16 oktober 2017

De Orde wacht op hervormingsbesluit


Naar aanleiding van de zaak van CVS-professor De Meirleir onderzocht journalist Steven Vandenbussche van nieuwssite Apache, welke de stand van zaken bij de Orde der Artsen is. Maar daar wordt geen informatie over vrijgegeven.


De Orde erkent dat de procedures hopeloos verouderd zijn, maar wacht op een beslissing op haar hervormingsvoorstel, aldus dr. Michel Deneyer. "Als er nu tuchtprocedures lopen of niet, of als er na een schorsing beroep wordt aangetekend (dat opschortend werkt) of in cassatie gegaan wordt, een arts blijft op de lijst staan tot er een uitspraak is die kracht van gewijsde heeft (definitief is, red.)", zegt professor dr. Michel Deneyer, woordvoerder van de Nationale Raad van de Orde der Artsen. In het huidige tuchtreglement wordt geen communicatie met het publiek voorzien.


De Orde zelf is met haar manier van werken gebonden aan veertig jaar oude wetgeving, en is zelf vragende partij om een open procedure te voeren. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) vroeg de Nationale raad van de Orde bij het begin van de legislatuur om een hervormingsnota voor te bereiden. Een nota met enkele krachtlijnen rond onder meer regulering, plichtenleer, deontologie, transparantie en samenwerking met patiëntenverenigingen werd op 30 mei 2015 door de Nationale Raad goedgekeurd.


Sindsdien is de nota besproken met het kabinet van De Block en ook in wetsartikelen gegoten. Het is nu wachten op de federale regering om de knoop door te haken. De Orde keurde halverwege 2015 een hervormingsnota goed en onderhandelde met de minister over een hervorming. Een belangrijk onderdeel van de hervorming is een modernisering van het tuchtprocedures. Zo wordt voorgesteld om de tuchtopdracht te scheiden van andere opdrachten van de Orde. De tuchtopdracht zou niet meer provinciaal georganiseerd worden, maar per taalgebied, met de oprichting van een Nederlandstalige en Franstalige tuchtraad van eerste aanleg. En de Orde wil zelf een openbaarheid van de zitting en de uitspraak invoeren. Ook de positie van de klager moet duidelijk uitgeklaard worden, net als de rol van patiëntenorganisaties.


"De Orde is duidelijk vragende partij voor een hervorming", benadrukt voorzitter professor Dr. Michel Deneyer. "Ook tuchtprocedures moeten veel transparanter. In eerste aanleg (provinciaal) gaan die zittingen achter gesloten deuren door. De klager moet gehoord worden en weten wanneer de zitting is, want nu krijgt hij enkel een melding dat zijn klacht in behandeling is. In beroep zijn de zittingen nu al openbaar, maar die worden nergens geafficheerd. Als de deur van de zittingszaal openstaat kan dat twee dingen betekenen: ofwel is men aan het poetsen, ofwel is er een zitting in beroep bezig. Als de klager niet op de hoogte gebracht wordt van de zitting door de arts, kan die dat niet weten."


De kritiek op de verouderde aanpak van tuchtzaken onder artsen, onder meer dat de Orde zowel rechter als partij is, en dat klagers niet altijd gehoord worden, laat staan ingelicht over de afwikkeling van klachten, hekelde onder meer ere-senator en arts Patrik Vankrunkelsven jaren geleden al. De enige dossiers die de afgelopen jaren naar buiten kwamen, op enkele verhalen van geschorste (en in beroep procederende) CVS-artsen na, waren dan nog procedures tegen artsen van de Geneeskunde voor het Volk.


Een aantal van de Geneeskunde voor het Volk-artsen weigert namelijk om politiek-ideologische overtuigingen, lidgeld aan de orde te betalen. "Tuchtrecht binnen de orde heeft weinig te maken met het beschermen van patiëntenrechten, maar met het beschermen van het beroep in de corporatistische zin van het woord: de eer en de waardigheid van het beroep", zegt woordvoerder Dr. Anne Delespaul van Geneeskunde voor het Volk.


Informatie over geschorste artsen bereikt dan wel niet de patiënt, ook niet gebeurlijke klagers, wel speelt de Orde haar beslissingen door aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC). Dat is één van de vijf kerndiensten van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsuitkering (Riziv). Maar ook die dienst ziet het niet als haar taak om daarover te communiceren, daarover werd recent een ‘beleidslijn' uitgestippeld om redenen van privacy. En de ziekenfondsen mogen daarover niet communiceren met hun aangesloten leden.


Het systeem van informatie over schorsingen wordt momenteel hervormd in het kader van de herziening van de Orde, bevestigt het kabinet van Federaal minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld). "De Orde heeft constructieve voorstellen gedaan om haar werking en de transparantie daarvan te verhogen", zegt haar woordvoerster. "De minister heeft deze voorstellen bestudeerd en heeft haar administratie de opdracht gegeven om juridisch te analyseren hoe de voorstellen geïntegreerd kunnen worden in de wetgeving." De deontologie zal positief in plaats van repressief geformuleerd worden en gericht zijn op het preventief en proactief begeleiden en oriënteren van artsen, aldus nog de minister.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

19:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

17 maart 2017

Wet gerechtelijke experts is maat voor niets


De wet op de gerechtelijke expertise zoals ze vandaag gestemd werd is een maat voor niets en vertoont zowat alle mankementen die men zich kan voorstellen. Om te beginnen gaat de wet uit van een mythe, de zogenaamde deontologische code.
Niemand heeft deze code gezien, niemand gaat controleren of de code wordt toegepast, en niemand kan bij een inbreuk een sanctie opleggen. Overigens tilt de minister zelf niet zo zwaar aan die code, want reeds in 2016 reeds verzekerde het kabinet Geens de verzekeringsartsen dat ze code toch niet te strikt zal toegepast worden.


Minister Geens wekt ook de schijn dat iedereen in het nationaal register zal kunnen zien welke expert voor welke verzekering werkt. De vraag is waar en hoe de patiënt dat kan. Wat dat betreft is de wet zeer katholiek: slachtoffers moeten "vertrouwen" op de integriteit van de experts, die uit eigen beweging wel zullen zeggen of ze voor een verzekering werken. Zo'n meldingsplicht bestaat al jaren en staat zelfs in het gerechtelijk wetboek en in de deontologische code der artsen. Maar experts, noch de rechters passen deze toe. Niemand controleert de melding en niemand sanctioneert eventuele inbreuken. "95 % van de ‘gerechtsexperts' zijn eigenlijk verzekeringsartsen," aldus Anke Santens die al jaren campagne voert, " zij bepalen wat een rechtbank moet uitspreken, en nu wordt het nog erger want eerlijke rechters die een eerlijke expert willen aanstellen, zullen dat niet meer kunnen : ze zullen veerplicht worden om te kiezen uit het zogenaamde nationaal register dat dus vol zal staan met verzekeringsartsen. Voor ons is dit een status quo."


De wet legt wel een grote verantwoordelijkheid bij de Orde der Artsen en de Provinciale Geneeskundige Commissie: zij zullen niet langer klachten tegen verzekeringsartsen/experts kunnen seponeren zoals dat in het verleden de regel was. Maar dan gaat het enkel om deontologische sancties. Minister Geens wekt de schijn alsof mensen die geconfronteerd worden met een vals verslag een onderzoek zullen kunnen vragen aan de zogenaamde aanvaardingscommissie, die dus ook klachten moet behandelen. Dat wekt valse hoop en een nieuw verslag komt er niet. Die commissie "mag zich niet uitspreken over de inhoud van het dossier". Dat moet de rechter doen maar die zegt in de regel: "Ik ben geen arts, dus ik bevestig wat de expert zegt, die staat immers onder ede en heeft dus gelijk, de arts die het slachtoffer verdedigt is per definitie ‘partijdig' ". Bovendien zal net zoals bij de Orde der Artsen een slachtoffer nooit weten welk gevolg er gegeven werd aan die klacht.


Vandaag staan 1.200 experts in het register, hun erkenning loopt tot 2021. De ‘gerechtsexperts' worden opgeleid door verzekeringsartsen. De wet verplicht de rechters wel een expert aan te duiden uit de namen in het register.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

07:51 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 september 2016

De Orde kiest

De Orde der Artsen staat voor cruciale verkiezingen. Deze maal zal moeten blijken of de Orde die op zijn zachtst gezegd gemengde gevoelens oproept bij het artsenkorps erin zal slagen opnieuw aansluiting te vinden bij de basis. In Vlaanderen onderging de Orde een naamsverandering, de vraag is of het enkel bij die cosmetische ingreep blijft ?

Daarom deze overpeinzing die uiteraard de nodige reacties zal oproepen. Zoals bleek uit de druk gelezen bijdrage van dr. Arne Van Renterghem werd zijn kandidaatstelling door zijn vriendenkring op zijn zachtst gezegd op gemengde gevoelens onthaald. En dat heeft zo zijn redenen.

De Orde zelf vermoedt de oorzaak te kennen. In mei schreef de Orde in een persbericht dat de grootste uitdaging de hervorming van de Orde der artsen is, die de Orde zelf wil realiseren. Ik citeer "Deze hervorming is een constructief antwoord op vaak opgeworpen grieven: oubolligheid, gebrek aan transparantie en rechtsonzekerheid. Het voorstel gaat veel verder dan "het waken over de eer en de waardigheid' zoals vermeld in het KB 79 betreffende de Orde der artsen. Het voorziet onder meer in de waarborg van het respect voor de patiënt, de kwaliteit van de zorg, de loyale samenwerking tussen de gezondheidszorgbeoefenaars en het belang van de gemeenschap. Het zet in op nieuwe concepten: minnelijke conflictbeheersing, deelname van jonge artsen aan de activiteiten van de Orde, bijstand aan artsen in moeilijkheden."

Het klinkt mooi en edel maar wie zoals ondergetekende een paar zittingen van de Raad van de Orde mocht meemaken weet dat tijdreizen op het Jamblinne de Meuxplein dagelijkse werkelijkheid is. Niet alleen is dit college overwegend samengesteld uit een club bejaarden waarvan men zich terecht mag afvragen in hoever deze nog enige voeling hebben met de actuele samenleving. Alleen al de manier waarop een rechtszaak gevoerd wordt, zonder tegenspraak, met alle vooringenomenheid, autistische doofheid voor argumenten is een scherts van hoe een modern rechtscollege zou moeten werken. En de aanwezige magistraten die ongetwijfeld een eerbiedwaardige en gevulde carrière achter zich hebben passen perfect in dit plaatje, niet gehinderd als ze zijn door enige kennis van medische zaken. Het lijkt de tijd van de gilde wel.

Er zijn in ons land honderden jonge, actieve en geëngageerde artsen die nadenken over de manier waarop de geneeskunde in de eenentwintigste eeuw kan functioneren. Zij kijken verder dan de bibliotheek van hun eigenste alma mater en ze durven voor hun mening uitkomen, eerder dan zich te conformeren aan wat geriatrische vakgenoten pretenderen als deontologische regel te mogen stellen.

Een andere vraag: waarom zijn vrouwelijke artsen zo schromelijk ondervertegenwoordigd in de huidige Orde. Zouden zij beter weten? Of bedanken ze voor de eer?

Deze verkiezingen zijn het ideale moment om een nieuwe start te nemen, schrijft de Orde die zegt op zoek te zijn naar nieuwe mensen die bereid zijn het hervormingsproces vorm te geven in de praktijk.

De Orde schrijft wel wat de kandidaat van de werking van een hertekende Orde mag verwachten maar blijft vaag over het profiel dat zij van de kandidaat verwacht. "De ideale kandidaat is een vrouw/man met onberispelijke staat van dienst, actief op het werkveld en met interesse in het globale gezondheidsgebeuren."

Wie van een kandidaat een programma verwacht, een actieplan, een omschrijving van zijn doelstellingen is eraan voor de moeite. Nergens, op een uitzondering na, zeggen de kandidaten waar ze voor staan. Nergens antwoorden ze op vragen van kiezers.

Ik had tenminste een forum verwacht waar de kandidaat met de kiezer in debat zou kunnen gaan. Maar dat is er helaas niet. Communicatie is nog altijd niet het sterkste punt van deze "onafhankelijke, dynamische structuur die invulling geeft aan een "positieve deontologie" gericht op de preventieve en proactieve begeleiding van artsen en streeft naar transparantie, toegankelijkheid en dienstbetoon."

Een gewezen lid van een provinciale afdeling van de Orde formuleerde het tegenover ons als volgt: "De Orde zou een referentiekader moeten bieden, een open instelling moeten zijn waar de arts met zijn vragen en zijn noden terecht kan. Maar dat is ze niet. Ze is van oorsprong en nog altijd een repressief apparaat geleid door vaak gerontocraten in echte Sovjetstijl.

De Orde verhoogt de druk op de artsen en gevolg is dat artsen niet meer arts kunnen of durven zijn, als ze voor de Orde dienden te verschijnen. Ik heb artsen gezien die nooit meer de oude werden en die letterlijk geknakt werden onder de druk van een (potentiële) veroordeling.

Bovendien laat de Orde zich in haar strafbeleid sturen door de Commissie van de DGEC en het RIZIV. Sterker nog, in Vlaams Brabant werd de Orde geleid door een arts, een ambtenaar dus vàn het RIZIV. Een professor bevestigt: "Deze mensen zie ik dus frequent hier in de praktijk verschijnen, of ze bellen mij met de vraag ‘collega, help a.u.b., ik weet echt niet meer wat ik moet doen'. De geneeskunde is overgereglementeerd, en er is te weinig keuzevrijheid nog voor artsen. Natuurlijk hebben sommige rotte appels in de mand, er toe geleid dat er meer controles kwamen, wat ik zeker toejuich, maar men moet hierin niet doorslaan."

De vernieuwde Orde verliest zich nog maar eens in een hoogdravende woordenbrij, geplukt uit een zelfhulpboek voor gemankeerde managers. Ik vraag me af welke "leergierige artsen die uit zijn op een nieuwe uitdaging in hun carrière," zich hiervoor kandidaat stellen. " Een organisatie is zo sterk ais de sterkte van iedere afzonderlijke schakel. Op u komt het aan! " schrijft de Orde. Een waarheid als een koe. Daaraan mag ik graag toevoegen: En de kruik gaat zolang te water tot ze breekt.

"Neem de Orde weg, en de wettelijke bescherming van de patiënt tegen het utilitarisme verdwijnt ook, en wat overblijft is het resultaat van het machtsspel tussen overheid, ziekenfonds, ziekenhuis, werkgever en werknemer-organisaties, rechtbanken en syndicaten," schreef kandidaat Arne van Renterghem. Sta me toe dat ik aan die wettelijke bescherming twijfel. En ik ben duidelijk niet de enige. Ook de EU DG Gezondheid is het daar mee eens: de enige mogelijke verdediger van de patiënt is een sterke, onafhankelijke patiëntenorganisatie. En daar ontbreekt het in ons land voorlopig aan. Tenslotte nog dit: van de kandidaat wordt verwacht dat hij zich enkele uren per maand vrij kan maken en dit tegen een billijke vergoeding. Het lijkt de verkiezing van het bestuur van de lokale schutterij wel.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)