01 april 2012

Nog pijn

We eten tong in madeirasaus en drinken een Aloxe-Corton bij van een goed jaar. Dat de kanker meevalt zegt hij. De dokter geeft hem hooguit nog één jaar. Als de chemo aanslaat misschien nog twee. Daar gaat hij licht over. Was er niet die pijn. Hij is niet alleen. Bij 40 procent van de patiënten met kanker wordt pijn niet goed behandeld. Ruim veertig procent van de kankerpatiënten heeft onnodig pijn. En toch, als patiënten en zorgverleners meer over pijn zouden weten en hierover met elkaar zouden praten dan kunnen zij de klachten samen beter aanpakken. Nu is pijn vaak geen onderwerp van gesprek, terwijl het één van de meest voorkomende symptomen is bij patiënten met kanker. Dat blijkt nog eens uit de promotie van de Nederlandse verpleegkundige Wendy Oldenmenger, dat ik kon inkijken.  Ongeveer 53 procent van de patiënten heeft pijn. Dat komt bijvoorbeeld door een tumor of een uitzaaiing die in het lichaam groeit of doordat de chemotherapie zenuwpijn geeft. “Met de beschikbare medicatie is deze pijn bij de meeste patiënten goed te bestrijden”, zegt Wendy Oldenmenger. Maar daar wil het ziekenhuispersoneel liever niet aan. Ik heb het aan den lijve mogen ondervinden. Dat pijn niet goed wordt behandeld ligt zowel aan de patiënt als zorgverlener, zegt Oldenmenger. Zo zijn artsen niet altijd alert op de pijn die patiënten kunnen hebben, omdat zij meer gericht zijn op het aanpakken van de ziekte. Ook is de kennis die artsen hebben over de medicatie tegen pijn soms onvoldoende. En de patiënten hebben vaak vooroordelen en zijn bang. Ze denken: ‘Als ik nu al medicijnen slik, werkt er straks niets meer als de pijn erger wordt. Of als ik over mijn pijn klaag stopt de arts misschien wel mijn behandeling’. De vooroordelen zijn begrijpelijk, maar onjuist volgens Oldenmenger. Daarnaast is het belangrijk hoe artsen omgaan met pijnklachten. Zij adviseert artsen om zich steeds te laten bijscholen over nieuwe manieren van pijnbestrijding. Ook pleit zij voor een open houding naar de patiënt over de mogelijkheden. Het ergste is de mumbo jumbo van de cognitieve school die je even niet aan pijn zal leren denken. Ze moesten , zoals mijn goede collega Tuur Van Wallendael toen hij kanker kreeg, hun vingertjes één voor één breken. Da’s pas pijn. We hebben koffie en cognac nà. Hij glimlacht bij de gedachte. “Of de vingers tussen de deur,” zegt hij.

Marc van Impe

20:30 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

10 januari 2012

Mantelzorg

“Eens goed werken, dat zal je deugd doen,” had de dokter haar gezegd. “Je bent nu al negen jaar arbeidsongeschikt en wij vinden dat het lang genoeg geduurd heeft.” En prompt werd Ilse naar de VDAB gestuurd, met de opdracht een nieuwe baan te vinden. Ilse had jaren in de thuisverpleging gewerkt, was al die tijd door weer en wind in een R4’tje van patiënt naar patiënt getrokken tot ze na een kleine operatie waarbij wel een bloedtransfusie te pas kwam niet meer recupereerde. Er begon een schier eindeloze zoektocht langs artsen, kenniscentra, psychologen, diëtisten en op aanraden van haar eigen huisarts kwamen er zelfs alterneuten aan te pas. Die staken een brandende kaars in haar oor. Het ziekenfonds dat familie was van de opdrachtgever van Ilse en het kruis hoog in het vaandel draagt, had haar zonder problemen als chronisch zieke patiënt erkend. Ilse bracht zelfs een tijdje vrijwillig in de psychiatrie door waarbij ze een contract moest tekenen dat ze beter ging worden. Ze leerde er aardappelen schillen en groenten schoonmaken. Groepstherapie heette dat. Tot Ilse genoeg had van de groentesoep en via via te rade ging in een kliniek in de Brusselse rand. Daar viel het verdict CVS, mét ondervoeding en een zware inflammatie. Ilse kreeg krachtvoeding en aangepaste medicatie. Ze werd weer een beetje beter. En nog beter. En weerbaarder vooral. Dus vroeg ze aan haar ziekenfonds of ze met al haar ervaring niet kon ingeschakeld worden in een project voor mantelzorg. De ziekenfondsdokter kon er niet mee lachen. “Wat u hebt is een typisch vrouwenkwaaltje,” beet hij haar toe, “en dat bedoel ik niet gynaecologisch. Wie kan mantelzorgen kan ook gewoon werken. ”  

Bij de VDAB wachtte Ilse een koude douche. Bij werkgevers bestaat er nauwelijks interesse om oudere werknemers aan te werven. In de praktijk blijkt de leeftijdsgrens voor nieuw personeel al tot veertig jaar gezakt. En in de krant van vandaag las Ilse dat op basis van een enquête van het sociaal kantoor SD Worx bij bijna achthonderd Belgische bedrijven met minder dan achthonderd werknemers,  amper 27 procent van de werkgevers interesse toont voor werknemers ouder dan veertig. En slechts 7,9 procent had belangstelling voor 50-plussers. Opvallend was dat niet zozeer het te hoge loon in de top tien van de bezwaren tegen oudere werknemers staat. De vrees voor een gebrek aan motivatie is de meest aangehaalde reden. En dat is nu net wat Ilse op overschot heeft. Motivatie genoeg. Alleen kan ze haar oude baan op haar 56ste niet meer aan. Daarom biedt de VDAB nu een herscholing aan. Tot chauffeur voor schoolbussen en gehandicaptenvervoer. Zoals de bediende achter het loket zo vriendelijk zei: “Dat ligt toch een beetje in uw sector, niet?”

 “Wat moet ik nu doen?” vraagt ze me aan de telefoon. Buiten stormt het tegen 110 per uur. In dezelfde krant staat een bericht dat een staatssecretaris oudere chauffeurs aan een verplichte psychische en fysische keuring wil onderwerpen.

Marc van Impe

11:34 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

24 december 2011

Mijn beste wensen

Het is de tijd dat de dagen weer gaan lengen. Ik ben blij dat de winter zich ingezet heeft want daarna volgt onvermijdelijk de lente en die brengt hoop. Het voorbije jaar was een hels jaar. Weinig vreugd, veel sores en een duur stel winterbanden. Het heeft niet veel gescheeld of ik had de laptop dichtgeklapt en alles gelaten zoals het was. Ik ben moe. En ik ben de patiënten moe. In de wereld van de CVS moet je veel geven en krijg je weinig terug. In mei ben ik opgehouden te tellen en te noteren hoeveel patiënten me op de meest godsonmogelijke uren bellen om altijd hetzelfde verhaal te doen. Een jeremiade van klagen over alles en nog wat. Dat de dokter zo weinig tijd voor hen heeft. Dat er geen kamer alleen te krijgen is. Dat de onderzoeken zoveel kosten. Dat de medicatie niet terugbetaald wordt. Dat hun ziekenfonds hen in de kou laat staan. Dat ze niet van ziekenfonds durven veranderen. Dat hun man dreigt weg te lopen. Dat ze geen man vinden. Dat ze niet kunnen slapen. Dank u, ik nu ook niet. Dat ze de hele dag slapen. Dat advocaten traag zijn. Dat advocaten duur zijn. Dat advocaten er niet zijn. Dat ze niemand hebben om mee te praten. Dat iedereen voortdurend zegt dat ze er goed uitzien. Dat iedereen zegt dat ze er vermoeid uitzien. Dat ze zo lang moeten wachten op een afspraak. Dat het weer vakantie is en dat ze thuis blijven. Dat ze nergens heen willen. Dat ze er geen zin meer in hebben. Dat ze eens iets anders zouden willen doen. Dat ze nog zoveel zouden willen doen. Er is veel gemekker en gezeur in de wereld van de chronische vermoeidheid. CVS-patiënten zijn als een beukenhaag. De bladeren zijn dood, maar de haag  laat geen blad vallen. Een angstige haag, die vergeet dat ze nog leeft.

Ik bezoek mijn goede vriend en collega J. die sinds enkele weken weet dat de letter K hem heeft ingehaald. We drinken een glas wijn en klappen over wat we ooit samen beleefd hebben. Over culinaire genoegens. Over de vrouwen en onze vrouwen.  Over Dumas en zijn Groot Keukenwoordenboek. Over Dylan en Waits, en over de jeugd van tegenwoordig, die trouwt en dure feesten geeft om een half jaar later alweer vreemd te gaan en te scheiden. We lachen en zijn verwonderd dat wij er nog zijn en al die anderen al lang niet meer. En dat het weer winter wordt. Ook voor ons. En we verschillen van mening over de beste bereidingswijze van fazant op zijn Brabants. We geven elkaar een kookboek cadeau. Als ik naar huis rijd besluit ik dat het mooi geweest is. Ik trek er met de geleerde vrouw voor paar dagen tussenuit. Eens zien of ik ginder ben en of ik nog terugkom. Mijn medicatie niet vergeten mee te nemen. Ik wens jullie toch het beste.

Marc van Impe

15:23 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)