27 april 2016

Mens Erger je niet

Ik heb ooit een collega gehad, een schat van een mens, intelligent, een goede pen, een scherp verstand, ze zag er bovendien aantrekkelijk meisjesachtig uit, ze rook lekker, kortom we gingen samen schitterende stukken schrijven, topwetenschappers interviewen, schrijvers op de rooster leggen, ongezouten, scherp maar toch geestig onze meningen verkopen, en wij zouden elkaar nooit, nee echt nooit in de haren vliegen. Tot ze bij het eerste scherm dat ik intikte achter mijn schouder stond en zachtjes meelas met wat ik schreef en… aan haar koffie verkeerd slurpte. Help !
U weet wat ik bedoel: slurpen, zoals Brel dat zo mooi bezingt in "Ces gens là: Et ça fait des grands flchss". Het is niets geworden. Eén boek hebben we samen geschreven, omdat het contractueel vastlag. Ze is later met een Fries gehuwd. Dat zegt veel. Over haar en over mij.


Er zijn van die mensen waar je teennagels van gaan omkrullen. Ik heb het niet alleen met collega's. Het kan iemand aan de bar van mijn stamkroeg zijn. Of in de trein. Of een acteur op TV. Zelfs een Limburgse zanger kan me in de gordijnen jagen. Ze praten verkeerd, hun oogopslag bevalt me niet, ze drinken hun glas verkeerd, zelfs hoe ze zitten, hoe ze lopen is voor mij een bron van ergernis. Jij krijgt het snel op je zenuwen, zegt de geleerde vrouw.


Maar dat is niet zo. Ik ben de verdraagzaamheid zelve. Tolerance is my middle name. Maar waarom zijn sommige mensen zo irritant? Ook zij heeft zo haar ergerlijke figuren. Iedereen heeft zo zijn eigen irritatiezone. Het merkwaardige is dat wat mij ergert een ander blijkbaar niet opvalt. Ergernis is zoals verliefdheid, een hoogst persoonlijke aangelegenheid.


Gelukkig is het niets ergs. Want kenmerkend voor ergernissen, schrijven de Amerikaanse wetenschapsjournalisten Joe Palca en Flora Lichtman in hun boek Annoying, is dat ze ‘licht storend' zijn. Ergernis roept een woede op, je gaat iemand er niet om verachten, je vindt het vervelend maar je kan er net niet mee leven of toch wel, want je weet: straks is het over. Het leidt wel af. Ik kan in een vol café een razend goed stukje schrijven, maar sta voor een writer's block als ik me ergens aan stoor.


Ergernissen herken je ook, ze zijn individueel maar toch universeel. Een primaire ergernis is het geluid van een vingernagel die over een schoolbord krast. Ik voelde dit als kleuter al tot de kern van mijn intiemste delen. Ook van het geluid van een nagelknipper krijg ik het heen en weer. Meestal gebeurt dit in een verder totaal stille omgeving, of zo lijkt het toch.
Het probleem is dat er geen verbod is op het knippen van nagels in het openbaar vervoer. En het achteloos spugen op de grond wat bij jonge derde generatie landgenoten zo populair blijkt te zijn. Doe je dat thuis ook, wil ik dan zeggen, maar ik hou me in. Zoals altijd overigens.
Hoogstens loop ik weg. Maar ik erger me ook dood aan mensen die luidop en in het openbaar een mobiel gesprek voeren dat nergens over gaat. In een wachtzaal bijvoorbeeld, of voor de rij bij kassa vier. Dat komt, leer ik, omdat we het hele gesprek willen volgen en niet de ene kant van het verhaal. Ons brein wil controle over het gebeuren en is daarom voortdurend bezig met voorspellen wat er gaat gebeuren op basis van wat we nu weten.


Bij zo'n half gesprek bedenken we wat de ander zou kunnen zeggen. Maar doordat informatie ontbreekt, kun je niet voorspellen wat er gezegd zal worden, en dat is irritant. Bovendien kun je niet inschatten wanneer diegene naast je weer gaat praten en vooral, wanneer het gesprek zal stoppen. Ik erger me ook dood aan iemand in trainingsbroek die niet op het sportplein staat.


Ergernissen zijn niet ingeloste verwachtingen. Sociale codes die niet worden gerespecteerd. Je krijgt krijgt er geen niesbuien van, geen jeuk of bulten en zeker geen anafylactische shock. Het is dus potentieel niet dodelijk. Maar het maakt je wel blind. Net zoals verliefdheid waarbij je de zwakke kanten en de minpunten niet kan zien, verbergt ergernis de goede kanten van iemand. De collega van toen blijkt nu een lieve oude dame te zijn. En slurpen doet ze niet meer. Misschien heeft haar Fries haar daar delicaat op gewezen. Ze drinkt haar koffie verkeerd nu met getuite lippen.
Wat dat betreft is ergernis een romantisch gevoelen. Het erodeert, het vervlakt, om soms keihard terug te komen. Voor de goede orde toch dit: ik hou niet van te hard en te veel praten, knokkels knakken, midden in een gesprek op de telefoon kijken of er nog gewhatsappt is of iemand die te laat komt. Ik hou niet van mensen die me ongevraagd goed advies geven of die –omdat jij journalist bent- tegen me aan beginnen te praten over het gevaar van terrorisme, de minister van Volksgezondheid of de belastingdruk.


Behalve als ik dat allemaal zelf doe, natuurlijk. Blijft de vraag: Waarom zijn sommige mensen zo irritant? En de buurman van beneden die de lift altijd vijf minuten geblokkeerd houdt omdat hij absoluut zijn verhaal over niets moet afmaken, die sla ik nog eens mentaal op zijn bek. In gedachten dus. En daar begint de ergernis.


Marc van Impe

 

Bron: Mediquality

09:05 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)