01 mei 2017

Voor het pensioen zijn er vier soorten Belgen: zelfstandigen, werknemers, ambtenaren en politici



Deze week verscheen in de pers het verhaal van een zelfstandige winkelierster die na een carrière van veertig jaar minder pensioen zou krijgen dan haar vriendin die even oud is en amper zes jaar gewerkt heeft en de rest van de tijd stempelde.


Dit heeft die laatste te danken aan de zogenaamde ‘gelijkgestelde periodes', waarbij momenten van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, brugpensioen en zo meer gewoon worden meegeteld als volwaardige ‘werkjaren' voor het berekenen van het werknemerspensioen.


Dit perverse neveneffect dat al jaren door de vakbonden wordt in stand gehouden en telkens weer werd uitgebreid maakt dat ‘niet werken' gelijk wordt gesteld met ‘werken'. Wie een vrij beroep uitoefent als arts, kinesist, thuisverpleger of psycholoog kan alleen maar met verbijstering kennis nemen van deze pensioenreglementering die als ze niet aangepast wordt ertoe kan leiden dat de dokter op zijn 65ste minder pensioen trekt dan zijn poetsvrouw die via dienstencheques de praktijk schoonmaakt. Die werkster moet ook geen studiejaren "afkopen", betaalt geen absurde sociale bijdragen gebaseerd op fictieve inkomsten, en heeft een prima inkomstenverzekering die bij ziekte vanaf dag één in werking treedt.


En om het zout nog wat dieper in de wonde te wrijven: 30% van de pensioenloopbaan van mannelijke werknemers bestaat uit die zogenaamde gelijkgestelde periodes en zijn overigens geen marginaal fenomeen. Bij vrouwelijke werknemers is dat 37%. De vrije beroepen leven blijkbaar veel gezonder want ze kennen nauwelijks gelijkgestelde periodes (4% van de loopbaan, bijna altijd wegens arbeidsongeschiktheid).


Nog een extra voordeel: de berekening van het pensioen voor die ‘gelijkgestelde' jaren gebeurt voor werknemers op basis van het laatst verdiende loon, ongeacht hoe hoog. Bij vrije beroepen wordt het pensioen berekend op basis van 60% van het vroeger inkomen, maar het resultaat van die berekening wordt vervolgens nog eens verminderd met een ‘correctiecoëfficiënt' van 0,66%. De dokter krijgt dus voor hetzelfde inkomen 66% van het pensioen van de werknemers zouden krijgen.


Het gemiddeld pensioen van een zelfstandige bedroeg in 2016 bedroeg 857 euro per maand. Voor de doorsnee werknemer bedroeg dat 1.200 euro per maand. En de gemiddelde ambtenaar krijgt zo'n 2.600 euro, een bedrag dat regelmatig gelijk op gaat met de weddeverhogingen bij de actieve ambtenaren. Eens ambtenaar, altijd ambtenaar.


De ambtenaar krijgt tot nu toe ook zijn studiejaren meegerekend, geniet van een verkorte referentieloopbaan, het pensioen wordt berekend op basis van de wedde van de laatste – goed verdienende – jaren, en elke ambtenaar wordt verondersteld een gezin te hebben want het pensioen wordt automatisch berekend op gezinsniveau (ook voor alleenstaanden). Werkte die ambtenaar bovendien voor de Spoorwegen dan krijgt hij daar nog extra terugbetaling van dure medicatie bovenop.


Parlementsleden moesten tot voor kort slechts tot hun 55ste werken, na de hervorming kunnen ze vanaf hun 62ste met pensioen. Maar dit systeem geldt slechts voor wie pas in 2014 werd verkozen. 95 van de 150 parlementsleden vallen nog onder het oude systeem. Zij kunnen dus nog altijd vanaf hun 55ste van hun pensioen genieten. Ministers zullen 4.250 euro per maand netto trekken. Wie meer dan twee legislaturen in het parlement zetelt, het gemiddelde, heeft algauw meer dan 2.000 euro pensioen. Dat komt bovenop elders opgebouwde pensioenrechten: bijvoorbeeld als advocaat of als leraar.


Een gepensioneerde koning tenslotte krijgt 923.000 euro per jaar. Maar dat mag geen pensioen heten. Dat is een dotatie.


Gedurende decennia heeft men de vrije beroepen wijsgemaakt dat het logisch is dat ze minder pensioen krijgen, omdat ze minder bijdragen zouden betalen dan werknemers. In werkelijkheid betalen ze 20,5% sociale bijdragen.


En dan hebben we nog geen rekening gehouden met alle belastingen, voorheffingen en afhouding die de uitoefenaar van een vrij beroep betaalt als hij besluit deeltijds verder te werken, zijn zuinig gespaarde groepsverzekering trekt, zijn vennootschap liquideert of zijn eigendom verkoopt.


Maar dat had u hier al gelezen.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 augustus 2015

Arts onder de armoedegrens

Dat hij mij de eer liet om af te rekenen. Het was een leuke avond onder een paar oude collegevrienden geweest. Een stevige hap, de nodige victualiën, de dames die ons met zachte dwang huiswaarts begeleiden. We hadden hem aan zijn voordeur gedropt. Ik weet dat er iets broedt als de radio zo zacht staat en ze behoedzaam door de bochten schuift. “Valt het jou niet op dat je ‘beste vriend’ je de laatste tijd altijd de eer laat om de rekening te betalen? En jij voelt je dan geroepen om als een grote meneer gelijk je Visa te trekken en met een brede smile aan zijn verzoek te voldoen.”

Het was de volgende ochtend dat ik hierbij stilstond. Ik begreep haar kregeligheid. M. was de voorbije maanden, sinds hij zijn pensionering had aangekondigd eigenlijk, maar al te graag de gast. En eigenlijk had die ontwikkeling zich al eerder gemanifesteerd.

Het was begonnen met de komst van een jong duopraktijk in het dorp. Het jonge koppel trok in in een statig herenhuis. Al snel kwam in een dependance een tandarts en een cardiologe voor een dag in de week. De praktijk organiseerde ook werkgroepen en voorlichtingsavonden, niet alleen voor jonge ouders, maar ook voor echte en aankomende senioren.

In het naburige huis vestigden zich een kinesist, een psycholoog, een pedicure en een logopediste. Hij had het aanvankelijk lijdzaam aangezien. Daarna was hij zijn public relations gaan verzorgen bij de lokale voetbalclub, maar hij had moeten vaststellen dat de ene helft van de duopraktijk ook op het voetbalterrein een begenadigde spelverdeler bleek te zijn.

Tenslotte had hij zijn beklag gedaan bij de Orde, zonder resultaat. Hij had niemand die hem nog aanporde, zijn vrouw was een paar jaren terug aan kanker bezweken. Zo was hij één van de 16.6 procent zelfstandige en vrije ondernemers geworden –want dat zijn artsen volgens de regel van de wet- die vorig jaar minder dan 10.000 euro netto verdienden. Dat betekent amper 833 euro per maand. Dat is een stuk minder dan de officiële Europese armoededrempel voor een alleenstaande van 1.074 euro per maand.

Het Neutraal Syndicaat voor  Zelfstandigen zegt dat dit maar liefst 1.6 procent meer is dan de 15% van de Belgen die volgens het officiële zwartboek 'Armoede in België' in  armoede leven. De toekomst ziet er grauw uit voor hem, want van zijn pensioen zal hij niet veel beter worden.

Ik belde hem gisteravond. Of ik kon helpen met een of ander? Hij lachte, wat kan je als oude huisarts nog doen? Wat kun je beginnen? Er was toch iets positiefs: zijn Volvo was nu 25 jaar oud en dus officieel oldtimer, dat scheelde een slok op een borrel qua belastingen en verzekeringspremie. En nu hij me toch aan de lijn had, hadden wij niet ergens een stek in de Ardennen?

Marc van Impe

15:22 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

23 mei 2013

No comment

‘Vrouwen moeten meer werken. Alle vrouwen moeten voltijds aan de slag.’ Minister van Werk Monica De Coninck (SP.A) gooide de knuppel in het hoenderhok met haar uitspraak dat vrouwen geen volwaardig pensioen opbouwen omdat ze vaak deeltijds werken en loopbaanonderbreking nemen. ‘Dat maakt hen kwetsbaar en afhankelijk van hun partner.’   Sofie Verschueren, een radiopresentatrice en jonge moeder reageerde scherp via een column op Knack.be en vroeg de minister om hulp. ‘Ik zou vooral graag van u weten, hoe ik dat dan precies allemaal moet doen.’ Sofie is moeder in een gezin van tweeverdieners met een baby van 11 maanden. ‘Voorlopig lukt het allemaal, omdat we maar één kindje hebben dat voltijds naar de kinderopvang kan gaan. Maar ik word soms ’s nachts badend in het zweet wakker, omdat ik me afvraag hoe we dat gaan doen als onze zoon – die ongelooflijk hard gewenst is en ons grote geluk – naar school zal gaan. Dus mevrouw De Coninck, kan u mij helpen? Want ik vraag mij echt af hoe we dat moeten oplossen. Hoe ik 21 dagen verlof moet rijmen met een kind? Hoe ik mijn schuldgevoel kan afbouwen? Want ik zou eigenlijk veel vaker bij mijn kind willen zijn, maar ik durf dat niet.’ Je zou denken dat een minister zo’n gelegenheid niet voorbij laat gaan en maar al te graag zou reageren op zo’n media  moment.  Maar de minister conformeert zich aan de gedragsregels van deze regering Di Rupo.    Knack vroeg  De Coninck om een antwoord. Maar dat komt er dus niet. De minister blijkt zeer verveeld te zijn met de vraag van Sofie maar weigert daarover publiek te converseren.

No comment. Dat is de gouden regel van Di Rupo. Niet ingaan op kritiek of vragen.  Knack besluit: ‘De regering Di Rupo is een begrotingsregering, die van de ene begrotingscontrole naar de andere hinkt. Ze lijkt enkel bezig met crisis-gerelateerde maatregelen. Er is geen visie, geen verhaal, geen blik op de toekomst, geen leidraad, geen idee over waar het naartoe moet met dit land en zijn inwoners.’

Marc van Impe

11:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)