28 augustus 2016

Preventie depressie in eerste lijn is niet zinvol

Programma’s om depressie in de huisartsenpraktijk te voorkomen schieten hun doel voorbij. Ze zijn zeer tijdrovend en leveren nauwelijks wat op. Dat betogen de Nederlandse huisartsen Tim Olde Hartman en Peter Lucassen aan de hand van Spaans onderzoek in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Screeningsprogramma's voor de preventie van depressie zijn behoorlijk arbeidsintensief. In een recent Spaans onderzoek naar de effectiviteit van deze programma's deden 3326 patiënten in 70 gezondheidscentra mee. Huisartsen volgden een training van 10 á 15 uur om de vragenlijsten te bespreken met patiënten zonder hen ongerust te maken, actief te luisteren naar de ideeën en verwachtingen van patiënten, een advies op maat te geven en zo nodig patiënten te ondersteunen. De interventie kostte drie consulten. Na 18 maanden had 7,4 procent van de interventiegroep een depressieve stoornis ontwikkeld, tegen 9,4 procent in de controlegroep.

Veel inspanning met ‘een bescheiden maar niet significant effect', concluderen de Spaanse onderzoekers. Ze pleiten voor vervolgonderzoek. Maar de huisartsen Olde Hartman en Lucassen vinden dat zonde van het geld, schrijven ze in een commentaar in NTvG. Ze verwijzen naar een Nederlandse meta-studie naar 32 preventieve interventies uit 2014. Opvallend is het grote uitvalpercentage, variërend van 2 tot 64 procent, van patiënten. Een groot deel van de patiënten zit dus niet te wachten op preventieve psychologische behandeling. Bovendien is het resultaat mager. Op een normpraktijk van 2150 patiënten ontwikkelen jaarlijks 8 patiënten een depressie. Met preventieprogramma's zouden dat er 6 zijn. De auteurs concluderen dat preventie van de depressie in de eerste lijn niet zinvol is.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

14:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)