15 januari 2013

Obsessie

 

Uit alle statistieken blijkt dat we nog nooit in het menselijk bestaan zo gezond en zo lang leefden als tegenwoordig.  Op reis in het vliegtuig las ik een al lang vergeten boekje over de geschiedenis van onze gezondheidszorg. Ik ben de hele vlucht – en het was een lange afstandsvlucht-  wakker gebleven. Zelfs in de zogenaamd gezonde oertijden leefden we ellendiger dan we ons kunnen voorstellen. Het heeft tot enkele tientallen jaren geleden geduurd voor ik statistisch leerde dat ik de kans maak 75 te worden. En toch krijgen steeds meer mensen het label ongezond opgeplakt. In ons land leven volgens diezelfde statistieken 11 miljoen mensen  met een ziekte of aandoening. En dat zijn niet enkel oudere chronische zieken. Onze kinderen worden ongezond geboren.  Ik geloof dus echt dat onze obsessie met gezondheid op een epidemie begint te lijken. De gezondheidsrisico’s beloeren ons en we vinden dat iemand die moet uitsluiten. In de eerste plaats is dat een taak voor de overheid. Er zijn genoeg politici die graag meesurfen op de golf van de idiotie van de dag en die daarover een vraag willen stellen. De overheid die leeft bij de gratie van de angst en het gebrek aan kennis van de gewone man doet daar graag aan mee. In plaats van echte beleidsmaatregelen te nemen is het makkelijker om sancties en regeltjes uit te vaardigen. Wat dan het perverse effect heeft dat we wel alles willen doen voor onze gezondheid, maar ook de betutteling door diezelfde overheid overheid. Want onze leefstijl is privé. Een interessant boek in dat verband is De gezondheidsepidemie dat pleit voor een omslag in ons denken over ziekte en gezondheid en daarbij de rol van burger en overheid onder de loep neemt. Harde onderzoeksresultaten zijn daarbij het uitgangspunt. De auteurs schetsen op die manier een verrassend en helder perspectief op het begrip gezondheid.  De gezondheidsepidemie is geschreven door onderzoekers van het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Iets voor Valentijn.
Marc van Impe
De gezondheidsepidemie, Auteur: J. Polder, S. Kooiker, F. van der Lucht, ISBN: 9789035233355

10:03 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

09 april 2012

Gaan uit vrije wil

Zowel in Nederland als in Frankrijk als in Groot-Brittanië is sterven uit vrije wil een belangrijk onderwerp van debat geworden. In Nederland kreeg het initiatief Uit Vrije Wil maar liefst 120.000 steunbetuigingen voor haar voorstel om 70-plussers die hun leven als voltooid beschouwen, het recht op hulp bij zelfdoding te geven. Ook al is daarvoor geen dringende medische reden. In Frankrijk is zelfdoding een verkiezingsitem geworden. De krijtlijnen kunnen snel getrokken worden: (gelovig) rechts is tegen, vrijzinnig centrum is voor. In Frankrijk woedt het debat vooral op filosofisch niveau, onder mensen met dubbele voor- en familienamen. In Nederland is het een breed maatschappelijk gebeuren waar politici, artsen, cabaretiers en televisiemensen zich gretig in mengen. Dat zet me aan het denken. Wat wil ik? Seneca zei tweeduizend jaar geleden al: “Voor ik mijn oude dag bereikte, was het mijn zorg goed te leven, op mijn oude dag is dat om goed te sterven. En goed sterven- zo voegde hij daar uitdrukkelijk aan toe- is vrijwillig sterven.” Ik denk dat hier de kern van het debat geraakt wordt. Niemand wil vermoord worden, niemand wil in een dodelijk ongeval het leven verliezen, niemand wil tegen zijn zin sterven. Leven is een grondrecht. Maar sterven is dat even goed. De neuroloog Dick Swaab, die we in deze column al een paar keer citeerden, zegt in dat verband: “ Ik wil baas in eigen brein zijn. Bij mijn conceptie en geboorte is dat niet gelukt. Bij het eind van mijn leven eis ik dat recht onverkort op.” Ik ben geneigd hem te volgen. De bekende jurist Eugène Sutorius stelt dat mensen veel ouder worden dan vroeger. “We moeten de keerzijde daarvan gaan inzien. Het lot regisseert maar sterven kan beter! Beslissingen over leven en dood behoren tot ons domein.”

Ik vind wel dat dit recht enkel aan oudere mensen moet toegekend worden. Aan zeventig plussers bijvoorbeeld. Aan mensen die van oordeel zijn dat hun leven voltooid is. Ik hoop alleen maar dat tegen die tijd er een speciaal opgeleid iemand is zal zijn die –gesteld dat de geleerde vrouw er niet meer is- met mij over mijn zelfgekozen dood wil praten, iemand die me in dat proces kan leiden en me eventueel kan helpen om mijn wens te verwezenlijken. Maar laat er niemand opstaan die mij gaat zeggen dat mijn tijd om te gaan gekomen is. Kijk, dat ene moment, dat wil ik –geloof ik- zelf kiezen. En ik eis het recht om van gedacht te veranderen. U mag op deze reageren. We hebben het dus niet over euthanasie.  Ik hoop u te lezen. Graag zelfs.

Marc van Impe

16:40 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)

18 mei 2011

Poolse worst

Zit rechtop, spreek met twee woorden, eet met je mond dicht,  praat niet terwijl je eet, geef een hand, wacht tot je aangesproken wordt, zeg altijd dank u, spreek met twee woorden, maak je huiswerk, neem geen snoepjes aan, kijk niet naar vieze plaatjes, loop niet in de plassen, wees beleefd tegen meisjes, drink niet teveel, lees een goed boek, hou je handen thuis, denk toch eens na, doe die sigaret uit je mond… Als ik die zinnetjes hoor moet ik aan mijn goede vader denken. De man die me leerde dat ik moest uitkijken voor bankiers, politici en slechte vrienden  - in die volgorde- want ze zijn op het eerste gezicht charmant, hebben een enorm gevoel voor eigenwaarde, voelen geen schuld noch medelijden en het zijn pathologische leugenaars. Kijk altijd of iemand handelt naar zijn woorden, zei hij. Doet hij dat niet, laat hem dan weten dat je hem doorhebt. Maar geloof hem nooit. Pas jaren later heb ik begrepen dat hij zo zijn eigen schaal van Hare hanteerde.                                 

Wat het roken betreft was mijn vader dubbel. Hij hield er om de zoveel jaar mee op, om dan weer opnieuw te beginnen met een fijne sigaar, een geurige pijp, een dure Engelse sigaret. Pas toen hij de laatste keer stopte was het definitief.

Daar lig ik dus aan te denken terwijl ik uit het raam van de kamer die voor een paar dagen de mijne is naar beneden kijk. Wachtend op de arts die toert. Op het binnenplein wordt gerookt. Mannen  en vrouwen in het groen en het wit, een hark in een pak met een iPad onder arm, en in wagentjes, als ouwe mussen, kwetterend tegen elkaar en zeer ernstig kijkend: patiënten aan een infuus. Rokend. Langs de katheter het leven, langs het strot de dood. Onder een stalblauwe hemel, geen triester beeld.

Waarom doet de ministre hier niets aan? In cafés mag niet meer gerookt worden. Geen perron waar je nog een peuk kwijt kan. Maar op het plein voor de kliniek mag het wel. En wat met de voorbeeldfunctie van de zorgkundige? Ik begrijp dit niet.

 

 De Australische regering is van plan om vanaf januari 2012 sigaretten en roltabak te laten verkopen in olijfgroen inpakpapier. Geen fancy pakjes meer die tonen dat je een Rizla-vrouw bent, een Marlboro-man, of een Camel-mannetje. Je bent een sukkel die rookt. In Australië heeft een kind onder de 17 nooit een advertentie voor sigaretten gezien. Het percentage rokers bij volwassenen en de jeugd is er dan ook het laagst ter wereld.

Waarom stelt de ministre niet voor om sigaretten per gewicht te verkopen? Los, in een ouwe krant gerold. Sigaretten als een zwetende Poolse worst uit de nachtwinkel.  Da’s pas een aanpak.

 

Ook ik heb gerookt maar ik prijs me gelukkig dat ik er bijna 25 jaar geleden mee gestopt ben. Ik haat de roker niet. Ik misprijs hem niet. Ik vind hem hilarisch. Op reclames zie je lachende mensen roken. In het echte leven kijken rokers zeer serieus: hier wordt aan kanker gewerkt. No jokes, please.

 

Marc van Impe

08:47 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (4)