06 juli 2012

Uit de tijd

Volgens de Nederlandse hoogleraar radiotherapie Marco Van Vulpen moeten ziekenhuizen evolueren naar een ander organisatiemodel, niet langer opgedeeld in specialismen maar via zorglijnen waarbij de route van de patiënt centraal staat. De indeling in specialismen is een achterhaald overblijfsel van vroeger, zegt van Vulpen van het UMC Utrecht in zijn oratie die hij op 19 juni uitsprak. Van Vulpen vindt de indeling van ziekenhuizen in divisies, afdelingen en specialismen naar ziektebeeld dus achterhaald. Het zijn kolommen die goede patiëntenzorg belemmeren. Volgens Van Vulpen lopen verantwoordelijkheden en bevoegdheden spaak. “Wie is er verantwoordelijk voor de aansluiting tussen de kolommen? Waar en wanneer begint de zorg in de andere kolom? En wie draagt de verantwoordelijkheid in het grijze tussengebied? De slagkracht om iets voor elkaar te krijgen buiten het eigen vakgebied ontbreekt.” Als oplossing stelt Van Vulpen een nieuwe indeling voor: de route van de patiënt door het ziekenhuis moet centraal staan. Bijvoorbeeld een zorglijn borstkanker. Binnen deze zorglijn is een vast basisonderzoek nodig. Hierna wordt in een multidisciplinaire bespreking bepaald in welk zorglijn, route A, B of C, de patiënt zal worden behandeld en gevolgd. “Ik ben ervan overtuigd dat 99 procent van alle zorg in een standaard parcours kan worden gevangen. Iedere route bestaat uit diverse teams van artsen uit diverse disciplines die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg voor een bepaalde patiënt. Het betekent dat patiënten niet langer onder behandeling zijn van één specialist.”  Een interessante denkpiste die ook in ons land ingang mag vinden. Maar kan dat wel in een land waar er op enkele weken tijd bijna 300 huisartsen meer geteld worden? Enkele weken geleden zegde La Ministre dat er 8200 zijn. Dinsdag in TerZake waren dat er bijna 8500! Letterlijk.
Marc van Impe

19:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

01 december 2011

Amygdala

Neurowetenschappers van het UMC Utrecht hebben ontdekt hoe de hersenen voorkomen dat ze overspoeld raken met emotionele herinneringen. Dit mechanisme is wellicht verstoord bij patiënten met posttraumatische stress-stoornis. Ze beschreven hun vinding in het tijdschrift PNAS van begin augustus. Neurowetenschapper dr. Henk Karst van het UMC Utrecht bestudeerde zenuwcellen in de amygdala van muizen, een hersengebied dat betrokken is bij het opslaan van emoties. Het toedienen van het stresshormoon cortisol aan deze zenuwcellen bootst het meemaken van een angstige of stressvolle situatie na. De zenuwcellen worden actiever na blootstelling aan het stresshormoon, dat legt een stressvolle herinnering vast in het geheugen. Maar, ontdekte Karst, als dezelfde zenuwcellen een paar uur later weer in aanraking komen met het stresshormoon, daalt hun activiteit juist. Een nieuwe stressvolle ervaring wordt daardoor niet opgeslagen in het geheugen.

“Dit mechanisme beschermt het geheugen tegen een overload aan stressvolle herinneringen”, zegt Karst. “Het betekent ook dat je het stresshormoon juist nodig hebt om ervoor te zorgen dat je niet overspoeld raakt met traumatische herinneringen. Patiënten met het posttraumatische stress-syndroom maken minder cortisol. Onze resultaten zouden kunnen verklaren waarom deze mensen last hebben van hun herinneringen.”

Het verkeerd verwerken van stressvolle situaties door de hersenen speelt waarschijnlijk een rol bij het ontstaan van angststoornissen zoals posttraumatische stress-stoornis. Oorlogs–veteranen met posttraumatische stress-stoornis kampen met herbelevingen van traumatische herinneringen. Zij hebben vaak ook slaapstoornissen, concentratieproblemen en geheugenproblemen. Zou dat bij CVS/ME patiënten ook het geval zijn? Is een ontmoeting met een controlearts van het Riziv traumatisch genoeg om je amygdala op hol te laten slaan? Hebben controleartsen amygdala? Graptje!

Marc van Impe

http://www.pnas.org/content/107/32/14449.abstract

13:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)