17 augustus 2017

Trump ‘zo zot als een achterdeur’


De American Psychoanalytic Association zegt dat de zogenaamde ‘Goldwater rule’ niet langer opgaat en dat er gerust uitspraken mogen komen over Trumps mentale gezondheid. De 'Goldwater rule' verbiedt psychiaters zich uit te spreken over de geestelijke gezondheidstoestand van publieke figuren, zoals de president. De gezaghebbende vereniging heeft zijn 3500 leden in een e-mail nu spreekrecht gegeven.


De impuls voor de e-mail was " het geloof in de waarde van de psychoanalytische kennis bij het verklaren van menselijk gedrag," zegt de gewezen voorzitter van de psychoanalytische vereniging Dr. Prudence Gourguechon, een psychiater in Chicago. "We willen onze leden niet langer verbieden om hun kennis op verantwoorde wijze te gebruiken." Die verantwoordelijkheid is vooral vandaag geweldig groot "omdat Trump zo'n afwijkend gedrag aan de dag legt voor een commander in chief."


Steeds meer psychologen en psychiaters traden de Goldwater rule met de voeten en verklaarden dat ze de "plicht hebben om hun medeburgers te waarschuwen" voor het narcisme, de impulsiviteit, de beperkte aandachtcurve, de paranoia en andere afwijkingen die ze bij Trump vaststellen.


Verslaggevers, experts en ambtenaren "hebben al struikelend geprobeerd om het vreemd gedrag van Trump te verklaren, van zijn schijnbaar compulsieve getwitter tot zijn gevoel van grandiositeit," zegt dr. Leonard Glass, een psychiater aan Harvard Medical School. Volgens Glass heeft het publiek recht "op ons professioneel beoordelingsvermogen en mag niets ons beletten om in de gegeven omstandigheden ons inzicht te communiceren."


Glass schreef in februari samen met 33 collega's in The New York Times : " Wij zijn van mening dat de ernstige emotionele instabiliteit die Mr. Trump manifesteert in zijn toespraak en acties hem niet in staat stelt veilig te op te treden als president."

Recent nam Glass in een opgemerkt essay in de Psychiatric Times na 41 jaar lidmaatschap ontslag nam uit de APA, omwille van de Goldwater rule.


In 1964 verklaarden 1.189 psychiaters in Fact magazine "dat Senator Barry Goldwater, de Republikeinse presidentskandidaat bij de verkiezingen van dat jaar mentaal ongeschikt was voor de Oval Office. Daarop vaardigde de APA in 1973 de Goldwater Rule in die het mogelijk maakt dat psychiaters die deze regel overtreden, strafrechtelijk vervolgd worden. In maart van dit jaar nog herbevestigde de APA deze gedragsregel.


Geen enkel ander medisch specialisme legt zijn leden zo'n regel op. Cardiologen bijvoorbeeld mogen zich uitspreken over de gezondheidstoestand van een publiek figuur zolang ze maar vermelden dat ze de betrokkene niet persoonlijk onderzocht hebben. In oktober verschijnt een nu al veel besproken boek getiteld "The Dangerous Case of Donald Trump: 27 Psychiatrists and Mental Health Experts Assess a President".


Hoofdauteur is psychiater Dr. Lance Dodes, een emeritus van Harvard Medical School. Hij noemt de huidige president ‘crazy like a fox' wat zich het best laat vertalen als ‘zo zot als een achterdeur.'


Naar aanleiding van de alt-left verklaringen van Donald Trump, lijkt het gepast een recente publicatie van de APSA in het vakblad Psychiatric Times in herinnering te brengen.


Bronnen:
http://www.apsa.org/sites/default/files/Harriet_Associait... http://www.psychiatrictimes.com/blogs/couch-crisis/dealin...


Marc van Impe

Bron: MediQuality

20:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

29 augustus 2016

Te gek, te echt

Het thema van de nieuwe jaarcampagne Te Gek!? is 'Psychose Ontwikkeld'. Niet minder dan 3 procent van de Belgen krijgt in zijn leven te maken met een psychose. Toch zijn de vooroordelen hieromtrent vaak hardnekkig en de kennis beperkt. Het doorbreken van de taboes die hardnekkig rond psychische problemen blijven hangen, is hard nodig. Niet alleen in Vlaanderen maar ook in het zuiden van het land. Maar ook binnen de medische wereld moet er één en ander veranderen. eHealth biedt daartoe een unieke gelegenheid.

Daarom eerst dit: Ik geloof graag dat big data nodig zijn om zinvol onderzoek te doen. In naam van de wetenschap moeten we werk maken van de informatisering van onze gezondheidsdata. Maar dat mag niet ten koste gaan van de privacy van de patiënt, van zijn rechtszekerheid en van zijn waardigheid. Ik geloof ook dat er weinig of geen artsen zijn die bewust foute data gaan opslaan in het medisch dossier dat zij voor hun patiënt samenstellen en bewaren. Artsen zijn ervoor opgeleid om alleen juiste, exacte en gemeten gegevens te interpreteren en te noteren. De klinische labo's van dit land leveren wat dat betreft uitstekend werk en kunnen tot de beste ter wereld gerekend worden.

Waar ik echter geen vertrouwen in heb, is in dat stuk van de geneeskunde dat die wetenschappelijk noch empirisch onderbouwd is, waar de onderzoeken zelden of nooit voor herhaling vatbaar zijn, waar veel zo niet alles afhankelijk is van de persoonlijke interpretatie en kwalijker nog, de "school" waartoe de practicus zich bekent. Ik heb het over de psychiatrie. Ik heb in mijn carrière tal van interessante gesprekken mogen voeren met psychiaters, over gastronomie, literatuur, filosofie, religie, meditatie, tot zen en de kunst van het motoronderhoud toe.

Maar zelden heb ik een eenduidig antwoord gekregen op de meest elementaire vragen. Ik ken psychiaters die er prat op gaan dat ze aan hun haartooi herkend worden, aan de vorm van hun schedel, aan hun dialect dat ze koesteren, maar ik ken er geen enkele aan wie ik mijn identiteit zou toevertrouwen. Nochtans maken ook zij deel uit van het geneeskundig korps en krijgen ze als dusdanig, indien ze een therapeutische relatie hebben met een patiënt, toegang tot diens medisch dossier.

Ik heb het van nabij mogen meemaken hoe een professor psychiatrie, forensisch expert par excellence, in een dossier van een patiënte een miskraam en een daarop volgende depressie had ingeschreven. Er was nooit een miskraam geweest. Het heeft vier jaar geduurd voor hij zijn fout toegaf.

Ik schreef een jaar of twee geleden, rond deze tijd, hoe Tony King uit Lilydale, Victoria in Australië, in The New Scientist waarschuwde voor de gevaren van een onwrikbaar geloof in geïntegreerde databases. Kings vrouw kreeg vier jaar geleden de diagnose van een endogene depressie in haar dossier geschreven. Maar de voorgestelde psychotherapie bracht de patiënte geen meter vooruit en King vermoedde dat er iets heel ernstigs aan de hand was.

Maar op basis van de data in het medisch dossier kreeg hij nergens een second opion. Zijn echtgenote had een somatoforme aandoening, ze wou niet beter worden, dus dat was het. In het dossier verscheen zelfs de waarschuwing dat patiënte en haar echtgenoot op ziektewinst uit waren. Het heeft drie jaar geduurd voor mevrouw King terecht kon bij een arts die los van de centrale database zijn eigen diagnose wou stellen. Die werd door onderzoek bevestigd. Mevrouw King leed aan een zeer ernstige ziekte, ze werd tenslotte wel echt behandeld en raakte aan de beterhand.

Een goede collega van mij overkwam hetzelfde in een Brussels universitair ziekenhuis. Toen ze inzage vroeg in haar dossier, werd haar dat botweg geweigerd. Een en ander kwam aan het licht toen de assistent melding maakte dat ze ook psychiatrisch in behandeling was geweest. Natuurlijk was ze daarom zo lastig.

Patiënten hebben niet alleen het recht om te weten wat er in hun medisch dossier staat, maar ook om te weten wie en wanneer het dossier consulteert. En ja, er is een probleem met de psychiatrie. De vraag is gesteld. Er moet antwoord komen.

Ik herhaal wat ik telkens opnieuw schrijf: bij Google kan je nu eisen dat foute of achterhaalde berichten verwijderd worden. Daar moet je goede redenen voor hebben. Maar het kan. Wie garandeert mij dat de beheerder van de centrale patiëntendatabase zijn fouten zal willen rechtzetten? En wie zal hij het eerst geneigd zijn te geloven: de arts of de patiënt? Is dat niet te gek?

Marc van Impe

Bron: MediQuality

17:17 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 december 2015

Euthanasie of de onmacht van de psychiatrie

In een open brief riepen vorige week dinsdag 65 Belgische professoren, psychiaters en psychologen op om euthanasie op basis van psychisch lijden in ons land niet langer toe te staan. Het idee dat een psychiatrische patiënt uitbehandeld kan zijn, aanvaarden zij niet. Ook nabestaanden van mensen die kozen voor een vrijwillig einde, vaak zonder hen enig signaal vooraf gegeven te hebben, aanvaarden dit niet. Uiteraard verwijten ze hun man, moeder, broer of zus niet. De vloek wordt uitgesproken over de arts, de zorgverstrekker die in hun ogen te kort is geschoten.


En het moet gezegd, heel wat psychische zorgverstrekkers wekken door hun dubbelzinnige houding de indruk dat ze "meer" hadden kunnen doen. Maar nog meer psy's weten dat ze de eindstreep van hun kunnen bereikt hebben. Er zijn veel goede specialisten die hun patiënten uit het diepe dal kunnen trekken. Maar evengoed zijn er veel patiënten voor wie niets meer zin heeft.


Komt daar bij dat de mantelzorgers vaak vruchteloos psychiaters en ziekenhuizen moeten afbellen en het klassieke antwoord krijgen: de instelling is volzet, dit soort patiënt neemt men niet meer op. Wachtlijsten van maanden, weigering van enige hulp, het ontzeggen van bescherming tegen zichzelf.


Euthanasie mag niet de eerste oplossing zijn voor zulke patiënten, maar dat wordt het finaal wél. Ondanks het feit dat euthanasie in de eerste plaats niet voor deze patiënten toegankelijk gemaakt werd. Daarom zou men op het eerste gezicht de 65 ondertekenaars van de open brief gelijk geven: euthanasie mag geen vanzelfsprekende optie zijn voor psychiatrische patiënten.


Ik heb daar bedenkingen bij. Om te beginnen weten we dankzij de stand van de wetenschap dat elke psychische aandoening een biologische achtergrond heeft. Wie dat ontkent, ontkent het licht van de zon. Vervolgens gaan de 65 ervan uit dat alle psychiatrische patiënten wilsonbekwaam zijn. Dat is immers het uitsluitingscriterium dat in de wet voorzien is.


Wie die stelling aanhangt is al even onwetenschappelijk en achterlijk bezig. Dat de euthanasiewet geen onderscheid maakt tussen fysiek en psychisch lijden is net waardevol, om psychiater Joris Vandenberghe (UZ Leuven) en Broeder van Liefde Raf De Rycke te citeren.


Psychische stoornissen worden hier nadrukkelijk niet gediscrimineerd, iets wat op de arbeidsmarkt, in verzekeringsmiddens of bij de publieke opinie vaak anders is. Zowel Vandenberghe als De Rycke vindt dat ondraaglijk psychisch lijden in de euthanasiewet hoort. Ze vragen wel extra zorgvuldigheidscriteria.


De meest ingewikkelde verzoeken zijn immers die van psychiatrische patiënten en dementerende ouderen die niet meer willen leven. In Nederland pleit men in dergelijke gevallen voor het inschakelen van een derde onafhankelijke psychiater die een finale beoordeling van de situatie moet maken. De vraag is welke psychiater in ons land én de ervaring, de onafhankelijkheid én de wil heeft om die verantwoordelijkheid te dragen.


Nu is het moment gekomen dat de politiek zich met de vraag gaat bemoeien. Dat gaat voor nieuwe misverstanden zorgen, want er wordt met labels gezwaaid: zowel voor de christelijke en conservatieve fractie als voor de vrijzinnig denkende fractie is de doorgeschoten liberalisering van euthanasie ‘modern en progressief' , wat totaal naast de kwestie is.


Ik hoor voortdurend dat terughoudendheid hier op zijn plaats is.  Terughoudendheid van wie? Het is duidelijk dat men hier de artsen bedoelt. Dat impliceert de veronderstelling dat er een clubje van beslissers zou bestaan die elke vraag beoordeelt en beslist wie wél en wie niet in aanmerking komt. Die veronderstelling is fout. In 99,9 procent van de gevallen wordt euthanasie in door de patiënt zelf aan zijn familie gemeld en gebeurt de laatste ingreep na familiaal overleg.


Als dat niet mogelijk is, dan komt dat omdat een of ander familielid niet ingaat op het bericht dat hij van de arts krijgt. Net zoals er ook mensen zijn die weigeren aan het sterfbed van hun ouders te komen. Dat is hun goed recht maar dat geeft hen niet het recht om over het lot van hun ouders te beslissen. Euthanasie is een elementair mensen- en patiëntenrecht, geen familierecht. Hoeveel patiënten in België euthanasie hebben gekregen voor zuiver ondraaglijk psychisch lijden, staat niet als dusdanig in de statistieken. Professor Wim Distelmans schat dat het om 50 gevallen per jaar gaat.


De 65 krijgen nu de hulp of beter de bemoeienis van een Utrechtse hoogleraar Theo Boer, die ethiek van de zorg doceert aan de Theologische Universiteit Kampen in Groningen waar dominees worden opgeleid. Voor de Nederlandse ministeries van Volksgezondheid en Justitie toetste hij euthanasiemeldingen in Nederland, maar stapte na negen jaar, uit de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie in Arnhem. Boer zegt dat hij steeds vaker moeite had met een euthanasiedossier dat collega's goedkeurden.


Mensen zijn euthanasie als een recht gaan beschouwen, zei Boer in een interview met NRC Handelsblad: "Dat komt doordat de moderne mens de aftakeling niet wil accepteren. Ze willen hun aftakeling beheersen en hun dood plannen. Alsof dat mogelijk is. Ouderdom komt nu eenmaal met gebreken." Boer vergist zich. Dus nogmaals: euthanasie is een elementair mensen- en patiëntenrecht. Volgens Boer staat professor Wim Distelmans elke objectieve beoordeling in de weg.


"De toetsing van euthanasie in België lijkt op de slager die zijn eigen vlees keurt, " aldus zijn on-Bijbelse  vergelijking. Hij bedoelt dat de voorzitter van de Federale Evaluatie- en Controlecommissie in België zich moet beperken tot de beoordeling van dossiers binnen de wet en niet tot het voeren van discussies over de wet. "Met zijn pleidooi voor een 'recht op euthanasie' en zijn afwijzing van de genoemde brief van de 65 gaat Distelmans zijn mandaat te buiten. Nog opmerkelijker is het dat de commissie waarvan Distelmans voorzitter is de dossiers waar hij de uitvoerend arts is in behandeling neemt.


Het is dezelfde Distelmans die onlangs in opspraak was vanwege een door hem verrichte euthanasie bij een psychiatrische patiënte." Boer alludeert vals op een artikel in The New Yorker waar we het hier begin van dit jaar over hadden, waarin twee kinderen van twee Belgische patiënten die euthanasie –na de diagnose ondraaglijk psychisch lijden- kregen, uitgebreid hun beklag deden over de Belgische gang van zaken. Uit onafhankelijk onderzoek achteraf bleek dat alles volgens de regels verlopen was. Distelmans kwam dus niét in opspraak. Het vingertje van de dominee kunnen we missen. Hoe de psychiatrie voor meer mensen toegankelijker kan worden: dáár zou het over moeten gaan. En Wim Distelmans mag gerust eens iemand anders aan het woord laten.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

14:50 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)