20 januari 2012

Schorsing door het Riziv

 

"Beste,

Toen ik op uw blog het verhaal las van de vrouw die geschorst werd omdat ze vrijwilligerswerk deed, heb ik besloten het mijne toch ook te vertellen.

In 2008 werd bij mij CVS/fybromialgie vastgesteld.  Ik wou echter graag zo goed als mogelijk actief blijven en slaagde erin, vanaf september 2009, terug een viertal uurtjes te gaan lesgeven in de school waar ik al jaren werk, met goedkeuring van de adviserende geneesheer van de CM.  Met een bijkomende uitkering van het ziekenfonds was dit financieel redelijk haalbaar.  Gedurende 2 schooljaren was dit geen enkel probleem : de adviserende geneesheer was en bleef heel begripsvol en vond dat ik moest "geprezen worden" voor mijn doorzettingsvermogen en mijn wil om ondanks alles te blijven werken.

Tot mijn grote ontsteltenis werd ik echter in november 2011 door het Riziv geschorst, na een onderzoek dat eigenlijk alleen de naam "schijnproces" verdient en dat een aanfluiting is voor al wie in dit land op een eerlijke en professionele manier aan geneeskunde doet.

De reden ? Volledig arbeidsgeschikt.  Enige uitleg over de motivatie voor deze beslissing, werd mij botweg en op een respectloze manier geweigerd.  

Uit contacten met mijn vakorganisatie, die me zou moeten kunnen bijstaan in geval ik een proces zou aanspannen, bleek mijn kans om dit te winnen maar heel klein.

Het komt erop neer dat ik beter helemaal niet was gaan werken, zelfs niet die paar uurtjes. 

Ik betwijfel of ze het bij het rechte eind hebben, maar eerlijk gezegd, ik heb momenteel niet de energie om het allemaal zelf uit te zoeken.

In dit land worden zieken blijkbaar gezien als een soort van rechtenloze parasieten, waar niemand echt mee bezig wil zijn. Ik word er zo moedeloos van, het gevoel van machteloosheid en eenzaamheid is zo groot, dat ik, uit een soort van zelfbehoud, besloten heb om geen procedure aan te vatten, en mijn lot maar te ondergaan.

Er zit voor mij niets anders op dan meer uren werken om het financieel verlies te compenseren.

Wat dit met mijn gezondheid, en eventuele kansen op enig herstel zal doen, daar geeft niemand ook maar ene moer om.

Vriendelijke groeten,

 

Mylène Vranckx"

11:36 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (8)

19 juni 2011

Open brief aan professor emeritus Guy Ebinger, naar aanleiding van zijn requisitoir in de zaak van dokter Francis Coucke

 15 maart 2011

Geachte professor,

Ik wil deze brief beginnen met een adagio dat u zelf aanhaalde in een proclamatie van 4 juli 2008 voor de studenten van de VUB, waarin u het verband uitlegde tussen vrijzinnigheid en de uitoefening van een goede geneeskunde. U citeerde toen Jules Henri Poincaré die zei dat « la pensée ne doit jamais se soumettre, ni à un dogme, ni à un parti, ni à une passion, ni à un intérêt, ni à une idée préconçue, ni à quoi que ce soit, si ce n'est aux faits eux-mêmes, parce que, pour elle, se soumettre, ce serait cesser d'être. » U sprak toen voor de faculteit Geneeskunde en Farmacologie van de VUB, waar u professor emeritus neurologie bent. Vorige maandag viel u de eer te beurt een advies te geven aan de Raad van Beroep van de Orde van Geneesheren in de zaak van dokter Francis Coucke, die in eerste aanleg veroordeeld werd door de Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen. Over de grond van deze zaak wil ik het niet hebben. Wel over de wijze waarop u uw advies dat resulteerde in een waar requisitoir  tegen de betrokken internist.

Mij dunkt dat u bij die gelegenheid de kans gemist hebt om waar te maken waar u zegt voor te staan.

“Vrijzinnigheid is een individuele houding die er in bestaat dat men de inspanning levert over alle informatie kritisch na te denken en gefundeerd een eigen opinie te vormen. Vrij denken betekent ook dat men zijn mening vrij durft verkondigen,”  zei u. “Het impliceert ook een sociale interactie met positieve attitude naar de anderen. Vrije meningsuiting impliceert dat men bereid is naar de andere te luisteren en ook zijn vrijheid te verdedigen: ‘ik ben het oneens met jou, maar zal alles doen om te verdedigen dat jij altijd en overal je eigen mening vrij mag verkondigen.’ “

Geachte professor, vorige maandag hebt u precies het tegenovergestelde gedaan. U hebt het vrije denken van een arts, en met hem van alle andere artsen die het goed menen met hun patiënten, ondergeschikt gemaakt aan de belangen van een overheidsinstelling en ziekenfonds waarvan bekend is dat ze elke visie op een moderne gezondheidszorg mist. Ik citeer hier uit het laatste rapport van de denkgroep Itinera. De visie van het Riziv en de CM wordt bepaald door eigenbelang, pretentie en slechte wetenschap. En in deze zaak betreffende CVS/ME patiënten, is ze gebaseerd op de dubieuze fundamenten van een psychiatrie die men gerust de minst wetenschappelijke van alle medische disciplines kan noemen.

U bent voorbij gegaan aan de talloze wetenschappelijke argumenten die voor dokter Coucke en zijn verdedigers hebben aangedragen. En u hebt die menen te moeten weerleggen met argumenten die gebaseerd zijn op gemanipuleerde getuigenissen van een expert die zichzelf onbevoegd verklaarde maar toch een oordeel wou vellen en van zogenaamde experten van de Koninklijke Academie van wie bekend is dat ze systematisch optreden als adviseur voor verzekeringsmaatschappijen die onder hun verplichtingen uit willen komen. Zij zijn het die hun vrij denkende collega’s uitmaken voor kwakzalvers.

U hebt in deze de kans gemist om het verschil te maken. U weet nochtans hoe het moet. Nog een citaat van uw hand:  “Zelfstandig denken is het enige alternatief voor het obscurantisme,” zei u in uw proclamatie, maar het is precies voor de politiek van achterkamertjes en ons-kent-ons dat u gekozen hebt.  “In de geneeskunde vertaalt [zelfstandig denken] zich dit door een positieve instelling tegenover de medemens met respect voor zijn vrijheid, gelijkheid en een ware empathie. Met de patiënt hebben, we geen “upstairs-downstairs” relatie. We streven naar een “adult-adult” relatie tussen gelijke partners. Wij geven neutraal en objectief de inlichtingen die de patiënt in staat stellen zo veel mogelijk zelf zijn beslissingen te nemen, wars van elke inmenging of paternalisme. Er moet plaats zijn in een therapeutische relatie voor empathie, medeleven en een warme genegenheid.” U hebt in uw requisitoir partij gekozen voor een paternalistische, neerbuigende en autoritaire geneeskunde.  U hebt niet de vrije denker verdedigd maar uw collega de professor die in de beslotenheid van de werkgroepen rond de referentiecentra liet noteren dat CVS/ME patiënten “in feite lijden aan een renteneurose.”

“Vrij denken is niet altijd eenvoudig, is dikwijls vermoeiend en eist een stevige rug en schouders,” zei u in 2008. “Het denken mag zich niet onderwerpen aan het dogma… Gelukkig is het impact van dogmatische standpunten in de actuele maatschappij sterk afgezwakt en evolueren alle milieus meer naar rationele opvattingen.”  En u haalde aan hoe men in de VS als hoogleraar kan ontslagen worden als men beweert dat het skelet van dinosaurussen ouder is dan 5000 jaar. “Het denken mag zich niet onderwerpen aan een vooroordeel, “une idee préconçue”.  U hield een pleidooi tegen het wetenschappelijke denken waar starre opvattingen quasi dogmatisch verkondigd werden met weinig plaats voor kritische experimenteel verzamelen van feiten. En u veroordeelt daarmee niet alleen een vrij denkende arts tot twee jaar werkloosheid, en onttrekt  zijn tweeduizend patiënten aan broodnodige medische zorg.

Ik heb daar maandag weinig tot niets van teruggevonden. Integendeel. U trok van leer tegen een arts die systematisch de oude denkbeelden in vraag durft te stellen.  U hebt precies dat gedaan wat u drie jaar geleden aankloeg, namelijk “het aankweken van vijandigheid tegen “de andere”. De “andere” wordt gereduceerd tot een archetype waar allerlei kwalijke kwaliteiten worden aan toegekend.”  Men maakt geen vijanden door wat men denkt, doch doordàt men denkt, zei u. Hier hebt u iemand die denkt en die dus fouten risico’s durft te nemen herleid tot een vijand.

“In … totalitaire situaties getuigt het van grote moed om te durven opstaan en te pleiten voor decentie, respect voor de rechtstaat en humanisme. Helaas zijn vele intellectuelen, waaronder het medisch corps, hier erg tekort geschoten,” zei u toen. Was u vooruitziend? Wou u toen al aanklagen wat u voorbije maandag zelf toepaste?

Een laatste citaat van uw hand: “Wanneer je in uw carrière de overtuiging hebt dat men een vriend of collega onrecht aandoet, kies dan niet voor de oorverdovende stilte van het zwijgen. Doe dit op een rustige, zelfzekere manier, zonder angst of schroom maar met een gevoel van innerlijke kracht. Een mens moet maar van één ding angst hebben, namelijk van het feit dat op een ogenblik in het leven hem de moed zou ontbreken om zelf zijn opinie te maken en hier ronduit voor uit te komen: Vrees niets anders dan de vrees. De houding van de vrije denker ten opzichte van autoriteits argumenten, ten opzichte van opgedrongen “vaststaande feiten”, is deze van de systematische twijfel. De ironische levenshouding en de humor helpen ons afstand te nemen en zelfstandig tot een oordeel te komen.”

U hebt in uw requisitoir de meest elementaire principes van het vrijzinnig humanisme verloochent en hebt gekozen voor corporatistisch eigenbelang. Helaas, ik heb geluisterd naar uw woorden en gekeken naar uw daden. Ik kan alleen maar teleurgesteld zijn. En verontwaardigd.  “Misschien weegt uw ingebeeld “ueber ich” te zwaar en moet U het laten nawegen door uw analist,” zei u. Ik wil u de analyse niet aandoen. Duizenden CVS/ME patiënten weten wat die waard is.

Ik hou me liever aan de verklaring van Helsinski  die een zeer degelijke leidraad voor de ethiek van het medisch handelen.  Elke klinische of klinisch farmacologische studie moet getoetst worden aan het absoluut respect voor het individu en zijn autonome besluitvorming. De stelling die u verdedigt veegt daar grandioos zijn voeten aan.

Vrij denken is gebaseerd op vrij onderzoek. Had u dat gedaan dan had u geweten dat vijf jaar voor dit proces dit alles reeds aan gekondigd werd in een brief van een lokale ziekenfondssecretaris die schreef dat het dra gedaan zou zijn met Dr. Coucke en zijn collega want dat het RIZIV en de ziekenfondsen een veroordeling in petto hielden.

Ik wil niet eindigen met een zoveelste citaat van een Poincaré, maar met een bedenking die bij me opkwam toen ik u hoorde besluiten dat dokter Coucke twee jaar schorsing verdient. En dat is de volgende: vrijdenken is geen kunst, geen verdienste, ernaar handelen wel.

Met vriendelijke groet,

 

Marc van Impe

Journalist en ondervoorzitter van de CVS-Liga

09:35 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)