18 november 2011

Nou moe

Artsen zijn moe. We hebben het u zelf geschreven en verteld. Patiënten ook. Het weze u een troost. “Hallo, die moeheid heeft verschillende oorzaken,” schrijft ons een moe getergde ziekenhuisarts. “De werkdruk is er één van. Maar de werkomgeving is iets anders. Het verkeersbord  dat de stilte aangeeft voor de ziekenhuizen staat verloren tussen de kranen en bulldozers. Binnenin is het soms niet beter. Een werf, met stof en bijhorende geuren en geluid is er niets tegen. Een ziekenhuis zonder kranen is geen rendabel ziekenhuis. Men krijgt hoe langer hoe meer de indruk dat een rustige werkomgeving niet meer kan. Achtergrondgeluiden van hoge hakken tot kuis en boormachienes slaan ons om de oren in de ziekenhuizen. Ik droom van een rustige omgeving zonder superparkings, met veel groen.”

Ik kan dit alleen maar beamen. Beroepshalve bezoeken we nogal wat ziekenhuizen en eerlijk is eerlijk maar ik ken geen enkel ziekenhuis in Vlaanderen, Brussel noch Wallonië waar niet getimmerd, gefreesd, geboord of gebroken wordt. Toen ik deze zomer nog maar eens van de uitstekende zorgen van het medisch personeel mocht genieten  heb ik dit aan den lijve mogen ervaren. ’s Ochtends om half zeven begon de pokkenherrie. Op de afdeling postoperatieve zorg waar een mens een beetje bij probeert te komen van enkele uren anesthesie was een operation kill and destroy aan de gang. In diverse Turkse en Poolse dialecten werd de toestand van de wereld, het voetbal en de vrouw thuis besproken.  En dit alles op geluidssterkte 10. ’s Middags was er een radiootje dat van buiten het hele Vlaamse schlagerrepertoire ten beste bracht. De dag werd afgesloten met een sonate door twee drilboren en een slijpschijf. Wie dacht dat het daarna rustig werd vergist zich. Naadloos aansluitend startte enkele kamers verder op de gang de avond van VTM met alle toeters en bellen die dit volksvermaak met zich meebrengt. De enige die zich niet aan dit alles bleek te storen was de hoofdgeneesheer die als een Pruis op speed door de gangen banjerde. De witte jas modieus open, zoals je dat door de wild rovers van het feuilleton The Green Wing wel eens gedemonstreerd ziet. Het kabaal bleek de man niet in het minst te storen. Ik hoorde dan ook van zijn collega’s dat de man Oost-Indisch doof is want ook hun klachten hoort hij niet. Bij het verlaten van het ziekenhuis kreeg ik een zogenaamd content?-briefje. In het bijzijn van de hoofdverpleegster in kapitalen schreef ik TE LUID.

Terwijl ik op de lift wachtte schetterde het door de stille want zaterdagse gang van Geneeskunde 3: “weet je wat die geschreven heeft?”  Iedereen was weer wakker.  Vriendelijke groeten Herman.

Marc van Impe

18:44 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)