27 september 2017

Bemoeien darmbacteriën zich met ADHD?


Onderzoekers van het Radboudumc te Nijmegen hebben een mogelijk verband gevonden tussen de (verhoogde) activiteit van bepaalde darmbacteriën en activiteit in de hersenen. Bij mensen met ADHD vonden ze een grotere hoeveelheid bacteriën die via dopamine de beloningscentra in de hersenen minder gevoelig zouden kunnen maken, een essentieel kenmerk van ADHD.


Het is de eerste keer dat deze relatie is gevonden. Meer onderzoek is nodig om de relatie te bevestigen en het oorzakelijk verband op te helderen. Variaties in het microbioom zijn bijvoorbeeld al in verband gebracht met darmziekten, reumatoïde artritis en eczeem.


Onderzoekers van het Radboudumc, Donders Instituut en NIZO hebben gekeken naar verschillen in de darmbacteriën van jongvolwassenen met en zonder ADHD. Bovendien onderzochten ze of eventuele verschillen iets te maken hebben met de manier waarop de hersenen van beide groepen functioneren. Het onderzoeksidee klinkt misschien wat vreemd, maar is zeker niet uit de lucht gegrepen. ADHD is een stoornis in de hersenontwikkeling. De stoornis hangt samen met afwijkingen in de dopamineverwerking, de beloningsmechanismen en de onderliggende neurologische ‘bedrading'. De vraag is: wat voor invloed de darmbacteriën daarop zouden kunnen hebben?


"Tegenwoordig is er veel interesse voor de zogenaamde hersen-darm-as, omdat die twee organen elkaar kunnen beïnvloeden", zegt Tom Ederveen, onderzoeker in het Radboudumc. "Via die as zou het microbioom invloed kunnen uitoefenen op de hersenen, en vice versa. Vandaar ons onderzoek, waarbij we voor het eerst heel breed naar het microbioom in de ontlasting van vele ADHD-patiënten en gezonde controles hebben gekeken."


Daarnaast kregen deelnemers een specifieke taak voorgeschoteld, die verschillen aan het licht brengt over hoe hersenen met beloning omgaan. Verschillen die met een hersenscan in beeld zijn te brengen. Esther Aarts, onderzoeker in het Donders Instituut en met Ederveen de eerste auteur van het onderzoek dat gepubliceerd is in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE: "We weten uit eerder onderzoek dat deze beloningstaak sterk afhankelijk is van de hersenstof dopamine, en dat beloningseffect kunnen we met een hersenscan zichtbaar maken.


Bovendien weten we ook, dat de beloningsgebieden bij ADHD-patiënten over het algemeen minder worden geactiveerd bij deze taak dan bij vrijwilligers zonder die diagnose." Het onderzoek, geleid door Sacha van Hijum en Alejandro Arias Vasques, laat zien dat in de darmen van vrijwilligers met ADHD méér bacteriën zitten die een stof produceren die kan worden omgezet in dopamine, dan bij gezonde vrijwilligers. Bij de mensen bij wie ook een hersenscan was gemaakt, is vervolgens gekeken of dat bacteriële verschil bij hen ook verschil in de hersenenactiviteit liet zien.
Ederveen: "Deelnemers met en zonder ADHD die meer van die bacteriën in hun darmen hebben, vertonen inderdaad minder activiteit in de beloningsgebieden van hun hersenen, een essentieel kenmerk van mensen met ADHD. We lanceren daarom het idee dat die ‘bacteriële stof' via het bloed in de hersenen terecht kan komen om daar – na omzetting in dopamine – de hersenenfunctie te beïnvloeden. Of zo'n oorzakelijk verband werkelijk bestaat, moet in nieuwe en grotere studies verder worden uitgezocht."


Publicatie in PLOS ONE - Gut microbiome in ADHD and its relation to neural reward anticipation. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28863139

Marc van Impe

Bron: MediQuality

08:13 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

20 maart 2017

Niks psychologie, wel microbioom



Hij was er niet bij vorig weekend in Parijs op de 6e Sommet Mondial sur le Microbiote Intestinal et la Santé. Maar in tegenstelling tot de geleerde professoren, zat hij wel als expert bij Oprah, schreef een bestseller, blogt als de beesten en leidt een instituut aan een van 's werelds prominentste universiteiten, Cornell. En nu ligt de reputatie van de Amerikaanse hoogleraar voedingspsychologie Brian Wansink aan diggelen. De oorzaak: statistische fouten en zelfplagiaat in zijn studies.


Wansink (56) is hoofd van het Voedsel en Merkenlaboratorium aan Cornell University in de Verenigde Staten, en uitvinder van de idee dat mensen die kleinere borden gebruiken minder eten. 'Mindless eating', verklaart ons eetgedrag aan de hand van psychologische driften en omgevingsfactoren in plaats van fysieke behoeften.


De obesitasgoeroes hadden gelijk een nieuwe verklaring voor wat zij "de eetstoornis" van de 21ste eeuw noemen. Ik heb hem nooit au serieux genomen. Bocuse leerde ons minder eten op grotere borden, en die kon wel koken, hier stond een man met het gezicht van een B-acteur in een familieserie en die zou het beter weten?


Wansink werd ontmaskerd door nuchtere wetenschappers uit Groningen. In Parijs werd zijn theorie nog eens gefileerd door specialisten als Dr Joël Doré, Directeur de Recherche aan het Institut National de la Recherche Agronomique (INRA), en Pr James Versalovic, patholoog van het kinderziekenhuis van Texas en Baylor in de VS, die The US Human Microbiome Project leidt.


Hun conclusie is duidelijk: niets psychologisch maar een gemeenschap van bacteriën die vanuit de darmen het hele management van ons lichaam leidt. Een lichaam kan niet bestaan zonder microben, die in feite werken als een superorgaan dat elk vasculair-, zenuwstelsel en immuunsysteem bij een zoogdier, inclusief de mens, regelt. Anders gezegd: de mens is zijn lichaam en zijn microben.


De laatste maanden groeit in wetenschappelijke kringen steeds meer de zekerheid dat de research er goed aan doet zich op alle aspecten van dit microbioom te richten. Stoelgangtransplantatie is slechts één maar het meest spectaculaire aspect daarvan.


Ondertussen rees steeds meer de twijfel of Wansink en zijn geestesgenoten in al hun ijver niet wat te vrij met onderzoeksgegevens zijn omgegaan. Het komische is dat de psycholoog in al zijn hubris zelf aan de basis ligt van zijn val: Wansink beschreef in november op zijn blog hoe je als onderzoeker kunt scoren door allerlei toevallige verbanden uit een geflopte dataset te presenteren als degelijk onderzochte wetenschappelijke resultaten.


Enkele wetenschappers namen vervolgens een viertal studies waarbij Wansink optrad als co-auteur onder de loep en vonden hierin 150 statistische fouten, van slordigheden tot regelrechte blunders. Inmiddels zijn in nog zeven andere artikelen fouten geconstateerd. En nu komt daar de beschuldiging van zelfplagiaat bij. Nick Brown, een Britse promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen, beschrijft op zijn blog voorbeelden van zelfplagiaat in Wansinks werk: publicaties die grotendeels bestaan uit knipsels van eerdere studies. De ernstigste zaak is twee resultaattabellen uit twee studies met verschillende testgroepen die verdacht veel op elkaar lijken. 39 van de 45 cijfers in de tabellen komen tot achter de komma overeen. Dat is alsof leerlingen in twee verschillende schoolklassen gemiddeld exact even lang, zwaar en oud zijn en ook nog eens precies even hoge cijfers voor dezelfde vakken halen.


Wansink gaat op verzoeken van collega-wetenschappers om zijn onderzoeksgegevens openbaar te maken niet in. Wel heeft hij toegezegd een onafhankelijk onderzoeker de bekritiseerde studies grondig onder de loep te laten nemen en eventuele fouten te corrigeren. Ondertussen is de Sherlock Holmes of food ondergedoken. Wansink heeft flink wat uit te leggen, vindt Sander Kersten, voedingswetenschapper aan de Universiteit Wageningen en niet betrokken bij Wansinks critici. 'Vooral die gekopieerde resultatentabel vereist een solide verklaring. Dit kan echt niet kloppen.'


Wansink staat nu wel heel alleen. De kritiek op Wansink komt op een moment dat de betrouwbaarheid van meer wetenschappelijke studies ter discussie staat. Vorig jaar bleek dat slechts 39 procent van de sociaal-psychologische studies dezelfde resultaten opleveren als collega-wetenschappers het experiment herhalen.


In Parijs werd de Gut Summit georganiseerd door de European Society of Neurogastroenterology and Motility (ESNM), de European Society for Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition (ESPGHAN), de Société Européenne de Gastroentérologie Pédiatrique Hépatologie et Nutrition en de American Gastroenterological Association (AGA) met de steun van Danone, Biocodex en Sanofi.


Meer info: http://www.gutmicrobiotaforhealth.com/en/gut‐microbiota‐h...

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)