05 oktober 2016

Bijscholing kan professioneler

Minister Maggie De Block heeft met haar idee dat zorgverleners hun bekwaamheid, en hun eventuele specialisatie, moeten aantonen, op hele lange tenen getrapt. Dat artsen zouden moeten aantonen dat ze hun bekwaamheden behouden of vervolledigen door bijvoorbeeld voortgezette vorming is een brug te ver. Toch kan op het eerste gezicht geen zinnig mens daar wat op tegen hebben. De geneeskunde is geen vijver met stilstaand water maar een gestage stroom die af en toe in versnelling gaat en soms een meander radicaal afsnijdt en zijn loop verlegt. Van een arts mag verwacht worden dat hij die ontwikkelingen van nabij volgt.

Daar zijn verschillende tools voor. Er zijn de vakbladen die online en in hard copy tegen een vaak flink abonnementsgeld ter beschikking zijn. Er zijn de wetenschappelijke symposia en seminars in binnen- en buitenland waar artsen en wetenschappers aan actieve kennisoverdracht doen. En er zijn de bijscholingen die met wisselend succes lokaal georganiseerd worden. En dan zijn er de websites die zich specifiek tot artsen richten, zoals MediQuality, die naast politieke, sociale berichtgeving en duiding ook wetenschappelijke reviews brengen. MediQuality bereikt maandelijks zo'n 13.000 lezers, noteert 78.000 page views met een gemiddelde van 250 lezersreacties. In theorie zou elke arts dus op de hoogte moeten zijn van de praktische medische actualiteit. Het tegendeel is helaas waar.

Een tiental jaren terug werden in De Standaard de cijfers gepubliceerd van de artsen die een betalend abonnement hadden op een buitenlands vakblad als The Lancet, de BMJ, de JAMA of The New England Journal. Die cijfers waren afkomstig van de Belgische distribiteur van die vakbladen, die ook andere vakpublicaties verspreid zoals The Harvard Review. Daaruit bleek dat omgerekend slechts 6 procent van de Belgische artsen wekelijks een buitenlands vakblad in de bus krijgt. Er bestaat in ons land geen wetenschappelijk onderzoek naar de leesdichtheid van medische vakliteratuur, maar dat is er wel in het buitenland. In Nederland is het percentage artsen dat Engelstalige bladen als The Lancet, BMJ, JAMA of NEJM leest significant hoger: 31 procent doet dat wekelijks, 21 procent zelfs nooit. Nog interessant is dat we uit het Nederlands onderzoek kunnen afleiden dat 48% van de specialisten zegt wekelijks internationale bladen te lezen. Kennelijk lezen medisch specialisten méér dan andere artsen, want in het gebruik van andere bronnen zijn geen opvallende verschillen te zien. Er is geen reden om aan te nemen dat dit in ons land anders zou zijn. En nog dit: bijna driekwart van de Nederlandse artsen (72%) zegt de wetenschappelijke ontwikkelingen ‘goed' bij te houden, ruim een kwart (28%) zegt dat niet te doen.

Bijscholing moet ook face to face gebeuren. En dat gaat in ons land soms zeer amateuristisch. Een organisatie zoals de Leuvense Werkgroep Huisartsen Nascholingscyclus zet jaarlijks een uitstekend programma op. Maar dat is lang niet overal het geval. Navraag bij LOK-verantwoordelijken leert ons dat heel wat bijscholingen indien niet nutteloos dan wel betuttelend zijn, dat ze in feite instructieprogramma's zijn die artsen moeten duidelijk maken hoe ze zich kunnen sporen in een zorgtraject maar vooral dat ze weinig actueel zijn. Ook wordt de aangeboden bijscholing niet altijd betrouwd. De bijscholing is daar verworden tot een sociaal evenement, een gelegenheid om onder collega's eens bij praten.

Als de minister wil dat artsen op de hoogte blijven van de state of the art van de geneeskunde dan zal ze er dus moeten voor zorgen dat de kwaliteit van de bijscholingen opgekrikt wordt. Een tweede vraag is welke instantie gaat controleren of de bijscholing werkelijk voldoende bijgeschoold heeft. In Nederland bestaat er een Regieraad Kwaliteit van Zorg. Die kwam tot de vaststelling dat als een arts wetenschappelijke informatie leest en tot zich neemt – langs welke weg dan ook – dit nog niet betekent dat hij deze kennis ook direct in de praktijk toepast. Slechts 16 procent zei het beleid in de spreekkamer ‘bij voorkeur' aan te passen aan wetenschappelijke inzichten na het lezen daarover in een wetenschappelijk tijdschrift. Ongeveer evenveel artsen doen dat als zij collega's tijdens een wetenschappelijk congres (16%) of tijdens een klinische les (13%) over die inzichten hebben horen vertellen. Maar een ruime meerderheid (56%) wacht tot de richtlijnen zijn aangepast. Ook in dit opzicht doen specialisten het anders: telkens een kwart past de medische vakliteratuur (25%) of informatie tijdens een wetenschappelijk congres (27%) direct toe, en slechts 37 procent wacht bij voorkeur tot de richtlijnen zijn aangepast.

Blijft overigens de vraag of de aangeboden informatie waarop de bijscholing gebaseerd is betrouwbaar is. Het vertrouwen van de artsen wordt de laatste tijd danig op de proef gesteld. We hebben het in deze rubriek al gehad over het recente schandaal rond de Pace-trial die gepubliceerd werd in The Lancet en waarvan nu bewezen is dat de data gemanipuleerd werden. Maar de concurrentie is niet veel beter. Van 2800 auteurs en reviewers in het adressenbestand van de BMJ had 13 procent wel eens gezien of ‘uit de eerste hand' vernomen dat een arts of wetenschapper data had aangepast, weggelaten, veranderd of bedacht om de kans op publicatie van het onderzoek te vergroten, bleek onlangs. Een bekende techniek, die graag toegepast wordt door Evidence Based Medicine adepten is het opzetten van een fishing expedition: het zoeken naar een significant resultaat door meerdere testen te proberen. De uitkomst wordt vervolgens gepresenteerd als juist en betrouwbaar, sterker nog, wie ervan afwijkt zou aan slechte geneeskunde doen. Het versterkt het vertrouwen van de artsen niet.

Het kan ook anders. Z'n dertig jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met professionele bijscholing voor artsen toen ik met de geleerde vrouw een Boerhaave cursus mocht meevolgen. De Boerhaave Nascholing van het Leids Universitair Medisch Centrum is de oudste post-academische onderwijsorganisatie op geneeskundig gebied (PAOG) in Nederland. Hier geen gezellig samenzijn met wijntje en trijntje maar een hele dag academische opleiding. En met stevige wetenschappelijke discussies achteraf. Het moge de minister inspireren.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

 

 

08:04 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 mei 2016

De minister is gewaarschuwd

Een paar weken geleden, het was een zondagavond en iedereen was in een opperbeste stemming want ook toen werden er prijzen uitgereikt, kreeg ik van een van de topambtenaren van de rijksdienst voor ziekte- en invaliditeitsverzekering te horen dat hij elk verder contact met mij zou vermijden. We waren niet meer on speaking terms. Ik zit vijfenveertig jaar in dit vak en het was de tweede maal dat iemand me dit toesnauwde. De eerste maal was ik daar behoorlijk van onder de indruk. Het was een toenmalige socialistische minister van Justitie die er zijn opdracht van gemaakt had het land te zuiveren van vuilschrijvers en pornografen, waaronder een winnaar van de staatsprijs voor literatuur. Niemand die zich deze morele scherpslijper nog herinnert.


Ook nu betrof het iemand van linkse signatuur. Waarom was hij boos? MediQuality had geschreven hoe hij bedacht had dat patiënten met een ongezonde levensstijl geen dure medicatie zouden terugbetaald krijgen. Ik had hem daarin persoonlijk geciteerd en dat nam hij me verschrikkelijk kwalijk. Het weze zo. Ik zag het konijn in hoofd en zag dat hij in werkelijkheid angstig was.


Ik ben in de journalistiek begonnen met een denkfout. Ik heb ooit gedacht dat de mensen die ik interviewde, die ik om hun wijsheid vroeg, net zo dachten als ik en het beste voorhadden. De waarheid is hard bij les. Meer dan eens heb ik me in de maling laten nemen. Dat was een denkfout.


Toen las ik bij Suzanne Weusten, die Het abc van de denkfout schreef, dat een denkfout een systematische afwijking is van rationeel denken. Ik ging ervan uit dat de andere even rationeel dacht als ik. Ik was dus niet de enige. Gelukkig. Rationeel denken hoeft niet per se het beste resultaat op te leveren, zegt Wuesten. De mens laat zich het systematisch misleiden en het liefst in zijn voordeel. Het erge is dus dat vanuit ons persoonlijk perspectief bekeken denkfouten ons iets opleveren. Quod non. We bedriegen onszelf.


Voor de lol: de denkfouten zoals Wuesten die oplijst.
Een eerste denkfout is dat we onszelf niet alleen voorliegen, we maken die leugen ook nog acceptabel.
Een tweede denkfout is denken in formules van oorzaak en gevolg wat ons de idee geeft dat we greep hebben op de zaak.
Een derde fout is dat we onze wensen aan de werkelijkheid aanpassen.
Nog een vierde fout is dat we niet met onzekerheid kunnen omgaan. Dus maken we onze eigen zekerheid. Hoort u uzelf hardop liegen? Ik wel, soms.
Een vijfde fout is onze afkeer van verlies.
En een zesde fout is onze zelfoverschatting, wat dan weer leidt tot risicovol gedrag of iets wat durf heet, vaak met fatale afloop.
En de zevende fout is het groepsdenken, het toegeven aan de druk van de groep waar we ons bij rekenen. Dat leidt tot conformisme.
Als je die zeven fouten zo op een rijtje ziet dan vraag je je af hoe lang we nog onszelf voor de gek gaan houden.


Gelukkig ben ik een solutionist en zie de werkelijkheid als verzameling oplosbare problemen. Maar één zaak is zeker, ik vermijd de man met een konijn in zijn hoofd.


Dat brengt me bij MediQuality. Een modern medium moet verantwoording afleggen aan zijn lezers. Ook in de medische vakpers krijgen sommigen af te rekenen met teruglopende lezersaantallen. Hoe komt dat? Door het Internet? Door de ontlezing? Door de veranderende mentaliteit bij de nieuwe generaties van tegenwoordig? 

Om die vraag te beantwoorden, moeten we ons afvragen wat eigenlijk de taak is van de media. De media zijn de waakhond van de democratie, zegt men. Verder wordt de journalistiek in de meeste theorieën geacht een platform te bieden aan iedereen die een forum zoekt, zodat niet alleen de media zelf maar ook individuen en belangengroepen druk kunnen uitoefenen op het bewind en de andere actoren. Als derde taak zouden media burgers moeten voorzien van een sterke informatiepositie zodat zij hun democratische rechten kunnen uitoefenen. Ze vormt de basis voor persvrijheid. Ook in de medische vakpers.


De taken die media worden toebedeeld, worden onderschreven als de ‘social responsibility theory', dat benadrukt de maatschappelijke rol van de pers. Maar de pers is ook een commercieel medium. En dat betekent niet alleen individuele rechten en vrijheid zonder restricties, maar journalistiek met maatschappelijke verantwoordelijkheid die actief de dialoog met zijn lezer aangaat. Dat is de unieke positie van MediQuality.


MediQuality heeft maar één taak: Het nieuws te brengen zonder aanzien des persoons of instanties. Als daar een onthulling uitrolt die gevestigde machten niet aanstaat, soit. MediQuality moet duiden, vragen stellen, commentaar geven, leuk en entertainend zijn, tot denkend aanzetten, maar MediQuality is vooral geen waakhond. Wij wantrouwen de overheid niet, maar houden ze wel in het oog. De minister is gewaarschuwd.


Marc van Impe

Bron: MediQuality

10:39 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

30 april 2016

MediQuality reikt op zijn lenteborrel 2 awards uit

De tweede Lenteborrel van MediQuality is een nieuw ijkpunt geworden op de medische agenda. De nieuwsbrieven en de website MediQuality bereiken nu meer dan 25.000 artsen per maand, en dat maakt uw medium tot het meest performante in de medische vakpers. Uniek aan MediQuality is zijn permanente interactie met zijn lezers. Ze reageren, maken gebruik van de Agora om te discussiëren en schrijven ook eigen bijdragen, vrije tribunes die druk gelezen worden en nauwlettend in het oog gehouden worden door de beleidsmakers. Wij houden rekening met wat er onder uw lezers leeft, zei minister Maggie De Block die op maandagavond 25 april deelnam aan de tweede Lenteborrel van MediQuality. De directie van MediQuality reikte ook twee awards uit voor de meest succesvolle lezersbijdragen.

De jury die bestond uit hoofd redacteur Sabine Verschelde, de directeur Pierre De Nayer (met Mr Kenya Rose) en de co-stichter van MediQuality Marc Moreau, bekroonde voor het Nederlandse taalgebied de bijdrage van dr. Anne Marie Uyttersprot, neuropsychiater onder de titel: De dokter staat onder druk. Voor de Franstaligen ging de award naar doctor Danielle Zucker, psychotherapeut en expert in de analyse van crimineel gedrag, die met een bijdrage Verkrachting: pleidooi voor meer begrip de vaak lakse houding aanklaagde van Justitie. Pierre De Nayer onderstreepte het belang van die bijdragen: zij zetten onderwerpen op de agenda en zwengelen het debat aan.


Minister Maggie De Block, haar charmante zelve, gaf tekst en uitleg bij haar beleid. Ze prees de onafhankelijke opstelling van MediQuality: het beleid heeft behoefte aan een kritische pers. Maar dat zal haar niet verhinderen om ook onpopulaire maatregelen erdoor te drukken. Ze richtte zich daarbij tot de aanwezige vertegenwoordigers van de artsensyndicaten en een flinke delegatie van Vlaamse en Franstalige studenten geneeskunde. Beleid vergt moed, zei de minister, en dan moet je tegen de stroom in durven gaan. Buiten stormde het en in een gietende regen voeren de boten op het kanaal in Vilvoorde voorbij. Binnen, in Brasserie Canal, bij een hapje en een drankje, ontspon zich onder de genodigden een boeiende gedachtewisseling.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

13:32 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)