13 april 2015

Steve Stevaert: de politiek als pop-up store

Met de dood van Steve Stevaert is er nog lang geen einde gekomen aan een politieke generatie die sinds het eind van de jaren tachtig het mooi weer maakt in ons land. Zoals elke generatie heeft ook deze ooit aanstormende jeugd ambities gehad die ondertussen al lang  verdwenen zijn onder het zand van het heden. Na de heertjes van  het Belgique de papa, waarvan de jonge heer Mark Eyskens, de laatste vertegenwoordiger was, kwam de generatie die besmet was met een virus dat in de DSM-V nu beschreven staat als ISG instant gratification syndrome.  Deze jongeren hadden geen tijd, geen zin en niet het geduld om de trage mars door de instellingen te maken. Zoals hun collega’s entrepreneurs van het laatste decennium van vorige eeuw wierpen ze alle bestaande business modellen overboord en gingen ze voor een nieuwe revolutionaire aanpak met het oog op een maximale return on investment. Het waren de hoogtijddagen van Friedman, Hayek, Popper en Chicago School of Economics. Steve Stevaert zal die theorieën nooit gekend hebben maar als een geboren slimme serial entrepreneur, was na zijn horeca periode de politiek zijn tweede natuurlijke biotoop. In tegenstelling tot een Verhofstadt of een Reynders die vanuit dezelfde theorie vertrokken maar die zicht hadden op een toekomst en dus een ideologie hanteerden, was Stevaert meer een man van de snelle babbel, meepratend met de klant aan de toog, refererend naar iemand intelligent, achter de schermen, iemand die hij kende. Dat trekt mensen aan, die toch al zo weinig leut hebben in dit landschap van Thuis, Familie, Belgium got Talent, Chef en ander kijkverdriet. Gewillige slachtoffers van het hedendaags sofisme..

Als dan ook nog de slagzin: morgen scheert men gratis weerklinkt, is het succes verzekerd. Er zijn veel klanten voor de politiek pop-up shop. Komt daarbij dat macht erotiseert. Men moet in stevige schoenen staan om daar aan te kunnen weerstaan. En als men dan toch toegeeft aan de lust, dan doet men dat best op een berekenende manier dus met partners waarvan je weet dat ze je gebruiken als ladder naar een betere carrière. Zo cynisch gaat dat in de wereld, of die nou politiek is, medisch of academisch. Ik heb ze in mijn tijd in de Wetstraat, aan beide kanten van de vergadertafel mogen meemaken, de jonge Turken, die niet van de gewillige odalisken konden blijven. Ik kom ze nu nog tegen, ergens in een Hoge Raad, een Europese Commissie, een Comité voor een of andere bescherming van een stuk maatschappij. Jean Gol zei me ooit dat een goed politicus drie dingen graag maar met mate moet consumeren: la bouffe, l’ alcool, et les dames.

Steve Stevaert, die ik van nabij heb leren kennen als een warm en genereus man, paste die regel van drie niet altijd toe. Hij was gretig, snel, op snee, en ijdel. Op een moment ga je daar aan ten onder: hubris en vanitas, de twee gezusters die ogenschijnlijk alle kwaliteiten hebben, en al zoveel politici ten gronde hebben gericht. Stevaert had beter de levensgeschiedenis van Alcibiades gelezen. Die redde ooit Socrates’ leven, zoals Stevaert dat voor zovele anderen gedaan, maar toen hij in Sicilië viel, was er niemand om hem te redden. Hij is de geschiedenis ingegaan als het schoolvoorbeeld van de geniale, gefortuneerde en briljante jongeman die, zonder de rem van een geweten, de leer der sofisten in praktijk bracht en alles en allen ondergeschikt maakte aan de bevrediging van zijn eigen tomeloze eerzucht en machtsdrift. In het leven moet je kunnen omgaan met verlies. Zoals de filosoof Robert Zimmerman in 1965 in zijn meesterwerk Love Minus Zero/No Limit schreef: “ to know there's no success like failure, and that failure's no success at all."

 

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)