wetenschappelijk onderzoek. Het lijkt wel economie of metereologie: achteraf altijd een verklaring, altijd gelijk.  I rest my case.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)