17 maart 2017

Wet gerechtelijke experts is maat voor niets


De wet op de gerechtelijke expertise zoals ze vandaag gestemd werd is een maat voor niets en vertoont zowat alle mankementen die men zich kan voorstellen. Om te beginnen gaat de wet uit van een mythe, de zogenaamde deontologische code.
Niemand heeft deze code gezien, niemand gaat controleren of de code wordt toegepast, en niemand kan bij een inbreuk een sanctie opleggen. Overigens tilt de minister zelf niet zo zwaar aan die code, want reeds in 2016 reeds verzekerde het kabinet Geens de verzekeringsartsen dat ze code toch niet te strikt zal toegepast worden.


Minister Geens wekt ook de schijn dat iedereen in het nationaal register zal kunnen zien welke expert voor welke verzekering werkt. De vraag is waar en hoe de patiënt dat kan. Wat dat betreft is de wet zeer katholiek: slachtoffers moeten "vertrouwen" op de integriteit van de experts, die uit eigen beweging wel zullen zeggen of ze voor een verzekering werken. Zo'n meldingsplicht bestaat al jaren en staat zelfs in het gerechtelijk wetboek en in de deontologische code der artsen. Maar experts, noch de rechters passen deze toe. Niemand controleert de melding en niemand sanctioneert eventuele inbreuken. "95 % van de ‘gerechtsexperts' zijn eigenlijk verzekeringsartsen," aldus Anke Santens die al jaren campagne voert, " zij bepalen wat een rechtbank moet uitspreken, en nu wordt het nog erger want eerlijke rechters die een eerlijke expert willen aanstellen, zullen dat niet meer kunnen : ze zullen veerplicht worden om te kiezen uit het zogenaamde nationaal register dat dus vol zal staan met verzekeringsartsen. Voor ons is dit een status quo."


De wet legt wel een grote verantwoordelijkheid bij de Orde der Artsen en de Provinciale Geneeskundige Commissie: zij zullen niet langer klachten tegen verzekeringsartsen/experts kunnen seponeren zoals dat in het verleden de regel was. Maar dan gaat het enkel om deontologische sancties. Minister Geens wekt de schijn alsof mensen die geconfronteerd worden met een vals verslag een onderzoek zullen kunnen vragen aan de zogenaamde aanvaardingscommissie, die dus ook klachten moet behandelen. Dat wekt valse hoop en een nieuw verslag komt er niet. Die commissie "mag zich niet uitspreken over de inhoud van het dossier". Dat moet de rechter doen maar die zegt in de regel: "Ik ben geen arts, dus ik bevestig wat de expert zegt, die staat immers onder ede en heeft dus gelijk, de arts die het slachtoffer verdedigt is per definitie ‘partijdig' ". Bovendien zal net zoals bij de Orde der Artsen een slachtoffer nooit weten welk gevolg er gegeven werd aan die klacht.


Vandaag staan 1.200 experts in het register, hun erkenning loopt tot 2021. De ‘gerechtsexperts' worden opgeleid door verzekeringsartsen. De wet verplicht de rechters wel een expert aan te duiden uit de namen in het register.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

07:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 september 2016

De Orde kiest

De Orde der Artsen staat voor cruciale verkiezingen. Deze maal zal moeten blijken of de Orde die op zijn zachtst gezegd gemengde gevoelens oproept bij het artsenkorps erin zal slagen opnieuw aansluiting te vinden bij de basis. In Vlaanderen onderging de Orde een naamsverandering, de vraag is of het enkel bij die cosmetische ingreep blijft ?

Daarom deze overpeinzing die uiteraard de nodige reacties zal oproepen. Zoals bleek uit de druk gelezen bijdrage van dr. Arne Van Renterghem werd zijn kandidaatstelling door zijn vriendenkring op zijn zachtst gezegd op gemengde gevoelens onthaald. En dat heeft zo zijn redenen.

De Orde zelf vermoedt de oorzaak te kennen. In mei schreef de Orde in een persbericht dat de grootste uitdaging de hervorming van de Orde der artsen is, die de Orde zelf wil realiseren. Ik citeer "Deze hervorming is een constructief antwoord op vaak opgeworpen grieven: oubolligheid, gebrek aan transparantie en rechtsonzekerheid. Het voorstel gaat veel verder dan "het waken over de eer en de waardigheid' zoals vermeld in het KB 79 betreffende de Orde der artsen. Het voorziet onder meer in de waarborg van het respect voor de patiënt, de kwaliteit van de zorg, de loyale samenwerking tussen de gezondheidszorgbeoefenaars en het belang van de gemeenschap. Het zet in op nieuwe concepten: minnelijke conflictbeheersing, deelname van jonge artsen aan de activiteiten van de Orde, bijstand aan artsen in moeilijkheden."

Het klinkt mooi en edel maar wie zoals ondergetekende een paar zittingen van de Raad van de Orde mocht meemaken weet dat tijdreizen op het Jamblinne de Meuxplein dagelijkse werkelijkheid is. Niet alleen is dit college overwegend samengesteld uit een club bejaarden waarvan men zich terecht mag afvragen in hoever deze nog enige voeling hebben met de actuele samenleving. Alleen al de manier waarop een rechtszaak gevoerd wordt, zonder tegenspraak, met alle vooringenomenheid, autistische doofheid voor argumenten is een scherts van hoe een modern rechtscollege zou moeten werken. En de aanwezige magistraten die ongetwijfeld een eerbiedwaardige en gevulde carrière achter zich hebben passen perfect in dit plaatje, niet gehinderd als ze zijn door enige kennis van medische zaken. Het lijkt de tijd van de gilde wel.

Er zijn in ons land honderden jonge, actieve en geëngageerde artsen die nadenken over de manier waarop de geneeskunde in de eenentwintigste eeuw kan functioneren. Zij kijken verder dan de bibliotheek van hun eigenste alma mater en ze durven voor hun mening uitkomen, eerder dan zich te conformeren aan wat geriatrische vakgenoten pretenderen als deontologische regel te mogen stellen.

Een andere vraag: waarom zijn vrouwelijke artsen zo schromelijk ondervertegenwoordigd in de huidige Orde. Zouden zij beter weten? Of bedanken ze voor de eer?

Deze verkiezingen zijn het ideale moment om een nieuwe start te nemen, schrijft de Orde die zegt op zoek te zijn naar nieuwe mensen die bereid zijn het hervormingsproces vorm te geven in de praktijk.

De Orde schrijft wel wat de kandidaat van de werking van een hertekende Orde mag verwachten maar blijft vaag over het profiel dat zij van de kandidaat verwacht. "De ideale kandidaat is een vrouw/man met onberispelijke staat van dienst, actief op het werkveld en met interesse in het globale gezondheidsgebeuren."

Wie van een kandidaat een programma verwacht, een actieplan, een omschrijving van zijn doelstellingen is eraan voor de moeite. Nergens, op een uitzondering na, zeggen de kandidaten waar ze voor staan. Nergens antwoorden ze op vragen van kiezers.

Ik had tenminste een forum verwacht waar de kandidaat met de kiezer in debat zou kunnen gaan. Maar dat is er helaas niet. Communicatie is nog altijd niet het sterkste punt van deze "onafhankelijke, dynamische structuur die invulling geeft aan een "positieve deontologie" gericht op de preventieve en proactieve begeleiding van artsen en streeft naar transparantie, toegankelijkheid en dienstbetoon."

Een gewezen lid van een provinciale afdeling van de Orde formuleerde het tegenover ons als volgt: "De Orde zou een referentiekader moeten bieden, een open instelling moeten zijn waar de arts met zijn vragen en zijn noden terecht kan. Maar dat is ze niet. Ze is van oorsprong en nog altijd een repressief apparaat geleid door vaak gerontocraten in echte Sovjetstijl.

De Orde verhoogt de druk op de artsen en gevolg is dat artsen niet meer arts kunnen of durven zijn, als ze voor de Orde dienden te verschijnen. Ik heb artsen gezien die nooit meer de oude werden en die letterlijk geknakt werden onder de druk van een (potentiële) veroordeling.

Bovendien laat de Orde zich in haar strafbeleid sturen door de Commissie van de DGEC en het RIZIV. Sterker nog, in Vlaams Brabant werd de Orde geleid door een arts, een ambtenaar dus vàn het RIZIV. Een professor bevestigt: "Deze mensen zie ik dus frequent hier in de praktijk verschijnen, of ze bellen mij met de vraag ‘collega, help a.u.b., ik weet echt niet meer wat ik moet doen'. De geneeskunde is overgereglementeerd, en er is te weinig keuzevrijheid nog voor artsen. Natuurlijk hebben sommige rotte appels in de mand, er toe geleid dat er meer controles kwamen, wat ik zeker toejuich, maar men moet hierin niet doorslaan."

De vernieuwde Orde verliest zich nog maar eens in een hoogdravende woordenbrij, geplukt uit een zelfhulpboek voor gemankeerde managers. Ik vraag me af welke "leergierige artsen die uit zijn op een nieuwe uitdaging in hun carrière," zich hiervoor kandidaat stellen. " Een organisatie is zo sterk ais de sterkte van iedere afzonderlijke schakel. Op u komt het aan! " schrijft de Orde. Een waarheid als een koe. Daaraan mag ik graag toevoegen: En de kruik gaat zolang te water tot ze breekt.

"Neem de Orde weg, en de wettelijke bescherming van de patiënt tegen het utilitarisme verdwijnt ook, en wat overblijft is het resultaat van het machtsspel tussen overheid, ziekenfonds, ziekenhuis, werkgever en werknemer-organisaties, rechtbanken en syndicaten," schreef kandidaat Arne van Renterghem. Sta me toe dat ik aan die wettelijke bescherming twijfel. En ik ben duidelijk niet de enige. Ook de EU DG Gezondheid is het daar mee eens: de enige mogelijke verdediger van de patiënt is een sterke, onafhankelijke patiëntenorganisatie. En daar ontbreekt het in ons land voorlopig aan. Tenslotte nog dit: van de kandidaat wordt verwacht dat hij zich enkele uren per maand vrij kan maken en dit tegen een billijke vergoeding. Het lijkt de verkiezing van het bestuur van de lokale schutterij wel.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

25 augustus 2016

Zwarte lijst patiënten heeft geen zin

De Nationale Raad van de Orde der artsen wil gewelddadige patiënten identificeren om hen de toegang te kunnen ontzeggen tot de dokterspraktijken. Het voorstel kwam er nadat een arts donderdag werd neergestoken in Vorst. “Het gaat er niet over om mensen hun rechtmatige zorgen te ontnemen, maar wel om dat te doen met versterkte beveiliging als we zien dat de patiënt gekend is voor geweld”, aldus de Franstalige voorzitter van de Orde der Artsen, Benoît Dejemeppe. Ik heb daar enkele bedenkingen bij.

Uit een recent onderzoek bij 218 artsen blijkt dat 63 procent al te maken heeft gehad met geweld. In een vijfde van de gevallen gaat het om fysiek geweld. De artsen maken zich terecht zorgen over hun veiligheid. Maar het is zeer de vraag of het opstellen van een lijst « gevaarlijke patiënten » zinvol is. En of dit wel wettelijk kan?

Ik stel me de vraag wie die lijst gaat opstellen ? Het ministerie van Justitie? Ik hou mijn hart vast. Met accuratesse en snelheid waarmee dit departement werkt, benen we zelfs de kruimeldieven uit de twintigste eeuw niet bij. Laat staan dat dit ministerie over de nodige kennis en informatica beschikt om zo'n lijst degelijk en up to date op te stellen. De lokale politie dan? Welke criteria gaat die gebruiken? Vanaf welk criminaliteitsniveau kom je op zo'n lijst terecht? Of doet men een beroep op de directie van het gevangeniswezen. Word je ontslagen uit de gevangenis en heb je na bewezen schuld de daarbij horende straf uitgezeten, maar kom je alsnog op een lijst gevaarlijke patiënten terecht. Ik denk dat daar een mooi juridisch verhaal aan kan gebreid worden.

Misschien is dit een mooie bijkomende opdracht voor Sociale Zaken. Dan moet je eerst een aantal voorafgaande onderzoeken doorlopen voor je als echt gevaarlijk gelabeld kan worden. Een systeem met punten dus. Daar zijn ze goed in. Even kijken: klappen uitgedeeld, met een mes gedreigd, verbaal geweld gebruikt en gestalkt bij nacht? 62 Punten. Goed voor een criminelenkaart.

Er valt wel wat voor te zeggen dat artsen elkaar waarschuwen als ze slechte ervaringen gehad hebben met een patiënt. Artsen wisselen sowieso al informatie over lokale patiënten uit.

Nee, ik vind zo'n lijst maar niets. Het is praktisch niet uitvoerbaar, het leidt tot willekeur, druist in tegen de fundamentele rechten van de mens en zet de deur open voor chantage en misbruik.

Een artsenpraktijk is nu eenmaal een risicoberoep geworden. Dat is een feit. Vooral wie solo werkt staat zwak. Maar ook de arts die in een ziekenhuisomgeving een patiënt ziet stelt zich kwetsbaar op. Bij een consultatie zit er geen administratief personeel, maar zit als je als arts face-to-face tegenover een patiënt waarvan je niet altijd kan inschatten welke bijbedoelingen die heeft.

Ik bezocht een paar jaar geleden een huisartsenconsultatie in de VS. Bij de deur in de wachtzaal stond een gewapende geüniformeerde bewaker. In de wachtzaal hingen twee camera's. Aan de muur een affiche die de wachtende waarschuwde dat wapendracht, drugs, alcohol noch muziek getolereerd werd. Ook was het dragen van hoodies, baklava's en andere gezichtbedekkende kleding verboden. En toch ligt de criminaliteit in de artsenpraktijk daar een stuk hoger dan bij ons.

Crimineel gedrag doet zich op elk ogenblik van de dag voor. Men kan de risico's proberen te beperken. Men kan bij nacht politieassistentie vragen. Men kan patiënten doorsturen naar een wachtdienst in een ziekenhuis. Of de huisartsenwachtpost koppelen aan een politiepost. Maar het risico uitschakelen zal men nooit kunnen.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:24 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)