27 februari 2012

Afscheid van een vriend

De laatste maal dat ik hem zag,  zag hij er niet uit. Hij de prince of darkness, de rocker in de politiek, het superieure verstand, de Harley man, het nooit gesloten compromis, liep als een oude man langs de kaaien. Hij a lazy bastard in a suit… We dronken een café corretto en daarna nog een voor de goesting en nog een omdat het koud en guur was en dan nog een om het gouvernement te kloten. Dat gouvernement dat hij mee had helpen veranderen sinds zijn tijd bij het liberaal studentenverbond in de tijd dat het nog geen mode was liberaal te zijn en je op je bakkes kon krijgen als je links over de hekel haalde. We praatten over onze vrouwen, over nachten die als groot verlichte schepen voorbij voeren, en hoe we tegen de ochtend thuis kwamen, de lichten uit en de vers gezette koffie in de pompbak kieperden. Want oude bocht, dat zouden we niet drinken. Hij deed zijn beklag over zijn oncoloog die hem “had voorgelogen” hoewel ik wist dat het anders was en dat hij het was die dagen niet wou tellen. En dat ze hem niet zouden hebben, hij zou euthanasie plegen, met de vlag in de hand ten onder gaan. Het werd anders, niet minder dramatisch. Maar dat is het altijd op de Linkeroever: kouder, meer wind, strakker weer.

In het naar huis rijden luister ik naar de nieuwste cover CD van Leonard Cohen, hoe The Miserable Rich de Stranger Song beëindigen: “ I told when I came I was a stranger.” Hoe gaat het met je vrouw, vroeg ik. Hoe had je dat gewild, antwoordde hij vanachter zijn altijd te zware montuur. Ik hoor: “After all I did confess, I know you have to hate, but could you hate me less?” Het is die wind die zo hard bijt.

Marc van Impe

15:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

04 mei 2011

Embonpoint

In Maastricht wordt binnenkort een heel interessant internationaal congres gehouden waarbij nogal wat artsen hun wenkbrauwen zullen optrekken. Het thema  van deze unieke meeting is de gezamenlijke besluitvorming tussen  arts en patiënt of ‘Shared Decision Making’. Bij shared decison making is het niet alleen meer de arts die de behandeling voorschrijft, maar wordt de behandeling samen met de patiënt bepaald.  Wereldwijd is er een klein maar groeiend aantal (para)medici, verpleegkundigen en onderzoekers met dit onderwerp bezig. Shared decision making zien we met name in Canada, bepaalde delen van de VS, de UK en Duitsland.

Deze benadering van de behandelingswijze van de patiënt staat diagonaal tegenover wat ik graag het Maputo-model noem of de zogenaamde sociale gezondheidstrajecten die men ons zo graag wil opdringen en die maar geen ingang vinden. De ingenieurs van de ziel op de Tervurenlaan en de uitvinders van de maakbare mens willen niet aan shared decision making doen. En merkwaardig genoeg worden ze daarin graag gevolgd door hun opponenten,  de ultra liberale doktoors , die het per definitie altijd beter weten en huiveren bij de gedachte dat de patiënt vragen zou durven stellen bij hun beleid. De waarheid en de redelijkheid ligt zoals gewoonlijk in het midden.  Landelijke klinische praktijk richtlijnen moeten als handvatten en hulpmiddelen dienen om meer eenheid te creëren in de behandelmethoden tussen artsen, maar ze moeten en mogen zeker niet dogmatisch gebruikt worden.

” De arts moet deze richtlijnen flexibel kunnen interpreteren en afstemmen met de patiënt. Gezamenlijke besluitvorming kan aan dat proces handen en voeten geven,” zegt Trudy van der Weijden, hoogleraar implementatie van richtlijnen aan de Universiteit Maastricht.  Ik laat haar even aan het woord. “Wikken en wegen over het al dan niet starten van een behandeling, een screening of diagnostische test, is dan een beslissing die gezamenlijk wordt genomen. De patiënt kan daarbij zelf meebeslissen of hij behandeld wil worden conform de eerste keus, een alternatieve behandeloptie zoals beschreven in de richtlijnen, of dat helemaal van de richtlijn wordt afgeweken. Dat is belangrijk wanneer het bij medische interventies gaat om dilemma’s tussen levensverlenging en de kwaliteit van leven.

Een voorbeeld is het dilemma bij behandeling van prostaatkanker. Bestraling met een hoge dosis geeft de meeste kans op levensverlenging, maar ook op vervelende bijwerkingen zoals incontinentie en seksuele dysfunctie, en dus minder kwaliteit van leven. Bestraling met een lagere dosis geeft minder levensverlenging, maar veel minder kans op de vervelende bijwerkingen. In die dilemma’s maakt iedereen andere keuzes afhankelijk van zijn of haar persoonlijke situatie en waarden”, aldus Van der Weijden.

Uit studies blijkt dat als je de patiënt betrekt en keuzehulpen biedt, dat patiënten over het algemeen vaker dan de behandelend arts een afwachtende houding aannemen. Keuzehulpen zijn er in allerlei vormen; van documentatie en een informatiezuil op de polikliniek, tot uitgebreid digitaal materiaal. Uit onderzoek blijkt dat de meeste keuzehulpen thuis worden gebruikt. Ook blijkt dat er voor de behandelend arts geen extra tijd gemoeid hoeft te zijn met het verstrekken van de keuzehulpen, de consultduur blijft nagenoeg gelijk. Dat betekent wel dat de arts beslagen op het ijs moet komen en zich niet weg kan maken met de klassieke dooddoeners of met uitstelgedrag. 

Ik moest hieraan denken toen ik vorige week, op bezoek in een Antwerps UZA een zeer geleerde specialist met zo’n half klerkenbrilletje op de punt van zijn neus en een embonpoint boven de gordel tegen een openstaande deur zag aanlopen. Ik heb niets gezegd. Ik keek vol verwachting toe. Wat moest gebeuren zou gebeuren en de man had toch niet geluisterd. Want wie was hier de expert in de bepaling van de menselijke schade? Hier was geen plaats voor shared decision making.

Marc van Impe

Het internationale congres Shared Decision Making 2011 wordt van 19 tot en met 22 juni gehouden in Hotel Crowne Plaza in Maastricht. Voor meer informatie www.isdm2011.org

09:38 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)