11 december 2011

De psychotherapeutische huisarts

De directeur-generaal van het Riziv wil dat de huisarts nu ook psychosociale consulten gaat afleveren. Dat zei hij op een bijeenkomst met huisartsen in het Antwerpse. Vere, dignum et justum est citeren wij in deze graag de prefatie van de hoogmis ,die de directeur-generaal zo om het seizoen te lande graag mag opdragen. De  huisarts moet geprezen worden. Het is een ceremonieel dat door voorganger en publiek met de grootste serieux wordt in scène gezet, waarna iedereen weer naar huis gaat. De kraag wat opgetrokken want het wordt koud ’s avonds. Toch een mooi weertje gehad de voorbije dagen. Da’s waar maar dit weekend zou het ander worden. Allez, tot de volgende. En door de nacht rijden de huisartsen, nog nagenietend van een merkwaardig wereldwijntje, naar moeders thuis die wacht in het warme bed. De volgende dag is het psychosociaal consult al weer vergeten.

Maar zo niet bij de directeur-generaal. Nog maanden zullen we eraan herinnerd worden dat nu al 12 huisartsen, dan weer 73 huisartsen, tenslotte 172 en een halve huisarts psychosociale consulten afgeleverd hebben. Zo is dat gegaan met de huisarts als treinconducteur, de huisarts trajectbegeleider, de huisarts vaccinateur, de huisarts sportgeneesheer, de huisarts manager, de huisarts huwelijkstherapeut, de huisarts palliateur , de huisarts jongleur en dat zal niet anders gaan dan met de huisarts psychotherapeut.

En daarbij stel ik me vooral geen vragen over de kwaliteit van die psychosociale consulten. Iedereen in het vak weet toch dat een huisarts in opleiding wel zeventig  uur psychiatrie achter de kiezen krijgt. Dat is tien uur per jaar.  Laat staan dat het engagement om voor 39 € een intakegesprek van minimaal drie kwartier te leveren, buiten twijfel staat.  De huisarts neemt dat er graag bij.

Marc van Impe

10:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

03 december 2011

Minimale ziektelast

Net zoals ons land zit Nederland met begrotingsproblemen. De economische omstandigheden nopen de nieuwe regering tot forse bezuinigingen, ook in de zorg. De Nederlandse regering gelooft in marktwerking in de zorg.  Maar tegen alle verwachtingen belooft die maatregel maar weinig besparingen. Dat komt omdat de burger en zorgverstrekker er niet aan willen. Alleen de zorgverzekeraars zien er brood in. Daarom hebben ze om die onwil te counteren het volgende gevonden: de minimale ziektelast. Dat komt er op neer dat het verzekerde zorgpakket danig wordt ingekrompen. Aandoeningen met een “minimale ziektelast” , dus waar mensen weinig fysieke last van hebben worden uit het pakket gehaald. Daar wil men miljarden mee bezuinigen.

Nu is snijden in het verzekeringspakket altijd en overal een heikele zaak: de zorgverzekering of mutualiteit zoals dat hier heet is gebaseerd op het begrip solidariteit. Gezonden en jongeren zijn solidair met zieken en ouderen. Dat is voorbij.  Nu de deur is opengezet komt de koude wind binnenwaaien. Want wat is minimaal? 1 procent of 10 procent hinder? En worden mindere aandoening niet snel ernstig? Neem nu migraine. Minimale ziektelast, zegt de overheid. Om de redenering kracht bij te zetten worden het argument van (non) evidence based van stal gehaald. Maar wie een heel jaar zijn klok gelijk kan zetten op zijn migraine aanvallen zal daar snel anders over denken. Bepaalde aandoeningen zijn ernstiger dan andere of kunnen zich beter verkopen. Zij roepen, nee, eisen dan ook meer solidariteit op. Daar raak je niet ongestraft aan. Aardig idee dus om net die aandoeningen uit het pakket te wippen waarvan je weet dat de invloed op de gezondheid het geringst is. Of welke patiënten het minst weerbaar zijn. En dan gaat het niet alleen over kalknagels  maar ook over sinusitis of migraine.  

Aan Aids, kanker, hartfalen en diabetes wordt niet geraakt. Wie chronisch pijn heeft, wie aan een zeldzame neurologische ziekte lijdt, wie het zonlicht niet verdraagt of wie chronisch moe is mag wel aangepakt worden.

Moeten we nu vrezen dat die Nederlandse aanpak naar België zal overslaan? Ik geloof het niet. Nee, wat wij zelf doen doen we beter. Onze ziekteverzekeraars  pakken het anders aan: die gaan de patiënt responsabiliseren zoals dat met een gruwelijk neologisme heet. Om hem vervolgens in de psychotherapie te duwen.  Iedereen blij? De patiënt mag niet klagen want hij krijgt aandacht. De psycholoog krijgt werk. En de ziekteverzekeraar spaart een pak geld uit want therapie wordt niet vergoed. De volgende stap is dat de patiënt de schuld krijgt van zijn ziek zijn. Te dik? Had je maar niet zoveel moeten eten. Een punthoofd en splijtende koppijn? Pieker wat minder. Te hoge cholesterol? Had je maar geen boter moeten smeren. En vooral: even meer aandacht voor jezelf in het nù. Nù. Nù. Hoe heet dat ook weer?

 Marc van Impe

11:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 mei 2011

Een eenvoudige Awareness day

Awareness day komt er weer aan dus is het seizoen van klagen, dreigen, schelden en argumenteren weer open. Eén constante op alle websites is de woede om de machtsgreep van de psychiatrie op een ziekte die een verkeerde naam heeft en dus makkelijk kan geclaimd worden.

Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Ook ik heb afgegeven op de zielenknijpers die CVS/ME afdoen als een psychosomatische –lees: ingebeelde; lees: overdreven;  lees: zelf-geïnduceerde- ziekte afdoen en die niets beters weten te verzinnen dan een koudwater psychotherapie in combinatie met kleuterturnen. Die woede was en is terecht. De infernale triangel London-Nijmegen-Leuven zal de medische geschiedenis ingaan als één van de kwalijkste conspiraties ooit. En de artsen en psychologen die de neponderzoeken als kralen  op een draadje rijgen zijn nu al de risee van de vakpers. Maar hen treft niet de grootste schuld.  Dat alles was niet mogelijk geweest zonder de medeplichtigheid van een andere kaste die hoge schotten rond zich optrekt: de journalisten. Ik verklaar me nader.

Journalisten vandaag  houden niet van ingewikkelde zaken. Journalisten willen de zaken simpel voorstellen, liefst in zwart-wit, met zo weinig mogelijk grijzen. Ze gaan er van uit dat het precies dat is wat hun lezers verlangen. Duidelijkheid. Ook al moeten ze daarom voor een flou artistique kiezen. Als journalisten geconfronteerd worden met ingewikkelde situaties, en een nieuw ziektefenomeen is op zijn zachtst gezegd ingewikkeld, dan haken ze af. In de journalistiek is geen ruimte voor nuance meer. Wie dus aankomt met testing, met neurocognitieve stoornissen, NKC’s, Vo2max, immuun disfuncties, hormonale balansen en Igf1 vraagt veel te veel van het journalistieke puberbrein. Want om dit te begrijpen moet je studeren, moet je je in de zaak verdiepen. En daar heeft de journalist vandaag geen tijd voor. Wie echter aan komt draven met verhalen over overbelaste multitaskende vrouwtjes die hun eigen grenzen niet kennen, die vertelt een hedendaagse stadslegende die graag opgepikt wordt. Want welke journalist voelt zich niet overbelast, op de rand van een nervous breakdown,  kortom dicht tegen een burn-out. Eigenlijk is een beetje journalist wel een beetje chronisch vermoeid. Wordt dit verhaal dan nog eens verteld door een professor die je op de meest onmogelijke tijden mag bellen en die altijd in is voor een quote, een monkel, een “je weet wel” of “maar dat mag ik niet gezegd hebben”, kortom een handvol trivialiteiten dan is de zaak rond.

En tot overmaat van ramp bestaat er in de media de voorbije tien jaar een bovenmatige behoefte aan “het verhaal achter de mens”. Nog niemand die precies heeft weten te vertellen wat dat verhaal precies inhoudt. Maar zeker is dat het alles behalve een nauwkeurige omschrijving is van wat er met precies met iemand gebeurt. Het is eerder een potpourri van emoties, flarden van incidenten, stukjes groot verdriet en verwarring, overgoten met een half gestolde new age saus van mindfulness, warmwater turnen en met de voeten in de dauw trappelen met de laffe nasmaak van goedkope rode wijn onder de hersenpan. Al die aandacht voor het verhaal achter de mens zorgt ervoor dat steeds meer individuen zich geroepen voelen om hun eigen verhaal te doen, hun eigen beweging, hun eigen actie te gaan voeren. En de journalisten moedigen dat aan, want elke nieuwe actievoerder is een nieuwe verhaal en moet in de krant.

De CVS/ME patiënten en dokters  moeten aan hun imago werken. Dokter Siddharta Mukherjee zegt het zo in De Keizer aller ziektes:” Op het moment dat een ziekte ontdekt wordt , is het een kwetsbaar idee, een kasplantje, dat disproportioneel invloed ondervindt van de naam die eraan gegeven wordt. “ Gay related immune disease (GRID) kreeg pas een doorbraak toen het acquired immune deficiency syndrome (AIDS) ging heten. Ik ben nu overtuigd: CVS/ME is een mediaziekte die  een nieuwe naam nodig heeft.  Meer moet dat niet zijn. Of is het toch niet zo eenvoudig?

Marc van Impe

14:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (5)