22 maart 2016

Weg met de doktersjas

Dr. Philip Lederer, een specialist in infectieziekten in Boston, vertelde me recent dat een witte doktersjas even belachelijk is als een verpleegsterskapje. Op zijn White Coats website legt hij omstandig uit waarom dokters hun witte jas maar beter aan het haakje kunnen hangen. “Witte jassen maken van de dokter geen betere practicus en ze dragen geen spatje kennis bij. Ze zijn gewoon een gewoonte. En ik denk dat ze moeten worden gepensioneerd,” schrijft hij. Maar als ik hier een aantal specialisten over aanspreek, voel ik dat niet iedereen rijp is voor dit kantelmoment.

Ik zit in de lobby van de luchthaven en lees een boek op mijn e-reader. Banaler kan bijna niet. Het duurt nog twee uur voor we kunnen boarden en ik geniet van een laatste echte Amerikaanse Cosmopolitan. Komt er een dame recht op me af, type female executive, ze kon zo uit het decor van The Wolf of Wallstreet gestapt zijn. "Hi you," zegt ze, "are you an architect?" Ik ben te verbijsterd om niet direct te antwoorden. Nee, dus. "A shrink then?" Nogmaals nee. "Then what kind off business are you in?" Het journalistieke metier brengt een mens op vreemde wegen en in nog vreemdere situaties, maar zo heb ik het nog nooit geserveerd gekregen.

Vijf minuten later is ze er vandoor en heeft ze aan de bar een hipster gekidnapt. Terwijl ik de geleerde vrouw mijn avontuur vertel, realiseer ik me plots waarom ik precies voor die twee professies getypecast werd. Ik ben geheel in het zwart. Zwarte broek, zwart hemd, zwart nauw gesneden jasje, zwarte sokken, zwarte loafers. Ik loop er zelden zo bij. Puur toeval. Maar inderdaad de dresscode voor hippe architecten en eigenwijze psychiaters.

Wat me bij een artikel van dr. Peter Pronovost brengt, die schrijft dat dokters hun witte jas beter voorgoed aan de kapstok hangen. Professor Pronovost, 50, is medisch directeur bij het Johns Hopkins University's Center for Innovation in Quality Patient Care. In Why it's time for doctors to ditch their white coats stelt hij dat zijn witte doktersjas meer van nut is bij het aansnijden van de kerstkalkoen dan bij wanneer hij als spoedarts en anesthesist zijn patiënten op zijn consultatie ontvangt.

"Wij weten immers dat onze doktersjassen bedekt zijn met ziekteverwekkers, en vooral met resistente bacteriën, die op patiënten kunnen worden overgebracht. Ze worden zelden schoongemaakt. Uit een onderzoek onder artsen bleek dat bijna 58 hun witte jassen slechts maandelijks of zelfs nooit op hoge temperatuur wasten. Minder dan 3 procent waste hem dagelijks of om de andere dag.

Dus wat voor zin heeft het om een "kale ellebogen" beleid op te leggen,— zoals is gebeurd in het Verenigd Koninkrijk — als je de kans op de transmissie van pathogene bacteriën toch niet vermindert?" Hij wordt daarin bijgetreden door dr. Philip Lederer, een specialist in infectieziekten in Boston, die me vorig jaar nog vertelde dat een witte doktersjas even belachelijk is als een verpleegsterskapje en alleen maar gedragen kan worden door fetisjisten.

Op zijn White Coats website, legt hij omstandig uit waarom de dokters hun witte jas maar beter aan het haakje kunnen hangen. "Witte jassen worden ondertussen door zoveel professionals gedragen dat ze niet langer dienen om te identificeren wie arts en wie niet. Witte jassen maken van de dokter geen betere practicus en ze dragen geen spatje kennis bij. Ze zijn gewoon een gewoonte. En ik denk dat ze moeten worden gepensioneerd," schrijft hij.

Ook de Virginia Commonwealth University School of Medicine heeft de witte jas in de ban gedaan. Maar als ik hier een aantal specialisten over aanspreek voel ik dat niet iedereen rijp is voor dit kantelmoment.

In de medische gemeenschap, net als in vele andere wetenschappelijke gemeenschappen, wil men vaak overtuigend bewijs, alvorens nieuwe protocollen en beleidsmaatregelen aanvaard worden. En wee de innovator die met een revolutionair idee komt aandraven: hem of haar wacht eindeloos wetenschappelijke vertragingstactieken en gefilibuster  om de kwestie toch maar op de lange baan te schuiven. De reële reden om toch maar niet te moeten afzien van het dragen witte jassen, zo lijkt het, heeft minder te maken met het voorkomen van infecties en meer te maken met de emotionele of sociale gevolgen.

Artsen zijn ook maar mensen en die zijn in se niet zozeer bang voor het veranderen zelf. Nee, integendeel, ze vrezen verlies. Symbolen en rituelen spelen een belangrijke rol in ons leven, en verlies van decorum kan voor sommige mensen veel ellende veroorzaken. We moeten daar begrip voor opbrengen en iets in de plaats brengen dat dit verlies kan verzachten. 

Het verlies van status of macht houdt verandering tegen. Wie vindt er dus een nieuw symbool dat aangeeft: ik ben een arts? Ik heb zo mijn ideeën maar ben er nog niet zeker wat het effect zou zijn, dus ik zwijg nog even. Maar als we een antwoord gevonden hebben, kan het helpen met het verder zetten van dit wetenschappelijk debat.

Het doet me denken aan die dokter, een spoedarts uit de periferie, die vorig jaar gekleed in een witte blote- ellebogen-jasje, met stethoscoop om de hals en een OK-mutsje op het hoofd,  in een talkshow op televisie live kwam demonstreren hoe je de rape drug Rohypnol gebruikt. Bijzonder geslaagde grap. Plaatsvervangende schaamte greep me aan. Ik zag hem vorige week in zijn blitse automobiel: in een witte blote-ellebogen-jasje. Uit de weg, de dokter komt er aan.

Ik van mijn kant let er nu op: ik ga niet meer als man in black de deur uit.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

09:13 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

27 januari 2012

Curieus

Onderzoek en dienst zijn twee verschillende straatjes, beide hebben hun eigen moraal. Degene die vaker nadenkt is de meesterdenker onder hen die minder vaak nadenken. Of de intellectueel macht heeft? Geen enkele heerser kan voorbijgaan aan de magische macht van expressie en verbeelding. En aan nieuwsgierigheid.

Hoe lachwekkender en provincialer een plaats is, des te hardnekkiger houden de mensen er zich vast aan allerlei voorschriften en verboden, hun medemensen wellustig vermanend als die ze hebben overtreden en aangezien zijzelf  ze niet hebben overtreden, kunnen ze likken aan de honing van hun morele superioriteit, neerkijkend op de arrogante, verwaande buitenlanders. Zo moeten de man en vrouw zich voelen die de platgetreden paden verlaten en niet in de zon van de welgevalligheid willen staan maar kiezen voor de regen en wind in het gezicht om met betraand gelaat aan te komen bij de verweerde deur die toegang geeft tot de kamer met het hoog opgestookte haardvuur van de waarheid en erkenning.

Tot zover de schoonschrijverij. Ik moest aan dit alles denken omdat een  jong onderzoeker die ik, nog voor de zomer interviewde over de nogal onthutsende conclusies van zijn onderzoek, me toen nadrukkelijk vroeg het interview niet zo uit te zenden. Niet alleen zou het zijn carrière schaden maar de middel Brabantse universiteit die onlangs zijn K besloot te behouden, hield niet van zijn uitkomst. Volgend jaar was hij over de grens, aan een Nederlands instituut en dan kon het wel.

Ik moest denken aan Vesalius die bij nacht en ontij naar de galg trok om vers snijmateriaal op te halen. Tenslotte zijn het dieven, moordenaars, ketters en gesnapte beurzensnijders die de meest belangeloze bijdrage tot de medische wetenschap geleverd hebben. Alleen zullen zij het nooit geweten hebben en kennen wij hun namen meestal niet. Tenzij die van de opgehangen Jan Joris Fonteijn, die als lijk mocht optreden in de anatomische les onder het mes van dokter Jan Deijman, een meesterwerk van Rembrandt van Rijn. Mijn collega Guido Fonteyn, de Walenspecialist is een nazaat van hem. De band: een gezonde nieuwsgierigheid.

Marc van Impe

17:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)