14 februari 2016

Met zestien moet je kunnen roken

Met haar oneliner dat als je op zestien oud genoeg bent voor seks, je ook oud genoeg bent om sigaretten te kopen, heeft minister Maggie De Block heel wat kwaad bloed gezet bij de politiek correct denkende kerkgangers. Ik denk dat de minister gelijk heeft. Wie van bil kan gaan, zal daarna al snel een sigaretje smoren. Zo gaat in de film, dus dat aap je na.

Je prefrontale cortex is nu eenmaal nog niet voldoende ontwikkeld, dus ga je voor instant gratification en leg je vaak extreem dom gedrag aan de dag. Tot u spreekt een ervaringsdeskundige, die zelf op zijn veertiende in de toiletten van de Koninklijke Academie van Schone Kunsten, tijdens de pauze van de les tekenen, kennis maakte met het merk Prince de Monaco en leerde inhaleren van een jongen die later priester werd en weer uittrad. Er zijn nog meer dingen die ik op dezelfde locatie van deze voorlijke knaap geleerd heb. Het heeft me menige oorvijg van vaders hand bezorgd. In het college stond op roken de doodstraf. De leraars droegen nog een soutane en rookten zelf als een schoorsteen. Het heeft niet mogen helpen. Ik ging stug door. Tenslotte was ik een puber.

Ik rook ondertussen al lang niet meer. Op mijn zesendertigste gestopt. Na een weekje griep. Van de ene dag op de andere. En dat had niets met gezondheid of financiën te maken. Geen groot inzicht. Alleen maar de vaststelling dat een glas wijn, na een week gedwongen rookonthouding, ineens echt smaakte zoals het hoorde, met alle nuances die zo lyrisch beschreven worden.

Een verbod helpt niet, dat weet elke vader met opvoedkundige ervaring. Verbod maakt dingen aantrekkelijk, creëert een behoefte, een drang om het toch één keer uit te proberen. Ik heb mijn kinderen nooit verboden te roken. Geen van hen is roker geworden. Net zo min als ik hen verbood een pilsje te drinken of de Playboy in te kijken. Ik heb hen wel aan de kop gezeurd met verhalen hoe en waarom ik het toen deed en waarom en hoe ik het nu anders deed. Roken, drinken, vrijen, auto rijden, het zijn rituele passages in het leven van nogal wat een opgroeiende mensen. Het moet niet, maar het moet kunnen.

Daarom heeft Maggie De Block gelijk. Je moet de verkoop aan zestienjarigen niet verbieden. Zij die geloven dat dit de zaligmakende maatregel is zijn hypocriet. Ik ben ervan overtuigd dat ze er dan vanuit gaan dat ze daarmee in alle goed fatsoen hun burgerplicht ingevuld hebben. Veel schijnheiliger kan je niet. Een puber met redelijke argumenten ervan overtuigen dat hij beter anders handelt, is een stuk moeilijker. En je kan het roken op specifieke plaatsen uitstekend verbieden. Achter het stuur, op de fiets, op het plein, in de winkelstraat, op festivals. Dat werkt. Weten we.

Een andere zaak is het toelaten van de e-sigaret. Ik weet niet of de minister het daar bij het rechte eind heeft. Want dit ogenschijnlijk onschuldig genotsmiddel is veel gevaarlijker dan het er uit ziet. Zo blijkt uit een studie van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) dat het aantal oproepen tot het antigifcentrum gerelateerd aan de e-sigaret gestegen zijn van 1 per maand in 2010 tot 215 per maand in 2014.

Dr. Tom Frieden, directeur van de CDC, haalde de rode vlag boven en zei onomwonden dat de vloeibare nicotine gevaarlijk kan zijn.  E-sigaretten bevatten naast nicotine (tot 24-36 mg/ml) heel wat andere gevaarlijke en kankerverwekkende producten zoals formaldehyde en acetaldehyde, en in de rook zitten toxische metalen zoals nikkel en chroom. En dat in veel grotere hoeveelheden dan in gewone sigaretten. De fabrikanten zijn er echter in geslaagd om hun e-sigaret door de FDA te laten erkennen als een therapeutisch middel om van het klassieke roken af te kikken. Precies de argumentatie die hier ook België gebruikt wordt als excuus om dit nieuwe gif vrij te geven.

Ik herinner me de tijd dat artsen in reclame voor Camel, de sigaret aanprezen als goed voor de gezondheid. Het was 1949 toen. Verbaas u op https://www.youtube.com/watch?v=gCMzjJjuxQI.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

14 mei 2012

Hoe zit dat met alcohol?

Over het roken zijn we het eens. Behalve onze apotheker die het bij cigarillo’s houdt zijn we allemaal gestopt. Anti-rookbeleid is onderdeel geworden van gezondheidsrichtlijnen. Niet-roken is de maatschappelijk geaccepteerde norm. Maar hoe zit dit bij alcohol? Op de recepties vinden de dienbladen met rode en witte wijn gretig aftrek. Kom ik mijn geleerde vrouw ophalen bij haar LOK dan kom ik niet zonder een glaasje weg. Bijna de helft van de geneeskundestudenten drinkt meer alcohol dan gezond is, ook tijdens de opleiding. Ook in journalistenkringen wordt alcohol geassocieerd met gezellig.  Drinken is diep verankerd in onze maatschappij, net als roken vroeger. Maar veel alcohol drinken heeft enorme gezondheidsrisico’s. Toch blijft patiënten confronteren met hun eigen alcoholgebruik een lastige kwestie. Artsen vinden het lastig om het alcoholgebruik van de patiënt aan de orde te stellen. Waarom?  Gebrek aan de tijd kan toch het probleem niet zijn. Een snelle screening duurt 60 seconden. Is het omdat u zelf van een glaasje houdt? Of is het wellicht het geruststellende idee dat matig alcoholgebruik beschermt tegen hart en vaatziekten? En dat, terwijl medicijnen voorgeschreven worden die niet ongevaarlijk zijn in combinatie met alcoholgebruik. Of, dat er sprake is van gezondheidsproblemen die te maken kunnen hebben met alcoholgebruik (bijvoorbeeld valincidenten, depressies, vergeetachtigheid).  Ik vind dat het tijd wordt dat de dokter standaard vraagt naar het alcoholgebruik van zijn patiënt en dit ontmoedigt vanwege de gezondheidsrisico’s. Uit onderzoek blijkt dat de patiënt er geen problemen mee heeft. Vindt u het belerend of paternalistisch? Is het omdat u zelf van een glaasje houdt? Alcoholbeleid hoort onderdeel te zijn van gezondheidsrichtlijnen. Zodat net als bij roken, overmatig alcoholgebruik wordt verbannen! Maar wat is overmatig?

 Marc van Impe

18:58 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)

23 februari 2012

Roken

Heb je dan een alternatief, mailt een lezer naar aanleiding van mijn vorige column over EBM. Zij neemt het niet dat ik in één beweging acupunctuur, homeopathie, chiropraxie en osteopathie over de hekel haal. Daarom volgend verhaal. Toen ik nog jong en onbezonnen door het leven wandelde was ik een hardnekkig liefhebber van tabaksproducten. Ik rookte ’s ochtends een pakje C. , en begaf me na de lunch aan een pakje G. , ’s avonds vaak gevolgd door enkele wilde brazils of een havanna. Ik hoestte niet, ik rochelde niet, ik had een gezonde eetlust en drinklust, ik zwom tweemaal per week, deed aan fietsen en paardrijden en maakte onbezorgd mijn huiswerk. Ik was zeker niet verslaafd want ik kon best een nachtje zonder sigaretten, nachtwinkels waren toen nog een zeldzaamheid, en moest niet naar de dichtstbijzijnde kroeg voor een verse lading. Toch knaagde er iets en wist ik dat ik op de leeftijd van 35 best zou stoppen. Ik bezocht dus een bevriende therapeut die dé remedie beweerde te hanteren. Zijn praktijk bleek een soort van boeddhistische tempel te zijn in Habitat-uitvoering. Er brandden wierookstokjes. Het licht was getemperd. In de achtergrond speelde een sitar. Hij stak opgehitste naalden in mijn oorlelletjes. Masseerde mijn nek, deed ingewikkeld over ying en yang en over de qi die door mijn meridianen stroomde. Kortom, hij nam ruim de tijd en een flinke hap uit mijn portefeuille, mompelde iets over niets terugbetaling en zei dan dat ik diezelfde week nog eens terug moest komen, en zo tweemaal per week gedurende hele komende maand. Toen sprak hij de magische woorden: “Je voelt je al veel beter nu, niet?” Wat kon ik zeggen? Ik liep buiten, stak een sigaret op en ging gelijk een Orval halen. Ik ben nooit meer terug geweest. Ik heb verder gerookt tot ik de geleerde vrouw tegen het heerlijke lijf liep. Zij zei me dat mijn haar en kleren stonken en dat als je wil stoppen met roken, je moet stoppen met roken. Ik ben gestopt. En heb van de ene dag op de andere nooit meer gerookt. Wel zin gehad, ervan gedroomd en badend in het zweet der schaamte wakker geworden. Het kabinet van mijn vrouw is geen tempel en ook geen boudoir. Het is een smaakvol ingericht hok in een kliniek die dokters om de haverklap laat verhuizen. Mijn vriend de acupuncturist heeft ondertussen zijn qi gevolgd en verliet vrouw, tempel en kinderen om met een nieuwe volgelinge een seniorie te beginnen. Zijn praktijk was gebaseerd op suggestie, verwachtingen, relaxatie, psychologische kunstjes en persoonlijke interactie. De praktijk van de geleerde vrouw op rede, wetenschap en redelijkheid. We weten ondertussen dat je je meridianen net zo goed met tandenstokers kan stimuleren. Maar wedden dat de meeste adepten van de naald het echte scherpe werk prefereren?  Als zulke mensen een kamer willen inrichten moeten ze dat vooral doen. Maar een minister moet zich daar niet mee moeien. Die heeft echt andere katten te geselen.

Marc van Impe

22:27 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)