21 oktober 2014

Wat moeten dokter en patiënt bij stroomtekort?

Ik kan mijn mailbox niet opengooien of ik lees tientallen waarschuwingen voor doomsday. Als mini-ondernemer die dagelijks met informatica in de weer is raadt men mij aan me goed voor te bereiden op de mogelijke gevolgen van eventuele stroomtekorten en het voor de winter aangekondigde afschakelplan. Enkel een goede voorbereiding zal de impact op mijn bedrijfje tot een minimum beperken, mailt me een goed menende ziel die bedrijvig is in keuringen, installaties en ander technische mumbo jumbo.
 
Ik weet het, het afschakelplan, dat bepaalde regio's in België tijdelijk zonder stroom zet, is opgesteld om de stabiliteit van het elektriciteitsnet in ons land te handhaven, voor het nut van het algemeen dus. Alsof een aangekondigde afschakeling kan voorkomen dat een significante verstoring in het netwerk een lokale black-out veroorzaakt. Tijdens een afschakeling wordt ook de stroomvoorziening naar iedereen in de desbetreffende regio tijdelijk stopgezet, dus ook dokter  én patiënt, wat mogelijk gevolgen kan hebben voor hun activiteiten en welzijn. Het sleutelwoord om deze gevolgen te beperken is: voorbereiding. Het is belangrijk op voorhand de juiste vragen te stellen.  Zelfs al woont of werkt u in een ‘veilige' zone, dan nog blijft het belangrijk om maatregelen te nemen in geval van mogelijke stroomonderbrekingen van lange of korte duur. De tweede stap is subjectiever: iedereen moet zelf het risico inschatten en in functie daarvan voorzorgsmaatregelen nemen. In elk geval, als de stroomonderbreking langer duurt en zich verspreidt, zitten we allemaal in moeilijkheden.
Zo lang ik in een ziekenhuis of zorginstelling verblijf hoef ik me geen zorgen te maken. Maar stel dat ik thuis aan één of ander apparaat gekoppeld ben. Bijvoorbeeld beademingstoestel, of een dyalisetoestel. Wat dan? Moet ik mij een stroomgenerator aanschaffen? Of een stapeltje superbatterijen? En wie gaat dat financieren? Geen elektriciteit betekent ook geen inkomende of uitgaande telefoonoproepen, met uitzondering van de GSM als die opgeladen is, geen mails of toegang tot het internet, en geen functionerende computers. Dus niemand die ik kan verwittigen als het fout gaat. Wanneer een huis zonder stroom zit, werkt niets meer.Waarom is er geen enkele rijksinstelling die er als de kippen bij is om een het aantal aspirines te tellen die ik neem, bezig met dit probleem. Waar blijven de ziekenfondsen die toch de belangeloze belangenverdedigers van patiënt zijn? Gaan zij die generator terugbetalen? Of uitlenen? En wat doet de FOD Gezondheid?
En dan heb ik het alleen nog maar over de patiënt in nood gehad. Naar verluidt zal het licht 's avonds uitgaan. Wat moet de huisarts bij wie het donker wordt? Wat met de specialist die zijn privé avondconsultatie houdt? Elke arts zou deze reeks vragen moeten oplijsten:
• Welke toestellen zijn absoluut noodzakelijk voor de continuïteit van mijn activiteiten tijdens een onderbreking?
• Hoe zal het alarmsysteem en de deuropener reageren?
• Werkt mijn back-up systeem voor mijn EPD correct? Bevindt mijn back-up zich in een extern datacenter, in dezelfde afschakelzone? Werd hier een noodprocedure voorzien?
• Beschikt het gebouw waarin ik werk over een UPS (‘Uninterruptible power supply', ofwel een niet-onderbreekbare voeding)? Werkt ze correct?
• Is het verstandig om een generator te kopen die sommige toestellen kan blijven voeden?
• Herstarten mijn apparaten zelfstandig of is een menselijke interventie noodzakelijk?
• En vooral, wie is in het geval van een stroomonderbreking verantwoordelijk voor de communicatie met de elektriciteitsleverancier, de patiënten of partners?
En de hamvraag: Wie is verantwoordelijk als er een probleem is?
De nieuwe minister van Volksgezondheid weet gelijk wat te doen. Afwachten is geen optie, want dat verhoogt alleen maar de kans op eventuele problemen of noodsituaties.
Het is nu wachten op een professor die ons komt uitleggen dat het allemaal niet zo erg uit de hand zal lopen. Ik heb in elk geval mijn checklist gemaakt, mijn straat ligt in een beveiligde zone.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 juni 2011

Open brief aan professor emeritus Guy Ebinger, naar aanleiding van zijn requisitoir in de zaak van dokter Francis Coucke

 15 maart 2011

Geachte professor,

Ik wil deze brief beginnen met een adagio dat u zelf aanhaalde in een proclamatie van 4 juli 2008 voor de studenten van de VUB, waarin u het verband uitlegde tussen vrijzinnigheid en de uitoefening van een goede geneeskunde. U citeerde toen Jules Henri Poincaré die zei dat « la pensée ne doit jamais se soumettre, ni à un dogme, ni à un parti, ni à une passion, ni à un intérêt, ni à une idée préconçue, ni à quoi que ce soit, si ce n'est aux faits eux-mêmes, parce que, pour elle, se soumettre, ce serait cesser d'être. » U sprak toen voor de faculteit Geneeskunde en Farmacologie van de VUB, waar u professor emeritus neurologie bent. Vorige maandag viel u de eer te beurt een advies te geven aan de Raad van Beroep van de Orde van Geneesheren in de zaak van dokter Francis Coucke, die in eerste aanleg veroordeeld werd door de Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen. Over de grond van deze zaak wil ik het niet hebben. Wel over de wijze waarop u uw advies dat resulteerde in een waar requisitoir  tegen de betrokken internist.

Mij dunkt dat u bij die gelegenheid de kans gemist hebt om waar te maken waar u zegt voor te staan.

“Vrijzinnigheid is een individuele houding die er in bestaat dat men de inspanning levert over alle informatie kritisch na te denken en gefundeerd een eigen opinie te vormen. Vrij denken betekent ook dat men zijn mening vrij durft verkondigen,”  zei u. “Het impliceert ook een sociale interactie met positieve attitude naar de anderen. Vrije meningsuiting impliceert dat men bereid is naar de andere te luisteren en ook zijn vrijheid te verdedigen: ‘ik ben het oneens met jou, maar zal alles doen om te verdedigen dat jij altijd en overal je eigen mening vrij mag verkondigen.’ “

Geachte professor, vorige maandag hebt u precies het tegenovergestelde gedaan. U hebt het vrije denken van een arts, en met hem van alle andere artsen die het goed menen met hun patiënten, ondergeschikt gemaakt aan de belangen van een overheidsinstelling en ziekenfonds waarvan bekend is dat ze elke visie op een moderne gezondheidszorg mist. Ik citeer hier uit het laatste rapport van de denkgroep Itinera. De visie van het Riziv en de CM wordt bepaald door eigenbelang, pretentie en slechte wetenschap. En in deze zaak betreffende CVS/ME patiënten, is ze gebaseerd op de dubieuze fundamenten van een psychiatrie die men gerust de minst wetenschappelijke van alle medische disciplines kan noemen.

U bent voorbij gegaan aan de talloze wetenschappelijke argumenten die voor dokter Coucke en zijn verdedigers hebben aangedragen. En u hebt die menen te moeten weerleggen met argumenten die gebaseerd zijn op gemanipuleerde getuigenissen van een expert die zichzelf onbevoegd verklaarde maar toch een oordeel wou vellen en van zogenaamde experten van de Koninklijke Academie van wie bekend is dat ze systematisch optreden als adviseur voor verzekeringsmaatschappijen die onder hun verplichtingen uit willen komen. Zij zijn het die hun vrij denkende collega’s uitmaken voor kwakzalvers.

U hebt in deze de kans gemist om het verschil te maken. U weet nochtans hoe het moet. Nog een citaat van uw hand:  “Zelfstandig denken is het enige alternatief voor het obscurantisme,” zei u in uw proclamatie, maar het is precies voor de politiek van achterkamertjes en ons-kent-ons dat u gekozen hebt.  “In de geneeskunde vertaalt [zelfstandig denken] zich dit door een positieve instelling tegenover de medemens met respect voor zijn vrijheid, gelijkheid en een ware empathie. Met de patiënt hebben, we geen “upstairs-downstairs” relatie. We streven naar een “adult-adult” relatie tussen gelijke partners. Wij geven neutraal en objectief de inlichtingen die de patiënt in staat stellen zo veel mogelijk zelf zijn beslissingen te nemen, wars van elke inmenging of paternalisme. Er moet plaats zijn in een therapeutische relatie voor empathie, medeleven en een warme genegenheid.” U hebt in uw requisitoir partij gekozen voor een paternalistische, neerbuigende en autoritaire geneeskunde.  U hebt niet de vrije denker verdedigd maar uw collega de professor die in de beslotenheid van de werkgroepen rond de referentiecentra liet noteren dat CVS/ME patiënten “in feite lijden aan een renteneurose.”

“Vrij denken is niet altijd eenvoudig, is dikwijls vermoeiend en eist een stevige rug en schouders,” zei u in 2008. “Het denken mag zich niet onderwerpen aan het dogma… Gelukkig is het impact van dogmatische standpunten in de actuele maatschappij sterk afgezwakt en evolueren alle milieus meer naar rationele opvattingen.”  En u haalde aan hoe men in de VS als hoogleraar kan ontslagen worden als men beweert dat het skelet van dinosaurussen ouder is dan 5000 jaar. “Het denken mag zich niet onderwerpen aan een vooroordeel, “une idee préconçue”.  U hield een pleidooi tegen het wetenschappelijke denken waar starre opvattingen quasi dogmatisch verkondigd werden met weinig plaats voor kritische experimenteel verzamelen van feiten. En u veroordeelt daarmee niet alleen een vrij denkende arts tot twee jaar werkloosheid, en onttrekt  zijn tweeduizend patiënten aan broodnodige medische zorg.

Ik heb daar maandag weinig tot niets van teruggevonden. Integendeel. U trok van leer tegen een arts die systematisch de oude denkbeelden in vraag durft te stellen.  U hebt precies dat gedaan wat u drie jaar geleden aankloeg, namelijk “het aankweken van vijandigheid tegen “de andere”. De “andere” wordt gereduceerd tot een archetype waar allerlei kwalijke kwaliteiten worden aan toegekend.”  Men maakt geen vijanden door wat men denkt, doch doordàt men denkt, zei u. Hier hebt u iemand die denkt en die dus fouten risico’s durft te nemen herleid tot een vijand.

“In … totalitaire situaties getuigt het van grote moed om te durven opstaan en te pleiten voor decentie, respect voor de rechtstaat en humanisme. Helaas zijn vele intellectuelen, waaronder het medisch corps, hier erg tekort geschoten,” zei u toen. Was u vooruitziend? Wou u toen al aanklagen wat u voorbije maandag zelf toepaste?

Een laatste citaat van uw hand: “Wanneer je in uw carrière de overtuiging hebt dat men een vriend of collega onrecht aandoet, kies dan niet voor de oorverdovende stilte van het zwijgen. Doe dit op een rustige, zelfzekere manier, zonder angst of schroom maar met een gevoel van innerlijke kracht. Een mens moet maar van één ding angst hebben, namelijk van het feit dat op een ogenblik in het leven hem de moed zou ontbreken om zelf zijn opinie te maken en hier ronduit voor uit te komen: Vrees niets anders dan de vrees. De houding van de vrije denker ten opzichte van autoriteits argumenten, ten opzichte van opgedrongen “vaststaande feiten”, is deze van de systematische twijfel. De ironische levenshouding en de humor helpen ons afstand te nemen en zelfstandig tot een oordeel te komen.”

U hebt in uw requisitoir de meest elementaire principes van het vrijzinnig humanisme verloochent en hebt gekozen voor corporatistisch eigenbelang. Helaas, ik heb geluisterd naar uw woorden en gekeken naar uw daden. Ik kan alleen maar teleurgesteld zijn. En verontwaardigd.  “Misschien weegt uw ingebeeld “ueber ich” te zwaar en moet U het laten nawegen door uw analist,” zei u. Ik wil u de analyse niet aandoen. Duizenden CVS/ME patiënten weten wat die waard is.

Ik hou me liever aan de verklaring van Helsinski  die een zeer degelijke leidraad voor de ethiek van het medisch handelen.  Elke klinische of klinisch farmacologische studie moet getoetst worden aan het absoluut respect voor het individu en zijn autonome besluitvorming. De stelling die u verdedigt veegt daar grandioos zijn voeten aan.

Vrij denken is gebaseerd op vrij onderzoek. Had u dat gedaan dan had u geweten dat vijf jaar voor dit proces dit alles reeds aan gekondigd werd in een brief van een lokale ziekenfondssecretaris die schreef dat het dra gedaan zou zijn met Dr. Coucke en zijn collega want dat het RIZIV en de ziekenfondsen een veroordeling in petto hielden.

Ik wil niet eindigen met een zoveelste citaat van een Poincaré, maar met een bedenking die bij me opkwam toen ik u hoorde besluiten dat dokter Coucke twee jaar schorsing verdient. En dat is de volgende: vrijdenken is geen kunst, geen verdienste, ernaar handelen wel.

Met vriendelijke groet,

 

Marc van Impe

Journalist en ondervoorzitter van de CVS-Liga

09:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

07 mei 2011

Zorgtrajecten

Het wil maar niet lukken met die zorgtrajecten (ZT) . Slechts een goeie 22.400 trajecten, nierinsufficiëntie en diabetes samen gerekend,  of 11.700  ZT voor  diabetes  type II na 15 maanden, en slechts 10.693 ZT voor nierinsufficiëntie na 18 maanden. Het Riziv had 550 ZT/100.000 inwoners voorop gesteld, het werden er 209 ZT/100.000 met een enorm onevenwicht tussen het Noorden en het Zuiden en de hoofdstad.  Maar het Riziv geeft niet op. Uit gesprekken in de coulissen blijkt dat de overheid meer zorgtrajecten wil uitbouwen. Ook voor CVS/ME patiënten. Op die manier moet de consequentie van meer chronisch zieken, beheersbaar gemaakt worden. Zorgtrajecten zijn in feite een vorm van het ketenzorgmodel . Aan de toegevoegde waarde van een multidisciplinaire samenwerking voor de chronisch zieke patiënt wordt niet getwijfeld. Ketenzorg levert kwaliteitswinst en daarmee gezondheidswinst op en doorgaans efficiëntere zorgprocessen. Maar ketenzorg zonder een efficiënt financieringsmodel heeft weinig zin. En dat ontbreekt.  Niet alleen voor CVS/ME patiënten.

 

In ziekenhuizen werkt men met forfaits. In de ambulante zorg bestaat die formule(nog) niet. Uit ervaring weten ziekenhuisspecialisten dat nogal wat technische prestaties of labonderzoeken die niet in het forfait zijn opgenomen “ambulant” worden gemaakt. Het feit dat dit fenomeen bestaat bewijst dat het niet werkt. Er is dus een wijziging nodig. Bij het uitrekenen van de bekostiging van de chronische zorg binnen het ZT mag diezelfde fout niet gemaakt worden. Integrale bekostiging zou de ideale oplossing zijn wat  immers leidt tot een integrale aanpak en daarmee tot integrale zorg. De vraag is of de eerstelijns zorgprofessionals wel goed af zijn met de wijze waarop die ketenzorg nu wordt opgezet en bekostigd.

 

Dr Ri De Ridder, de directeur-generaal van het  Riziv ziet de huisarts graag als manager van de zorg. Managers kunnen echter maar efficiënt werken als ze beschikken over een budget. En een manager moet bevoegdheden hebben.  Wil de directeur-generaal de richting van het Britse model inslaan en de huisarts als budgetbewaker van de zorg aanstellen? De Britse huisartsenzorggroepen zijn hoofdcontractant en maken dan ook voor een hele regio prijs- en kwaliteitsafspraken met zorgverzekeraars en onderaannemers. Maar wat betekent dat voor de betreffende huisartsen?

Een ongelooflijke hoop gedoe. Zorgprogramma’s ontwikkelen, nauwkeurige kostprijsberekeningen maken vanwege de financiële risico’s en onderhandelen met zorgverzekeraars, andere eerstelijns disciplines, thuiszorg, de ziekenhuizen en medisch specialisten. 

Zaken waarvoor geen enkele huisarts is opgeleid. De huisarts is en blijft  in de eerste plaats arts. Wat het Riziv daar ook van denkt. Tenzij men een nieuwe functie gaat creëren, namelijk de zorgmanager. Het mannetje of vrouwtje dat in de groepspraktijk of het medisch huis de regie voert.

 De ziekenfondsen zeggen niet nee. Op die manier wordt de huisarts aan de leiband gelegd. Normaal dat twee derden van de huisartsen niet veel voelen voor het ZT-model. Het is niet duidelijk wat dr. De Ridder eigenlijk wil. Als hij dat zelf al zou weten, dat zou mooi zijn.

 

En waar blijft de patiënt in dit alles? Kortom, er is werk aan de winkel. De wijze waarop een en ander vorm moet krijgen behoeft nog volop onderzoek en discussie. Op zoek naar balans in het ketenzorgmodel. Zonder taboes of a priori’s. Maar wel in het belang van de eerste betrokkenen : de patiënt en zijn arts.

 

Marc van Impe

 

13:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)