17 augustus 2016

Slaapapneu: neuroloog beslist over rijgeschiktheid

In Europa gelden strenge maatregelen voor de rijbevoegdheid van mensen met onbehandeld slaapapneusyndroom (osas). Patiënten die aan slaapapneusyndroom lijden, hebben namelijk onbehandeld een verhoogde kans om achter het stuur in slaap te vallen. Dit valt in de categorie bewustzijnsstoornissen. Mensen met onbehandeld osas kunnen dus in het verkeer een gevaar voor zichzelf zijn en voor medeweggebruikers. Iemand die behandeld wordt, valt niet zomaar achter het stuur in slaap. Het grootste probleem zit bij diegenen die niet gediagnosticeerd zijn.

Daarom is het van belang bij het vermoeden van apneu een slaapkliniek op te zoeken voor nader onderzoek. De Europese Directieve 2014/85/EU, daterend van 1 juli 2014 legt de lidstaten op om vanaf 1 januari 2016 medische criteria betreffende slaapapneu en rijgeschiktheid toe te passen. Per Koninklijk besluit van 21 juli 2016 is dat nu geregeld. De Orde van Artsen maakt op zijn website melding van de consequenties van die wetswijziging (klik hier om het bericht te lezen).

In wezen verandert er niet zo veel. In de nieuwe criteria wordt de ernst van het slaapapneusyndroom gedefinieerd, namelijk met een Apneu-Hypoapneu index (AHI). Dat was in de ‘oude' Belgische criteria niet het geval. De ‘oude criteria' kunnen zo geïnterpreteerd worden dat ook ‘lichte' slaapapneu resulteert in rijongeschiktheid. In de ‘nieuwe' criteria resulteren enkel ‘matige' of ‘ernstige' slaapapneu in rijongeschiktheid (AHI > 15).

Zoals bij elke aandoening vermeld in de bijlage 6 van het KB 23 maart 1998 is elke arts bevoegd om een rijgeschiktheidsbeslissing te nemen en treedt dan dus op als concluderend arts. De concluderende arts officialiseert de rijgeschiktheidsbeslissing door het invullen van een rijgeschiktheidsattest, het zogenaamde attest Model VII. In geval van slaapapneu zal de concluderende arts neurologisch advies moeten inwinnen. De neuroloog is dus wettelijk bevoegd om in geval van slaapapneu een rijgeschiktheidsbeslissing te nemen.

De bestuurder met een matig of ernstig slaapapneusyndroom kan rijgeschikt verklaard worden één maand na het instellen van een succesvolle behandeling. Medische opvolging en therapietrouw zijn vereist. De geldigheidsduur van het rijgeschiktheidsattest zal maximaal 2 jaar bedragen voor de rijbewijzen van groep 1, maximaal 1 jaar voor de rijbewijzen van groep 2.

De ‘oude' criteria verschillen dus niet van de nieuwe, behalve dat men in principe geen onderscheid maakt tussen ‘licht' en ‘matig of ernstig' slaapapneusyndroom.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

21:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 februari 2012

Gered

Ik lig op de bank en luister naar de oude nieuwe Pink Floyd: Wish you were here schalt door de boxen. Buiten dooit het. En plots schiet het door mijn hoofd dat ik bijna dag op dag hier bijna nooit meer was. Het leven hangt letterlijk aan elkaar van toevalligheden en in mijn geval van de hand van de geleerde vrouw. Dat komt zo! We waren in Leiden waar we als welopgevoede lieden de Boerhave-cursus gevolgd hadden. Ik deed op dat moment pas mijn eerste stappen in de neurologie en MRI en dat soort zaken waren dingen waarvan de toenmalige minister van Volksgezondheid vond dat ze dure en overbodige luxe waren en dus zeker niet in een banaal perifeer kliniekje thuishoorden. In Leiden werd ik geïntroduceerd in de heuristiek van het hersenonderzoek. Maar daarover gaat deze column niet. ’s Avonds gingen we stappen en overmoedig geworden door de inname van enige geestige Hollandse vochten besloten we over de dichtgevroren grachten naar onze wagen te lopen.

Ik zette als eerste van ons zeer geleerde gezelschap een voet op het ijs, toen een tweede, en stapte zingend de grachtspiegel op. De geleerde vrouw volgde op het trapje. En toen zakte ik door het ijs. Ik was sprakeloos, wat een eeuwigheid scheen te duren voor het ijskoude water mijn middel bereikt had. Toen stak ze haar hand uit. Ik greep naar het leven en zij trok me aan de kant. De andere geleerden waren ondertussen weggevlucht. Ik stond zeiknat in -11. Zo reden we terug naar Haarlem waar we voor de nacht gelogeerd waren. Tegen we in Klein Heiligland aan kwamen was mijn onderste lichaamsdeel al weer aanspreekbaar. Zij had de hele weg geen woord gezegd. “Je had wel verzopen kunnen zijn,” zei ze toen we uitstapten, “gelukkig stak je je hand uit.” “Jij stak je hand uit,” zei ik. “Alsof ik je gered heb,” zei ze, “ je wordt niet gered als je dat niet wil. ”  Later zei ze: “ Wie wil verder leven moet wel zijn verantwoordelijkheid opnemen.” Ik droom de scène nu nog. Dat zou niet de laatste keer zijn dat ze dit deed. Ik moest hieraan ook denken toen ik een ziekenfondsarts voor de zoveelste maal hoorde zeuren over het fenomeen van de patiënt die niet wil geholpen worden. En de parabel van de uitgestoken hand.

Marc van Impe

12:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 juli 2011

Sushi

Ik doe niet aan kleine liefdes. Maar soms wordt grote weidse liefde smal. Een huis is als een oud lief. We gaan verhuizen. En dat betekent dat het oude huis gestaged moet worden, zoals dat tegenwoordig heet. Je verkoopt dus niet zomaar je geliefde pand, nee, voor je vertrekt moet je alles in scène zetten. Kadertjes van de muur en alle naakten in de kast, geen controversiële schedel onder een stolp. Alles akelig opgeruimd, alsof je net besloten hebt te overlijden en je je geliefden niet wil opzadelen met een grote opruimbeurt.

Waarom hebben we zoveel shit, roep ik , en bedoel eigenlijk, waarom heb jij zoveel troep? Natuurlijk zijn spullen allemaal waardevol en mag niets weg. Maar die oude Revu Médical de Liège? En al die Lancets met achterhaalde theorieën over maagzweren van meer dan 20 jaar geleden, die Neurology’s met fantastische thesissen rond Parkinson en Alzheimer, die Psychiatry today die nog niet wist wat ADHD was en voor alles een hysterische uitleg had en als dat niet pakte een analyse of twee, de BMJ waarvan we nu weten dat de toenmalige hoofdredacteur zich systematisch liet betalen door de sigarettenindustrie en er dus geen duidelijk verband was tussen tabak en roken. Allemaal evidence based nonsens. Het Belgisch Geneeskundig Tijdschrift? Lachen! En natuurlijk sla je aan het lezen. De kartonnen dozen blijven half gevuld als we besluiten er een flesje wijn bij open te trekken. Nee, dit mag echt niet weg, zegt de geleerde vrouw. Ze wijst naar mijn stapel 68-er sociologie die stijf staat van de politieke correctheid en de houdbaarheidsdatum al lang overschreden heeft. We lezen elkaar voor. Gezeten op het parket in de lentezon die door de ramen schijnt. De kater ligt wijdbeens in een warme straal van atomaire stofdeeltjes. Tegen de avond ben ik aan recenter werk gekomen. Ook al hopeloos gedateerd en van de hand van onaardige emeriti die nu meer door hun prostaat dan door hun wetenschap in beslag genomen worden. Mijn vrouw zegt: je moet aardig zijn tegen die onaardige mensen want die hebben aardigheid het hardste nodig.

Alle troep gaat de deur uit. Wetenschap is vernieuwen. Verhuizen is verjongen. Maar die twee rijen Freud en Jung houden we om onze kleinkinderen uit voor te lezen, ’s avonds voor het slapen gaan. Zoals we onze zoon voorlazen over de rol van enzymen en hoe je die namen kon herkennen. Je moet lief zijn voor je kinderen en kleinkinderen want zij zullen beslissen naar wel verzorgingstehuis je eventueel gaat. Freud en Jung mogen dus blijven. Zij zijn de surimi van de medische wetenschap. Het smaakt er naar. Maar het is wel nep. We gaan sushi eten.

Marc van Impe

10:54 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)