01 februari 2016

Stervenshulp in eigen regie of zelfmoord ?

Uit een onderzoek van de Nederlandse krant NRC blijkt dat maar liefst 44 procent van de lezers van deze kwaliteitskrant vindt dat er in Nederland een levenseindepil moet beschikbaar zijn voor 75-plussers. De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde vindt dat euthanasie tot het normaal medisch handelen van de huisarts moet horen. Ondertussen buigt een commissie zich in opdracht van de overheid over “de juridische mogelijkheden en maatschappelijke dilemma’s met betrekking tot hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten”.

In Nederland gaat de strijd over de ruimte die de wet mag bieden voor vrijwillige levensbeëindiging door en "het is duidelijk wie er aan de winnende hand is," schrijft de NRC in een commentaar. In feite gaat het debat om wie mag beslissen of en wat ondraaglijk is. Het is een debat met een open einde geworden.

Voor en tegenstanders staan diametraal tegenover elkaar: zij die beweren dat de wetgever enkel terminaal-zieke patiënten voor het oog had, toen euthanasie buiten strafvervolging werd geplaatst- de eerste fase- en zij die zweren dat de wetgever deze maatregel nooit wou beperken tot de terminaalzieke patiënt.

In feite heeft euthanasie zich van een medische noodoplossing tot een exit-oplossing ontwikkeld. Bij een in vrijheid genoten leven hoort ook een in vrijheid gekozen dood. Dat doet de spanning tussen de patiënt die heel wat verwacht, en zijn arts, die veel minder bereid is te doen, alsmaar toenemen. De goede-dood-lobby zoals de voorstanders van euthanasie genoemd worden, sluit naar mijn inzien de artsen nogal gemakkelijk buiten het debat. In feite maken ze van de euthanaserende huisarts het spiegelbeeld van de verloskundige. Maar daar is die helemaal niet toe opgeleid en mentaal niet op voorbereid.

Een gecontroleerde beschikbaarstelling van een levenseindepil zou daar een oplossing kunnen bieden. Je komt dan terecht in een soort van Zwitserse toestand, waar hulp bij zelfmoord niet strafbaar is. Sterven in eigen regie, eventueel met hulp van derden. Volgens mij een al te riskant avontuur, zeker als men weet hoe makkelijk de meeste mensen zich nu al laten ompraten.

Ik blijf voor een vrije keuze in alle omstandigheden. Maar dat betekent dan ook dat ik op een onafhankelijke manier over alle mogelijke informatie beschik én dat ik die begrijp. Dat laatste wil liever aan niemand overlaten. Ook niet aan een arts.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

17:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

12 juni 2011

Vangnet

Vorige maand deed een bejaard echtpaar uit mijn dorp euthanasie. De man was ongeneeslijk ziek, de vrouw leed aan ernstige ouderdomskwalen. Ze stapten gezamenlijk uit het leven met de hulp van hun huisarts en gesterkt door het ziekensacrament. Ik gebruik bewust het werkwoord doen en niet plegen, omdat dat laatste voor mij de connotatie heeft van grensoverschrijdend gedrag dat eventueel gesanctioneerd wordt. Men pleegt meineed, woordbreuk, vluchtmisdrijf, overspel, te liegen, een moord en ga zo maar door, maar euthanasie past voor mij niet in dat rijtje. Euthanasie doet men. Men ondergaat het ook niet. Het is een bewuste keuze. Net zoals het een bewuste keuze van het echtpaar was voor de katholieke afscheidsriten.

Hiermee is niet zozeer een taboe doorbroken, zoals dokter Marc Cosyns ons wil doen geloven, dan wel een belangrijk signaal gegeven. Met name dat de werkelijkheid elke theoretische overweging overstijgt. Voor de kerk is dit maar moeilijk te slikken. De kerk blijft bij monde van theoloog en CD&V’er Jürgen Mettepenningen pleiten voor palliatieve sedatie en meer aandacht voor ouderenzorg. Zowel Cosyns als Mettepenningen begeven zich op glad ijs. Allebei proberen ze regels op te leggen.

Dat doet me denken aan de Zwitserse psychiater Elisabeth Kübler-Ross die in het najaar van 1964, toen ze een lezing moest geven, een gelijkaardige grens overschreed en op glad ijs terecht kwam. Tot dan toe geloofden artsen dat het mensen aan het eind van hun leven niet wilden weten hoe erg ze er aan toe waren. Het slechte nieuws werd verpakt in eufemismen of werd in het beste geval enkel aan de familie verteld. Voor Kübler-Ross was dit niet meer dan een vorm van lafheid en in tegenstrijd met de humanistische houding die elke arts tegenover zijn patiënten verplicht is. Op die manier had de geneeskunde de dood uit het leven gebannen. Er kwamen  boeken van zoals On Grief and Grieving. Zoals te verwachten was, viel het medisch establishment uiteen in twee fracties. Zij die bij Kübler-Ross’ ‘handboek’ zweerden en de rabiate tegenstanders. Finaal bleken beide partijen het fout voor te hebben. Sterven en rouwen blijken ingewikkelder in elkaar te zitten. Wie rouwt ondergaat psychologische en fysiologische processen die eerder niet erkend werden. Kübler-Ross was de eerste om dit toe te geven. Er bestaan geen regels die vastleggen hoe je moet rouwen of omgaan met je eigen nakende overlijden. Ondertussen is het taboe over het terminale lijden meestentijds opgeheven. Het sterven zelf is het nieuwe taboe. Sterven is onvermijdelijk en onlogisch.  Dat ervaren van onlogica kan volgens de Britse psychiater Colin Murrray Parkes alleen maar tot zoeken leiden. Dat gaat gepaard met woede, opwinding, angst en verdriet. Zoals een kind dat voor het eerst zijn moeder aan de schoolpoort ziet verdwijnen. Het kind slaat alarm want zijn steun en toeverlaat is weg. Dood gaan is achtergelaten worden bij de poort. We moeten er allemaal op onze eigen manier doorheen. Dat is de enige regel die telt.

Marc van Impe

10:45 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)