15 februari 2012

Gered

Ik lig op de bank en luister naar de oude nieuwe Pink Floyd: Wish you were here schalt door de boxen. Buiten dooit het. En plots schiet het door mijn hoofd dat ik bijna dag op dag hier bijna nooit meer was. Het leven hangt letterlijk aan elkaar van toevalligheden en in mijn geval van de hand van de geleerde vrouw. Dat komt zo! We waren in Leiden waar we als welopgevoede lieden de Boerhave-cursus gevolgd hadden. Ik deed op dat moment pas mijn eerste stappen in de neurologie en MRI en dat soort zaken waren dingen waarvan de toenmalige minister van Volksgezondheid vond dat ze dure en overbodige luxe waren en dus zeker niet in een banaal perifeer kliniekje thuishoorden. In Leiden werd ik geïntroduceerd in de heuristiek van het hersenonderzoek. Maar daarover gaat deze column niet. ’s Avonds gingen we stappen en overmoedig geworden door de inname van enige geestige Hollandse vochten besloten we over de dichtgevroren grachten naar onze wagen te lopen.

Ik zette als eerste van ons zeer geleerde gezelschap een voet op het ijs, toen een tweede, en stapte zingend de grachtspiegel op. De geleerde vrouw volgde op het trapje. En toen zakte ik door het ijs. Ik was sprakeloos, wat een eeuwigheid scheen te duren voor het ijskoude water mijn middel bereikt had. Toen stak ze haar hand uit. Ik greep naar het leven en zij trok me aan de kant. De andere geleerden waren ondertussen weggevlucht. Ik stond zeiknat in -11. Zo reden we terug naar Haarlem waar we voor de nacht gelogeerd waren. Tegen we in Klein Heiligland aan kwamen was mijn onderste lichaamsdeel al weer aanspreekbaar. Zij had de hele weg geen woord gezegd. “Je had wel verzopen kunnen zijn,” zei ze toen we uitstapten, “gelukkig stak je je hand uit.” “Jij stak je hand uit,” zei ik. “Alsof ik je gered heb,” zei ze, “ je wordt niet gered als je dat niet wil. ”  Later zei ze: “ Wie wil verder leven moet wel zijn verantwoordelijkheid opnemen.” Ik droom de scène nu nog. Dat zou niet de laatste keer zijn dat ze dit deed. Ik moest hieraan ook denken toen ik een ziekenfondsarts voor de zoveelste maal hoorde zeuren over het fenomeen van de patiënt die niet wil geholpen worden. En de parabel van de uitgestoken hand.

Marc van Impe

12:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)