04 juni 2015

Zit u wel te wachten op nieuwe mobiele gezondheidsapps ?

CHICAGO 05/06 - Onderweg naar het ASCO-congres in Chicago lees ik dat Marc Coucke zo’n kleine 30 miljoen euro gaat investeren in miLab, een project van het Leuvense Imec en Johns Hopkins University dat over een jaar of vier voor nog geen twintig euro patiënt én huisarts in staat stelt een bloedanalyse te doen op 150 parameters en dat binnen een half uurtje.

Dit zal een serieuze aderlating betekenen voor de tientallen labjes die nu hun brood verdienen met routineonderzoeken aan de hand van bloedstalen die door een verpleegkundige moeten afgenomen worden, door een koerier opgehaald, door een biochemicus geanalyseerd worden, door een klinisch bioloog gefiatteerd en vervolgens geprotocolleerd worden, waar als alles goed gaat de huisarts die de aanvraag indiende na drie dagen de resultaten ontvangt. De patiënt zit weer een half uur in de wachtzaal zijn kostbare tijd te verdoen voor hij aan de beurt is tegen een geconventioneerd tarief.

Ik zat gisteren bij mijn vriend de klinisch bioloog die nu aan de andere kant van de poortkatheter ligt. "Er zullen altijd apothekers zijn," zegt hij," die mijn chemo samenstellen. Zorgvuldig, steriel, veilig, op maat." Ik vrees dat hij zich vergist. Ik zag een paar maanden geleden een zogenaamd lab in a box dat volledig autonoom medicatie doseert en verpakt als ging het om een pot verf met een kleurcode uit de jaren stillekens. Accuraat, veilig, steriel en zonder cao of nomenclatuurnummer.

Over vier jaar komen de eerste miLabs op de markt, ik denk, nog vroeger. Ze zullen in de supermarkt van onze gezondheidszorg naast de Biocartis liggen die onze tumoren zullen vinden, en naast honderden andere apps die zullen uitrekenen wanneer we het vruchtbaarst zijn, het best gehumeurd, aan een powernap toe zijn of gewoon of we nog een Orval kunnen hebben en toch veilig de weg op.

Ik kijk er naar uit, ik kan nauwelijks wachten. Tegen dan ook zal men hopelijk begrepen hebben welke fout men maakt met het obsessioneel najagen van big data en zullen er geen ziekenfondsen meer zijn waar ik met mijn plakbriefje op een getuigschrift in een natte wachtzaal zit te wachten op mijn tot op de eurocent uitgerekende terugbetaling.

Uiteraard is al die informatie niet zo eenvoudig te interpreteren, maar daar heb ik mijn arts voor. Maar mijn arts zal dan weer tijd hebben voor een echt gesprek. Ik zal met hem van mening kunnen verschillen. En samen zullen we de vakliteratuur er op onze tablet bijhalen.  Dat allemaal op voorwaarde dat de nieuwe generatie artsen daarvoor opgeleid wordt.

De docenten van nu staan voor een opgave die ze nauwelijks bevatten. Ik leef op hoop. De wereldverbeteraars en marxisten die in hun onderlijfje de geneeskunde voor het volk bedrijven, zullen in oude-mannen-tehuizen herinneringen aan weleer kunnen ophalen, terwijl in een hoekje een man die beweert dat zegt dat hij de  voorzitter is, deuntjes op zijn accordeon speelt.

Ik word wakker. De piloot heeft de landing ingezet. Fasten seat belts. Nu nog de rug rechten. Op mijn schoot ligt pagina 26 van The New Yorker open. Mijn buurman blijkt arts te zijn. Hij las mee. Het wordt een mooi congres.

Marc van Impe

 

Bron : MediQuality

20:26 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 december 2012

Contaminatie

Nu de boekenbeurs weer achter de rug is valt het op dat we overspoeld worden met ‘wetenschappelijke’ bestsellers die ons een beter leven aanpraten. Niet toevallig zijn die artsen die de weg naar de uitgever gevonden hebben en die graag in de media allerlei statements afleggen inzake gezondheidszorg en -beleid, zelden of nooit aanwezig op gerespecteerde wetenschappelijke fora.  Hun publicaties situeren zich vooral in de lokale medische vakpers, en halen hoogstzelden de internationale wetenschappelijke vakbladen. Dat compenseren ze echter door in de populaire gezondheidspers en bij niet wetenschappelijke uitgevers makkelijk toegankelijke werken te publiceren die relatief hoge oplagecijfers halen en dan ook wel eens aangehaald worden in juridische en verzekeringstechnische discussies. Het is echter moeilijk hun ongelijk te doen aanvaarden, want hun uitspraken zijn overheid en verzekeringsindustrie welgevallig. Omdat hun publicaties zo simpel geschreven zijn – terwijl iedereen weet dat wetenschap  niet altijd even simpel is-  krijgen ze makkelijk toegang tot beleidsmakers zoals ministers en al dan niet publieke verzekeringsinstellingen. Ze krijgen dan ook zitting in instellingen zoals de Hoge Gezondheidsraad. Merkwaardig is dat ze deze functie gebruiken als verkoopsargument en bewijs van hun autoriteit. Echte wetenschappers verwijzen zelden of nooit naar hun extra-universitaire functies. Het zijn hun wetenschappelijke onderzoeksresultaten die de argumenten zijn van hun stelling. Je zal echter in dit land maar geplaagd worden door de zelfverklaarde specialisten die moeten beslissen of je al dan niet aan budget krijgt om je onderzoek verder te zetten. “Het spijt me, ik heb me vergist,” zal je zo’n specialist nooit horen zeggen als blijkt dat hij ongelijk heeft. Liever nog sluiten ze zich achteraan bij de goede rij aan, om zich daarna opnieuw naar voor te dringen. Daarbij aarzelen ze niet om gebruik te maken van nep-termen en neologismen. Wetenschappelijke woordcontaminatie, wat staat voor vervuiling, is een techniek die ze perfect beheersen.
Marc van Impe

16:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

06 oktober 2011

Ook al vliegt de leugen nog zo snel….

We hebben het al eerder geschreven: ook wetenschappers zijn niet te beroerd om te liegen als het hen uitkomt.  Het is onder wetenschapsjournalisten maar al te goed bekend dat sommige “onderzoeksresultaten” als bij toeval verschijnen net als het bepaalde drukkingsgroepen of overheden goed uitkomt. Vooral in de neurologische en psychiatrische wetenschappen is dat het geval.  Dat zegt niet alleen de geleerde vrouw maar nu ook de Nederlandse psycholoog Sander Nieuwenhuys die ontdekte dat nogal wat neurologisch onderzoek een zeer ernstige, en wat erger is vaak voorkomende statistische fout bevat. Het gaat niet om publicaties in het parochieblad van de geneeskunde maar om toptijdschriften als Nature en Science. “Als de resultaten van een onderzoek mooi uitkomen dan gaat de onderzoeker geen extra testen meer doen?” schrijft Nieuwenhuys.  “Juist die extra toets zou tot nieuwe resultaten kunnen leiden.” Zijn publicatie verscheen in Nature Neuroscience en de redactie van het blad steekt daarmee de hand in eigen boezem.  Stel dat je de invloed van bijvoorbeeld mindfulness (MF) op depressies wil onderzoeken. Je hebt groep A die MF toepast en groep B die ademhalingstechnieken (AT) toepast. B is dus de controlegroep. Als nu blijkt dat MF een significante invloed heeft op depressies en AT helemaal niet, dan concluderen supporters van MF dat MF helpt bij depressies en AT helemaal niet. “Fout,”  zegt Nieuwenhuys,  “ de juiste conclusie is dat de afname van depressieve kenmerken groter is bij groep A, die MF kreeg, dan bij groep B die AT voorgeschreven kreeg. Je mag die twee niet van elkaar loskoppelen.  Het lijkt onbelangrijk maar dat is het niet.”

Doen wetenschappers dat bewust?  Nieuwenhuys ontwijkt het antwoord. “Neurowetenschappers zijn minder opgeleid in zuivere statistiek. De toets neemt veel ruimte en tijd in. Dat maakt publicaties te ingewikkeld.”  Maar  hij denkt wel dat veel onderzoekers de test doelbewust “vergeten” om tot betere en dus opvallender resultaten te komen.  Wij denken dat niet. Wij weten dat dit gebeurt. Sterker nog. Wij weten dat wie advies geeft aan de overheid, ook inzake gezondheidsbeleid, zijn advies achteraf wetenschappelijk staaft met een publicatie in het Belgisch parochieblad van de geneeskunde. Ook dat heet hier wetenschappelijk onderzoek. Sterker nog, dat noemt men in het dorp België  Evidence Based Medicine.  Zoiets als wetenschappelijk socialisme waarschijnlijk.

Nieuwenhuys kreeg veel positieve reacties op zijn opvallend artikel. Benieuwd of dat hier ook het geval zal zijn.

Marc van Impe

Erroneous analyses of interactions in neuroscience: A problem of significance. Nature Neuroscience, 14, 1105-1107 http://www.sandernieuwenhuis.nl/pdfs/NieuwenhuisEtAl_NN_Perspective.pdf

 

21:46 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)