29 april 2015

Waarom artsen zelfmoord plegen

De week begint met een droevig bericht. Het haalt amper een hoekje onderaan links van pagina vier van mijn krant: weer een huisarts die een eind aan zijn leven gemaakt heeft. Als ik bij een lunch met een academicus de kwestie aanraak valt er even een stilte. Dan schakelt hij over naar een ander onderwerp. Zelfmoord is gênant. Zelfmoord door een arts is gewoon ongehoord.

Maar de statistieken over artsen die zelfmoord plegen zijn beangstigend: artsen hebben tweemaal meer kans om zelfmoord te plegen dan hun patiënten, en vrouwelijke artsen hebben viermaal meer kans dan hun mannelijke collega's.

Jonge artsen aan het begin van hun opleiding zijn bijzonder kwetsbaar: uit een recente Amerikaanse studie bleek dat liefst 9,4 procent van de vierdejaars studenten en eerstejaars stagiaires —suïcidale gedachten melden.  

Terwijl acute stress, sociaal isolement, reeds bestaande geestesziekte en misbruik van de substanties voor de hand liggende factoren kunnen zijn, stel ik me ook de vraag of  er dan geen specifieke aspecten eigen aan de medische cultuur zijn die iemand uit het vak over de rand van zijn emotionele veerkracht duwen.

Als echtgenoot van een neuropsychiater met ruim vijfentwintig jaar praktijk, ontmoet ik wel meer artsen dan de doorsnee burger. Dat maakt me tot een bevoorrecht waarnemer. Een van de eerste zaken die me opviel toen ik als meneer van mevrouw de dokter kennis maakte, is dat er een vreemd soort machismo bestaat dat eigen is aan de geneeskundige wereld.

Journalisten zijn niet vies van een beetje machogedrag, maar artsen, en met name jonge mannelijke artsen, projecteren een beeld van intellectuele, emotionele en fysieke dapperheid dat veel sterker is dan wat ze eigenlijk zijn. Het is een cultuur die de arts wordt aangepraat, weet ik.

Ik heb vrienden zien evolueren van een normale, vrolijke student tot een mannetjesputter met twee-dagenbaard en blauwe kringen rond de ogen. Maar ze waren goed bezig, zegden ze zelf. In zijn beroemde essay "Aequanimitas" benadrukte Sir William Osler, die in 1889  in het Amerikaanse Johns Hopkins Hospital begon met opleiding van jonge artsen, het belang van de gelijkmoedigheid bij een arts. Uiteraard mag een arts bij moeilijke situaties niet tilt slaan, stabiliteit is een belangrijke kwaliteit, maar  de onverstoorbaarheid die Osler zo prijst is in de loop der jaren totaal verkeerd begrepen.

Artsen doen zich voor als sterke en onbezorgde professionals die zelfs in hun donkerste en meest zelf vertwijfelde momenten hun cool bewaren. Komt daar bij dat ze zich zelden kunnen identificeren met de problematiek van collega's die in de problemen  zitten, laat staan dat ze zelf kunnen toegeven dat ze hulp nodig hebben.

Veel van de risicofactoren voor zelfmoord bij artsen komen overeen met risicofactoren bij de algemene bevolking. Uit statistisch onderzoek  blijkt het risico groter te zijn bij artsen die zijn gescheiden zijn, hun partner overleden is, weduwnaar of die nooit getrouwd zijn geweest. De risicovolle arts is gedreven, concurrerend, dwangmatig, individualistisch, ambitieus, kritisch voor zichzelf én anderen en is vaak afgestudeerd met hoge cijfers.

Hij heeft vaak last van stemmingswisselingen, in een derde van de gevallen een probleem met alcohol, benzodiazepines of andere drugs, en soms een niet-levensbedreigende maar vervelende chronische lichamelijke of geestelijke aandoening. Een derde van de artsen die zelfmoord pleegde had een voorgeschiedenis van ten minste één psychiatrisch consult.

Het initiatief  Arts in Nood van de Orde van Geneesheren waar dokter Michel Bafort in zijn vrije tribune naar verwijst, is een eerste stap in de goede richting. Artsen moeten ergens terecht kunnen met hun twijfels en angsten. Ze moeten kunnen praten over het verdriet van een patiënt die ze verloren, de vergissing die ze bij een diagnose of een voorschrift gemaakt hebben, de verlegenheid als men op een vraag niet kan antwoorden. Maar  er is niet alleen behoefte aan opvang in tijden van crisis, maar aan een totale verandering van de medische cultuur zodat artsen ook hun kwetsbaarheden kunnen en durven tonen.  

Sommige Stoïcijnen zullen blijven refereren naar Osler's credo en volhouden dat artsen afstand moeten leren nemen van  hun persoonlijke zorgen.  Maar een moe en depressief arts is een eiland van onzekerheid en een gevaar voor zichzelf en zijn patiënten.

Oproepnummers van Arts in Nood reeds in werking:

In Vlaams-Brabant 0800 23 460, Oost-Vlaanderen 464, Luxemburg 468 en Namen 469. De andere regio's moeten voor het eind van het jaar actief zijn: Antwerpen 461, Waals Brabant 462, West-Vlaanderen 463, Henegouwen 465, Luik 466, Limburg 467.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:08 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 maart 2015

Is de Orde nog van deze tijd?

De Orde der Geneesheren heeft zich uitgesproken tegen het gebruik van Facebook door artsen. Waarom verbaast dit me niet? In 1985 was de Orde tegen het gebruik van de fax voor het verzenden van correspondentie onder artsen. In 1995 was de Orde tegen het gebruik van e-mail dat toen nog in zijn meest primitieve vorm bestond. In 2005 vroeg ik aan de toenmalige voorzitter van de Orde hoe hij stond tegenover sms? De brave man viel uit zijn rol, wist niet waarover ik het had maar het antwoord was negatief. Ik durf er veel op te verwedden dat de Orde over tien jaar ook tegen het gebruik van the cloud zal zijn voor de opslag van medische dossiers.

Het probleem met de Orde zit ingebakken in de manier waarop ze opgericht werd en volgens de zelf opgelegde regels die ze orthodox wil navolgen. De Orde is een creatie uit het Derde Rijk, een vorm van corporatistisch denken. Het probleem is niet dat de Orde de dag van vandaag niet nadenkt maar dat ze niet vooruitdenkt. De Orde anticipeert niet maar reageert. Soms adequaat, soms naast de kwestie.

Een zaak is zeker: de Orde van Artsen heeft niet het minste moreel gezag. Niet bij oudere artsen die bij het eind van hun loopbaan gekomen zijn, niet bij artsen van middelbare leeftijd die dagelijks geconfronteerd worden met de verzinsels van een hol geslagen en door de ziekenfondsen en zelfbenoemde e-managers gestuurde administratie, en zeker niet bij de nieuwe aio's en aso's die wel beter weten en binnenkort rücksichtslos de macht gaan overnemen, wegens incompetentie, vermoeidheid en depressie van hun voorgangers. 

Dat is bij de Orde niet anders. Iedereen is ervan overtuigd dat de Orde van Geneesheren moet worden gemoderniseerd op het vlak van transparantie en op het vlak van patiëntenrechten in het kader van deontologische procedures. Dat werd dan ook bijzonder duidelijk toen meer dan twee jaar geleden al de Orde niets bleek gedaan te hebben met de bekentenis van psychiater Walter Vandereycken over zijn ongeoorloofde seksuele relaties met patiënten.

Pas na aandringen van het parlement had de toenmalige PS-vicepremier en minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx laten weten dat ze klacht tegen hem had ingediend bij het parket. Pas toen liet ze de Orde van Geneesheren opdragen Vandereycken wegens deontologische fouten te vervolgen en verzocht ze de provinciale geneeskundige commissie zijn psychische toestand te onderzoeken en hem eventueel te schorsen. Alleen al die procedure doet vragen oproepen. Zowat elke arts die zichzelf respecteert zat met gekrulde tenen te observeren hoe deze politica, die een bekende adept is van de psychoanalytische school zich uit deze bocht zou wringen. In hoeverre kan een Orde van Geneesheren die zich onafhankelijk en deontologisch bekwaam verklaart, afhangen van een minister die haar zelf opdrachten geeft.

De  splitsing van de deontologische ordes stond al  in het vorige regeerakkoord, in het kader van de zesde staatshervorming. Minister  Onkelinx diende finaal klacht in tegen de psychiater voor seksueel misbruik en ging werk maken van de modernisering van de Orde. Maar behalve een naamsverandering is daar voorlopig weinig van te merken.

Vandaag leven we aan de hand van hypes. We leven naar de schijnwerpers toe. Wie dat niet inziet mist de helft van wat er op de scène gebeurt. De Orde ziet niet wat er echt gebeurt. En het helpt niet dat men roept dat het gezag moet gerespecteerd worden. Een autoriteit heeft geen gezag maar kan het wel door gedrag verdienen, schrijft Frans Keuchenius, een zopas overleden Nederlandse protestantse schrijver en kampen overlever, in Herwonnen Vrijheid. Het gedrag van de Orde, die zich laat besturen door een minister en door het Riziv,  is wangedrag. Daar doen alle wel bedoelende leden geen afbreuk aan.

Ondertussen ben ik een hevig voorstander van onredelijkheid. Alleen als je onredelijk bent kunt je dingen veranderen, omdat je niet accepteert hoe het is, las ik bij de historica Willemijn Verloop. "Onredelijkheid heeft me zover gebracht." Verloop werd voor haar prestaties geridderd.  In België zou ze verketterd worden. Ik ben er zeker van dat de Orde tegen onredelijkheid is.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:49 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

19 februari 2015

Specialisten willen ook een ordentelijke aanpak

VILVOORDE 10/02 - In oktober 2010 stond er op de website van de Socialistische Mutualiteiten een enquête onder het thema: vindt u dat uw dokter teveel verdient? Uiteraard was dit opinieonderzoek absoluut niet vooringenomen. Dat kan je ook niet verwachten van een ziekenfonds wiens toenmalige ex-secretaris-generaal een dading moest sluiten met de fiscus. Zo’n overeenkomst sluit je niet omwille van een verloren gelegd briefje van 500 euro dat je vergat aan te geven, schreef ik toen. Maar het leven is zoals het is.

De laatste tijd hebben vooral specialisten nogal te lijden gehad van een slechte publiciteit. Of ze haalden de kranten omwille van verschrikkelijke blunders, hun foute vriendjes, of wegens hun slepende interne ruzies over onderlinge bevoegdheden en  inkomstenverdelingen.  De huisarts die zich in dit seizoen vermomt in slobbertrui en ribfluwelen broek ligt ietsje beter in de markt. Tenslotte is hij de toffe peer die je voor een niemendalletje  uit zijn/haar bed kan bellen. De specialist in zijn dure auto en zijn mooie pak, da's andere koek.  De huisarts schrijft je attest voor de sportclub, voor de schoolreis naar Athene, voor je levensverzekering en doet nu ook de paptest van je vrouw, dochter en aanstaande schoondochter.

Nochtans is er een instelling die daar een rol in zou kunnen spelen, maar die blijft oorverdovend stil. Het wordt hoog tijd dat de Orde van Artsen zoals dat eerbiedwaardige instituut heet eens uit zijn eikenhouten kast komt. Mijn vriend die een eerbiedwaardig lid is van deze instelling, heeft altijd wel veel commentaar als ik hem bel –off the record- maar als ik een duidelijk standpunt vraag over een actueel thema, word ik verwezen naar een Quasimodo. Hij heeft nog een faxmachine die op stoom werkt en bovendien geeft hij nooit een antwoord op een concrete vraag.  De koffie aan het Jamblinne de Meuxplein lijkt op spoelwater, de hall ruikt naar een mengsel van lysol en kamfer terwijl rond de raadstafel het bewijs geleverd wordt dat er naast de coelacanth inderdaad nog andere levende fossielen bestaan.

De Nederlandse Orde daarentegen, dat is pas iets anders. Die wil tonen dat het vak van medisch specialist veel meer omvat dan het leveren van patiëntenzorg. Wat is bijvoorbeeld de verhouding met de ziekenhuisdirectie? Maar ook: hoe werkt het beroep door in de persoonlijke levenssfeer? Wat drijft de medisch specialisten in hun vak? Welke medische en maatschappelijke idealen worden gekoesterd? Zeker in deze tijd van bezuinigingen is de uitdaging om de kwaliteit van zorg te waarborgen groot.

Wij zijn grote voorstander van deze aanpak. Je kan ernstige onderwerpen niet overlaten aan de zogenaamde kwaliteitspolitici. Wie wil communiceren moet naar het publiek, via de vakpers, via de eigen vakbroeders en -zusters maar ook via de  publiekspers, de populaire zenders, en niet alleen via de meerwaardezoekers. Op die manier kan de verzuring een beetje gekeerd worden. Voor overheid, het beleid en de zorgverstrekkers iets om over na te denken. Weet u, dokter, dat in de Nationale Raad van het Beroep van de Orde geen enkele dame zetelt?

En dat het oudste lid – een specialist in de intiemste tak van de geneeskunde- in geen veertig jaar een patiënt gezien heeft? Laat staan dat hij een uitstrijkje genomen zou hebben. Maar hij begint wel de vergaderingen met een Rozenhoedje.

Marc van Impe

14:42 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)