08 november 2017

Orde blijft ondoorzichtig, artsen pikken dit niet


Meer dan driekwart van de artsen die wij ondervraagden wil dat de Orde doorzichtiger handelt en partijen in een geschil op de hoogte houdt. Maar eerst dit: Ik word aangesproken op mijn column over het seksisme in eigen land. Waar ik het vandaan haal om de reputatie van een gerenommeerde Alma Mater door het slijk te halen? Ach, België heeft zijn eigen Harvey Weinstein, en in het Vlaams luistert hij naar de roepnaam Walter.


De internationaal gereputeerde psychiater en hoogleraar aan de KULeuven Walter Vandereycken (68) moest vijf jaar geleden opbiechten dat hij twintig jaar lang geheime seksuele relaties had met zijn vrouwelijke patiënten. Geen enkele van zijn collega's was niet op de hoogte, zo bleek achteraf, maar een voor een lieten de christelijke zielenknijpers het na in te grijpen. Vandereycken, de zogenaamde specialist eetstoornissen die blijkbaar leed aan een aantal seksuele en morele stoornissen hield altijd vol dat die relaties er altijd met wederzijdse toestemming kwamen, zijn slachtoffers spraken dat resoluut tegen.


Eens te meer kwam de zaak uit via de media. Kristien Hemmerechts schreef eerst een verhaal over een anorexiapatiënte. Dan bracht een reportagemaker van het Eén programma Terzake de zaak uit. Vandereycken die een mooie carrière uitgebouwd had als professor en psychiater, bleek in realiteit al twee decennia als een seksueel roofdier over de campus in Tienen en Leuven te zwerven.


‘Ik ben een relatief bekend persoon en heb een lange carrière achter de rug. Maar er zit een heel donkere bladzijde aan waar ik ook moreel in de knoei mee lag', vertelde hij. ‘Ik zat privé in een crisis en werd verliefd op een patiënt. Meteen heb ik die therapie stopgezet en ben ik een kortstondige, geheime relatie begonnen. Nadien gebeurde dat opnieuw. Ik ben toen zelf in therapie gegaan.' Het klinkt Spacey-achtig, vol zelfbeklag, met halve excuses, niet helemaal zijn schuld. De zonde is een remspoor dat in de witwas verdwijnt. Dertien jaar later werd hij opnieuw verliefd. En opnieuw op een patiënt.


‘Er speelden zich een aantal crisissen af waardoor die vrouw dringend opgenomen moest worden. Ik heb haar meermaals naar het ziekenhuis gebracht en ben toen ook opnieuw in therapie gegaan. Het was fout.' De psychiater voelde zich naar eigen zeggen enorm schuldig. ‘Ik heb brokstukken gemaakt die ik nooit meer kan lijmen, ik kan de klok niet meer terugzetten.' Vandereycken was "vastgelopen". "Als mijn geloofwaardigheid weg is, zal ik net voor mijn pensioen de consequenties daarvan aanvaarden."


Uiteraard hield hij vol dat zijn seksuele handelingen altijd met wederzijdse toestemming gebeurden. De Broeders Alexianen in Tienen, waar Vandereycken twintig jaar afdelingshoofd van de psychiatrische kliniek was, wisten zoegnaamd van niets. Nochtans waren tal van collega's al jarenlang op de hoogte van het misbruik. Sterker nog, onder druk van bevriende artsen was hij in het verleden in therapie gegaan. Maar niemand vond het nodig de Orde te waarschuwen. Niemand nam maatregelen. Niemand bood excuses aan. De toenmalige Leuvense rector Mark Waer verdween in het zand van de vergetelheid.


"Ik heb fouten begaan maar kan de klok niet terugzetten. Het begon twintig jaar geleden toen ik in een privékliniek verliefd werd op een patiënte. Ik heb toen de therapie stopgezet en een kortstondige relatie gehad. Daarna heeft dat zich herhaald en ben ik nog verliefd geworden op patiëntes. Er stelde zich daarbij een belangrijk probleem: dat van de afhankelijkheid. In welke mate kan iemand ja of neen zeggen?", erkent Vandereycken. Het is alsof je de reportage over Harvey Weinstein leest: een ex-patiënte zei dat de psychiater met de grenzen speelde van wat kan en niet kan. "Zo moest ik hem aanspreken met Walter, moest het licht uit tijdens de therapie en kwam hij naast me zitten. Ik voelde me zeer oncomfortabel, zeer onveilig. Ik was bang."


Geert Dom, de toenmalige voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychiaters, reageerde geschokt. Volgens hem kon dit deontologisch gezien helemaal niet door de beugel, onder welke vorm dan ook. Hij pleitte voor de invoering van een wettelijke meldingsplicht voor hulpverleners die weet hebben van misbruik door collega's, zoals in Nederland. Ook de procedure bij de Orde der Artsen moest transparanter. De Orde moest de mogelijkheid krijgen patiënten te informeren over het verloop van de procedure en de sancties.


Wij vroegen onze lezers of zij van mening waren dat de Orde der Artsen moet hervormd worden. 72% van de artsen, in Noord en Zuid, zijn die mening toegedaan. 76 % van de artsen vindt ook dat de wie een klacht indient bij de Orde van het verloop van de behandeling op de hoogte moet gebracht worden.


Mijn gesprekspartner is het daar absoluut niet mee eens. Hij en ik kennen menig psychiater die zich aan Freudiaanse vrijpostigheden te buiten gaat. In 2012, het jaar van de zaak Vandereycken waren er in de loop van de voorbije vijftig jaar amper een zestigtal klachten binnengekomen over seksueel misbruik. Dat lage aantal zou het gevolg kunnen zijn van de weinig doorzichtige procedure, aldus de Orde toen. Er is ondertussen nog niets veranderd. Vandereycken zette aanvankelijk zijn activiteiten verder in de groepspraktijk Crescendo in Kessel-Lo.


De Orde besliste pas in 2015 dat Vandereycken nooit nog als arts mag werken. De Orde der Artsen zegt dat ze met deze uitspraak nadrukkelijk de kant van de slachtoffers koos. Dr. Walter Vandereycken staat nog steeds erkend als neuropsychiater met privé praktijk in Kessel-Lo. Ondoorzichtigheid lijkt me een onnauwkeurige omschrijving.

Marc van Impe


Bron: MediQuality

08:59 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

16 oktober 2017

De Orde wacht op hervormingsbesluit


Naar aanleiding van de zaak van CVS-professor De Meirleir onderzocht journalist Steven Vandenbussche van nieuwssite Apache, welke de stand van zaken bij de Orde der Artsen is. Maar daar wordt geen informatie over vrijgegeven.


De Orde erkent dat de procedures hopeloos verouderd zijn, maar wacht op een beslissing op haar hervormingsvoorstel, aldus dr. Michel Deneyer. "Als er nu tuchtprocedures lopen of niet, of als er na een schorsing beroep wordt aangetekend (dat opschortend werkt) of in cassatie gegaan wordt, een arts blijft op de lijst staan tot er een uitspraak is die kracht van gewijsde heeft (definitief is, red.)", zegt professor dr. Michel Deneyer, woordvoerder van de Nationale Raad van de Orde der Artsen. In het huidige tuchtreglement wordt geen communicatie met het publiek voorzien.


De Orde zelf is met haar manier van werken gebonden aan veertig jaar oude wetgeving, en is zelf vragende partij om een open procedure te voeren. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) vroeg de Nationale raad van de Orde bij het begin van de legislatuur om een hervormingsnota voor te bereiden. Een nota met enkele krachtlijnen rond onder meer regulering, plichtenleer, deontologie, transparantie en samenwerking met patiëntenverenigingen werd op 30 mei 2015 door de Nationale Raad goedgekeurd.


Sindsdien is de nota besproken met het kabinet van De Block en ook in wetsartikelen gegoten. Het is nu wachten op de federale regering om de knoop door te haken. De Orde keurde halverwege 2015 een hervormingsnota goed en onderhandelde met de minister over een hervorming. Een belangrijk onderdeel van de hervorming is een modernisering van het tuchtprocedures. Zo wordt voorgesteld om de tuchtopdracht te scheiden van andere opdrachten van de Orde. De tuchtopdracht zou niet meer provinciaal georganiseerd worden, maar per taalgebied, met de oprichting van een Nederlandstalige en Franstalige tuchtraad van eerste aanleg. En de Orde wil zelf een openbaarheid van de zitting en de uitspraak invoeren. Ook de positie van de klager moet duidelijk uitgeklaard worden, net als de rol van patiëntenorganisaties.


"De Orde is duidelijk vragende partij voor een hervorming", benadrukt voorzitter professor Dr. Michel Deneyer. "Ook tuchtprocedures moeten veel transparanter. In eerste aanleg (provinciaal) gaan die zittingen achter gesloten deuren door. De klager moet gehoord worden en weten wanneer de zitting is, want nu krijgt hij enkel een melding dat zijn klacht in behandeling is. In beroep zijn de zittingen nu al openbaar, maar die worden nergens geafficheerd. Als de deur van de zittingszaal openstaat kan dat twee dingen betekenen: ofwel is men aan het poetsen, ofwel is er een zitting in beroep bezig. Als de klager niet op de hoogte gebracht wordt van de zitting door de arts, kan die dat niet weten."


De kritiek op de verouderde aanpak van tuchtzaken onder artsen, onder meer dat de Orde zowel rechter als partij is, en dat klagers niet altijd gehoord worden, laat staan ingelicht over de afwikkeling van klachten, hekelde onder meer ere-senator en arts Patrik Vankrunkelsven jaren geleden al. De enige dossiers die de afgelopen jaren naar buiten kwamen, op enkele verhalen van geschorste (en in beroep procederende) CVS-artsen na, waren dan nog procedures tegen artsen van de Geneeskunde voor het Volk.


Een aantal van de Geneeskunde voor het Volk-artsen weigert namelijk om politiek-ideologische overtuigingen, lidgeld aan de orde te betalen. "Tuchtrecht binnen de orde heeft weinig te maken met het beschermen van patiëntenrechten, maar met het beschermen van het beroep in de corporatistische zin van het woord: de eer en de waardigheid van het beroep", zegt woordvoerder Dr. Anne Delespaul van Geneeskunde voor het Volk.


Informatie over geschorste artsen bereikt dan wel niet de patiënt, ook niet gebeurlijke klagers, wel speelt de Orde haar beslissingen door aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC). Dat is één van de vijf kerndiensten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsuitkering (Riziv). Maar ook die dienst ziet het niet als haar taak om daarover te communiceren, daarover werd recent een ‘beleidslijn' uitgestippeld om redenen van privacy. En de ziekenfondsen mogen daarover niet communiceren met hun aangesloten leden.


Het systeem van informatie over schorsingen wordt momenteel hervormd in het kader van de herziening van de Orde, bevestigt het kabinet van Federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld). "De Orde heeft constructieve voorstellen gedaan om haar werking en de transparantie daarvan te verhogen", zegt haar woordvoerster. "De minister heeft deze voorstellen bestudeerd en heeft haar administratie de opdracht gegeven om juridisch te analyseren hoe de voorstellen geïntegreerd kunnen worden in de wetgeving." De deontologie zal positief in plaats van repressief geformuleerd worden en gericht zijn op het preventief en proactief begeleiden en oriënteren van artsen, aldus nog de minister.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 maart 2017

Wet gerechtelijke experts is maat voor niets


De wet op de gerechtelijke expertise zoals ze vandaag gestemd werd is een maat voor niets en vertoont zowat alle mankementen die men zich kan voorstellen. Om te beginnen gaat de wet uit van een mythe, de zogenaamde deontologische code.
Niemand heeft deze code gezien, niemand gaat controleren of de code wordt toegepast, en niemand kan bij een inbreuk een sanctie opleggen. Overigens tilt de minister zelf niet zo zwaar aan die code, want reeds in 2016 reeds verzekerde het kabinet Geens de verzekeringsartsen dat ze code toch niet te strikt zal toegepast worden.


Minister Geens wekt ook de schijn dat iedereen in het nationaal register zal kunnen zien welke expert voor welke verzekering werkt. De vraag is waar en hoe de patiënt dat kan. Wat dat betreft is de wet zeer katholiek: slachtoffers moeten "vertrouwen" op de integriteit van de experts, die uit eigen beweging wel zullen zeggen of ze voor een verzekering werken. Zo'n meldingsplicht bestaat al jaren en staat zelfs in het gerechtelijk wetboek en in de deontologische code der artsen. Maar experts, noch de rechters passen deze toe. Niemand controleert de melding en niemand sanctioneert eventuele inbreuken. "95 % van de ‘gerechtsexperts' zijn eigenlijk verzekeringsartsen," aldus Anke Santens die al jaren campagne voert, " zij bepalen wat een rechtbank moet uitspreken, en nu wordt het nog erger want eerlijke rechters die een eerlijke expert willen aanstellen, zullen dat niet meer kunnen : ze zullen veerplicht worden om te kiezen uit het zogenaamde nationaal register dat dus vol zal staan met verzekeringsartsen. Voor ons is dit een status quo."


De wet legt wel een grote verantwoordelijkheid bij de Orde der Artsen en de Provinciale Geneeskundige Commissie: zij zullen niet langer klachten tegen verzekeringsartsen/experts kunnen seponeren zoals dat in het verleden de regel was. Maar dan gaat het enkel om deontologische sancties. Minister Geens wekt de schijn alsof mensen die geconfronteerd worden met een vals verslag een onderzoek zullen kunnen vragen aan de zogenaamde aanvaardingscommissie, die dus ook klachten moet behandelen. Dat wekt valse hoop en een nieuw verslag komt er niet. Die commissie "mag zich niet uitspreken over de inhoud van het dossier". Dat moet de rechter doen maar die zegt in de regel: "Ik ben geen arts, dus ik bevestig wat de expert zegt, die staat immers onder ede en heeft dus gelijk, de arts die het slachtoffer verdedigt is per definitie ‘partijdig' ". Bovendien zal net zoals bij de Orde der Artsen een slachtoffer nooit weten welk gevolg er gegeven werd aan die klacht.


Vandaag staan 1.200 experts in het register, hun erkenning loopt tot 2021. De ‘gerechtsexperts' worden opgeleid door verzekeringsartsen. De wet verplicht de rechters wel een expert aan te duiden uit de namen in het register.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

07:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)