05 april 2017

KCE bezorgt spoedartsen en hun patiënten een trauma



Stel u voor: in ons land rijdt de ambulance in 10 minuten naar de dichtstbijzijnde spoed. Daarmee doen we het exact een half uur beter dan de internationale norm van 45 minuten. Dus adviseert het KCE om die duur van de rit aan te passen, niet door ambulancediensten af te schaffen maar door Spoedafdelingen te sluiten en alles te concentreren op 7 universitaire traumacenters. Je patiënt zal maar in de Westhoek een trauma of Vielsalm een verkeersongeval hebben. En o ja, er moeten dus een pak MUGs bij.


Cicero had er een handje van weg: de toehoorder overdonderen met bij elkaar gehaspelde feiten om dan via een retorisch staaltje vernuft tot een poepsimpele conclusie te komen om zo de werkelijkheid naar hun hand te zetten. In moderne communicatiecursussen heet die techniek manipulating goal framing. Deze gedachte schoot me te binnen toen ik het recente KCE-rapport over een geïntegreerd systeem voor ernstige trauma's las. De conclusie van het rapport is duidelijk: ons land heeft 7 trauma centers nodig, niet meer niet minder. Alle overige spoeddiensten kunnen zich beter bezig houden met ingegroeide teennagels en onstelpbare neusbloedingen. Het rapport dat van de hand is van Nijs Stefaan, prof. dr. Chirurg-traumatoloog aan de KU en UZ Leuven, een instelling waarvan de lezer weet dat ze ethiek en kwaliteit hoog in het vaandel draagt. Ik heb het nooit gehad met mensen die als een Kojak door het leven gaan, ik ben meer van de helmboswuivende generatie, wat ik associeer met minder manipulatieve eigenschappen. Maar dat mag niet voor een objectief gegeven doorgaan. Wat me wel stoort is dat men misbruik maakt van de technieken van mijn geliefde vak, de statistiek, en zo de artsen en patiënten de stuipen op het lijf jaagt met de boodschap dat wie zich in ons land door een MUG naar Spoed laat voeren, veertien maal meer kans heeft zijn pijp uit te kloppen dan een inwoner van de prachtige bergstaat Montenegro. Nu valt van dat laatste land veel te zeggen – ik was er vorige zomer nog enige dagen in het prachtige Budva- maar dat de urgentiegeneeskunde daar op een voor ons land onbereikbaar hoog niveau staat is iets wat ik durf te betwijfelen. De cijfers van professor Nijs: de kans om te overlijden na een trauma is in ons land 14.08 per 100.000, in Frankrijk dat bekend staat om zijn désert médical is dat selchts 8.65, in Nederland waar men nog voor de opname door de ziekenbroeders van de ambulance een gele of rode sticker opgeplakt krijgt is dat 11.24, in het mooie Luxemburg 6.04, in de UK 6.03, en in het kleine Polen 3.8. Zelfs het bekende eurosongland Azerbaijan doet het beter met 5.57 doden per 100.000. zoals Becep, de vereniging van urgentieartsen adviseert: men kan best het antibioticabeleid van Montenegro overnemen, naast de hygiënische maatregelen van Azerbaijan en net zoals in Polen de rij- en rusttijden van onze ambulanciers liberaliseren. Hoe komt de Leuvense chirurg aan deze traumatiserende cijfers? De truc is eenvoudig. In ons land telt men alle overlijdens na een trauma bij elkaar en wijst men ze toe aan de Spoed. In alle overige landen worden enkel die doden geteld die ter plekke overlijden. Ik ga kort door de bocht en dat is verkeers- en redactioneel technisch niet zonder risico maar in deze haal ik het einde van de sinus. Kijk je nu in de European Mortality Database en haalt men daar "in een zotte bui" de sterftecijfers in de rubriek "mental en behavorial" bij dan is de kans om daaraan te overlijden 50% hoger in de buurlanden met een MTC. En kijk je naar het aantal dodelijke fietsongevallen dan zie ja dat België met zijn kreupel fietspaden netwerk 2.5 keer beter scoort dan Nederland, het land met MTC's en superveilige fietspaden.


Met statistiek en cijfers kan je alles bewijzen, zei mijn goede vader die er zijn vak van gemaakt had, n die ons de trucen van de foor geleerd heeft. Kortom het rapport van het KCE is een staaltje van de machtspolitiek van onze universitaire ziekenhuizen met UZ Leuven dat de schrijfstok hanteert, en het is dan ook geen toeval dat reeds begin van dit jaar een vacature van het UZ Leuven verscheen waarin gezocht werd naar een 'director' van hun traumanetwerk waar zij het MTC zijn. De vacature dateert al van januari 2017, dus 3 maanden vooraleer de studie van het KCE omtrent de MTC's gepubliceerd werd. Uiteraard werd er niets vooraf georkestreerd tussen KCE-UZ Leuven en dat de studie sowieso moest goedgekeurd worden, in allerijl twee weken voor publicatie werd aangepast om de grofste kemels er uit te halen en dat (op zijn minst een deel van) de 'MTC ticketten' reeds op voorhand uitgedeeld waren.

Blijkbaar kenden sommigen al de conclusies van deze 'studie' nog vooraleer deze schreven waren? Op de beurs is deze collusie wettelijk strafbaar als handelen met voorkennis van zaken...

De directeur generaal van het KCE neemt dit voorjaar vervroegd afscheid. Het is misschien de gelegenheid om deze dienst die zo'n potentieel heeft nog eens door te lichten en een nieuwe kwalitatieve richting uit te sturen. Ik parafraseer in deze graag mijn geliefde auteur Cicero: Quousque tandem abutere, Raphael, patientia nostra.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:19 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 maart 2017

Zijn patiënten met een migratieachtergrond echt minder trouw?


De Vlaamse minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft de steen in de kikkerpoel gegooid. Zij bestond het de allochtonen en nieuwkomers met de vinger te wijzen: "We mogen gerust wat meer engagement verwachten van allochtone ouders en nieuwkomers."


Bij de socialisten en groenen ontketende deze uitspraak de voorbije week een storm van verontwaardiging. Maar insiders zeggen dat de minister gelijk heeft: ouders met een immigratieachtergrond hebben minder contact met school, leerkrachten en maar ook andere ouders en hun kinderen. Ik bespreek de kwestie met een specialiste uit de Kanaalzone. Hoe zit dat met de betrokkenheid van de patiënt?


Het is een bekend fenomeen dat patiënten met een immigratieachtergrond een ander beeld hebben van de gedragscode in de gezondheidszorg. Zo is het nog altijd een feit dat ze enthousiaste bezoekers van Spoed zijn. Wie een dag in de wachtzaal van de urgentieafdeling doorbrengt kan niet anders dan tot die conclusie komen.


De gesluierde vrouwen zoeken elkaar op. Als ze niet in hun moedertaal met elkaar converseren, moet er dringend gecommuniceerd worden via de smartphone. De Brusselse ziekenhuizen en de instellingen in de rand zijn op deze patiëntenpopulatie voorzien en hebben een tweetalige verpleging ter beschikking. Maar het probleem ligt hem daar niet. De spoedpatiënten worden doorverwezen naar een specialist of hun huisarts, al dan niet in het wijkcentrum.


"Allochtone patiënten die zich niet in een van de landstalen kunnen uitdrukken, volgen die doorverwijzing zelden op," zegt een arts uit de Rand. "Of ze verwachten een wonderremedie en gaan zonder ons daar over in te lichten te rade bij een derde arts. Wij noemen dit medisch shoppen. Het valt me overigens op dat de ziekenfondsen die toch dagelijks met dat fenomeen geconfronteerd worden – de immigranten gaan hun terugbetaling cash ophalen- weinig of geen actie ondernemen tegen dat fenomeen. Zij zien toch als eersten dat de patiënten telkens voor dezelfde aandoening een consultatie aangaan bij diverse artsen."


Een tweede probleem is dat voor bepaalde vrouwen met een immigratieachtergrond een mannelijke arts uit den boze is. Worden ze daarmee geconfronteerd, dan is de relatie gelijk afgelopen.


En tenslotte zijn er een aantal onderzoeken helemaal haram.


"Vandaar dat bepaalde, soms dodelijke ziekten, zoals darmkanker of borstkanker veel te laat gediagnosticeerd worden en fataal aflopen." Ook dr. Luc Colement die al jaren succesvol actie voert voor de preventie van darmkanker weet dat en zocht daarom steun bij een imam, steun die hij ook kreeg.


Mijn vriendin woont in de Brusselse rand. Ze vraagt zich af waarom de patiënten zo weinig naar de voorlichtingsvergaderingen komen. Waarom ze niet betrokken zijn bij een patiëntenbeweging. Op die manier wordt de kloof niet kleiner." Misschien zijn patiënten met een migratieachtergrond niet minder betrokken bij hun gezondheid dan autochtonen, zeg ik, maar hebben ze een andere aanpak nodig.


"Ze verstaan niet wat wij als arts doen. Ze beheersen de taal niet voldoende, durven geen vragen stellen, ze voelen schaamte. En als ziekenhuisarts moet je wel al de NIAZ gegevens nauwkeurig invullen, maar heb je geen tijd voor enig echt persoonlijk contact. Laat staan dat je weet uit welke familiale omstandigheden de patiënt komt. Op die manier worden heel wat zaken gemist. Ook intra-familiaal geweld."


Sommige ziekenhuizen zetten tolken in. Maar die zijn er niet altijd, zeker niet op Spoed. En medisch geschoolde tolken zijn duur. Daar zijn geen budgetten voor. Een gratis variant is het gestudeerde , meestal vrouwelijke familielid. "Maar wat doe je dan met de privacy van de patiënt. Hoe ga je om met SOA's die je niet zomaar bekend wil maken en die je als vrouw vaak slechts van één persoon kunt opgedaan hebben. Als je daar met een allochtone patiënt over begint is dat vaak meteen het einde van het verhaal."


Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)