25 november 2015

Aan welke ziekten gaat u in 2030 dood ?

Ik krijg een man van de uitvaartverzekering op bezoek. Zo gaat dat als je aan je laatste derde begint. Staat er zo een makelaar voor de deur. Het is een beminnelijk type, Limburger van nature, makelaar van roeping. Strak in het pak, de iPad in de aanslag. Enthousiast vertelt hij me wat er zowat allemaal gaat gebeuren op de dag dat ik kom te overlijden. Als een mens denkt dat hij bij leven geteisterd zijn nabestaanden te wachten staat. Ze zullen er meer dan een volle dagtaak aan hebben. Maar kijk daar heeft Héla een oplossing voor. Voor een paar tientjes per maand, zeg maar een goede maaltijd zonder al te veel aperitief en wijn in de brasserie hier aan het kanaal, ben ik van al die zorg en vooral het schuldgevoel af. Mits ik tot mijn tachtigste keurig doorbetaal. Maar wat, zeg ik, als ik een of ander sluimerend ouderdomskwaaltje onder de leden heb. De man verstijft bij de gedachte en zegt dat Héla er wel vanuit gaat dat ik goede gezondheid ben en dat ik de komende jaren stug en stoer als een oude maar gezonde eik in de storm van het leven blijf staan.
Met andere woorden ik mag me wel verzekeren maar ik moet er niet aan denken daar spoedig van te gaan profiteren. Nee, eerst 15 jaar betalen en dan krijg je ongeveer het kapitaal terug dat je aan de heer Knijp, kassier van Héla, keurig hebt overgemaakt. Héla verzekert dus het liefst wonderen van de natuur, de anderen moeten een meer-premie betalen. Wat me bij een recent artikel brengt, dat ik de jonge makelaar niet mag onthouden. Door medicatie, vaccinatie en onze toenemende kennis van gezond leven roeien we steeds meer ziekten uit. In de 22ste eeuw zijn veel ziekten verleden tijd, maar er zijn helaas ook ziekten die onze medische wetenschap ‘overleven' en ziekten die door veranderingen juist verergeren, schrijft collega Nathalie Perez in het blad Scientias.
De meeste toekomstprojecties zijn gericht op 2030 of 2040, maar soms kan men nog verder vooruit kijken. 2030 zie ik me nog halen, dus lees ik verder.  De trends van over 15 jaar kan men naar 2100 doortrekken. Wat komt daar dan uit ? Waar zullen we eind deze eeuw/begin volgende eeuw aan sterven ? Met andere woorden: wat zijn de ergste ziekten van de toekomst ? Eerst het goede nieuws: De sterfte aan hart- en vaatziekten neemt in de toekomst af, maar dit betekent niet dat mensen er niet onder lijden. De zorg voor deze ziekte en de preventie ervan verbetert, waardoor meer mensen ermee in leven blijven. Maar ze hebben dus evengoed veel last van hun ziekte, ook al gaan ze er niet aan dood. Kijk dat is een mooi vooruitzicht, extra jaren maar wel stevig afzien! Zo kom ik aan het lijstje van ‘de ergste ziekten in de toekomst', oftewel: de ziektes met de grootste ziektelast. Deze toekomstprojecties reiken tot aan 2030.
1. Qua ziektelast blijven hart- en vaatziekten een erge ziekte, ook in de toekomst.
2. Diabetes Mellitus neemt de komende twee decennia neemt met ruim 30 procent toe. Daarbij is diabetes steeds beter behandelbaar, waardoor je er minder snel aan doodgaat.  Diabetes is tegenwoordig in een stadium vóór de daadwerkelijke ziekte te signaleren, en hierdoor is de groep die aan diabetes lijdt veel groter en leven mensen met diabetes er langer mee, waardoor je dus een grote toename van de groep diabetespatiënten krijgt.
3. Ondanks dat het aantal rokers waarschijnlijk gaat dalen, kan de ziektelast van COPD de komende twintig jaar met bijna 50 procent toenemen. Hiermee neemt COPD in 2030 de derde plek in na coronaire hartziekten en diabetes mellitus.
4. Longkanker blijft ook een belangrijke ziekte in de toekomst. Maar ook andere kankers zitten in de lift. Vooral borstkanker (50 procent toename in 2030 in vergelijking met 2011), prostaatkanker (120 procent toename) en dikke-darmkanker (50 procent toename). Als je niet doodgaat doordat andere ziekten steeds beter behandeld kunnen worden, heb je gewoon meer kans om een kanker te ontwikkelen, waaraan je vervolgens doodgaat.
5. Maar als je niet aan een andere ziekte doodgaat, krijg je uiteindelijk ook dementie. Het komt erop neer dat je uiteindelijk ergens aan zult doodgaan, zelfs als je leven dusdanig wordt opgerekt tot je bijvoorbeeld 120 jaar oud bent.
6. Infectieziekten zijn veel minder gevaarlijk geworden, doordat we daar de afgelopen 100 jaar zoveel vooruitgang op geboekt hebben. Maar hier speelt bijvoorbeeld de antibioticaresistentie wel een rol. Maar welke infectieziekte en in welke mate deze problemen kan geven, is (nog) niet te voorspellen. En een goeie pandemie valt ook niet uit te sluiten.
Hoe je het ook wendt of keert: uiteindelijk moet je ergens aan doodgaan. Is het geen infectieziekte, dan is het waarschijnlijk een hartziekte, kanker of de ziekte die je zelfs bij een vitaal leven op je 120ste nog kan nekken: dementie.
Maar u bent nog jong, zeg ik tegen de makelaar, u mag veel meer onheil verwachten dan wat mij overkomen kan. Bij mij ligt het allemaal al vast. Al valt niet uit te sluiten dat ik morgen bij het oversteken van de straat hier in Vilvoorde geschept wordt door een jonge Turk in een te zware BMW. Maar daar hebben we dan weer een ongevallenverzekering voor.
Ietwat bedrukt stapt hij in de lift. Ik besluit een poosje uit het raam te kijken. Het vrachtschip De Optimist vaart voorbij, richting Charleroi. En ik bedenk: optimism is a moral duty.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

14:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 juni 2015

Reveil en de kunst van het versterven

Elke geschiedenis herhaalt zich. Veertig jaar geleden was goed fatsoen het nieuwe woord waar alles om draaide. In Nederland, het gidsland toen, ontstond onder leiding van de christendemocratische jurist en politicus Dries Van Agt het ethisch reveil. De permissiviteit had zijn grenzen bereikt. In ons land waren dat figuren als Leo Tindemans die de maatschappij bestuurden. Nu staan we voor een nieuw ethisch reveil. Het gaat nu niet meer om het ongeboren leven, de zogenaamde vrije liefde of zedenverwildering maar om het recht op doodgaan.

Dat de wet op de euthanasie er gekomen is heeft weliswaar niet geleid tot een massaal geassisteerde suicidegolf onder bejaarden, depressieven en dementen maar het feit alleen al dat de mogelijkheid  bestaat is voldoende voor de ethicus van conservatief christelijke huize om alle hens aan dek te blazen. De vakantie is een  mooie tijd om hier dieper op in te gaan. Niets zo ontspannend als een goed doordacht stukje te lezen over leven en doodgaan bij het genot van iets licht alcoholisch fris in de schaduw van een oude hoogstam aan de oever van een stuk water.

Palliatieve zorg heet het alternatief te zijn voor wie het gehad heeft in dit ondermaanse. Ik lees een rapport van de Nederlandse artsenorganisatie KNMG. Ouderen die 'klaar zijn met leven' zullen steeds vaker hun leven beëindigen door te stoppen met eten en drinken. En de KNMG waarschuwt voor mensonterende toestanden. Het overlijden duurt gemiddeld 13 dagen. De helft van de patiënten blijkt  eerst een euthanasieverzoek te hebben gedaan, dat niet is ingewilligd.

Net zoals in ons land staan in Nederland nogal wat artsen vaak huiverig tegenover euthanasie. De zelfbewuste patiënt  besluit daarom "het" zelf te doen en bewust af te zien van voedsel en drinken. Calvinistisch en hartsgrondig nuchter als ze zijn heeft de KNMG dit onderzocht. Het resultaat is een rapport  met adviezen hierover voor artsen en verpleegkundigen. De organisatie, die diverse hoogleraren en artsen op het gebied van palliatieve zorg en ouderenzorg raadpleegde, verwacht dat het gebruik van deze methode toe zal nemen vanwege de vergrijzing en de groeiende behoefte aan zelfbeschikking. Volgens schattingen gebeurt het tussen de 600 en 2800 keer per jaar, ook bij terminaal zieke patiënten. 

'Onze indruk is dat stoppen met eten en drinken over het algemeen goed te doen is', zegt internist-oncoloog Alexander de Graeff, voorzitter van de commissie die het rapport opstelde in De Volkskrant. 'Ik hoor niet vaak dat dit fout gaat. Als de arts dit goed begeleidt, kan dit zonder ondraaglijke pijn en dorst. De dorst staat meestal niet op de voorgrond.'

Maar naar stoppen met eten en drinken is weinig of geen onderzoek gedaan. Critici vrezen dat artsen hier veel te gemakkelijk naar zullen verwijzen om de - steeds complexere - euthanasiegevallen te ontwijken. Ze stellen dat dit geregeld uitloopt op een lijdensweg. Tegenstanders van deze praktijk noemen  dit een  zoek-het-maar-uit-euthanasie. In onze moderne samenleving met alle technieken, is dit een barbaarse, middeleeuwse methode.

Artsen in Nederland mogen in principe iedereen begeleiden die hiertoe besluit. Het vergt geen ingewikkelde procedures en toetsing door een tweede arts, zoals bij euthanasie wel nodig is; het is normaal medisch handelen. En nu komt het mooie christelijke principe van de hypocrisie: de KNMG zegt dat de methode niet moet worden beschouwd als zelfdoding, maar dat het vergelijkbaar is met patiënten die een behandeling weigeren.

De organisatie wil geen oordeel vellen over de vraag of dit een goede weg is, maar zegt wel dat artsen verplicht zijn hierbij medische zorg te verlenen. Bij gewetensbezwaren moeten ze helpen een andere arts  te zoeken.  De Graeff wil niet zeggen dat de methode altijd probleemloos verloopt. 'Het is net als met  een normaal sterfproces. Dat kan ook zwaar en moeilijk zijn. Het is een illusie dat sterven altijd makkelijk gaat. Als dit een weloverwogen beslissing is, dan is het goed dat mensen zelf die keuze kunnen maken.'

Psychiater Boudewijn Chabot, die de methode onderzocht voor zijn proefschrift, zegt tijdens presentaties te merken dat jonge artsen geïnteresseerd zijn. 'Bij artsen gaan de ogen open. Zij zien dat dit een van de alternatieven is voor euthanasie en denken: o, dit kan dus ook?' Hij waarschuwt dat het bij mensen onder de zestig wel problematisch verloopt. 'Als je dit bij jongere mensen doet, is dat rampzalig. De hang naar het leven is zo sterk, dat mensen in hun slaap nog naar de kraan lopen.'

Het zet me tien jaar terug in de tijd toen een goede vriend  van me aan de palliatie ging. De zuster van het Wit-Gele Kruis, een goed doorvoede dame, zei dat ze Jean gingen laten versterven. Mijn vriend koos er niet voor, de keuze werd hem aangepraat. Hij liep de laatste nacht de kelder in. Met deze gedachte de zomer ingaan, het is eens iets anders.

Het is zeer de vraag of de pleitbezorgers van deze christelijke sterfmethode hier zelf zullen voor kiezen. Hun reveil hebben ze in elk geval gehad.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality 

16:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 april 2012

Gaan uit vrije wil

Zowel in Nederland als in Frankrijk als in Groot-Brittanië is sterven uit vrije wil een belangrijk onderwerp van debat geworden. In Nederland kreeg het initiatief Uit Vrije Wil maar liefst 120.000 steunbetuigingen voor haar voorstel om 70-plussers die hun leven als voltooid beschouwen, het recht op hulp bij zelfdoding te geven. Ook al is daarvoor geen dringende medische reden. In Frankrijk is zelfdoding een verkiezingsitem geworden. De krijtlijnen kunnen snel getrokken worden: (gelovig) rechts is tegen, vrijzinnig centrum is voor. In Frankrijk woedt het debat vooral op filosofisch niveau, onder mensen met dubbele voor- en familienamen. In Nederland is het een breed maatschappelijk gebeuren waar politici, artsen, cabaretiers en televisiemensen zich gretig in mengen. Dat zet me aan het denken. Wat wil ik? Seneca zei tweeduizend jaar geleden al: “Voor ik mijn oude dag bereikte, was het mijn zorg goed te leven, op mijn oude dag is dat om goed te sterven. En goed sterven- zo voegde hij daar uitdrukkelijk aan toe- is vrijwillig sterven.” Ik denk dat hier de kern van het debat geraakt wordt. Niemand wil vermoord worden, niemand wil in een dodelijk ongeval het leven verliezen, niemand wil tegen zijn zin sterven. Leven is een grondrecht. Maar sterven is dat even goed. De neuroloog Dick Swaab, die we in deze column al een paar keer citeerden, zegt in dat verband: “ Ik wil baas in eigen brein zijn. Bij mijn conceptie en geboorte is dat niet gelukt. Bij het eind van mijn leven eis ik dat recht onverkort op.” Ik ben geneigd hem te volgen. De bekende jurist Eugène Sutorius stelt dat mensen veel ouder worden dan vroeger. “We moeten de keerzijde daarvan gaan inzien. Het lot regisseert maar sterven kan beter! Beslissingen over leven en dood behoren tot ons domein.”

Ik vind wel dat dit recht enkel aan oudere mensen moet toegekend worden. Aan zeventig plussers bijvoorbeeld. Aan mensen die van oordeel zijn dat hun leven voltooid is. Ik hoop alleen maar dat tegen die tijd er een speciaal opgeleid iemand is zal zijn die –gesteld dat de geleerde vrouw er niet meer is- met mij over mijn zelfgekozen dood wil praten, iemand die me in dat proces kan leiden en me eventueel kan helpen om mijn wens te verwezenlijken. Maar laat er niemand opstaan die mij gaat zeggen dat mijn tijd om te gaan gekomen is. Kijk, dat ene moment, dat wil ik –geloof ik- zelf kiezen. En ik eis het recht om van gedacht te veranderen. U mag op deze reageren. We hebben het dus niet over euthanasie.  Ik hoop u te lezen. Graag zelfs.

Marc van Impe

16:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)