12 augustus 2016

Ziekenhuis is zacht doelwit voor terreur

Met de terreuraanslag in een katholieke kerk in Saint-Etienne-du-Rouvray is de mogelijkheid van een aanslag in een ziekenhuis of een andere zorginstelling een stap dichterbij gekomen. De dreiging van een terroristische aanslag blijft een lage maar realistische waarschijnlijkheid, maar dat doet niets af aan de plicht van de ziekenhuisdirecties om de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen. Duizenden kerken bewaken is een onbegonnen werk. Maar een paar honderd ziekenhuizen beschermen ligt wel binnen de mogelijkheden.

De ministers Jambon en De Block hebben vorig jaar, eind november, al een waarschuwing naar de ziekenhuizen gestuurd. De vrees bestond toen dat terroristen zouden infiltreren tussen de andere hulpverleners na een aanslag. Aanleiding daartoe was een verijdelde aanslag tijdens de voetbalwedstrijd Duitsland-Nederland met ambulances en de diefstal van beschermingskledij in Frankrijk. Ondertussen heeft de terreur een nieuwe fase bereikt. Het gaat niet langer en uitsluitend om al dan niet goed getrainde terroristen maar om freelancers die per WhatsApp de eed van trouw aan IS afleggen en vervolgens hun persoonlijke moordaanslag gaan uitvoeren. Op een paar Chinese toeristen in een lokale trein, in de woonkamer van een koppel politieagenten, een oude pastoor in een dorpskerkje. Het gaat niet langer om de symboliek van de daad maar om het effect van de angst, het opwekken van haat, het totale nihilisme. Met een bijl of een mes.

Ik wandel het ziekenhuis binnen via de hoofdingang. Voor de entree staan de klassieke nicotinejunkies gekoppeld aan hun baxter. De draaideur staat opengeklapt omwille van de zomerhitte. Het meisje van de krantenwinkel annex cadeaushop kletst met een klant. Mensen checken in aan de elektronische balie. Aan het plafond hangt een camera die de klassieke va-et-vient van een lokaal ziekenhuis registreert. Drukte maar niet te druk, niemand die iemand controleert. Een koppel uit het vluchtelingencentrum vraagt de weg bij het onthaal. Een jongen op krukken. Een hoogzwangere dame op weg naar het bevallingskwartier, haar zenuwachtige echtgenoot beladen als een muildier. Oma kijkt strak voor zich uit als ze buitengereden wordt. De doorsnee bevolking van dit stadje. 30% gekleurd, 70% blank. Je hoort Nederlands, Frans, Arabisch, een flard Spaans, enige woorden Turks.

Ik las dit weekend hoe een man in Japan gewapend met een mes, een zorginstelling voor bejaarden binnenliep en op zijn eentje 19 patiënten vermoordde. Ik sluit de ogen en beeld me in wat hier kan gebeuren. Dit is geen verbeelding.

In een studie van het International Institute for Counter-Terrorism dat dateert van 2013 lees ik dat er tussen 1993 en 2013 ongeveer 100 terroristische aanvallen gepleegd werden op ziekenhuizen. Daarbij kwamen 775 mensen om en werden 1.217 anderen ernstig gewond. In 1995 gijzelden 50 Tsjetsjeense rebellen 2000 patiënten in een Russisch hospitaal gedurende vier dagen. Honderd patiënten werden gedood, 415 gewond. Ondertussen werden in 43 landen, verspreid over alle continenten, aanslagen op ziekenhuizen gepleegd. Het ging daarbij niet alleen om bomaanslagen maar ook om aanvallen met handvuurwapens en blanke wapens. Het rapport labelt ziekenhuizen als aantrekkelijke secundaire "zachte" doelwitten voor terroristen. Een hospitaal is bijzonder aantrekkelijk omdat een moordaanslag het in zijn essentie als zorginstelling raakt. Een dergelijke aanslag verlamt het vermogen van het ziekenhuis om de gewonden te verzorgen, het vergroot het mogelijke aantal doden en leidt tot een enorme chaos. In 2013 was een mogelijke aanslag nog een zeldzame bedreiging, nu kan dit gevaar niet langer genegeerd worden. De vraag is dus wat ziekenhuizen kunnen doen om te voorkomen dat ze een doelwit voor een aanval worden?

Het rapport stelt een gelaagde aanpak voor.

Alles begint met het verzamelen van inlichtingen en de analyse ervan. Het is belangrijk dat de veiligheidsdienst van het ziekenhuis overleg pleegt met de lokale overheid en politie. Men moet zich bewust zijn van de nieuwste bedreigingen. Eens die informatie verzameld moet nagedacht worden over de implicaties die dat voor de instelling kan hebben, hoe het personeel op de hoogte gebracht moet worden, hoe het waarschuwingssysteem geïmplementeerd moet worden, welke veiligheidsmaatregelen verbeterd kunnen worden, en uiteraard moeten de politie en andere hulpdiensten hierover gebriefd worden.

Maar dat alles heeft weinig zin indien er geen solide fysieke beveiliging opgezet wordt. Grote ziekenhuizen hebben een eigen interne beveiliging, kleine perifere ziekenhuizen zijn vaak nog niet eens aan de opzet daarvan toe. Het spreekt vanzelf dat een goede toegangscontrole, en andere goed geplande, op risico gebaseerde fysieke maatregelen in het perimeternetwerk en in de gebouwen van de zorginstelling kunnen helpen om de toegang tot mensen en ruimten binnen het ziekenhuis te verhinderen. Een metaalscanner aan de entree van een popfestival is doodgewoon nu, maar aan de toegangsdeuren van een ziekenhuis is het een zeldzaamheid maar geen overbodige luxe. Het enige deugdelijk bewaakte ziekenhuis is het Militair Hospitaal Koningin Astrid in Brussel. CCTV-dekking is vanzelfsprekend , maar die heeft al lang geen afschrikkende werking meer, vaak ook worden de beelden niet gemonitord. Tenslotte moet ook gedacht worden aan de mogelijkheid om de toegang tot afdelingen snel te vergrendelen.

Opgeleide en alerte werknemers zijn de eerste verdedigingslinie. Er zullen altijd maar een beperkt aantal specifiek opgeleide veiligheidsmensen zijn. Het personeel moet geleerd worden hoe het verdachte activiteiten kan herkennen en moet melden, waardoor de ziekenhuisdirectie gelijk over honderden, zo niet duizenden extra ogen en oren ter bescherming van het ziekenhuis beschikt. Deze opleiding kan voor een deel makkelijk binnenshuis gegeven worden.

Daarnaast moet er uiteraard speciaal opgeleid beveiligingspersoneel aanwezig zijn. Dit kan zowel intern als extern aangeworven worden.

Ondertussen lopen de berichten binnen dat in het Universitair ziekenhuis Benjamin Franklin in het zuidoostelijke Berlijnse stadsdeel Steglitz, een patiënt een arts neerschoot en daarna zichzelf ombracht. Het ging hier niet om een terroristische aanslag. Maar het toont aan hoe dringend de toestand is. "Ik hou mijn hart vast als er één of andere zot op het idee komt om dergelijke aanval op grote schaal in een ziekenhuis in Vlaanderen uit te voeren," schrijft oncoloog Luc Colemont in zijn blog. "Ik kan je verzekeren, daar zijn onze ziekenhuizen NIET op voorbereid… Akkoord, je kan niet alles beveiligen, maar ziekenhuizen mogen/moeten toch een minimum aan veiligheid garanderen. Dit is op dit ogenblik jammer genoeg niet het geval. Het al of niet hebben van een JCI-accreditatie of een ander "keurmerk" zal daar niet veel aan veranderen. Ik spreek uit ervaring. Ik heb de afgelopen jaren de agressie op de spoed en in het ziekenhuis zien toenemen… De getroffen veiligheidsmaatregelen staan jammer genoeg niet in verhouding met het dreigende èn reeds aanwezige gevaar. Laat mij hier ook duidelijk zijn: er is nog veel werk aan de winkel." De vraag is wie hiervoor een uitvoeringsplan opstelt.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

15:32 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 juli 2016

Nice: een zelfmoordenaar is nooit alleen

Dit weekend nog maar eens het boek van Adam Lankford uit de kast gehaald. Adam Lankford, hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Alabama legt in zijn boek The Myth of Martyrdom: What Really Drives Suicide Bombers, Rampage Shooters, and Other Self-Destructive Killers (2013) uit hoe en waarom zelfmoordterroristen niet zoveel anders zijn dan conventionele zelfmoordenaar. Hij baseert zich daarvoor op de psychologische autopsie naar de mentale gesteldheid van zelfmoordterroristen van 9/11.

Als je Dabiq leest, het professioneel gemaakte glossy van de Islamitische Staat, dan krijg je een merkwaardig beeld van het tuig dat ons teistert. Zelfmoordterrorist Ibrahim Bakraoui stond in Molenbeek niet bekend als een mislukte drugsdealer maar als "een man bekend om zijn moed en generositeit", Khalid Bakraoui was "een man met een sterk karakter, een natuurlijk leider", Najm Ashraoui "een unieke man met excellente manieren".

Het verschil met de werkelijkheid kan moeilijk groter zijn. Maar zijn het dan martelaren voor wat zij als "de goede zaak beschouwen" of worden ze gemanipuleerd en misbruikt door gewetenloze fanatici? Een zelfmoordenaar is nooit alleen. Het gaat om hem en de buitenwereld. Ik lees in de commentaren van de weekendkranten de klassieke rimram over ideologische, politieke of religieuze drijfveren en natuurlijk de conclusie dat het allemaal de schuld is van sociale uitsluiting en ongelijkheid. Ik schiet daar niets mee op. Ik las eerder al, sinds 2001, dat psychische problemen en persoonlijke crises méér voorkomen bij zelfmoordterroristen dan bij ‘gewone' terroristen, die overigens in 95% van de gevallen bedanken voor een zelfmoordmissie. Dat zijn de sterken, die moeten overleven want ze zijn nog nuttig. De zwakke, emotioneel labiele types mogen echter opgeofferd worden.

Lankford die post mortem de psychische gesteldheid van onder andere Mohammed Atta, de aanslagpleger op de Twin Towers onderzocht, hanteert in deze de schaal van het Amerikaanse National Institute of Mental Health voor de diagnose depressie. De NIMH noteert daarbij persisterende gevoelens van angst of leegte, hopeloosheid, waardeloosheid, pessimisme en schuldgevoelens, naast het verlies van interesse in activiteiten, verminderde energie, veranderingen in gewicht of eetlust en gedachten aan de dood of zelfmoord. Atta beantwoorde aan acht van de elf criteria. Volgens de DSM V ben je al bij minder aangekruiste symptomen depressief gediagnosticeerd.

Lankford onderzocht meer dan 130 zelfmoordterroristen, moslim, christen, joods of agnost maar vond telkens depressie, posttraumatische stressstoornis, fysieke beperkingen, heftige life events zoals echtscheiding, overspel of het plotseling overlijden van een geliefde. Verder worden seksuele trauma's zoals verkrachting en aanranding gemeld evenals verslavingsproblematiek. Maar dat geeft nog geen voldoende verklaring.

Het probleem is dat er binnen de Islam een stigma rust op zelfmoord, zo'n daad is immoreel. Zelfmoord komt onder moslims zelden voor. Martelaarschap daarentegen wordt bewonderd. Voor de soenitische IS houdt de openbaring op met de woorden van de profeet. Voor de profeet mag en moet men bereid zijn te sterven. Daarom zijn de zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd. De trigger tot suïcide past dus binnen die culturele context. Het is de druk van de omgeving. Die kan reëel of virtueel zijn. In de wereld van Dabiq is alles beter dan de bestaande situatie. En hoe extremer de situatie hoe aantrekkelijker zelfmoord om zo te ontsnappen aan de zogenaamde ellende of aan te verwachten leed, pijn of straf.

Hierdoor is zelfmoord uiteindelijk meer een daad vanuit egoïsme dan vanuit onbaatzuchtigheid of heldhaftigheid. De zelfmoordterrorist, zegt Lankford, is ervan overtuigd dat hij en zijn geloofsgenoten het slachtoffer zijn, van het Westen, Israël, de sjiieten of ongelovigen tout court. Het eigen falen en de leegte van het bestaan wordt geëxternaliseerd en dus wordt het een legitimatie om de vermeende daders te straffen. Tenslotte moet de garantie bestaan dat de zelfmoord veel aandacht genereert en resulteert in roem en glorie binnen de eigen cultuur. Daar zorgt Dabiq gegarandeerd voor. IS maakt nooit een geheim van zijn aanslagen en andere moordpartijen, integendeel, hij verheerlijkt ze en zwaait omgekomen daders altijd eer toe. Dabiq is een stoffig stadje in Syrië, waar volgens de IS-ideologie de gelovigen de laatste slag zullen aangaan tegen de ongelovigen, en hen vanzelfsprekend zullen verslaan, op weg naar de Dag des Oordeels.

Deze radicale interpretatie van de islam en zijn volstrekte zekerheid van zijn gelijk, zijn de krachtigste wapens van IS. Het is de verdomde plicht van de leiders van de moslimgemeenschap niet alleen om zich hiervan te distantiëren maar om dit totaal en radicaal te veroordelen. Volgens Dabiq zijn de Westerse imams overigens alle krediet kwijt. In nummer 14 zegt een anonieme auteur – ze zijn meestal anoniem- dat de islamitische leiders in het Westen niet eens munafiq (schijnheilig) zijn, laat staan gelovig, maar murtadd, ongelovig, omdat zij de interpretatie van IS niet volgen.

"Doodt de imams van kufr (ongeloof) in het Westen", moedigt de auteur de ware gelovigen aan. De Westerse imams horen of bij het kalifaat, óf ze zijn ongelovigen, met alle consequenties van dien. Een andere keuze is er niet. Voorlopig zijn die imams buiten schot gebleven. Maar sinds vorig jaar ligt het stoffig nest Dabiq in elke stad in het Westen. In elke moskee moet de boodschap verkondigd worden dat zelfmoordterroristen geen heldhaftige martelaren zijn, maar zieke, getraumatiseerde en wanhopige mensen die zichzelf willen bevrijden en de wereld willen straffen.

Het wordt avond in Vilvoorde. De picknicktafels aan het kanaal die anders op zondagavond zo druk bezet zijn, zijn nu leeg en verlaten. En in Klein Syrië onder de brug is er geen kind dat op een voetbal stampt. Op het journaal hoor ik dat de dader van Nice niet alleen zou gehandeld hebben.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

16:09 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 januari 2016

1 jaar na Charlie Hebdo: "Wir sind alle Kölsch"

Deze week is het een jaar geleden dat terroristen een bloedbad aanrichtten op de redactie van Charlie Hebdo. Het satirisch weekblad ging door. Er volgde een jaar vol verwarring. Voor mij betekenden de januari gebeurtenissen het eind van een eeuw, een nieuw tijdsgewricht, een grote droom van een rechtvaardige, vreedzame wereld, die ik als babyboomer heb weten bouwen op de ruïnes van na 1945 en die ik zelf nog gezien heb, is verloren gegaan.


Ons westerse, judeo-christelijke-humanistische wereld zit in crisis. Sterker, het gaat nu om een conflict tussen twee religies die op het eerste gezicht niet zo veel van elkaar verschillen in hun monotheïstische geloof, maar die elk totaal andere normen en waarden hanteren. De duur bevochten emancipatie, het respect voor mensenrechten, de scheiding tussen kerk en staat, het geloof in ontwikkeling en vooruitgang, de eerbied voor cultuur zijn stuk voor stuk des duivels voor de geradicaliseerde moslims.


Toen ik ter wereld kwam lag een groot deel van de wereld nog in puin. De ambitie van onze ouders was grenzeloos, hun kracht om van vooraf aan te beginnen was uniek. Het succes was navenant.  Ze dreven op idealisme, vastberadenheid om een meer rechtvaardige, vreedzame en veilige wereld te bouwen, ze wilden de klassenprivileges en sociale achterstelling afschaffen, en bevochten een betere huisvesting, beter onderwijs en gratis gezondheidszorg.


Zij zorgden er ook voor dat vanaf de jaren vijftig de onafhankelijkheidsbewegingen in de nu voormalige koloniën hier een politieke basis kregen. Ontwikkelingshulp werd een totaal nieuw begrip. Wij die de namaakrevolutie van 68 meemaakten verwachtten niet anders dan wederkerigheid. Dat blijkt een vergissing te zijn.  Het communisme, dat zich de kampioen van het antifascisme noemde, had een ruime intellectuele en emotionele aantrekkingskracht, meestal op voormalige katholieken. De sociaaldemocratie, het alternatief voor hen die de lange mars door de instellingen maakten en nu onze FOD's besturen, verloor haar raison d'être als tegengif voor het communisme.


9-11-2001 gaf adem aan het linkse en rechtse populisme dat heimwee heeft naar de simpele gemeenschap uit de jaren vijftig. Maar aan immigranten en minderheden buiten de deur houden, dacht niemand. Na de aanslag op Charlie Hebdo van januari 2015, waarbij  Chérif en Saïd Kouachi 12 mensen doodden, onder wie acht redacteuren en tekenaars - uit naam van de islam-, kwam er een barst in dat geloof.  13 november maakte van de barst een kloof. ‘Het geweld is nu tegen iedereen gericht', aldus financieel directeur Eric Portheault van Charlie Hebdo na de aanslagen op 13 november. ‘Maar wat wij bij Charlie Hebdo doen, blijft uniek. Niemand wil dat doen omdat het gevaarlijk is. Dat geeft ons nog altijd een verschrikkelijk gevoel van eenzaamheid.'


Over de beweegredenen van de moordenaars is ondertussen een kleine bibliotheek volgeschreven. De conclusie is steeds dezelfde: frustratie en gebrek aan respect, wat zich vertaalt in redeloos en extreem geweld. Er zit een evolutie in: van gericht individueel geweld, via massaterreur naar het creëren van een algemeen gevoel van onveiligheid in de publieke ruimte. Het gebrek aan respect vertaalt zich in agressie tegenover vrouwen, geen macho of haantjesgedrag maar zuivere criminaliteit.


In de reportage Femme de la Rue, van de Belgische reporter Sofie Peeters, werd een eerste signaal gegeven. https://www.youtube.com/watch?v=H0uQInTECI4. Peeters toonde hoe ze op straat aangesprroken werd, oneerbare voorstellen kreeg, voor hoer werd uitgemaakt. Haar aanklacht werd weggewuifd als vooringenomen, racistisch zelfs.


De evenementen in het hoofdstation van Keulen op oudejaar waarbij tientallen vrouwen het slachtoffer van diefstal en seksuele aanranding werden maken er een trauma van. Minstens 40 mannen van Arabische en Noord-Afrikaanse origine, aldus de Keulse politiecommissaris, zouden in verschillende groepen hun slachtoffers hebben omsingeld, betast en bestolen. De politie kon er niet rap genoeg bij zijn, omdat ze door jonge mannen op het stationsplein met vuurwerkpijlen werden belaagd.


De Duitse schrijfster Katja Schneidt auteur van de bestseller "Gefangen in Deutschland: Wie mich mein türkischer Freund in eine islamische Parallelwelt entführte",  heeft op Facebook een open brief geschreven naar aanleiding van de massa-aanrandingen in Keulen. Ze laat zich daarin sarcastisch uit en schuwt daarbij geen harde woorden.


Citaat uit de open brief:
‘We zijn ondertussen in Duitsland zo ver gekomen dat ontelbare vrouwen al een klacht ingediend hebben (35, maar volgens de politie ligt het feitelijke aantal veel hoger) over het feit dat ze op oudejaarsnacht door een horde wilde asielzoekers beledigd en op de zwaarst mogelijke manier seksueel lastig gevallen werden (ja, het waren asielzoekers, want de politie heeft bij controles de voorgeschreven asielformulieren onder ogen gehad). Slechts de regionale kranten schrijven hierover.
Ze hebben deze vrouwen bepoteld, hun vingers in alle lichaamsopeningen gestoken en soms ook de kleren van hun lichaam getrokken. Dit alles begeleid van ‘ficki – ficki' en ‘Schlampen'-kreten. De politie kon deze vrouwen niet beschermen omdat ze door de razende asielzoekers met vuurwerk bekogeld werden. Een schande voor ons land!
… we zijn intussen zover gekomen dat we zulke gebeurtenissen doodzwijgen, nationaliteit niet durven benoemen en stilletjes in onze hoofdkussens wenen omwille van de vele seksuele misdrijven door asielzoekers. Het gaat niet langer om enkele gevallen. Ik alleen al verzorg zeven vrouwen die gedurende de laatste zes maanden het slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld door ‘vluchtelingen'. Dat mag men echter niet zeggen. Dan is men namelijk een opruier! Een vreemdelingenhater! Een nazi!
Dat deze gebeurtenis doodzwijgen een verdere slag is in het gezicht van de slachtoffers, nemen we er goedkeurend bij. Zelfs ik heb nagedacht of ik wel over de verschrikkelijke gebeurtenissen in Keulen mag schrijven. Ja, ik mag dat! Ik strijd al zoveel jaren tegen huiselijk en seksueel geweld en als ik uitsluitend de gevallen waarbij een Duitser de dader is publiekelijk mag maken, dan ben ik inderdaad een racist.
Maar dat ben ik niet! Ik hou van iedereen, zolang zij maar met respect met hun medemensen omgaan. Mij kan het niet schelen of iemand moslim, christen of jood is. Ik beoordeel mensen naar hun daden, en niet volgens hun afkomst of geloof. Dat in vele moslimlanden een ander vrouwenbeeld heerst en emancipatie een woord uit een vreemde taal is, is niet mijn schuld. Dat er nu vele mensen naar ons land komen met een verouderd vrouwenbeeld, is evenmin mijn schuld.
Als ik echter geweld, dat door een aantal van deze mensen bedreven wordt, goed zou praten, dood zou zwijgen of zou verontschuldigen, dan ben ik wél verantwoordelijk. Ik geef hen dan het idee dat ik het goedkeur dat zij vrouwen discrimineren, domineren en seksueel misbruiken. Dat zou fout zijn. Daarom ga ik niet zwijgen, want ik zou ook mijn mond niet houden als de daders Duitsers waren. Ieder die een beetje kan denken weet dat een groot gedeelte van de mensen die hierheen komen niet gewelddadig zijn. Maar bij een miljoen vluchtelingen is 10% die seksueel geweld plegen al genoeg om 100.000 vrouwen een slachtoffer van seksueel geweld te maken.
Ik zal ook niet stoppen de hier bescherming zoekende mannen duidelijk te maken dat ik van hen verwacht dat zij Duitse vrouwen niet als vrij wild beschouwen en dat ik evenzeer verwacht dat zij de integratie van hun vrouwen, zusters en dochters niet met verouderde waardepatronen verhinderen! Wie hier wil wonen, moet onze cultuur volledig respecteren, zonder discussie! Wij, Duitse vrouwen, willen niet ‘ficki – ficki' doen en we zijn ook geen ‘Schlampen' (sletten) die erop wachten eens een grondige beurt te krijgen. Wij beslissen zelf wie ons waar aanraakt en dat moet zo blijven!
En nu, beste regering, verwacht ik dat jullie eindelijk jullie verantwoordelijkheid nemen en de daders duidelijk maken dat we genoeg Duitse verkrachters hebben. We zijn niet van plan om dit aantal nog te doen stijgen.'  (einde citaat open brief)


Volgens de Keulse politie is dit een nieuwe vorm van terreur: rond middernacht verzamelden een duizendtal mannen 'afkomstig uit Noord-Afrikaanse of Arabische landen' op het stationsplein in Keulen, die veel seksuele misdrijven hebben gepleegd, die soms zeer ernstig waren', aldus politiecommissaris Wolfgang Albers. Burgemeester van Keulen Henriette Reker noemt de incidenten schandalig. Aan de Kölner Stadt-Anzeige zei ze: ‘We kunnen niet tolereren dat hier een juridisch vacuüm ontstaat.'


Ik vind het vreselijk maar eens te meer dreigt de Franse auteur Michel Houellebecq gelijk te krijgen. Zijn laatste roman ‘Onderworpen' speelt zich in de toekomst af. Die toekomst is nu heel nabij.  Houellebecq spiegelt zijn hoofdfiguur aan de schrijver Joris-Karl Huysmans van 'Tegen de keer' die zich uit opportunisme tot het katholicisme probeerde te bekeren. Bij de voorstelling van zijn boek in Utrecht kwam de vraag - door een vrouw uit het publiek gesteld - wat Houellebecq van de aanslagen op Charlie Hebdo vond en of zijn roman ook een aanval op de Westerse vrouw was. 'Ja', schaterde Houellebecq sardonisch. 'De vrouw heeft het juist het zwaarst. Na een dag hard werken moet ze ook nog de barbecue aanmaken terwijl haar man rosétjes drinkt.' De evenementen in Keulen hebben bewezen dat de realiteit zwaarder en erger is.


Komt er nu een campagne Wir sind alle Kölsch?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

09:57 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)