14 mei 2012

Hoe zit dat met alcohol?

Over het roken zijn we het eens. Behalve onze apotheker die het bij cigarillo’s houdt zijn we allemaal gestopt. Anti-rookbeleid is onderdeel geworden van gezondheidsrichtlijnen. Niet-roken is de maatschappelijk geaccepteerde norm. Maar hoe zit dit bij alcohol? Op de recepties vinden de dienbladen met rode en witte wijn gretig aftrek. Kom ik mijn geleerde vrouw ophalen bij haar LOK dan kom ik niet zonder een glaasje weg. Bijna de helft van de geneeskundestudenten drinkt meer alcohol dan gezond is, ook tijdens de opleiding. Ook in journalistenkringen wordt alcohol geassocieerd met gezellig.  Drinken is diep verankerd in onze maatschappij, net als roken vroeger. Maar veel alcohol drinken heeft enorme gezondheidsrisico’s. Toch blijft patiënten confronteren met hun eigen alcoholgebruik een lastige kwestie. Artsen vinden het lastig om het alcoholgebruik van de patiënt aan de orde te stellen. Waarom?  Gebrek aan de tijd kan toch het probleem niet zijn. Een snelle screening duurt 60 seconden. Is het omdat u zelf van een glaasje houdt? Of is het wellicht het geruststellende idee dat matig alcoholgebruik beschermt tegen hart en vaatziekten? En dat, terwijl medicijnen voorgeschreven worden die niet ongevaarlijk zijn in combinatie met alcoholgebruik. Of, dat er sprake is van gezondheidsproblemen die te maken kunnen hebben met alcoholgebruik (bijvoorbeeld valincidenten, depressies, vergeetachtigheid).  Ik vind dat het tijd wordt dat de dokter standaard vraagt naar het alcoholgebruik van zijn patiënt en dit ontmoedigt vanwege de gezondheidsrisico’s. Uit onderzoek blijkt dat de patiënt er geen problemen mee heeft. Vindt u het belerend of paternalistisch? Is het omdat u zelf van een glaasje houdt? Alcoholbeleid hoort onderdeel te zijn van gezondheidsrichtlijnen. Zodat net als bij roken, overmatig alcoholgebruik wordt verbannen! Maar wat is overmatig?

 Marc van Impe

18:58 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (2)

06 november 2011

Van persoonlijke aard

‘We nemen u mee , voor één dag, naar een tentoonstelling, een grandioos evenement. U betaalt en wij zorgen voor een extra gids en een etentje.’ Zo’n uitnodiging had ik nog niet gezien. En ik kon dus niet anders dan er op in gaan. Te meer daar uitdrukkelijk vermeld stond dat alle kosten integraal fiscaal aftrekbaar waren. Zo kwam het dat wij ons op een zondagmiddag te Brugge begaven waar het zicht op de toegang tot de prachtige stad benomen wordt door wat lijkt op een overblijfsel van de Atlantikwal maar achteraf een Japans architecturaal meesterstuk bleek te zijn dat al tien keer meer  gekost heeft dan ooit begroot was. Daar zullen ze in Gent ook alles van weten als hun bibliotheek aan de Waalse Krook af is.

We bevonden ons in een akelig gezelschap van heren en dames met magere nekjes van een orde die graag aan aaneen geschoven tafels zit om dan een conversatie te beginnen over iets wat ze niet kunnen ‘om redenen van persoonlijke aard’ zoals een van hen me samenzweerderig vertelde.  We zaten niet maar waren veroordeeld om rechtstaand aan hoge ronde tafels waarrond een tutu was gespannen,  dingetjes te nuttigen die ik om redenen van persoonlijke aard het liefst vermijd. Ik aanhoorde  in een medische terminologie verpakt, heel wat geleuter waarin af en toe niet Cochran based woorden als BMW en Volvo opdoken. Het waren van die mensen die me ooit op een lokaal evenement  toevoegden dat ze met vakantie waren geweest in Kenya. Er viel een korte stilte. De andere tafeldame merkte daarbij op dat Sorrento ook  zeer interessant was. Waarop numero drie, in alle betekenissen van dat telwoord, er aan toevoegde dat zij de voorkeur gaf aan Antibes. De ogen waren nu op mij  gericht. Ik antwoordde dat het bij ons ging zoals in elk huishouden,  wat in het Tieltse dialect  klinkt als ’n kenya, n’kenyé. 

Het waren dus van die mensen die ergens last van hebben: van een gebrek aan wetenschappelijke kennis maar die liever niet willen dat iemand daar achter komt omdat ze dan wel eens zullen uitgelachen worden omwille van hun ‘persoonlijke aard’.  Verhalen vertellen ze graag maar die hebben nooit een hoofdpersoon als in een goed verhaal, die allerlei obstakels en draken moet overwinnen, voordat hij de jonkvrouw kan bevrijden of een medaille rond zijn nek kan hangen.  Altijd over ik.

Ze komen die avond thuis, die magere kippenhalzen, en dan slobberen ze nog wat thee want dat kalmeert. Alles is goed. Niets gaat verkeerd. De  juwelen gaan in de kluis, de broek in de vouw op het knaapje.  Alleen is er die jeuk. Soms dromen ze dat ze turner zijn en boven in de ringen hun afsprong moeten maken . Ik sta erbij en kijk er naar en zie hoe ze pats boem op hun billen terecht komen. Nooit gaan ze naar de Spelen. Maar wel naar de volgende vergadering annex gratis eetfestijn van de LOK. Om redenen van persoonlijke aard.

Marc van Impe

20:21 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)