10 april 2017

Betaal ziekenhuismanagers altijd als laatste

 
Betaal eerst het uitvoerend personeel, de zorg, de logistiek en het onderhoud en kijk dan hoeveel er overblijft voor gebouwen en management. Mijn vriend de ziekenhuisdirecteur die al geïrriteerd rondrijdt omdat iemand een kras getrokken heeft in het portier van zijn A8, kijkt me pissig aan. Volgens mij werd hierbij, gezien de aard en de diepte, en vooral de scherpte van de snee een scalpel gebruikt, wat duidelijk in een richting wijst. Maar zo’n uitspraak had hij op een zondagochtend niet verwacht. En zeker niet van mij.


Het zijn harde tijden voor ziekenhuisdirecteurs. Eerst is er hoofdverpleger Luc Van Gorp van de CM die maar liefst één op vier of in cijfers: 27 ziekenhuizen wil sluiten. Dan was er econoom Lieven Annemans die er nog een schepje bovenop deed en boudweg stelde dat er 10% teveel hospitaalbedden waren. En dan was er Marc Moens die gezegd had dat de CM de oudjes gewoon thuis in hun bedje wilde laten sterven. Plus een kras in de carrosserie van zijn brandnieuwe A8. En met die bouwvergunning voor dat prachtige nieuwe ziekenhuis op de oude waste grounds werd het al even waarschijnlijk als de bouw van Uplace. Straks moest hij nog echt turnleraar worden, wilde hij op actieve wijze zijn pensioenleeftijd halen. En daar waren de salarissen wel een stukje lager.


Ik herinner me uit de tijd dat de goede vader nog bestuurder was bij wat nu een regionale ziekenhuismastodont is , dat hij en zijn collega's in familiale middenklassewagens heen en weer reden. De ziekenhuisdirecteur die om de hoek woonde kwam met de fiets. Nu ziet de directieparking van het ziekenhuis als een showroom van autohandel Cardoen.


Het gaat er niet alleen om prachtige ziekenhuizen te bouwen, zeg ik, maar in de eerste plaats om de dingen juist te doen en tegen een redelijke kostprijs. Voordat ziekenhuisdirecties gaan pleiten voor hoger uitgaven zouden ze in de eerste plaats moeten denken waar ze zelf zouden kunnen besparen. Uiteindelijk kan dat niet ingewikkeld zijn. Toen ik zo'n twintig jaar terug een journalistiek bedrijfje begon, betaalde ik elke maand eerst het personeel en keek daarna hoeveel ik overhad voor mezelf en voor een hoognodige lik verf. Toen ik in arren moede de boeken moest neerleggen, gingen zij vrolijk naar het stempelkantoor, en trok ik me terug in een hoek van het dorp om een nieuwe list te verzinnen. In de ziekenhuizen van vandaag gaat het precies andersom. Daar wordt vrolijk losgerekend hoeveel men zou willen uitgeven, mogen de dokters wens- en verlanglijstjes maken, en gaat men dan kijken waar men op uitvoerend personeel kan bezuinigen. En vouwt de ziekenhuisdirecteur zorgvuldig zijn golden parachute.


Ik schrijf onze conversatie neer zoals we praten aan de bocht van de rivier. "Weet jij wel waar al dat geld dat je uit de zakken van de minister haalt en uit de beurzen van je artsen schudt, heengaat?" hij gooit steentjes nu, een teken dat ik hem op de zenuwen werk. "Als je niet weet waar je geld heengaat, is het verhogen van de uitgaven erger dan verspilling," citeer ik een Nederlands handboek.


De minister moet met haar ziekenhuishervorming niet over één nacht ijs gaan. Want zoals managementexperts weten leidt elke beleidswijziging tot een toename van de inefficiëntie. En laat de managers vooral niet toezien. Een manager die kijkt hoe van een eierdooier en wat olie mayonaise draait kan dit proces met zijn ogen doen mislukken. Zo geschift zijn ze. Men zou eerder zoals bij Tesla moeten kijken waar men welke ziekenhuismanagers kan afschaffen.


Dat heet de les van KLM: pas toen men daar meer cabine- en luchthavenpersoneel inzette, piloten kortere shifts liet vliegen, en het aantal managers met een vijfde verminderde, steeg de arbeidsvreugde en het rendement van de onderneming.


Ik weet het, het leven is niet eenvoudig voor een jonge ziekenhuismanager, zeker niet nu Peter De Gadt met pensioen gaat. En hij nog niet eens weet hoeveel een gesneden brood kost.


Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

12:19 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (1)

08 september 2016

Het einde van de komkommertijd

Niet veel komkommertijd gehad, de voorbije zomer. Het nieuws hield niet op. Daarom zitten we nu pas bij de bocht van de rivier en hebben we de gelegenheid om bij te praten. Het gesprek gaat over een kennis van ons, een man zo verheven boven het medisch voetvolk dat hij helemaal geen tijd heeft noch kan maken voor enkele filosofische gedachten bij een glas Orval. Nee, hij moet denken, praten, discussiëren en vooral publiceren. We komen automatische bij het thema ijdelheid.

IJdelheid is des mensen Maar bij sommige mensen, zeker binnen de academie, is ze meer prominent aanwezig dan bij andere, dat zal de lezer niet verwonderen. Ik heb daar geen moeite gezien enige ijdelheid mezelf niet vreemd is. Mijn vriend de huisarts daarentegen is de vlees geworden bescheidenheid. En dat bewijst hij zo om de veertien dagen met ingezonden brieven naar de reguliere en niet-reguliere media waarin hij zijn bescheiden mening ten beste geeft.

Ik las deze zomer dat die ijdelheid van academici gemeten is. In het vakblad Physics and Society werd deze zomer een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat nagenoeg tien procent van de citaten uit "mannelijke" wetenschappelijke publicaties eigenlijk referenties waren naar eigen, eerder gepubliceerd werk. De auteurs gingen niet licht tewerk en screenden maar liefst 1.5 miljoen publicaties. En nu komt het: als men de publicaties van de twee laatste decennia leest, wordt men geconfronteerd met het feit dat mannelijke auteurs maar liefst 70 procent vaker zichzelf citeren dan hun vrouwelijke collega's.

Ik leerde in de journalistenopleiding altijd dat je absoluut moet vermijden uit eigen werk te citeren, maar daar storen de (jongere) mannelijke wetenschappers zich absoluut niet aan. Ook blijkt nog dat vooral in de psychologie en psychiatrie het eigen gelijk graag bewezen mag worden aan de hand van een citaat van zichzelve. Zoals bekend maakte de bekende entomoloog Sigmund Freud uitgebreid gebruik van die techniek. In heb in het Leuvense een professor psychiatrie gekend die niet alleen zichzelf continu citeerde maar ook zijn assistenten tot zijn eigen dochter toe zijn citaten liet herhalen, waarbij hij de techniek van me, myself and I tot sublieme hoogten bracht. Nu hij het emeritaat bereikt heeft, zwijgt iedereen zedig over dit staaltje hubris. De academie kan ook mild zijn.

Wat me onvrijwillig bij het boek van Lieven Annemans brengt. Deze bezondigt zich niet aan het citeren van zijn eigen zelve maar maakt ruim plaats voor getuigenissen en ervaringen van echte patiënten. Hij spreekt soms in parabels, die Annemans, maar hij slaagt erin de vinger op zere wonden te leggen. De reacties waren navenant. Reeds op de dag van het verschijnen regende het negatieve en bozige commentaren van artsen die zich op een teer lichaamsonderdeel getrapt voelden. Merkwaardig hoe helderziend ze waren. Het boek was nog niet op de markt, de eerste interviews verschenen pas woensdagochtend, en toch leverden ze gedegen kritiek.

We bestellen nog een rondje Orval. Faut pas deconner, zegt onze Waalse collega. Hij heeft gelijk. Hij heeft trouwens een raadsel voor ons: vanwaar die Vlaamse uitdrukking "komkommertijd". In het Frans bestaat die helemaal niet. Hoewel hij ze leuk vindt. Ik ken het antwoord. In het Engels spreekt men ook over cucumbers time. Als men het heeft over nieuws uit nieuwsarme tijden. Mijn vriend de linguïst beweerde ook dat het begrip uit het Duits komt: daar heeft men het over de Sauregurkenzeit. De zomer is inderdaad de tijd dat men gurken oplegt. Maar helaas, ook al citeert hij zichzelve graag, hij dwaalt. Het Duitse woord is afgeleid van het Yidische Zoeres- und Joekresszeit, wat staat voor magere tijden, en het woord is dus een mondegreen. Daarop ontstaat een discussie die ik u wil onthouden.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

11:14 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

02 september 2016

Prof. Lieven Annemans: de dieven moeten eruit

Als je een lunchafspraak hebt met Lieven Annemans dan heb je geen tijd om te eten. Het gesprek met deze professor is een aaneenschakeling van ideeën, anekdotes, nuanceringen en nieuwe gedachtenpistes. De voorbije vijftien jaar heeft deze onorthodoxe gezondheidseconoom een curriculum en een bibliografie opgebouwd die niemand in dit land evenaart. Daarmee is hij in het gezondheidsdebat incontournable geworden, zoals de Franstaligen dat zo elegant weten te zeggen. Aanleiding voor het gesprek is zijn jongste boek dat de toepasselijke titel draagt 'Je geld of je leven, in de gezondheidszorg'.

Het is een stukje vakliteratuur dat ik ieder van u van harte wil aanraden. Ik hoop alleen maar dat er snel een Franse vertaling zal volgen. Lieven Annemans is hoogleraar in de Gezondheidseconomie aan de Ugent. Hij was gedurende 8 jaar voorzitter van de Vlaamse Gezondheidsraad en is erevoorzitter van de internationale vereniging voor farma-economie. Hij is laureaat van de Belgische Francqui Leerstoel en adviseerde het kabinet Volksgezondheid van Frank Vandenbroucke. In zijn vorige boek De prijs van uw gezondheid stelde hij een hervormingsplan van onze volksgezondheid voor dat uit tien pijlers bestaat. Daarin demonstreerde hij aan de hand van praktijkvoorbeelden hoe men in het verleden weliswaar bespaarde op de uitgaven maar ook dat dit vaak gebeurde ten koste van de kwaliteit van de zorg.

De ziekenfondsen waren daar niet gelukkig mee. De ambtenarij beet op zijn sjiek. Annemans: " Bij het kabinet De Block heeft men dat boek goed gelezen." De professor is content: "Deze minister bewijst dat het anders kan, haar aanpak is niet politiek of ideologisch maar pragmatisch. We zijn op de goede weg. Maar we zijn er nog niet. Daarom schreef ik Je geld of je leven."

Annemans maakt beelden van reële situaties . Geen academische zinnenbrouwerij maar gewone mensentaal. Dat is zijn sterkte. "Je vorige boek was een handleiding voor politici," zeg ik, "dit boek is een vragengids voor de volksvertegenwoordiging. Wie voor de verandering eens een interessante vraag wil stellen in de Kamer vindt hier volop inspiratie." Hij is het met mij eens. Annemans beschrijft hoe hij op onwaarschijnlijke situaties gestoten is. Hoe de cenakels functioneren waar de beslissingen –soms over leven en dood van de patiënt- genomen worden. "Ik heb moeten vaststellen dat meestal één figuur het hoge woord voert, de rest van het comité volgt. Laat staan dat er kritische vragen gesteld worden."

Als je dan al weet wat soms de wankele wetenschappelijke basis is waarop die beslissingen genomen worden, dan begin je te begrijpen waarom anomalieën bestaan. "We hebben nood aan een public appeal," zegt Annemans. "Laten we beginnen met de beslissingen rond het al dan niet terugbetalen van nieuwe onderzoeken, preventieve acties of behandelingen openbaar te maken. Het is voor de gewone burger vandaag absoluut niet duidelijk op basis waarvan men zulke beslissingen neemt.

De notulen van die vergaderingen moeten toegankelijk zijn zodat de burger weet waarom en hoe een beslissing tot stand komt. De wet op de openbaarheid van bestuur voorziet daarin. Ze zullen dan wel tweemaal nadenken in plaats dat ze zich er zomaar vanaf kunnen maken." Annemans verguist de ambtenaar niet. "Integendeel, er zijn duizenden mensen die hun opdracht naar best vermogen invullen. Maar er zijn ook de seingevers van de koers, geef ze een lint om de arm en een spiegelei en ze verworden tot de tergende controleur die alles stillegt als zijn arm dat wil. Dan zijn ze echt een commissielid in de slechtste zin van het woord." Maar ook de medische stand krijgt ervan langs.

"De uitwassen, de fraudeurs, die moeten weggesnoeid worden, zoals de dieven van een tomatenplant," zegt Annemans, " de ervaren tuinder knipt die dieven weg. Zo moet het ook in de geneeskunde. Geen kwaad woord over de tienduizenden artsen, tandartsen, apothekers, verpleegkundigen, kinesisten, psychologen en andere gezondheidswerkers die dagelijks voor honderdduizenden patiënten zorgen, hen bijstaan, hen soms een nieuw leven geven. Elke dag worden er in onze gezondheidszorg prachtige resultaten behaald, en elke dag staan al die gezondheidswerkers klaar om nieuwe wonderen te verrichten.

Het lijkt een beetje ondankbaar om dan een boek te schrijven waarin alleen maar verhalen staan over wat er fout gaat. Maar dit boek moest er komen, vond ik. Excellente zorg, zowel preventief als genezend, moet er zijn voor iedereen. Het is een fundamenteel recht. En iedereen heeft ook het recht om te weten en te begrijpen welke beslissingen er met het geld van de ziekteverzekering worden genomen en waarom. Want het geld van de ziekteverzekering, dat is ons geld. Tegen de fraude is een veel hardere aanpak nodig. Om te beginnen met een meldpunt waar mensen verdachte financiële praktijken aan het licht kunnen brengen. Zo'n meldpunt mag niet enkel via een website bereikbaar zijn.

Er moet ook een eenvoudig telefoonnummer komen. En naast de pure fraude zal de overconsumptie er ook aan moeten geloven. Het ziekenhuis van de toekomst gaat resoluut voor kwaliteit en houdt zich niet meer bezig met financiële achterkamerpraktijken om de omzet te maximaliseren. Ziekenhuizen mogen enkel nog die zorg aanbieden waarin ze het meest bekwaam zijn. Onnodige behandelingen en opnames zijn uit den boze. Het geld dat we daardoor kunnen recupereren, moeten we dan gebruiken voor meer preventie en nieuwe technieken en behandelingen – áls die hun geld waard zijn."

Annemans' sterk analytisch vermogen, zijn kennis van zaken, zijn no nonsens aanpak en zijn flair maken hem tot een auteur waaraan men niet voorbij kan gaan. Het enige wat ik in zijn verhaal mis is een hoofdstuk over patient empowerment. Het gaat in de gezondheidszorg niet alleen om geld, maar ook om data en dus om privacy. Sommigen hadden misschien gehoopt dat het bij dit boek zou blijven. Hier ligt een onderwerp voor een volgend werkstuk klaar. De lunch is over. Het is bij een koffie en een glas gebleven. Annemans is al weer onderweg naar een volgende afspraak.

Marc van Impe

Bron: MediQuality

 

15:33 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)