23 oktober 2016

De dokter en het jeugdhuis

Dokter Louis Ide is niet alleen de nationaal secretaris van N-VA, maar staat lokaal ook bekend als de ergernis van Dikkele, een vlek in de Vlaamse Ardennen. In Dikkele gebeurt er niets, de Zwalm stroomt, de schapen grazen, de mensen kijken er naar de lucht en ze maken er ruzie. Kortom een dorp zoals overal in Vlaanderen, ware het niet dat dokter Louis een genadeloze burenvete uitvecht die nu al jaren diepe wonden slaat. Hoofdrolspelers: jeugdverblijf Oud Klooster en buurman Louis Ide. “Zij maken te veel lawaai”, vindt hij. “Hij maakt ons het leven onmogelijk”, zeggen zij. Het haalde Het Nieuwsblad.

Erwin Eeraerts (46) wordt het zo moe. "We strijden al jaren tegen topadvocaten en juridische spitsvondigheden. Soms is het beangstigend om te denken dat de man die ons dat aandoet iemand is die aan de knoppen zit om ons land te besturen. Gaat het er op dat niveau echt zo aan toe?" probleem is dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen de bouwvergunning van zijn jeugdverblijf Oud Klooster vernietigd.

Daarmee lijkt Eeraerts' buur na jaren procederen zijn slag thuis te halen. Die buur is Louis Ide, nationaal secretaris van N-VA en dus een topper binnen de partij. Samen met nog een andere buur voert hij een strijd die al jaren de gemoederen verhit in een slaperig dorpje dat alles samen 160 zielen, twee cafés en één kerk telt.

In het Oud Klooster kunnen 55 kinderen op openluchtklassen komen. In juni 2009 kregen Eeraerts en zijn vrouw Sabine De Groote (42) een bouwvergunning om het oude parochieschooltje om te bouwen tot jeugdverblijf. Ide kwam er in de loop van 2009 wonen, zijn achtertuin grenst aan die van het jeugdverblijf.

"Dat project is gewoon te groot voor een klein dorpje als Dikkele", aldus Ide. "Oorspronkelijk was het de bedoeling dat hier dertig kinderen zouden verblijven. Maar er verblijven er zestig, er speelt vaak luide muziek, er zijn parkeerproblemen, ook in de weekends is het er druk. Dan moet je zeggen: dit kan niet." En dus begonnen de procedures: tegen de bouwvergunning. Tegen de speeltuigen - een voetbalgoal, een trampoline – die verankerd staan in de grond. Mag niet, vindt Ide, want ze liggen in een tuin die als landbouwgebied ingekleurd staat. De speeltuigen werden uiteindelijk tóch goedgekeurd door de gemeente.

Want ook de dorpspolitiek speelt een rol. Ide zit in Zwalm in de gemeenteraad, maar wel in de oppositie. Elke keer als het heikele dossier ter sprake komt in de raad, moet hij de zaal verlaten. De burgemeester, Karen De Colfmacker (Open VLD), probeerde al eens te bemiddelen, tevergeefs. Ide ging zelfs praten met Natuurpunt om de zone te laten uitroepen tot "stiltegebied". "Ons ideaal is een acht jaar lange lijdensweg geworden", zegt Eeraerts. "Al die tijd moeten wij leven met de schrik dat we al onze energie en geld misschien nutteloos investeerden. "

"Dit project is niet dat wat er vooraf gezegd was dat het ging worden, en dat kan niet", zegt Ide. "We kunnen niet anders dan hiermee doorgaan." De provincie moet nu uitmaken of ze de bouwvergunning opnieuw aflevert of niet. Maar ook daar is dan weer beroep tegen mogelijk.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

11:43 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

13 april 2015

Steve Stevaert: de politiek als pop-up store

Met de dood van Steve Stevaert is er nog lang geen einde gekomen aan een politieke generatie die sinds het eind van de jaren tachtig het mooi weer maakt in ons land. Zoals elke generatie heeft ook deze ooit aanstormende jeugd ambities gehad die ondertussen al lang  verdwenen zijn onder het zand van het heden. Na de heertjes van  het Belgique de papa, waarvan de jonge heer Mark Eyskens, de laatste vertegenwoordiger was, kwam de generatie die besmet was met een virus dat in de DSM-V nu beschreven staat als ISG instant gratification syndrome.  Deze jongeren hadden geen tijd, geen zin en niet het geduld om de trage mars door de instellingen te maken. Zoals hun collega’s entrepreneurs van het laatste decennium van vorige eeuw wierpen ze alle bestaande business modellen overboord en gingen ze voor een nieuwe revolutionaire aanpak met het oog op een maximale return on investment. Het waren de hoogtijddagen van Friedman, Hayek, Popper en Chicago School of Economics. Steve Stevaert zal die theorieën nooit gekend hebben maar als een geboren slimme serial entrepreneur, was na zijn horeca periode de politiek zijn tweede natuurlijke biotoop. In tegenstelling tot een Verhofstadt of een Reynders die vanuit dezelfde theorie vertrokken maar die zicht hadden op een toekomst en dus een ideologie hanteerden, was Stevaert meer een man van de snelle babbel, meepratend met de klant aan de toog, refererend naar iemand intelligent, achter de schermen, iemand die hij kende. Dat trekt mensen aan, die toch al zo weinig leut hebben in dit landschap van Thuis, Familie, Belgium got Talent, Chef en ander kijkverdriet. Gewillige slachtoffers van het hedendaags sofisme..

Als dan ook nog de slagzin: morgen scheert men gratis weerklinkt, is het succes verzekerd. Er zijn veel klanten voor de politiek pop-up shop. Komt daarbij dat macht erotiseert. Men moet in stevige schoenen staan om daar aan te kunnen weerstaan. En als men dan toch toegeeft aan de lust, dan doet men dat best op een berekenende manier dus met partners waarvan je weet dat ze je gebruiken als ladder naar een betere carrière. Zo cynisch gaat dat in de wereld, of die nou politiek is, medisch of academisch. Ik heb ze in mijn tijd in de Wetstraat, aan beide kanten van de vergadertafel mogen meemaken, de jonge Turken, die niet van de gewillige odalisken konden blijven. Ik kom ze nu nog tegen, ergens in een Hoge Raad, een Europese Commissie, een Comité voor een of andere bescherming van een stuk maatschappij. Jean Gol zei me ooit dat een goed politicus drie dingen graag maar met mate moet consumeren: la bouffe, l’ alcool, et les dames.

Steve Stevaert, die ik van nabij heb leren kennen als een warm en genereus man, paste die regel van drie niet altijd toe. Hij was gretig, snel, op snee, en ijdel. Op een moment ga je daar aan ten onder: hubris en vanitas, de twee gezusters die ogenschijnlijk alle kwaliteiten hebben, en al zoveel politici ten gronde hebben gericht. Stevaert had beter de levensgeschiedenis van Alcibiades gelezen. Die redde ooit Socrates’ leven, zoals Stevaert dat voor zovele anderen gedaan, maar toen hij in Sicilië viel, was er niemand om hem te redden. Hij is de geschiedenis ingegaan als het schoolvoorbeeld van de geniale, gefortuneerde en briljante jongeman die, zonder de rem van een geweten, de leer der sofisten in praktijk bracht en alles en allen ondergeschikt maakte aan de bevrediging van zijn eigen tomeloze eerzucht en machtsdrift. In het leven moet je kunnen omgaan met verlies. Zoals de filosoof Robert Zimmerman in 1965 in zijn meesterwerk Love Minus Zero/No Limit schreef: “ to know there's no success like failure, and that failure's no success at all."

 

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:28 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

05 maart 2015

Wetenschappelijk onderzoek: "Minder kwantiteit, meer kwaliteit aub"

Er is niet te weinig geld voor wetenschappelijk onderzoek. Er gaat gewoon te weinig geld naar goed onderzoek. Dat blijkt uit de vrije tribune die dr. Luc Bonneux hier publiceerde. Er worden verschrikkelijk veel energie en middelen verspild die men beter had kunnen besteden. Hoe dat komt ligt voor de hand: de wetenschapsselectie vooraf deugt niet.

Zoals elders in Europa slaagt het NFWO er niet in om de beste voorstellen te honoreren op een eerlijke en voor iedereen overtuigende manier, erger nog, telkens weer worden onderzoekers in hoge mate gefrustreerd en lopen ze weg, naar een buitenlandse onderzoeksinstelling of naar de  bedrijfswereld. Ik schop hier en nu tegen het zere been van nogal wat betrokkenen maar weet dat ik niet alleen sta met mijn kritiek.

Het doen van goed onafhankelijk onderzoek is niet eenvoudig. De kwaliteit en integriteit van dit soort onderzoek laat nogal eens te wensen over. Maar missers blijven hier beneden de horizon. De vraag is hoe je goed onderzoek selecteert? Professor Klaas van Veen, onderwijsdeskundige van de Universiteit Groningen, heeft daar een simpele Calvinistische oplossing voor gevonden.

De frustratie vindt zijn oorsprong, zegt hij, door de absurde hoeveelheid tijd die gemoeid is met het schrijven en beoordelen van onderzoeksvoorstellen en tegelijk de geringe kans dat een goed voorstel het haalt. Volgens Van Veen kan het veel simpeler. Het meest simpele is om periodiek elk erkend onderzoeksinstituut geld te geven op voorwaarde dat dit binnen een bepaalde periode resulteert tot relevant onderzoek.

En nu komt de clou! Bij slechte onderzoeksresultaten volgt terugbetaling tot de laatste cent. Dit is eerlijker, goedkoper en geeft meer mogelijkheden tot risicovol onderzoek. Bovendien geeft het meer tijd om echt aan onderzoek te werken in plaats van het produceren van voorstellen die het toch bijna nooit halen.

Onderzoeken in ons land gebeuren vaak in opdracht van de overheid of een van zijn instellingen. Maar daar gaat het al fout. Goed onafhankelijk onderzoek begint met de juiste opdrachtgever. Belangrijk is dat de opdrachtgever zelf geen onderwerp van onderzoek is en geen baat heeft bij een bepaalde uitkomst. De opdrachtgever moet dus altijd een instantie zijn die zoveel mogelijk buiten het te onderzoeken proces staat. Dat zou automatisch leiden tot minder maar beter onderzoek.

Om zoiets tot stand te brengen is echter veel politieke moed nodig.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)