26 mei 2015

Je privacy is van glas

Of er iets was dat hij over mij weten wou, vraag ik. De aangesprokene voelt zich betrapt, dat zie ik gelijk. Hij krijgt een kleur. We leven in interessante tijden. Als iemand mijn LinkedIn-account bekijkt, krijg ik gelijk een waarschuwing in mijn mailbox. Maar als iemand inzage wil krijgen in mijn medisch dossier, dan heb ik volgens de huidige regelgeving geen enkel toezicht, laat staan controle op wie er met mijn data aan de haal gaat. Er daar heb ik moeite mee.

De overheid is een goodwillcampagne begonnen om het delen van het GMD te promoten. Nu duidelijk is dat de patiënt en in het verlengde de door hem gevolmachtigde huisarts de eigenaar en respectievelijk de bewaker zijn van de persoonlijke gegevens, wil men kost wat kost vermijden  dat iemand officieel verzet gaat aantekenen tegen wat eufemistisch het delen van het medische en wetenschappelijke data heet.

Het weze duidelijk: aan een GMD hangen heel wat voordelen vast, maar het aantal risico's is minstens even groot. Dat het gedeeld EMD er komt, betwijfelt niemand. Maar dan liever niet op de manier die de overheid nu voor ogen heeft. De aanleiding tot dit stukje zijn twee berichten die ik de voorbije weken gemaild kreeg van huisartsen. Berichten die me danig verontrustten.

In het eerste geval betrof het een patiënte die na de plaatsing van een poortkatheter een bacteriële infectie had opgelopen en zich voor de verwijdering ervan tot een perifeer ziekenhuis wendde. Het medisch team ter plaatse permitteerde zich om het hele medisch dossier van de patiënte op te vragen – zonder dat zij noch haar huisarts daarvan in kennis werd gesteld - en waarop zij vervolgens een lading kritiek op de haar behandelende geneesheren te horen kreeg. De hematoloog had gewoon even gebeld met het ziekenhuis waar de poortkatheter oorspronkelijk geplaatst was en had het hele medische dossier doorgezonden gekregen.

In het tweede geval betrof het een patiënte die in een universitair ziekenhuis weigerde toestemming te geven om haar medische gegevens te delen. De behandelende arts dreigde daarop de behandeling te staken. Achteraf bleek dat haar dossier toch doorgeschoven was naar andere specialisten buiten het ziekenhuis.

Een derde reden was de uitzending van Panorama op de Vlaamse openbare omroep over de rol die onafhankelijke medische experten spelen en hun manier van werken. Ook zij kunnen desgewenst en meestal op eenvoudig verzoek toegang krijgen tot het medisch dossier. Dat heb ik aan den lijve mogen meemaken toen ik nog niet zolang geleden door mijn behandelende arts in een ander UZ gewaarschuwd werd dat ene dr. X inlichtingen over mij gevraagd had. Die arts werkt deeltijds als psychiater en klust dus bij voor een grote verzekeringsmaatschappij. In de uitzending werd gepleit voor een muur tussen verzekeringsgeneeskunde en de zorg.

Op dit ogenblik gaan die ongeoorloofde consultaties nog manueel. Binnenkort wordt elektronisch gluren mogelijk. Daarom zou het goed zijn dat de patiënt en indien gewenst zijn huisarts, een waarschuwing krijgen telkens iemand een dossier raadpleegt en dat de identiteit van de gluurder bekend is. Dan kan die minstens ter verantwoording geroepen worden.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:25 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

21 april 2015

Op consultatie in Brussel Centraal?

Ik neem wel eens de trein naar de hoofdstad. De trein is altijd een beetje reizen, luidde de slogan van wat ooit onze nationale trots was. Op voorwaarde dan dat je heel veel tijd hebt. Daarom doet de directie van de spoorwegen er alles aan om van grote stations een ervaringscentrum te maken: je vindt er een afdeling van je geliefde supermarkt. Er is een buvette ter bevordering van het alcoholisme van de reizende mens, een snackbar, een stomerij, een apotheek en nu ook een dokterskabinet. Met de opening van een dokterspraktijk in Brussel Centraal is de eerste stap gezet naar de banalisering van de geneeskunde.

Ik stel me de vraag of dat wel zo'n goed idee is. Ik ben een absoluut voorstander dat elk groot station over een eerste hulpdienst beschikt waar een arts voortdurend standby is. Maar een doktersconsultatie in een station is erover.

De initiatiefnemers (een commercieel bedrijf)  gaan er van uit dat heel veel patiënten een doktersbezoek uitstellen omwille van het feit dat ze geen tijd zouden hebben. Ik betwijfel dat. Op een paar uitzonderingen na gaat niemand voor zijn plezier naar de dokter. En ik geloof niet dat wie met klachten rondloopt bewust vergeet om professioneel advies van een arts  in te winnen. Een tweede vraag die ik me stel is wat ik me moet voorstellen bij zo'n consultatie.

Mijn trein gemist en 40 minuten wachttijd! Mooi, net genoeg tijd om even naar mijn aambeien te laten kijken? Ik dacht het niet. Bij een consultatie stel ik me een zekere intimiteit voor. Een arts die de tijd voor me neemt en vice versa. Gaat men de vertragingen en de spoorwissels omroepen in de wachtzaal van dokter Centraal? Krijg je voorrang als je dreigt je aansluiting te missen? Hoe gaat dat met je medisch dossier? En wat met je privacy? En hoe zit dat met een vervolgconsultatie? Moet je daarvoor een nieuw kaartje kopen of gaat dat per rittenkaart? Kan ik daar dan ook terecht voor mijn attesten voor de sportclub?

Elke arts weet dat je een bloeddruk best twee keer meet: het witte-jas-syndroom jaagt bij de meeste patiënten onbewust de bovendruk de hoogte in. Ik vraag me af wat het effect kan zijn van een trein die je dreigt te missen? De initiatiefnemers gebruiken Brussel Centraal als proeftuin. Wat mij betreft mag die tuin gelijk gesloten worden. Geneeskundige zorg is geen Cinq à sec of Mister Minit.

 

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

08:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

15 april 2015

Is dit het einde van medisch geheim?

Medische geheimhouding is een onontvreemdbaar recht van de patiënt en van de patiënt alleen. Alles wat bij kan dragen tot de openbaarmaking van de medische gegevens moet dit beginsel eerbiedigen: alleen de patiënt kan daartoe toestemming geven wanneer die gegevens niet worden geanonimiseerd. Betekent dat echter dat de patiënt ook onbeperkt toegang moet krijgen tot zijn medisch dossier ?

Een vaak gehoord argument bij artsen tegen de toegankelijkheid van het volledig medisch dossier voor de patiënt, is dat deze laatste de confrontatie met een ongunstige diagnose niet zou aankunnen. De patiënt moet tegen zichzelf beschermd worden, heet het. Een overgrote meerderheid van de Belgische artsen (72% van de lezers) is daar inderdaad tegen, zo blijkt uit de resultaten van een online enquête die MediQuality organiseerde naar aanleiding van een Nederlands initiatief.

In het Universitair Medisch Centrum van Utrecht geloven ze niet in die stelling. Alle patiënten van UMC Utrecht kunnen voortaan hun eigen medisch dossier zelf en zonder vertraging inzien. Het vernieuwde patiëntenportaal geeft hiermee inzicht en regie in het eigen ziekteproces. Zorgverleners en patiënten kunnen hierdoor beter samen beslissen over hoe diagnostiek, zorg en behandeling wordt georganiseerd. Helemaal in lijn met de wens van patiënten zelf, hun patiëntenverenigingen en de overheid.

In België zal het dus nog wel een tijdje duren voor de patiënt zoveel inspraak krijgt. Alhoewel! Minister De Block geeft de patiënt nu al de kans hun voet tussen de deur te zetten van de kamer waar de beslissingen genomen worden. Een zetel in de raad van bestuur van het KCE is een eerste stap. In de lezersreacties bij MediQuality kun u al lezen dat een arts pleit voor de aanwezigheid van een patiëntendelegatie in de Medicomut.

Dat de meeste artsen niet van die verregaande inspraak willen, is het gevolg van de achterkamertjespolitiek die de overheid de voorbije vijftig jaar gevoerd heeft. Zowel de patiënt als de arts werden daardoor in de waan gehouden dat de eerste een onmondig wezen is dat eigenlijk niet weet wat goed voor hem is, en dat de tweede als een studiemeester er wel mag op letten dat de patiënt niet over de schreef gaat, terwijl het beleid door een ambtenarij en een club ziekenfondsers werd bepaald onder het mom dat men vooral sociaal corrigerend te werk ging.

De manier waarop nu de federale overheid e-health wil invoeren is perfect compatibel met dit verouderde principe. En wel om de volgende redenen.

Om te beginnen behoudt de overheid zich het recht om te beslissen wie toegang krijgt tot de gegevens. Dat kunnen overheidsinstellingen zijn maar ook verzekeraars, zoals de ziekenfondsen. Dat biedt geen enkele garantie voor de toekomst. Regering komen en gaan, coalities wijzigen, wat vandaag liberaal en democratisch is, kan morgen grimmig autoritair zijn.  En ziekenfondsen, zo luidt het verdict van de Europese Commissie, zijn net zo goed verzekeraars als beursgenoteerde assurantiën. Een tweede reden is dat één en hetzelfde instituut alle mogelijke sociale en gezondheidsdata van een individu opslaat en dat niemand duidelijk weet hoe dat instituut zal werken.

Een derde reden is dat een dergelijke concentratie van data een zeer aantrekkelijke prooi is voor internetpiraten. Als databases van banken kunnen gekraakt worden, kan dat net zo goed met de database van onze eHealthkluis die in een verouderde Java-taal geschreven is. Maar er is ook de gebrekkige manier waarop het systeem werkt. Potentieel zo lek als een mandje. Verschillende lezers hebben ons daar recent nog op gewezen. Het probleem is dat het systeem zelf die fouten niet meldt.

De medische geheimhouding is een fundament van onze geneeskunde. En de arts is best geplaatst om dat geheim te bewaren. Maar de patiënt is mondiger, beter voorgelicht en verdient als een volwassene behandeld te worden. Hij verdient ook eerlijk behandeld te worden. Hij is de eigenaar van zijn eigen privacy, dus ook van zijn medisch dossier.

Een voorbeeld uit de praktijk: enkele dagen geleden nog kreeg ik een klacht te horen van een arts die moest vaststellen dat zijn patiënt die eerder een foute diagnose had gekregen in een academisch ziekenhuis, door het leven moest met het label van aanleg voor psychosomatiek. Zijn ziekenfonds was blijkbaar dezelfde mening toegedaan en wist blijkbaar zeer goed wat de assistent op de dienst psychiatrie had genoteerd. Onderzoek op eigen initiatief van de patiënt wees uit dat hij leed aan een ernstige cardiovasculaire aandoening. Toen de patiënt –die zelf academisch is opgeleid- zijn dossier opvroeg bij het UZ, merkte hij dat bepaalde belangrijke elementen ontbraken. De zaak wordt nu voorgelegd aan de Orde. Indien hij geen voldoening krijgt, dreigt de patiënt zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg te wenden.

De artsen die dus tegen stemmen hebben in principe ongelijk. De Orde der Geneesheren kan niet anders dan zich in deze zin uit te spreken.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

20:12 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)