28 februari 2017

God is een psychiater en rijdt in Beernem


In het West-Vlaamse Beernem rijdt God rond in een Porsche Carrera. De varkens en de burger kijken er lang niet meer van op. Die hebben al waanzinniger dingen zien passeren. De koers bijvoorbeeld. Of een colonne van “het gesticht” op weg naar een van de droeve baancafés waar ze naast een schreeuwende papegeaai verkoolde bitterballen serveren.


Tom Herregodts vond inspiratie voor zijn gepersonaliseerde nummerplaat in zijn familienaam, maar ook zijn achtergrond als psychiater bracht hem tot de opvallende keuze.


Ik heb het altijd bijzonder absurd gevonden: mensen met een luxewagen met humor. Meestal zijn het pipos die je op de provinciale baan Aalter-Knokke van de weg proberen te drukken om daarna met een fleece trui over de schouders over de Lippenslaan te flaneren terwijl mevrouw over de GSM een afspraak met haar minnaar maakt en tussendoor naar de solden kijkt. De nummerplaten zeggen genoeg: SEX42, FUCK1, HAHAHA, HIHIHI, XXXXXX, 2x69 en voor de minder geïnspireerde nouveau riche is er BATMAN en LOEKE.


Meestal aan overdreven snelheid op de derde rijstrook, soms aan een kruispunt in dispuut met een lid van de rijkspolitie, die er niet mee kan lachen. Ik weet dat het not done is, maar ik verdenk ze ervan stuk voor stuk een klein piemeltje in hun rode broek te verbergen. En de dames met LOEKE op het gat van hun wagen,- ik weet het, het zijn mannelijke chauvinistische zwijnengedachten - hebben een bijgesneden vagijn. Ik ken een professor die letterlijk nogal kort van stuk is. Hij kreeg van zijn vrouw LANGE cadeau. Daar moet de liefde onder de deur door stromen.
Maar de zogenaamde elite wil zich niet van het plebs onderscheiden door de aanwezigheid van cultuur of goede manieren. Dat zie je ook op weg naar Plopsaland of Walibi, maar dan rijden ze in getuned blik. Zij vallen onder de categorie 'ergerlijk maar onschuldig '. Tot je vlakbij parkeert en je wel eens kras zou kunnen trekken in de carrosserie van DEN DIKKE. Dan is de boot aan en komt er een heerschap in zweethemdje je de regels van het verkeer uitleggen.


Natuurlijk brengt één en ander de Staat, die nooit vies is van een extraatje, veel geld op. Ik heb een idee: dreig populaire gasten als deurwaarders, incassobedienden, meteropnemers, landmeters, parkeerwachters, kredietbeheerders, studiemeesters en conciërges een aangepaste nummerplaat te geven. Alleen als ze betalen krijgen ze een normale EZ-1-DYG-35 of zoiets. Anders wordt het GRIJP, KNIJP, STRAF, ZEUR of nog erger GRAUW. Wedden dat ze bereid zijn veel geld te betalen om van dat epitoom af te raken. Maak van echte platen een écht statussymbool, met een jaarlijkse taks van 100.000 euro.


De belastingontvanger is de Robin Hood van deze tijd: de ijdelen bestelen om er de burger beter van te laten worden. En een regisseur van een The-sky-is-the-limit-achtig allooi kan er een nieuw programma rond verzinnen.


Tenslotte nog dit: ik dacht dat psychiaters zo onderbetaald waren, maar dokter Herregodts heeft duidelijk duizend euro teveel. Voor die prijs ga je lekker eten in het restaurant "Si Versailles", waar je met je God nog opvalt op voorwaarde dat het duister niet is ingevallen. Maar tegen zoiets hebben ze van die LED-lampjes uitgevonden.


Geld heeft geen slechte smaak, het maakt zelfs gelukkig en je kan er voortdurend van bij verdienen of het door deuren en ramen gooien. Maar gezond verstand dat heb je in beperkte mate en daar moet je het voor de rest van je dagen mee doen.


"Dit betekent dat je van jezelf moet leren houden als de meest liefdevolle vader en moeder die je je maar kunt voorstellen," zegt Herregodts. Bij de god van Beernem heeft het alvast een positief effect. "Ik rijd vlotter en attent als ik me god waan." Nomen est omen –och here god, zou oma gezegd hebben. Ik zou zeggen: rijp voor de separatiecel. Een etmaal tenminste.

 

Marc van Impe

Bron : MediQuality

21:12 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 januari 2012

De isoleercel bleef open

Sommige verhalen van CVS/ME patiënten zijn hallucinant, niet alleen om wat hen overkomt maar vooral hoe de (medische) wereld daarop reageert. Zo kwam Vera terecht in een ziekenhuis waar men met een nieuw multidisciplinair programma gestart was, nl. een combinatie van cognitieve gedragstherapie en revalidatie in een programma dat vier maanden in beslag nam. Vera kon na  uitsluiting van andere aandoeningen en een screening bij een psychiater, gelijk in dat programma stappen. Het zag er veelbelovend uit. “Ik kreeg ook wekelijks magnesiuminfusen welke een gunstig effect hadden op mijn spierpijn en waardoor ik me wat “helderder” voelde. Het was een heel zwaar programma, drie volledige dagen per week, met twee korte rustmomenten en een voldoende lange middagpauze. De revalidatie (ook drie keer per week) duurde telkens een uur. De CGT werd op verschillende manieren aangepakt, gelukkig kregen we van bepaalde delen een cursus en kon ik nota’s nemen… zo was ik actief bezig… de ideale manier om me "wakker" te houden, want ik voelde me hoe langer hoe meer terug richting totale uitputting gaan. Tijdens dit deel van de CGT voelde ik me eerder terug een student – met concentratieproblemen - dan een patiënt… was dat de bedoeling van CGT? Wekelijks hadden we een individueel gesprek met een psychologe alsook één met een psychiater, waarbij ik begon aan te geven dat ik het programma toch heel zwaar vond, ik veel pijn had en me uitgeput voelde. Natuurlijk kwamen hierbij emoties los, ik was totaal opgebrand. Hun antwoord was unaniem “depressie” . “

Vera kreeg niet enkel antidepressiva voorgeschreven maar zelfs een neurolepticum. “Ik functioneerde op automatische piloot… mijn lichaam protesteerde maar ik luisterde niet… tot wanneer ik tijdens het uur revalidatie de trappers van de fiets niet meer rond kreeg… ik kon niet meer, het laatste beetje kracht was uit me gezogen. Maar van de kiné moest ik verder fietsen… “niet flauw doen, je hebt gisteren 12 minuten gefietst, vandaag dus 14 minuten… zachtjes opbouwen”. Mijn automatische piloot liet me in de steek, “ik ben op….ga vallen….” Ik hing op een stoel, hoe ik daar gekomen ben, weet ik niet… de verpleegster was er met een rolstoel… ik moest mee. Naar de PAAZ… ? help… ik heb geen kracht meer om iets te zeggen of te vragen.. ik onderga. “Er is geen bed meer vrij, enkel de isoleerkamer, maar de deur blijft open, de psychologe komt straks.” Ik werd op het ding dat als bed moest doorgaan geholpen,.. rust, liggen, ogen dicht, mijn hoofd en lichaam konden ergens tegen rusten... ga a.u.b. weg, ik ben op. Een tijd later kwam de psychiater… ze wou me dat weekend hospitaliseren, zodat ik volledig kon rusten en niet voor mezelf hoefde te zorgen. Zo zou ik tegen dinsdag terug “opgekrikt” zijn om de revalidatie terug aan te vatten. Daar de verantwoordelijke dokter psychiater was, en het programma onder het “centrum voor angststoornissen…” viel, zou ik dus op de PAAZ gehospitaliseerd worden. Ik had al terug wat meer vechtlust en kon gelukkig mijn internist, verbonden aan een ander ziekenhuis, telefonisch bereiken. Deze zag meteen de ernst van de zaak in en liet me meteen opnemen in het ziekenhuis waar hij werkte, op de dienst inwendige geneeskunde. In mijn bloedresultaten ontdekte hij dat ik een zware infectie had en een ernstig verlaagd aantal witte bloedcellen.

Gedurende twee weken lag ik in het ziekenhuis totaal verzwakt te “herstellen ” van drie maand revalidatie en CGT. Was er in dat ‘multipdisciplinair programma’ ook maar éénmaal een bloedafname gebeurd, had men waarschijnlijk gemerkt dat er iets loos was, maar neen, het zat tussen mijn oren… onderzoek was niet nodig. De enige dokter in het multidisciplinaire team was een psychiater.  Toen ik uit het ziekenhuis ontslagen werd, voelde ik me nog steeds zwakker dan ooit… volledig bedlegerig… was dit nu het resultaat van drie maand CGT en fysische revalidatie? De zwarte jaren die volgden wil ik zo vlug mogelijk vergeten. Ik kreeg nog steeds magnesiuminfusen omdat ik er baat bij had en ik ben nog bij enkele dokters geweest, maar het bleef overleven… ik leefde tussen zetel en bed. Het was frustrerend achteruit te gaan in plaats van beter te worden. Totaal onwetend was ik het programma gestart met zo veel moed en hoop.... hoop om achteraf terug aan het werk te kunnen gaan... niet om als 36-jarige aan bed gebonden te zijn...”

Er lopen nog vele Vera’s rond. En de deur van de isoleercel blijft niet altijd open.

 

Marc van Impe

09:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)

18 september 2011

Iedereen zijn syndroom

“Ik weet het niet”. Dat is wellicht de moeilijkste uitspraak voor een arts. Toegeven dat men, ondanks de routine en de ervaring, ondanks alle testen, niet weet wat de patiënt precies scheelt, is iets dat elke arts  probeert te vermijden. Toch blijkt uit Nederlands onderzoek dat één op vijf van de patiënten lijden aan medisch onverklaarbare klachten.   Nogal wat artsen die voor zo’n raadsel staan gaan dan voor de makkelijkste oplossing en kiezen voor de term “subjectieve klachten.” Daarmee wordt de patiënt als het ware in de enorme restbak gegooid van mensen die lijden aan medisch onverklaarde klachten. Voor niet objectiveerbare klachten wordt de oorzaak dan maar ‘tussen de oren’ gezocht. Voor de arts is daarmee de kous af. Voor verdere hulp wordt de patiënt in het beste geval naar de psycholoog of naar de psychiater doorverwezen. Niemand die twijfelt dat psychologische factoren beslist een rol spelen bij de beleving van een ziektetoestand, maar een puur psychologische verklaring is te kort door de bocht. Een voorbeeld is het zogenaamde sicca syndroom. Een intelligent klinkende naam voor iets wat niets zegt. De patiënt blijft ondertussen zitten met zijn echte pijn, zijn echte moeheid, zijn echte gestoorde darmfunctie, zijn echte draaierigheid. Maar omdat zijn arts er geen raad mee weet en hem  niet helpt, gaat hij shoppen, zoekt steun bij zogenaamde zelfhulpgroepen en komt op een gegeven moment, vaak via het Internet, terecht bij kwakzalvers die er de meest bizarre theorieën op na houden. En niemand die hem tegen dit soort mensen in bescherming neemt. Daarom dit alles. Een van de oorzaken van deze situatie is de overspecialisering van de geneeskunde. Vooral de interne geneeskunde lijdt daaraan. Niemand die twijfelt aan de kennis en kunde van de cardiologen, gastro-enterologen, endocrinologen, pneumologen, nefrologen,  immunonologen en reumatologen. Maar hen ontbreekt vaak het algemeen beeld:  de helicopter view. Om daaraan te verhelpen pleit de academie  nu voor een herinvoering van een degelijke cursus algemene interne geneeskunde. Niet alleen moet  de opleiding  de internist  meer basale kennis bijbrengen.  Om goed te kunnen werken moet de algemeen internist ook over de nodige nomenclatuur beschikken. De vraag is gesteld. De bal ligt in het kamp van de overheid. Maar die reageert niet. Die lijdt aan het immobiliteits syndroom.  Wij willen dit onder de aandacht brengen.

Marc van Impe

18:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)