08 februari 2017

Het fabeltje van de emotie-eter

Weer een mythe de wereld uitgeholpen: de emotie-eter bestaat niet. Dat concluderen Peggy Bongers en Anita Jansen, twee Maastrichtse psychologen. Een halve eeuw onderzoek heeft nauwelijks bewijs opgeleverd dat 'emotie-eten', zoals damesbladen en dieetsites ons dat voorspiegelen, wel bestaat. Wat dan weer voor een rel onder wetenschappers zorgt. Klinkt het u bekend in de oren?

De 'emotie-eter' dook in de jaren zestig van de vorige eeuw op als mogelijke verklaring van obesitas. Intussen verrees er rond emotie-eten een complete industrie, met websites, televisieshows, hulpprogramma's en vragenlijsten. Emotionele eters hebben redenen zat om te eten: ze voelen zich neerslachtig of ontmoedigd, ze hebben ruzie gemaakt, ze zijn angstig, ze troosten zichzelf.
Ze houden zichzelf vooral voor de gek, want vragenlijsten of niet, de klassieke 'emotionele eter', die bij neerslachtigheid meteen grijpt naar snacks, zoetigheid en ander troostvoedsel, blijkt vooral een fabel en een halve eeuw wetenschappelijk onderzoek heeft nauwelijks overtuigend bewijs geleverd dat er echt mensen zijn die structureel hun zorgen weg eten, stellen de Maastrichtse psychologen Peggy Bongers en Anita Jansen in een overzichtsstudie van 25 eerdere onderzoeken. Het onderzoek verscheen recent in het vakblad Frontiers in Psychology.
De 'emotie-eter' is folklore. 'Het voelt als iets logisch', zegt Bongers in De Volkskrant. 'Maar als je het onderzoekt, blijkt dat mensen die zichzelf een emotie-eter noemen bijvoorbeeld ook te veel eten als ze zich juist goed voelen. Het lijkt erop dat mensen het modewoord 'emotie-eten' aangrijpen als excuus achteraf: ik heb te veel gegeten, maar ja, ik voelde me ook zó ellendig."
Maar uiteraard zijn er tegenstanders die de uitkomst van deze meta-analyse afwijzen. Zij beschuldigen de Maastrichtenaren ervan aan cherry picking gedaan te hebben.
Zo zouden ze selectief hebben gewinkeld in de literatuur. 'Bovendien verwarren ze positieve met negatieve emoties. Emotie-eters vallen op doordat ze atypisch reageren op stress. Ze houden bij stress niet op met eten, wat de normale stressreactie is, maar vertonen de afwijking dat ze juist wél gaan eten.'
En dat is een stoornis die gewichtstoename kan geven, legt Sandra Van Strien van Radboud UMC in Nijmegen. Die dan weer de kritiek krijgt dat ze daar zakelijk belang bij heeft want Van Strien heeft auteursrecht op de 'Dutch Eating Behavior Questionnaire' , een meetlijst van eetstijlen die Van Strien in 1986 ontwikkelde.
Aan iedere persoon die hem invult, verdient ze iets. Die vragenlijst wordt in meer dan duizend wetenschapsartikelen aangehaald, werd in vijftien talen vertaald en is goedgekeurd door het Nederlands Instituut voor Psychologen. De vragenlijst zou de voedselinname voorspellen - als je je maar richt op de invullers met de extreemste antwoorden. Bongers en Jansen: wat moet je nou met een vragenlijst die meestal niet werkt?


Eén zaak is zeker: de discussie wekt veel emotie op.

Marc van Impe

Bron: MediQuality


Meer info:
http://journal.frontiersin.org/article/10.3389/fpsyg.2016...

16:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 februari 2016

Met een kankergezwel op je huid ga je toch ook niet naar de slager ?

“Met haar plan om voortaan alleen nog universitairen te erkennen als psychotherapeuten legt minister Maggie De Block haar medische logica op", schreef Koert Eeckhout in De Standaard van 21 januari, en maakte zich vervolgens boos. De beslissing is, wat De Block betreft, nu gevallen en de vraag is wat er tegen deze medische logica in te brengen is. De heer Eeckhout is van opleiding arbeids- en organisatiepsycholoog, blijkt een adept (in opleiding) te zijn van gestalttherapie, werkt als gesprekstherapeut én in de jeugdzorg. Als psychotherapeut zou hij volgens de nieuwe criteria die eraan komen niet langer erkend worden.

In zijn betoog haalt hij er de edele principes van de participatie, het luisteren naar de basis en burger­initiatieven bij. Het klinkt mooi als het moet gaan over de plaatsing van een windmolen in je achtertuin maar wat dit te maken heeft met de geestelijke gezondheidszorg, blijft voor mij een onbeantwoorde vraag. Geen zinnig mens die een breed maatschappelijk debat wil organiseren over de opleiding van artsen. Dat laten we over aan deskundigen.

"Universiteiten hebben geen monopolie op kwaliteit en een universitaire opleiding is geen absolute garantie voor de goede uitoefening van een beroep. Dat er criteria komen voor instituten die een psychotherapie-opleiding organiseren, is begrijpelijk, dat er minimumvoorwaarden zijn om zo'n vierjarige opleiding te starten ook. Maar bachelors helemaal uitsluiten gaat te ver. Als maatschappij denken we steeds minder vanuit diploma's en steeds meer vanuit competenties en talenten." Tot zover Eeckhout, die vind dat er een breed debat had moeten komen. Het doet me allemaal denken aan 1968 en de jaren van inspraak en opspraak. Het heeft tot niet veel goeds geleid, alleen tot meer verwarring.

Iedereen mag zich psychotherapeut noemen in dit land. Psycholoog ben je pas zeker van je titel sinds 1993. We hebben aan de opeenvolgende socialistische ministers van Volksgezondheid te danken dat het tot 2014 geduurd heeft voor onder de regering-Di Rupo de wet-Muylle werd goedgekeurd die het beroep van klinisch psycholoog erkend als gezondheidsberoep.

De adepten van het wetenschappelijk socialisme hebben een voorliefde voor allerlei ge-alterneut, zoals overigens blijkt uit de wet Colla. Die wet-Muylle legt ook de criteria vast voor de beroepsuitoefening van de psychotherapie. Het over de uitvoeringsbesluiten van deze wet dat onze gestalttherapeut valt. Hij is arbeidspsycholoog en zoals Maggie De Block de wet wil uitvoeren komen alleen artsen, klinisch psychologen en orthopedagogen in aanmerking.

Volgens professor Wouter Duyck van de Universiteit Gent is dat een goede zaak. "Er is veel kwakzalverij," zegt de voorzitter van de opleidingscommissie psychologie. Ook professor Nady Van Broeck, programmadirecteur van de psychotherapie-opleiding aan de KULeuven, adviseur bij de Hoge Gezondheidsraad en psychotherapeute,  is het daarmee eens. Volgens haar heeft de jarenlange laksheid van de opeenvolgende ministers bijgedragen tot het hoge zelfmoordcijfer in ons land.

Voor Van Broeck zijn de enige vier empirisch onderbouwde scholen de cognitieve gedragstherapie, de systeemtherapie, de experiëntele en de psychodynamische therapie. Al de rest is pseudowetenschap, ook de psychoanalyse, de gestalttherapie, de Lacaniens, en de mindfulnessadepten. Van Broeck zei een paar weken geleden in De Standaard Magazine dat zelfs sommige psychodynamici  knettergek zijn.

"In Wallonië hebben ze gruwelijke fouten gemaakt, zoals autisme verklaren als een probleem in de relatie met de moeder. Dat is larie: we weten al lang dat het een aangeboren stoornis van het informatieverwerkingssysteem is.  Maar tot vandaag zijn er psychologen die de moeder behandelen omdat haar kind autisme heeft."

En zoals er gedragstherapeuten zijn die pretenderen dat ze auto-immuunziekten kunnen genezen. Beide academici zijn het erover eens dat er veel kaf onder het psychologische koren zit.  Van de geleerde vrouw heb ik geleerd dat niet weinig mensen die psychologie studeren dat nogal vaak doen omdat ze met zichzelf in de knoop liggen. Het is de vraag of ik van zo iemand therapeutische hulp wil krijgen.

Het is überhaupt de vraag waar je wél echte psychotherapeutische hulp kan krijgen. Vaak lees en hoor ik de media zogenaamde psychotherapeuten die met psychologie niets van doen hebben. De keuze is groot: van een gewezen omroepster, over een verpleegkundige tot een regent godsdienstwetenschappen die zijn patiënten meeneemt naar een Grieks eiland en daar tussen de tzaziki en de ouzo door zieltjes knijpt. De website http://www.vind-een-psycholoog.be/ is voorbehouden voor masters, die eventueel een bijkomende opleiding vermelden.

Op www.vindeentherapeut.be kan iedereen adverteren. En op www.compsy.be vind je psychologen die lid zijn van de psychologencommissie, maar leer je niet of je psycholoog een van de vier therapieopleidingen gevolgd heeft. Ik wil u een laatste uitspraak van professor Van Broeck niet onthouden: "Met een kankergezwel op je huid ga je ook niet naar de slager." Waarom zou je dan met een deuk in je ziel naar een zelfbenoemde mental coach gaan?

Regeringspartner CD&V is het niet eens met het standpunt van de minister van Volksgezondheid dat alleen bepaalde masterdiploma's worden erkend, waardoor heel wat mensen uit de boot zouden vallen. De partij verdedigt daarmee de belangen van haar zusterorganisatie beweging.net, die in nogal wat eigen centra psychologische hulp en therapie verstrekt en waar die specifieke masters eerder een uitzondering zijn.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

15:24 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 januari 2012

Mantelzorg

“Eens goed werken, dat zal je deugd doen,” had de dokter haar gezegd. “Je bent nu al negen jaar arbeidsongeschikt en wij vinden dat het lang genoeg geduurd heeft.” En prompt werd Ilse naar de VDAB gestuurd, met de opdracht een nieuwe baan te vinden. Ilse had jaren in de thuisverpleging gewerkt, was al die tijd door weer en wind in een R4’tje van patiënt naar patiënt getrokken tot ze na een kleine operatie waarbij wel een bloedtransfusie te pas kwam niet meer recupereerde. Er begon een schier eindeloze zoektocht langs artsen, kenniscentra, psychologen, diëtisten en op aanraden van haar eigen huisarts kwamen er zelfs alterneuten aan te pas. Die staken een brandende kaars in haar oor. Het ziekenfonds dat familie was van de opdrachtgever van Ilse en het kruis hoog in het vaandel draagt, had haar zonder problemen als chronisch zieke patiënt erkend. Ilse bracht zelfs een tijdje vrijwillig in de psychiatrie door waarbij ze een contract moest tekenen dat ze beter ging worden. Ze leerde er aardappelen schillen en groenten schoonmaken. Groepstherapie heette dat. Tot Ilse genoeg had van de groentesoep en via via te rade ging in een kliniek in de Brusselse rand. Daar viel het verdict CVS, mét ondervoeding en een zware inflammatie. Ilse kreeg krachtvoeding en aangepaste medicatie. Ze werd weer een beetje beter. En nog beter. En weerbaarder vooral. Dus vroeg ze aan haar ziekenfonds of ze met al haar ervaring niet kon ingeschakeld worden in een project voor mantelzorg. De ziekenfondsdokter kon er niet mee lachen. “Wat u hebt is een typisch vrouwenkwaaltje,” beet hij haar toe, “en dat bedoel ik niet gynaecologisch. Wie kan mantelzorgen kan ook gewoon werken. ”  

Bij de VDAB wachtte Ilse een koude douche. Bij werkgevers bestaat er nauwelijks interesse om oudere werknemers aan te werven. In de praktijk blijkt de leeftijdsgrens voor nieuw personeel al tot veertig jaar gezakt. En in de krant van vandaag las Ilse dat op basis van een enquête van het sociaal kantoor SD Worx bij bijna achthonderd Belgische bedrijven met minder dan achthonderd werknemers,  amper 27 procent van de werkgevers interesse toont voor werknemers ouder dan veertig. En slechts 7,9 procent had belangstelling voor 50-plussers. Opvallend was dat niet zozeer het te hoge loon in de top tien van de bezwaren tegen oudere werknemers staat. De vrees voor een gebrek aan motivatie is de meest aangehaalde reden. En dat is nu net wat Ilse op overschot heeft. Motivatie genoeg. Alleen kan ze haar oude baan op haar 56ste niet meer aan. Daarom biedt de VDAB nu een herscholing aan. Tot chauffeur voor schoolbussen en gehandicaptenvervoer. Zoals de bediende achter het loket zo vriendelijk zei: “Dat ligt toch een beetje in uw sector, niet?”

 “Wat moet ik nu doen?” vraagt ze me aan de telefoon. Buiten stormt het tegen 110 per uur. In dezelfde krant staat een bericht dat een staatssecretaris oudere chauffeurs aan een verplichte psychische en fysische keuring wil onderwerpen.

Marc van Impe

11:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)