03 februari 2012

Maandagstaking

Er werd gestaakt en ik zat dus in mijn stamkroeg uit te kijken op wat een vakbondsmanifestatie was. Het lokaal waar ik gewoonlijk pleeg in te nemen kijkt uit op de entree van het Berlaymont en is niet de plek waar de doorsnee ambtenaar zijn vrije uren slijt. Hier komen journalisten, lobbytijgers, een verdwaalde Eurocommissaris en een ambassadeur. Het is er cosy. Eenvoudig en goed en nuchter gerund door een Nederlands koppel. Dé plek om dit soort stukjes te schrijven. Wat ik dus probeerde toen er twee mannen binnenkwamen, in een rood en een groen hesje, duidelijk vakbondsbonzen die niet gewend waren aan dit soort van gelegenheden. Na een paar minuten en twee demi’s ging de conversatie zwerven en werd ik aangesproken, iets wat me mateloos kan irriteren als ik aan het schrijven ben. Na de obligate “wadoedegij’s” en “kendedandedieëns” kwam de conversatie op het doel van de staking. “we zijn hier omdat we opkomen voor de minder weerbare burger,” zei het rode hesje. “ja,” zei groenmans, “ voor de mensen die niet op café kunnen schrijven maar die deeltijds werken, of het werken moe zijn en die met brugpensioen willen gaan en voor hen die wel willen werken maar niet kunnen werken of erger nog niet mogen werken.” Ik hou me op zo’n moment graag van de domme. “tja,” zeg ik, “met dat soort van zaken word ik nooit geconfronteerd. Zeer interessant, maar gaat u vooral verder.” Volgde een schrijnend verhaal over een handige moeders die een beetje mankten, slecht opgeleid maar toch zo werkwillig en over sociale handgekapten die geen kansen kregen en over uitsluitingen, en andere sociaal ingegroeide teennagels. Maar zou ik allemaal geen kennis van hebben, zei het rode hesje dat aan zijn derde demi begonnen was. “Toch,” zei ik, “ ik ken een patiënt die net zoals jullie dat zo mooi beschrijven uitgesloten wordt door ons anders zo voortreffelijke sociale systeem.” De aandacht was mijn. “ze krijgt geen uitkering en heeft opgroeiende kinderen.” Het groene hesje bestelde nog een rondje. “ze wordt belachelijk gemaakt door allerhande controleurs.” Er zat wat in het oog van het rode hesje. “ ze is haar man kwijt en haar familie neemt haar niet meer au serieux.” “Onrecht,” riep roodmans , “ stuur ze gelijk naar mij. Waar lijdt ze aan.”  Toen ik het woord CVS liet vallen werd het op slag stil. Groenmans moest naar het toilet. Roodmans mompelde iets over psychologie. “gelukkig hebben jullie als vakbond dit toch begrepen,” zei ik. “Hoezo,” klonk het verbaasd. “Wel lees De Morgen op pagina 7 van het M katern.  Daar schetst Sarah Ciolek , vier jaar vakbondsafgevaardigde van het ABVV een juiste schets van de CVS-situatie in ons land.  Ik citeer: ‘toen ik jonger was had iemand in mijn familie CVS. Ze was enorm graag gaan werken, maar had twee schoolgaande kinderen. Red het maar eens. Ze moest soms om boter bedelen bij mijn oma omdat ze dat niet kon betalen. Ik vind dat mensen met een tegenslag moeten gesteund worden. Je moet niet rijk zijn, maar je moet wel een waardig leven kunnen leiden.”  Zou het kunnen dat de aan hen verwante ziekenfondsen dit toevallig vergeten?

Het was nu heel stil in het café. Roodmans gremelde, groenmans keek uit het raam. Gelukkig kwam toen net een Audi 6 met chauffeur aangereden. Uit gingen de hesjes. De laatste slok werd ingezwolgen, zoals de walvis Jonas binnenwerkte. “bel me,” zei groenmans, “je hebt mijn kaartje.”

Marc van Impe

21:32 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)