20 oktober 2016

Specialisten, schaf de wachtdienst af

Wat chauffeurs en piloten niet mogen, doen medisch specialisten wel: 24-uursdiensten draaien. Dat kan niet langer want de patiënt heeft recht op een fitte arts aan zijn bed. Ik keek op het scherm hoe een van die hedendaagse superdokters die hun kunsten op TV mogen tonen, in het holst van de nacht opereerde. Het ging hem niet om een spoed- maar een routineoperatie. Een vriend van me liet “zijn” bevalling het liefst ’s nachts ingeleid worden. Ik heb het mogen meemaken dat de geleerde vrouw de sponde moest verlaten voor een nachtelijk consult bij een doorzopen sujet dat uit het verkeer geplukt was. Het hoort bij het vak, hoorde ik altijd. Maar er komt ander geluid.

Chirurgen en andere specialisten moeten stoppen met het draaien van 24-uursdiensten. Te lang achter elkaar doorgaan, werkt fouten en verkeerde beslissingen in de hand en is schadelijk voor de patiëntveiligheid. Dat stellen twee vooraanstaande Nederlandse hoogleraren, die het debat hierover willen openen. Hoogleraar chirurgie Dink Legemate, hoofd chirurgie van het AMC, en Jan Klein, anesthesioloog en hoogleraar patiëntveiligheid van de TU Delft, besloten tot een gezamenlijk pleidooi: specialisten zouden niet langer dan 12 uur achter elkaar mogen werken, stellen ze. Beide hoogleraren gelden als autoriteit op hun gebied.

De medische soaps zijn wat één aspect betreft realistisch: voor specialisten is het wereldwijd gebruikelijk om 24-uursdiensten te draaien. Dat betekent dat en specialist, zeker als hij technische prestaties verricht, na een normale werkdag 's nachts oproepbaar blijft voor ingewikkelde vragen of spoedoperaties, waarvoor ze dus naar het ziekenhuis moeten. En vaak draaien ze ook nog eens in het weekend een 48-uursdienst. Jonge artsen en specialisten in opleiding weten daar alles van en ondanks alle mogelijke beloften, afspraken en dure verklaringen blijft dit een zeer. Ziekenhuizen doen het nu eenmaal, omdat het te kostbaar is om de hele nacht voor elk specialisme een arts in het ziekenhuis te hebben.

De professoren Dink Legemate en Jan Klein zeggen dat het anders kan. Als het geregeld is bij piloten, die ook over mensenlevens gaan, bij vrachtwagenchauffeurs, zelfs bij omroepmedewerkers? Waarom dan niet bij dokters. Al die specifieke beroepen mogen maar zoveel uur achter elkaar werken en dat vindt iedereen volstrekt begrijpelijk. Maar over de medisch specialisten heeft niemand het.

Waarom zet de maatschappij daar geen druk op? ‘Dat vind ik vreemd. Dit moet gewoon op tafel komen,' zei Dink Legemate deze zomer in een weekendkranteninterview. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat lang wakker blijven hetzelfde effect heeft op prestaties als het drinken van alcohol. Bij vermoeidheid daalt het reactievermogen, wordt het geheugen slechter en maken mensen meer fouten. Ook artsen. Toch is nooit een rechtstreeks verband aangetoond tussen lange diensten en medische fouten. Volgens Jan Klein spelen in de zorg zoveel factoren een rol, dat dit lastig aan te tonen is.

Volgens prof. Elke Van Hoof, coauteur van Burn-out in de Zorg (uitg. Lannoo Campus) lijdt 41 % van de professionelen in de zorg aan een burn-out. 28% van de artsen op de spoeddienst lijdt aan depersonalisatie en 43% gaf toe minder persoonlijk bekwaam te zijn. Bij het verplegend personeel waren die percentage significant hoger.

Toen de Nederlandse specialistenverenigingen daarmee geconfronteerd werden noemden ze dit een belangrijk signaal, maar toch zijn ze tegen een maximum van 12 uur werken. Zij ziet niets in het afschaffen van 24-uursdiensten. 'Als je voldoende menskracht hebt, kun je het best op die manier inrichten,' zegt een woordvoerster. 'Maar dat kan niet overal. De zorg moet wel gewoon doorgaan. In een klein ziekenhuis zal dit moeilijker te regelen zijn. Daar is 's nachts misschien ook minder te doen.

Wij zeggen: regel dat je na een ontzettend zware nacht een beroep kunt doen op je collega's. Als je 's nachts twee telefoontjes krijgt, dan hoef je de volgende dag niet uitgeroosterd te worden', zegt hij. 'Dan kun je gewoon werken. Maar als je de hele nacht op de operatiekamer hebt gestaan en je bent helemaal leeggeopereerd, dan moet er zo'n sfeer zijn dat collega's patiënten overnemen en dat je naar huis kunt om te slapen.'

Een chirurg, die zichzelf omschrijft als ‘allang niet meer de stereotiepe macho' vreest dat bij een maximum van 12 uur chirurgen te weinig "vlieguren" maken en ervaring verliezen. 'Dat zou de patiëntveiligheid juist verslechteren.'

Hoogleraar verkeerspsychologie Karel Brookhuis de TU Delft en auteur van Driver behaviour and accident research methodology; unresolved problems spreekt dit radikaal tegen: 'Bij beroepschauffeurs wordt hier al dertig, veertig jaar onderzoek naar gedaan en dat is zo langzamerhand wel uitgekristalliseerd. Het is overduidelijk: vermoeidheid zorgt voor een hogere kans op ongevallen.

Als je echt te weinig hebt geslapen, is de kans op ongevallen al gauw vijf keer zo groot. 's Nachts tussen twee en vijf is de kans op een ongeval bijna zes keer zo groot. Daarom zijn er ook strikte rij- en rusttijden ingevoerd voor chauffeurs.' Voor de Nederlandse Inspectie voor de Gezondheidszorg waar deze kwestie deze zomer werd aangekaart is dit een zaak van specialisten zelf. Ook in ons land blijkt men andere zorgen aan het hoofd te hebben.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

20:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 februari 2015

Specialisten willen ook een ordentelijke aanpak

VILVOORDE 10/02 - In oktober 2010 stond er op de website van de Socialistische Mutualiteiten een enquête onder het thema: vindt u dat uw dokter teveel verdient? Uiteraard was dit opinieonderzoek absoluut niet vooringenomen. Dat kan je ook niet verwachten van een ziekenfonds wiens toenmalige ex-secretaris-generaal een dading moest sluiten met de fiscus. Zo’n overeenkomst sluit je niet omwille van een verloren gelegd briefje van 500 euro dat je vergat aan te geven, schreef ik toen. Maar het leven is zoals het is.

De laatste tijd hebben vooral specialisten nogal te lijden gehad van een slechte publiciteit. Of ze haalden de kranten omwille van verschrikkelijke blunders, hun foute vriendjes, of wegens hun slepende interne ruzies over onderlinge bevoegdheden en  inkomstenverdelingen.  De huisarts die zich in dit seizoen vermomt in slobbertrui en ribfluwelen broek ligt ietsje beter in de markt. Tenslotte is hij de toffe peer die je voor een niemendalletje  uit zijn/haar bed kan bellen. De specialist in zijn dure auto en zijn mooie pak, da's andere koek.  De huisarts schrijft je attest voor de sportclub, voor de schoolreis naar Athene, voor je levensverzekering en doet nu ook de paptest van je vrouw, dochter en aanstaande schoondochter.

Nochtans is er een instelling die daar een rol in zou kunnen spelen, maar die blijft oorverdovend stil. Het wordt hoog tijd dat de Orde van Artsen zoals dat eerbiedwaardige instituut heet eens uit zijn eikenhouten kast komt. Mijn vriend die een eerbiedwaardig lid is van deze instelling, heeft altijd wel veel commentaar als ik hem bel –off the record- maar als ik een duidelijk standpunt vraag over een actueel thema, word ik verwezen naar een Quasimodo. Hij heeft nog een faxmachine die op stoom werkt en bovendien geeft hij nooit een antwoord op een concrete vraag.  De koffie aan het Jamblinne de Meuxplein lijkt op spoelwater, de hall ruikt naar een mengsel van lysol en kamfer terwijl rond de raadstafel het bewijs geleverd wordt dat er naast de coelacanth inderdaad nog andere levende fossielen bestaan.

De Nederlandse Orde daarentegen, dat is pas iets anders. Die wil tonen dat het vak van medisch specialist veel meer omvat dan het leveren van patiëntenzorg. Wat is bijvoorbeeld de verhouding met de ziekenhuisdirectie? Maar ook: hoe werkt het beroep door in de persoonlijke levenssfeer? Wat drijft de medisch specialisten in hun vak? Welke medische en maatschappelijke idealen worden gekoesterd? Zeker in deze tijd van bezuinigingen is de uitdaging om de kwaliteit van zorg te waarborgen groot.

Wij zijn grote voorstander van deze aanpak. Je kan ernstige onderwerpen niet overlaten aan de zogenaamde kwaliteitspolitici. Wie wil communiceren moet naar het publiek, via de vakpers, via de eigen vakbroeders en -zusters maar ook via de  publiekspers, de populaire zenders, en niet alleen via de meerwaardezoekers. Op die manier kan de verzuring een beetje gekeerd worden. Voor overheid, het beleid en de zorgverstrekkers iets om over na te denken. Weet u, dokter, dat in de Nationale Raad van het Beroep van de Orde geen enkele dame zetelt?

En dat het oudste lid – een specialist in de intiemste tak van de geneeskunde- in geen veertig jaar een patiënt gezien heeft? Laat staan dat hij een uitstrijkje genomen zou hebben. Maar hij begint wel de vergaderingen met een Rozenhoedje.

Marc van Impe

14:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

26 mei 2011

Het verschil

Op een internationaal congres over de rol van patiëntenorganisaties  in Amsterdam, eind maart, zei de Nederlandse hoogleraar Raoul Hennekam dat het belang van de patiëntenorganisaties niet kan onderschat worden. Hennekam onderstreepte de rol van de zogenaamde patient advocates . In het verleden waren dat vaak de zieken zelf. Later traden de mantelzorgers voor hen op. Maar steeds vaker zijn het zogenaamde specialisten in marketing, communicatie, onderhandelingstechniek en rechten zoals oudere advocaten, gewezen bedrijfsleiders, oud-journalisten of hoogleraren emeriti die hun specialistische kennis en sociaal engagement nog verder zin en inhoud wensen te geven. Dat is in Vlaanderen en Franstalig België niet anders dan in Nederland, de Angelsaksische en Scandinavische landen. Lange tijd stonden de patiënten aan de zijlijn, machteloos toekijkend hoe het spel voor hen  gespeeld werd en hoe om de haverklap de regels gewijzigd werden. De spelers: de academie, de beleidsmakers, de verzekeraars en de farmaceutische industrie. Zij trokken zich geen bal aan van de patiënten. En als ze dat deden dan deden ze alsof of ze beperkten zich tot de grote vier: kanker, hart- en vaatziekten, astma en aids. Voor de rest moest de zon maar voor niets op gaan. Cru gesteld, maar de realiteit. Niemand die scoort met chronische pijn, gekte, chronische vermoeidheid, blaasonstekingen en prikkelbare darm.  De specialistische patiënte verdedigers zijn echter niet van plan zich daar bij neer te leggen. Zij zijn niet langer tevreden met een gemaakt belangstellend “hoe’is’t” en een kopje slappe koffie op het achttiende verdiep van een mooi overheidsgebouw. De specialisten stellen vragen en eisen antwoorden. En de sociale media zijn volop  bezig dat aloude krachtenspel  te verstoren. Voor hen ook geen teletons en begonia campagnes maar effectieve maatregelen. 

Zo werd het in Amsterdam duidelijk dat diagnoses vaak niet gesteld worden omdat jongere artsen nooit geleerd hebben over die vaak chronische en soms zeldzame ziektes. Het duurt immers een hele tijd voor een arts in zijn populatie met zo’n fenomeen geconfronteerd wordt. En als ze er in slagen om zo’n diagnose te stellen dan nog bestaat er nauwelijks kennis om die aandoening te behandelen. ‘Maar patiënten met een chronische ziekte zijn steeds vaker online en hun invloed, vooral bij zeldzame ziekten, ken enorm zijn,” zei Geoff McDonough, president van Genzyme.  Het bewijs daarvan zie je op de steeds uitdijende internationale online patiëntengemeenschap www.patientsonline.com . Zes jaar geleden werd die opgericht door twee broers en een vriend van een jonge patiënt met ALS. Nu zijn ze al bijna 100 duizend leden sterk.  De grote baas van Genzyme erkende het belang van die club. Ze wisselen gegevens uit over ziekte, bespreken behandelingen, bijwerkingen van medicijnen en zijn daardoor razend interessant voor de industrie. Opmerkelijk is dat die patiëntengemeenschap aan de basis ligt van het “tweedehands” gebruik van medicijnen zoals neuroleptica en antidepressiva voor pijnstilling. Vaak blijken bijwerking gunstig te zijn. De industrie heeft tijd noch middelen om dat allemaal stuk voor stuk uit te zoeken.  Interessant daarvoor is de website www.patientslikeme.com die het off-labelgebruik van medicijnen uitstekend bespreekt. Een voorbeeld: van amitriptyline krijg je zoals bekend een droge mond. Vervelend als je depressief bent maar een uitkomst als je ALS hebt en nauwelijks nog kan slikken.

Wat ons opvalt is afwezigheid van gepensioneerde artsen in dit verhaal.  De medische wereld zou in deze een belangrijke rol kunnen spelen. Merkwaardig toch hoe weinig gepensioneerde artsen of apothekers zich sociaal engageren in zo’n patiëntenorganisatie. Nochtans zouden zij mede het verschil kunnen maken.

 

Marc van Impe

10:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)