13 maart 2013

Slangenolie en positief denken

Zegt de naam van dokter Emile Coué u iets? Waarschijnlijk niet. In 1922-23 was deze man echter wereldberoemd en dat had hij vooral aan de media te danken. Dat kwam zo: Coué had een bijzonder goede babbel op: de man verkocht het verhaal dat als je positief dacht je zowat alles kon genezen: reuma, TBC, astma, kanker, je kon het niet verzinnen of positief denken -als je dat uiteraard volgens de Coué methode toepaste- maakte je weer beter. Coué ’s grootste succes bereikte hij in de Verenigde Staten waar de reporters van het nieuwe medium radio hem op de handen droegen. Radio was toen wat Twitter nu is: revolutionair, alomtegenwoordig, ogenschijnlijk toegankelijk voor al wie geen al te zwaar spraakgebrek had en direct. Coué had ook een wonderspreuk, een mantra dat zijn patiënten voortdurend moesten herhalen, luidop of in gedachten, om het even: “Every day, every way, I’m getting better and better.”  “Elke dag gaat het me in alle opzichten beter en beter.” “Tous les jours et à tous points de vue, je vais de mieux en mieux”. Zonder de radio had Coué nergens gestaan. Het was in die tijd dan ook de uitgelezen marktplaats voor andere mirakeldoeners, predikers, kwakzalvers, gebedsgenezers en wat de Amerikanen zo mooi weten te omschrijven als snake oil salesmen. Maar er was meer: omdat wat Coué vertelde plausibel was en de man niet alleen de steun kreeg van de media maar ook van bekende mensen  van het theater en de cinema, kreeg hij ook al snel de steun van een aantal echte experten, hoogleraars en artsen, die de Coué-methode met succes pretendeerden toe te passen.  Er werden zelfs positieve  huisjes gebouwd volgens de Coué-methode en architecten en stedenbouwers verklaarden zich enthousiast Coué-adept zodat de cirkel snel rond was.
U gaat over Coué niet veel meer informatie vinden, wat ik hier aanhaal komt niet van Wikipedia, dat Walhalla van halve, hele en totale onwaarheden en verdichtsels, maar uit een echt geprint artikel van professor Donna Halper, media historicus uit Boston en een goede vriendin. Waarom dit verhaal? Doet het een belletje rinkelen? Op 24 maart is het werelddag voor het positief denken: de zogenaamde Positiviteitsdag.  Als je 58 € teveel hebt mag je deelnemen en krijg je behalve warme en koude dranken, natuurlijk veel vers fruit, ook verhaaltjes over positief denken van mensen met veel wol op hun tong.  De uitnodiging viel net in mijn bus. En Coué, zult u vragen?  De man viel door de mand toen een paar journalisten echt eens in zijn verleden gingen boren. Bleek dat hij niets dokter, psychiater of hoogleraar was. Hij was zelfs geen apotheker zoals hij beweerde. Wel had hij wat scheikundelessen gehad op de middelbare school  en had hij een tijdje als apothekershulpje gewerkt. Hij stierf in 1926. Zijn  methode van psychotherapie en zelfverbetering op basis van optimistische autosuggestie overleefde hem en is deze dagen onder een naam  die me maar niet wil te binnen schieten, weer helemaal in.
Marc van Impe

18:55 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)

18 september 2011

Iedereen zijn syndroom

“Ik weet het niet”. Dat is wellicht de moeilijkste uitspraak voor een arts. Toegeven dat men, ondanks de routine en de ervaring, ondanks alle testen, niet weet wat de patiënt precies scheelt, is iets dat elke arts  probeert te vermijden. Toch blijkt uit Nederlands onderzoek dat één op vijf van de patiënten lijden aan medisch onverklaarbare klachten.   Nogal wat artsen die voor zo’n raadsel staan gaan dan voor de makkelijkste oplossing en kiezen voor de term “subjectieve klachten.” Daarmee wordt de patiënt als het ware in de enorme restbak gegooid van mensen die lijden aan medisch onverklaarde klachten. Voor niet objectiveerbare klachten wordt de oorzaak dan maar ‘tussen de oren’ gezocht. Voor de arts is daarmee de kous af. Voor verdere hulp wordt de patiënt in het beste geval naar de psycholoog of naar de psychiater doorverwezen. Niemand die twijfelt dat psychologische factoren beslist een rol spelen bij de beleving van een ziektetoestand, maar een puur psychologische verklaring is te kort door de bocht. Een voorbeeld is het zogenaamde sicca syndroom. Een intelligent klinkende naam voor iets wat niets zegt. De patiënt blijft ondertussen zitten met zijn echte pijn, zijn echte moeheid, zijn echte gestoorde darmfunctie, zijn echte draaierigheid. Maar omdat zijn arts er geen raad mee weet en hem  niet helpt, gaat hij shoppen, zoekt steun bij zogenaamde zelfhulpgroepen en komt op een gegeven moment, vaak via het Internet, terecht bij kwakzalvers die er de meest bizarre theorieën op na houden. En niemand die hem tegen dit soort mensen in bescherming neemt. Daarom dit alles. Een van de oorzaken van deze situatie is de overspecialisering van de geneeskunde. Vooral de interne geneeskunde lijdt daaraan. Niemand die twijfelt aan de kennis en kunde van de cardiologen, gastro-enterologen, endocrinologen, pneumologen, nefrologen,  immunonologen en reumatologen. Maar hen ontbreekt vaak het algemeen beeld:  de helicopter view. Om daaraan te verhelpen pleit de academie  nu voor een herinvoering van een degelijke cursus algemene interne geneeskunde. Niet alleen moet  de opleiding  de internist  meer basale kennis bijbrengen.  Om goed te kunnen werken moet de algemeen internist ook over de nodige nomenclatuur beschikken. De vraag is gesteld. De bal ligt in het kamp van de overheid. Maar die reageert niet. Die lijdt aan het immobiliteits syndroom.  Wij willen dit onder de aandacht brengen.

Marc van Impe

18:11 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)