28 mei 2016

Het mag gerust ietsje meer zijn

Eerst was ik jarenlang te mager. Ik dronk, rookte en at onregelmatig, sliep te weinig en dreef op stress. 1.83 m en 70 kg was allesbehalve een ideaal gewicht. Toen ik stopte met roken, zo’n dertig jaar geleden, passeerde ik snel mijn ideale gewicht. Ik haalde op een bepaald moment ruim de 110. Sinds ik vorige zomer het roer omgooide ben ik van maatje 56 naar een kleine 52 gezakt, wat voor een behoorlijke knauw in mijn begroting zorgde. Ik zou nu mijn ideale gewicht bereikt hebben. En dat ligt niet aan mij maar aan de veranderende normen.


Het ideale gewicht om zo lang mogelijk te leven is de afgelopen 30 jaar immers toegenomen. In de wilde jaren zeventig had punker van 21 die droog aan de haak 68 kilo woog en 1,70 meter lang was de beste kansen om oud te worden. Ondertussen zou het optimale gewicht voor een hipster van die lengte gestegen zijn naar 78 kilo. Een verschil van 10 kilo in veertig jaar tijd.


Over het ideale gewicht werd de voorbije honderd jaar even hard gediscussieerd als over het gewicht der engelen tijdens de val van Constantinopel. Ik las op 9 mei in de JAMA een Deens rapport dat grofweg stelt dat sinds de gemiddelde Deense BMI gestegen is, het aantal overlijdens ten gevolge van cardiovasculair lijden gedaald is. (https://jama.jamanetwork.com/article.aspx?articleid=2520627 ).


Maar de Wereldgezondheidsorganisatie haast zich om dit tegen te spreken: de Denen zijn iets te dik. Nochtans had Katherine Flegal, tien jaar geleden al in de JAMA aangetoond dat een laag BMI net zo goed als obesitas geassocieerd moest worden met een hoger sterfterisico. (http://jama.jamanetwork.com/article.aspx?articleid=200731 )


Drie jaar geleden werd die conclusie nogmaals bevestigd door een enorme meta-analyse van Amerikaanse onderzoekers in de JAMA (2 januari 2013). Die enorme meta-analyse had 2,88 miljoen deelnemers waarvan er 270.000 waren overleden. Een BMI tussen de 25 en 30 biedt de grootste kans op een hoge leeftijd.


Die JAMA-studie lag direct na publicatie al onder vuur omdat de bekritiseerde auteurs veel verstokte rokers, al doodzieke mensen en ondervoede Aziaten in de groep met de ‘gezonde' BMI van 18,5 tot 25 hadden meegenomen. Geen wonder dat in vergelijking daarmee de groep wat dikkere mensen, met een BMI van 25 tot 30 er op termijn wat beter vanaf komt.


Vorige week weerlegden Noorse onderzoekers op basis van een andere meta-analyse van 207 publicaties over 230 cohortstudies waaraan 30.361.918 patiënten deelnamen dat je juist moet slank blijven voor een lang leven: voor mensen die nooit hebben gerookt is een BMI van 22 tot 24 het best. Rokers en ex-rokers kunnen beter wat dikker zijn: een BMI van 24 tot 27,5 past het best bij een lang leven. (http://www.bmj.com/content/353/bmj.i2156 )


Het gaat steeds om dezelfde BMI, het gewicht in kilo's gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters, zoals de formule luidt die door de Gentenaar Adolphe Quetelet (1796-1874) werd uitgevonden. Om te beginnen was Quetelet geen medicus maar een wiskundige en sterrenkundige, met ideeën over de "gemiddelde mens". Hij deed metingen bij dienstplichtigen, en legde daarmee de basis van de niet onomstreden disciplines antropometrie en biostatistiek, vanwaar de BMI.


Het apocriefe verhaal luidt dat die BMI gedefinieerd werd om de zonen van de begoede klasse, die op jonge leeftijd al een embonpoint hadden ontwikkeld, medisch ongeschikt te laten verklaren voor de militaire dienst. De Wereldgezondheidsorganisatie, de Amerikaanse overheid en de verzekeringsmaatschappijen zijn nog altijd vurige adepten van die statistische methode. Voor de actuarissen van de verzekeraars is de BMI het argument bij uitstek om het risico –lees: de te betalen premie- hoger in te schatten. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ligt een normale, gezonde BMI vanouds tussen de 18,5 en 25. Een BMI tussen de 25 en 30 betekent: overgewicht. Meer dan de helft van de Belgische volwassenen heeft tegenwoordig een BMI boven de 25, wat doemdenkers goed uitkomt.


Punt van kritiek dat tegenwoordig vaak wordt genoemd dat die is gebaseerd op levensverzekeringsgegevens waarin de BMI's van onevenredig veel jongere mensen zijn verwerkt. Een zaak is zeker, naarmate je ouder wordt, wordt de BMI minder belangrijk. Er is zelfs onderzoek waaruit blijkt dat voor 65-plussers de levenskansen in relatie tot overgewicht pas afnemen bij een BMI boven de 33. En dat mager zijn voor ouderen behoorlijk riskant is ( American Journal of Clinical Nutrition , 22 januari 2014 online).


Uit onderzoek blijkt wie over een vetlaagje beschikt meer kans heeft om een verblijf op de intensieve zorg beter te doorstaan. En dat dikkere chronische zieken met hartfalen, nierziekten of afweerziekten langer met hun ziekte in leven blijven dan mensen die mager door de boze hand geraakt worden.


Roken ga ik niet meer beginnen, eten doe ik sowieso minder. En ook de inname van wijnen en bieren is matig geworden. Maar dat komt omdat ik, nu ik wat ouder wordt, nauwelijks nog 's avonds op stap ga. Ik ben dus gedoemd om met mijn iets te hoge BMI chronisch oud te worden. zoals mijn goede vader, die statistiek doceerde, zei: de statistiek is nuttig om achteraf te zien of je gelijk of ongelijk had. Maar laat er je leven niet door bepalen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

18:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 juni 2014

Weg met de BMI

LOUVAIN-LA-NEUVE 16/06 - Uit recente cijfers die The Lancet publiceerde, blijkt dat vandaag 2,1 miljard mensen kampen met overgewicht. Dat is zowat een derde van de wereldbevolking. Obesitas of zwaarlijvigheid treft in ons land 58 procent van de mannen en 47 procent van de vrouwen. Het criterium dat daarvoor gebruikt wordt is de BMI. Een BMI-waarde boven de 27 betekent overgewicht. Boven de 30 betekent: obesitas. En daar hangt volgens gezondheidseconoom Lieven Annemans een kostenplaatje van 3,6 miljard euro aan vast. Schokkend.

Maar hou u vast voor de volgende schok. Volgens de Amerikaanse cardioloog Carl Lavie, professor in New Orleans, kunnen we het hele BMI-dogma maar beter zo snel mogelijk vergeten. Zijn bevindingen worden bevestigd door Katherine Flegal van de CDC die 25 jaar studie deed naar de effectiviteit van BMI-controle.

De Body Mass Index werd in 1832 gedefinieerd door de Gentse wiskundige, statisticus en astronoom Lambert Adolphe Jacques Quetelet, die in zijn boek "Sur l'homme et le développement de ses facultés", of "Essai de physique sociale", gepubliceerd in 1835, probeerde  "l'homme moyen" te definiëren, aan de hand van de gemiddelde waarden van alle gemeten variabelen die aan menselijk gedrag ten grondslag liggen. Quetelet, die ook een van de stichters van de ULB was,  was met andere woorden helemaal niet geïnteresseerd in een gezondheidsideaal. De BMI is oorspronkelijk dus opgezet om statistieken over groepen mensen te krijgen en niet om over- of ondergewicht van individuele mensen te bepalen. Tot in 1940 de Amerikaanse levensverzekeringsmaatschappijen de BMI voor het eerst hanteerden als een gemakkelijke kansberekening op overlijden. In 1985 aanvaardden de Amerikaanse National Institutes of Health de BMI als criterium om obesitas te bepalen. Pas in 1995 volgde de WHO. In 1998 werd de ideale BMI door de NHI verlaagd van 30 naar 27. Vandaag spreken BMI-zeloten bij een index van 25 reeds over (licht) overgewicht.

In 2002 stelde cardioloog Carl Lavie vast dat obese patiënten die hij behandelde voor hartfalen langer leefden dan slanke patiënten. Lavie dook in de literatuur en deed daar ruim 10 jaar over.  Tot hij in 2012 een Zweedse studie vond, gebaseerd op 64.000 patiënten met een hartziekte, waaruit bleek dat de obese groep  driemaal minder kans maakten op voortijdig overlijden (European Heart Journal, vol 34, p 345). En uit een studie van Northwestern University op 2625 patiënten met diabetes type 2 bleek dat slanke patiënten tweemaal meer kans maakten op voortijdig overlijden dan patiënten met overgewicht.

Dezelfde resultaten doken op bij onderzoek naar de relatie tussen obesitas en reumatoïde artritis en nierfalen. De voedingsdeskundigen spraken er schande van. Maar uit de meta-analyse van KaterineFlegal op 2.88 miljoen patiënten, in opdracht van de CDC, bleek dat overgewicht of milde obesitas een beter gezondheidsperspectief bood dan ondergewicht of extreme obesitas. De relatie tussen gezondheid en gewicht toonde grafisch gezien een U-vorm en geen lineaire stijging. Er bestaat dus een grote groep van gezonde "obese" patiënten, wiens BMI zich tussen de 25 en 35 situeert.

Lavie: " Voor iemand met een BMI tussen de 18.5 en 35 is fysieke fitness belangrijker dan gewichtsverlies." (The New Scientist vol 222 #2967 p 47)Volgens hem is de BMI standard voor oudere patiënten ronduit gevaarlijk. Een meting van het vetpercentage is een betere aanduiding voor gezondheidsrisico's, maar deze meting is moeilijker uit te voeren en bovendien zullen ook de richtlijnen en adviezen steeds naar sekse en leeftijd moeten worden uitgesplitst. Belgische gezondheidsexperts hebben daar in elk geval geen oren naar. Voor hen blijft de BMI de beste Belgische uitvinding ooit.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

12:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)