14 april 2013

Wetenschapsfraude: de logica van de autofabriek

 

Als er een zonde is die in Vlaanderen enthousiast beoefend wordt dan is het wel de hypocrisie.  We zijn hypocriet als het gaat over ons bankwezen, onze zwarte economie, onze sport, onze politiek en nu ook blijkbaar over onze wetenschap. Ik lees in alle kranten dat er  geschokt gereageerd wordt op de wetenschappelijke fraude door een biowetenschapper van de VUB. Wat er niet in de krant staat is dat men niet zozeer geschokt is over de manier waarop het zogenaamd wetenschappelijkonderzoek gevoerd werd en hoe uitslagen gemanipuleerd werden, maar over het feit en de wijze waarop de waarheid aan het licht is gekomen.  
Ach, je hebt studies die de uitkomsten van vorige onderzoeken nuanceren of bijstellen, ten gunste of ten ongunste. Meestal bestaat daar weinig twijfel over. En ze passeren meestal onopgemerkt. Dan heb je studies die uitkomsten van vorige studies radicaal tegenspreken. Die zijn meestal  wél juist.  Om de eenvoudige reden dat niemand die bij zijn hoofd is zijn carrière gaat riskeren door de publicatie van totale nonsens.  Die studies vangen wel de meeste tegenwind want zijn vaak politiek niet correct. Neem nu de befaamde zoutstudie. Of de recente cortisolstudie. En dan zijn er de studies die een vooraf ingenomen politieke stelling bevestigen. Die studies dienen niet de wetenschap maar beleidslijnen, die uitgestippeld werden door ziekenfondsen, FOD’s of ministers. Die laatste zijn in ons land legio: meestal kondigen ze weinig goeds aan. Alle auteurs van al die studies staan onder druk.  
De vraag is hoe men de fraude wil bestrijden. KULeuven-rector Mark Waer had al een idee, het klinkt -hoe kan het anders- katholiek: sensibilisering, controle en repressie. Too little too late, zeg ik.
Wetenschappelijke fraude is niet nieuw. Op dezelfde dag dat het fraudenieuws van de VUB bekend raakte, publiceerde het tijdschrift EOS namelijk een enquête waarin één op twaalf Vlaamse medische wetenschappers toegeeft onderzoeksmateriaal te verzinnen of minstens te “masseren”.  Vlaamse rectoren reageren unaniem geschokt op dit nieuws. Dat is op zijn minst hypocriet. Ofwel waren ze ziende blind ze onbekwaam. Of ze knepen een oogje dicht, en dan zijn ze corrupt.  In elk geval  oogsten ze wat ze gezaaid hebben.  Zoals de Gentse professor Paul Verhaeghe het al overtuigend beschreef ,- en hij is de enige niet, zie het Slow Science Manifesto van de Vooruitgroep - zijn universiteiten op relatief korte tijd geëvolueerd naar corporate bastions waar enkel nog kwantiteit en rendement van belang zijn, met alle gevolgen van dien.  Aan de basis van dat alles ligt het onderwijsdecreet van Frank Vandenbroucke dat gebaseerd is op het romantische beeld van de Angelsaksiche elite universiteit. Dat decreet financiert universiteiten  op basis van hun output. Het perfide resultaat is niet alleen meer geslaagde studenten maar ook een toegenomen aantal publicaties in Engelstalige toptijdschriften, meer afgeleverde doctoraten, meer lezingen op internationale congressen, meer citaten  door collega’s en dus ook meer externe projectgelden. Kwaliteit wordt vervangen door kwantiteit. Giet daar de saus van de evidence based leugen over, waarbij het aantal eensluidende citaten primeert boven de onthutsende afwijkende mening van de dappere eenling, en men heeft altijd gelijk. Aan de universiteiten heerst nu de rendementslogica van de autofabriek. Die logica zorgt er voor dat jaarlijks honderdduizenden voertuigen moeten teruggeroepen worden omwille van een ingebouwd mankement. Alleen, auto’s kan je nog terugroepen. Patiënten overleven het onverstand vaak niet. Of zouden ze dat nu bij Ford en Opel ook beseffen?
Marc van Impe

21:15 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 december 2012

Contaminatie

Nu de boekenbeurs weer achter de rug is valt het op dat we overspoeld worden met ‘wetenschappelijke’ bestsellers die ons een beter leven aanpraten. Niet toevallig zijn die artsen die de weg naar de uitgever gevonden hebben en die graag in de media allerlei statements afleggen inzake gezondheidszorg en -beleid, zelden of nooit aanwezig op gerespecteerde wetenschappelijke fora.  Hun publicaties situeren zich vooral in de lokale medische vakpers, en halen hoogstzelden de internationale wetenschappelijke vakbladen. Dat compenseren ze echter door in de populaire gezondheidspers en bij niet wetenschappelijke uitgevers makkelijk toegankelijke werken te publiceren die relatief hoge oplagecijfers halen en dan ook wel eens aangehaald worden in juridische en verzekeringstechnische discussies. Het is echter moeilijk hun ongelijk te doen aanvaarden, want hun uitspraken zijn overheid en verzekeringsindustrie welgevallig. Omdat hun publicaties zo simpel geschreven zijn – terwijl iedereen weet dat wetenschap  niet altijd even simpel is-  krijgen ze makkelijk toegang tot beleidsmakers zoals ministers en al dan niet publieke verzekeringsinstellingen. Ze krijgen dan ook zitting in instellingen zoals de Hoge Gezondheidsraad. Merkwaardig is dat ze deze functie gebruiken als verkoopsargument en bewijs van hun autoriteit. Echte wetenschappers verwijzen zelden of nooit naar hun extra-universitaire functies. Het zijn hun wetenschappelijke onderzoeksresultaten die de argumenten zijn van hun stelling. Je zal echter in dit land maar geplaagd worden door de zelfverklaarde specialisten die moeten beslissen of je al dan niet aan budget krijgt om je onderzoek verder te zetten. “Het spijt me, ik heb me vergist,” zal je zo’n specialist nooit horen zeggen als blijkt dat hij ongelijk heeft. Liever nog sluiten ze zich achteraan bij de goede rij aan, om zich daarna opnieuw naar voor te dringen. Daarbij aarzelen ze niet om gebruik te maken van nep-termen en neologismen. Wetenschappelijke woordcontaminatie, wat staat voor vervuiling, is een techniek die ze perfect beheersen.
Marc van Impe

16:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)