17 maart 2016

Dringend medische hulp nodig: naar de huisartsenwachtpost of spoeddienst?

De ene laat een piramide achter, de ander een telefoonnummer. Voormalig minister Laurette Onkelinx koos voor het laatste. Het nummer dat ze achterliet is 1733. Het nummer voor de wachtdienst van de huisartsen. Hoeveel tijdverlies, hoeveel nodeloze complicaties indien niet sterfgevallen dit nummer opgeleverd heeft, valt niet te schatten. Nochtans was men ervoor gewaarschuwd.

Noodnummers moeten eenvoudig, makkelijk te onthouden en liefst universeel zijn. In de VS bel je in geval van nood 911. In het Verenigd Koninkrijk is het 999, maar je kan net zo goed het Europese noodnummer 112 bellen. In België heb je –hoe kan het anders- dus een apart nummer voor noodhulp voor de eerste lijn, 1733, en 112 voor de spoeddienst in een ziekenhuis.

Uiteraard moet je als patiënt die dringende hulp nodig heeft, eerst zelf uitmaken of je je huisarts dan wel de hulpdiensten moet oproepen. Een praktisch voorbeeld: je snijdt een ui én een jaap in je hand. Huisarts of spoed? Het valt niet altijd mee om zelf in te schatten of je je best wendt tot de huisarts van wacht dan wel de spoed.

De verwarring leidt tot misverstanden en tijdverlies. "Nochtans is het duidelijk," schrijft Peter Degadt van Icuro in zijn jongste nieuwsbrief: "Als de zorgnood dringend is, dan moet de patiënt zo snel mogelijk geholpen worden, ook buiten de kantooruren. Daarom pleiten wij ervoor dat patiënten zich kunnen wenden tot één centraal telefoonnummer en één plaats waar ze zich aanmelden. Na pre-triage wordt de patiënt dan geholpen door de meest geschikte zorgverstrekker."

Dat veronderstelt dan wel dat er een pre-triage kan plaats vinden. Ik heb het ooit live mogen meemaken. Vingers onder een grasmachine, topje van twee vingers weg. Het was een mooie zomeravond. Geen huisarts te bereiken. Een ambulance bel je in zo'n geval niet. De race naar het dichtst bijgelegen ziekenhuis, zijnde Gasthuisberg. En dan drie uur wachten voor een assistent de eerste zorgen -veel te laat- komt toedienen.

"Tal van factoren bepalen welke keuze de patiënt uiteindelijk zal maken: sociaal-economische status, perceptie dat de spoed gratis is, geografische nabijheid, onwetendheid over de alternatieven, pure gewoonte enz. Die elementen zorgen ervoor dat de patiënt niet altijd op de snelste of meest doeltreffende manier wordt geholpen," zegt men bij Icuro.

Om in kritische situaties verwarring of foute keuzes te vermijden, is het volgens Zorgnet-Icuro van essentieel belang dat de eerste lijn (huisartsen) en de tweede lijn (ziekenhuizen) structureel samenwerken. Heldere afspraken zijn nodig over de behandeling, verwijzing en terugverwijzing van patiënten. Bovendien moeten de beschikbare infrastructuur en (dure) apparatuur optimaal worden ingezet. Hiervoor is het cruciaal om één centraal aanmeldpunt voor de patiënt op te richten.

Daarom wordt het nummer 1733 best  geïntegreerd in het nummer 112. Het nummer 112 is immers het Europees oproepnummer en moet als enig nummer behouden blijven, en door iedereen gekend zijn. Wanneer de patiënt dit nummer belt, komt hij terecht bij een oproepcentrale waar goed opgeleid en gekwalificeerd personeel de zorgvraag van de patiënt in kaart brengt. Zij verbinden de patiënt door naar de juiste zorgverstrekker: huisarts van wacht, spoeddienst, inschakeling ziekenwagen of MUG…

Het advies kan zelfs zijn om nog te wachten met het inschakelen van zorg. Pre-triage door een geïntegreerd model waarbij huisartsenwachtposten en spoeddiensten zich op één locatie bevinden, met behoud van afzonderlijke architectonische eenheid, maar met gemeenschappelijke triage die de patiënt onmiddellijk doorverwijst naar de juiste setting. Dergelijke aanpak heeft vele voordelen: de aanpak van niet-planbare zorg wordt gestandaardiseerd, de huisarts bevindt zich in een veiliger omgeving, er is een gezamenlijk gebruik van infrastructuur en prioritaire voertuigen…

Dat is ook praktisch voor de patiënt, bv. wanneer die met een verzwikte enkel na aanmelding op de huisartsenwachtpost onmiddellijk in het ziekenhuis terecht kan voor een RX. Uiteraard moeten huisartsenwachtposten ook nog buiten spoedgevallendiensten kunnen worden ingeplant in gebieden waar zich in de buurt geen spoedgevallendienst bevindt.

Minister Maggie De Block, die als huisarts weet dat een patiënt zich niet houdt aan een 9 to 5 dienstregeling, kondigde in haar beleidsnota gezondheidszorg alvast aan de nodige initiatieven te nemen om het systeem te hervormen. Nu nog het geld vinden.

We zijn benieuwd.

Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

16:00 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

22 mei 2014

Aan de vooravond van de verkiezingen

Aan de vooravond van de verkiezingen 
 
VILVOORDE 20/05 - Toen professor Lieven Annemans, nu enkele maanden geleden zijn boek presenteerde over de staat van onze gezondheidszorg, zei een bekende Brusselse chirurg me dat het niet toevallig weer eens een Vlaming was die zo kort voor de verkiezingen zo nodig in de soep moest spuwen.
Volgens Annemans deugt er zowat niets aan het middellangetermijnbeleid van onze zorg en zullen we –als we op deze weg verder gaan-, in 2058 niet minder dan dertig procent van ons Bruto Intern Product uitgeven aan gezondheid. De publicatie van Annemans kon op algemene bijval rekenen in Vlaanderen. In Franstalig België waren de reacties een stuk negatiever. Op het kabinet van de ministre werd de stormvlag gehesen. Maar een antwoord kwam er niet.
We gaan hier niet onze kritische bespreking herhalen, maar als men niet 1) de rol van de huisarts centraal gaat stellen, 2) een doorgedreven en efficiënt informaticasysteem opzet en 3) de financiering van de ziekenhuizen totaal omgooit, dan gaat "het beste gezondheidsstelsel ter wereld" onvermijdelijk naar de verdoemenis.
Minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx (PS) had het over de voorspelling van de Apocalyps. "Crier au loup est une démarche stérile qui ne sert qu'à inquiéter la population", klonk het letterlijk. Zij rekent op de professionelen van de gezondheidssector. Maar daar schort het precies aan. De zogenaamde professionelen van de sector zijn aardig tekort geschoten. Onze gezondheidszorg is met zijn 26,6 miljard euro of 8% de grootste uitgavenpost op de federale begroting. En waar de groeinorm op 3.5% lag, bleef die in werkelijkheid rond de 2,06% hangen. Volgens Michel Jadot, voorzitter van de Mutualités Socialistes, liggen onze uitgaven dan ook binnen de Europese normen. In 2011 werd via radiologie en biologie maar liefst 4 miljard euro bespaard. Niet iedereen was daar even gelukkig mee.
Voor de Franstalige partijen hoeft er in feite niets te veranderen. Het beleid is op kruissnelheid, zo heet het en de belangrijkste maatregelen zijn al genomen. Zoals het verbieden van supplementen in gemeenschappelijke en tweepersoonskamers; de prijsverlaging voor ruim 2.500 medicijnen; de versnelde terugbetalingsprocedure voor levensreddende medicatie; het specifieke terugbetalingsstatuut voor 840.000 chronisch zieken en een half miljoen bijkomende rechthebbenden. En dan is er het e-Healthsysteem dat in volle ontwikkeling is en waar niemand behalve de direct betrokkenen over in de wolken zijn. Er werden tientallen maatregelen en (maat)regeltjes getroffen, de ene al positiever dan de andere, maar van een globaal plan was in feit geen sprake.
Er waren ook minder gelukkige besluiten: zoals de afschaffing van de numerus clausus aan de Franstalige universiteiten, wat tussen 2014 en 2020 zo'n 6.500 tot 7.500 afgestudeerde artsen zal opleveren voor het zuidelijk deel van het land, waar er maar 2.830 Riziv-nummers beschikbaar zullen zijn. Maar dat is een voorzorgsmaatregel voor de toekomst, want dan zullen er in Wallonië en Brussel heel wat huisartsen tekort zijn, zegt het kabinet. En dan is er de erkenning van psychotherapie en alternatieve therapieën, die Onkelinx graag "zachte" of "parallelle" geneeswijzen noemt, maar die aan Vlaamse kant alleen maar de ergernis van de academie opwekken. Geen enkele van de Franstalige partijen wil eigenlijk dat het bestaande systeem verandert.
In Vlaanderen daarentegen zien we opmerkelijke overeenkomst tussen de linkse partijen sp.a en Groen en de N-VA die alle drie willen dat de artsen correcter betaald worden en dat de patiënt –lees het ziekenfonds- van een stuk administratieve rompslomp verlost wordt. De N-VA wil een rem op de spoeddiensten, Groen wil een abonnementsgeneeskunde voor de eerste lijn, en de sp.a wil net zoals de twee reeds genoemde partijen, de groene doktersbriefjes bij de huisarts afschaffen. De CD&V wil de artseninkomens herijken, waarbij dus specialisten zonder technische prestaties meer gaan verdienen. Er is dus één groep artsen die voluit op de tenen getrapt wordt en dat zijn de specialisten die een lab runnen, of technische prestaties uitvoeren.
Er is slechts één partij die voluit voor zware besparingen gaat en dat is het Vlaams Belang: die willen 4 miljard wegsnijden, dat is zo'n 15% eraf. Volgens die partij bestaan er in ons land twee medische culturen, de Vlaamse en de Waalse, en daarom moet de gezondheidszorg gesplitst. Maar de marsrichting blijft voor alle partijen dezelfde: de betaling per prestatie moet eruit!
En wat de ziekenfondsen betreft is de N-VA het duidelijkst: "Het zal niet langer mogelijk zijn dat ziekenfondsen zowel de regels opstellen als ze uitvoeren én controleren." Waarop Michel Jadot riposteert: " Que ceux qui prétendent pouvoir faire mieux que les mutualités prennent notre place s'ils le veulent. »
 
Marc van Impe

 

Bron: MediQuality

15:52 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

19 juni 2012

De Latijnse les

Ik werd vannacht wakker en dacht aan de Latijnse les uit de retorica.  "Timeo Danaos et dona ferentes" is de zin die door mijn hoofd schoot. Dit is een Latijns citaat uit Vergilius' episch verhaal over de Trojaanse vorst  Aeneas.  (Aenis, zang II, vers 49) en het betekent: "Ik ben bang voor Danaërs (= 'Grieken'), ook als zij geschenken aanbieden". Waarom deze uitstap naar de klassieke literatuur? Wel, ik maakte onbewust een optelsom van uitspraken en standpunten van onze gewaardeerde minister van Volksgezondheid, mevrouw  Laurette Onkelinx. 1. De minister wil dat de gezondheidskosten voor chronisch zieke patiënten tot het absolute minimum herleid worden. Daarom wil ze een algemeen ingevoerde derdebetalerregeling, niet alleen voor ziekenhuisconsultaties en –verblijven, maar ook bij de huisarts. Daar valt veel voor te zeggen. Maar voor wat hoort wat, ook in de gezondheidszorg. En dat is 2. De minister wil dat chronische ziekten behandeld worden volgens een zorgtraject. Dat houdt in dat arts, ziekenfonds en patiënt een afspraak maken die er op neer komt dat de arts en de patiënt het traject zoals dat is uitgestippeld door het Riziv – lees: de verzamelde ziekenfondsen- nauwgezet gaan volgen. Zo’n trajecten bestaan al voor patiënten die aan diabetes en aan chronisch nierfalen lijden. In Vlaanderen is er redelijk wat interesse voor dit soort van vastgelegde geneeskunde: de dokter krijgt een jaarlijks forfait en de patiënt krijgt zijn medicatie gratis. In Franstalig België is de belangstelling minimaal. Hier valt veel over te zeggen, maar dat zou ons buiten het bestek van deze  blog brengen. Feit is dat trajectgeneeskunde in vele gevallen werkt, maar niet in alle gevallen en dat individuele zorg altijd goedkoper en beter is voor de patiënt. En dan komt 3. De minister wil alleen nog werken met zogenaamde evidence based behandelmodellen. Dat zal heel wat CVS/ME en fibromyalgiepatiënten bekend in de oren klinken. Was het niet evidence based dat cognitieve gedragstherapie en graded excercise voor hen alleen zaligmakend waren? Helaas heeft het onderzoek van het Riziv en het KCE het tegendeel bewezen, maar daarom treurt men niet. Men geeft het kind een nieuwe naam. Bijvoorbeeld: mindfulness. En wat wil het toeval: voorbije week publiceerde de KULeuven de resultaten van een mega-onderzoek waaruit moet blijken dat mindfulness de panacee is voor alles wat zowat los en vast aan je lijf zit, dus vooral voor somatoforme aandoeningen zoals depressie. Voelt u hem al komen? Hier komt 4. De minister wil dat de psychologische zorg betaalbaar wordt voor de patiënt, dus gaan “echte” psychotherapeuten en huisartsen die een bijzonder opleiding psychologie gevolgd hebben –hadden ze dat dan eerder niet gehad?- een nieuw nomenclatuurnummer krijgen. De patiënt gaat dus zijn psychotherapie, ook als die niet bij een psychiater loopt, terugbetaald krijgen. Goed nieuws? Zeker, goed nieuws als daar niet een adder onder het gras zat. Pats boem hier komt 5.  De minister zegt dat ze niet alleen begaan is met de chronisch zieke en dus minvermogende patiënten maar vooral met de patiënten die lijden aan het chronisch vermoeidheidssyndroom en fibromyalgie die ‘ af te rekenen hebben met het onbegrip van hun dokter, hun familie en de verzekeringsinstellingen’. De minister heeft het licht gezien. Prijst de heer! Ware het niet dat als ik 1+2+3+4+5 achterelkaar zet de volgende combinatie bekom: Derdebetaler op voorwaarde dat ik een zorgtraject volg, dat gebaseerd is op zogenaamde evidence based medicine, verstrekt door psychotherapeuten of psychologisch bijgeschoolde huisartsen en dit specifiek toegepast op CVS/ME en fibromyalgiepatiënten. Dat betekent dus afgelopen met echte geneeskunde en retour naar de praatdivan.  De minister heeft haar best gedaan, de patiënten krijgen extra aandacht. Wie klaagt er nog? En wie iets anders wil, die mag het zelf betalen. Ik kan me vergissen natuurlijk maar je moet geen Latijn geleerd hebben om hier ’s nachts wakker van te schrikken. In het goed Vlaams zegt men: "Als de vos de passie preekt, boer, let op je ganzen!” tijd dat we aan ons hek rond ons erf gaan werken.

Marc van Impe

14:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (3)