29 december 2011

Onze beste oprechte wensen

“Dokter Uyttersprot meent het beter te weten dan haar geleerde collega’s van de universiteiten die toch de specialisten zijn inzake CVS,” zei  dokter Georges Dusart, geneesheer-inspecteur van het Riziv, die optrad als openbaar ministerie, klager en eiser in de zaak van dokter Uyttersprot tegen de DGEC geleid door de onovertroffen wetenschapper dokter Bernard Hepp. “Ze is eigengereid, doet onderzoeken op eigen houtje, laat haar patiënten allerlei testen ondergaan die de gemeenschap verschrikkelijk veel geld kosten.” Dat het Riziv en zijn geleerde dokters ook fouten kunnen maken, kwam in zijn geleerde hoofd niet op. Dat het Riziv nooit antwoordt op vragen van dokters al evenmin. En dat het Riziv nooit fouten rechtzet, laat staan schuld bekent ook al evenmin. Het Riziv leeft in eenwereld van eigenwaan en zelfgenoegzaamheid en wordt daarin actief gesteund door een academische wereld die haar fel opgemerkte afwezigheid op de internationale wetenschappelijke scène compenseert met druk door elkaar bijgewoonde voorstellingen waar vooral slechte koffie gedronken wordt en spuitwater van onbestemd merk. Waarom deze lange en boze aanloop?

Daarom. Enige weken voor Kerst komt een patiënte op consultatie bij dokter Uyttersprot. De diagnose is al eerder geveld: CVS. De behandeling bestond tot nu toe uit therapeutische sessies bij psychiaters van de wereldberoemde alma mater die zoals wij allemaal weten de wetenschap in pacht heeft. Uit het karige dossier – de KU Leuven lapt de wet op de patiëntenrechten aan zijn laars , zoals we weten- weten we dat het gaat om het zoveelste onmogelijke en dus ongeneeslijke geval. Patiënte somatiseert, wil niet beter worden, wijst behandeling bij de zielenknijper af, kortom ze “geniet” van haar aandoening. Hier passen strenge maatregelen zoals het verwijderen van de lijst van uitkeringsgerechtigden, het herleiden tot de bedelstaf, het verbannen van de heilige academische grond.  Zoals ik al eerder schreef:  het Riziv beschouwt zichzelf als de heer en meester van de gezondheid van de Belgische patiënt. En de basisvraag die dat beleid bepaalt luidt:  bedreigt de “keuzevrijheid van de patiënt” de openbare organisatie van de gezondheidszorg?  Volgens de rode ridders die de rijksdienst leiden is het antwoord op die vraag volmondig:  ja. Het Riziv gelooft niet in de vrije keuze van de patiënt. Daar is die patiënt niet volwassen genoeg voor, daar heeft hij niet genoeg kennis voor en daar is hij te naïef voor.

Een paar routineonderzoeken later valt de harde waarheid: patiënte heeft helemaal geen CVS maar lijdt aan een non-Hodgkin lymfoom. Kanker dus. En niet zo’n kleintje. Toch spijtig dat je zoiets met een Rorschachtest niet kan diagnosticeren. Het is niet de eerste keer dat dokter Uyttersprot zo’n spijtige vergissing vaststelt. We wensen de dokters Dusart  en Hepp geen K achter het H dat de dokters lang mogen zoeken, maar een vrolijk en onbezorgd nieuwjaar. Een fijne gezondheid en een onbezorgd uitzicht op een rijkelijk betaald pensioen.  En voor de patiënte hopen we het beste op een spoedig herstel. En de Leuvense professoren wensen we nog lange discussies of er nu al dan niet puntjes tussen de K en U moeten blijven staan. Eén vraagje slechts: zou dokter Hepp nu het geld van al die onnuttige psychotherapieën terugeisen?

Marc van Impe

11:27 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (5)

01 oktober 2011

Goede intenties

“Een arts heeft niet het recht om regelgeving, ook al is die onnauwkeurig bepaald, naar eigen intentie te interpreteren,” zei de dokter die het Riziv vertegenwoordigde tijdens de behandeling van de zaak in beroep van Anne Marie Uyttersprot tegen de DGEC. Hoe die regelgeving dan wel moest geïnterpreteerd worden, wist dokter Georges Dusart, geneesheer-inspecteur van het Riziv, niet te vertellen. Dat het Riziv pas na vaststelling van de feiten een richtlijn uitvaardigde en nooit antwoordde op schriftelijke vragen van dokter Uyttersprot , vergat hij liever. Zo staat er in het rondschrijven van het Riziv dat gammaglobulines slechts mogen voorgeschreven worden aan patiënten die o.a. lijden aan een ernstige chronische bacteriële infectie. Wat onder dat begrip valt wordt echter nergens gedefinieerd. In 2007 reeds heb ik die vraag gesteld aan de Rijksdienst. Ik wacht nog altijd op een antwoord.

Een zaak is zeker:  het Riziv beschouwt zichzelf als de heer en meester van de gezondheid van de Belgische patiënt. En de basisvraag die dat beleid bepaalt luidt:  bedreigt de “keuzevrijheid van de patiënt” de openbare organisatie van de gezondheidszorg?  Volgens de rode ridders die de rijksdienst leiden is het antwoord op die vraag volmondig:  ja. Het Riziv gelooft niet in de vrije keuze van de patiënt. Daar is de patiënt niet volwassen genoeg voor, daar heeft hij niet genoeg kennis voor en daar is hij te naïef voor. Daar valt wat voor te zeggen. Maar het Riziv trekt die lijn dus door naar de arts. En dan rijst de vraag of het Riziv daar wel geschikt voor is. De Rijksdienst zal antwoorden dat ze zich daarvoor laat bijstaan door academische experts. Maar daar is van geweten dat die niet altijd met zoveel kennis van zaken spreken, dan wel met oog voor hun eigen belang. Academici delen hun belangen niet alleen met de farmaceutische industrie maar ook met verzekeraars en beleidsmakers. Een professor die we vroegen om als observator het proces van dokter Uyttersprot bij te wonen formuleerde het als volgt: “Als ik dat doe dan krijg ik geen geld voor mijn onderzoeksproject, maar weet dat ik moreel achter de dokter sta.” Een van de door het Riziv aangehaalde experts maakte het wel extra bont: hij ondersteunde zijn eigen advies met een publicatie in het Belgisch Tijdschrift voor Geneeskunde.

Op de valreep bereikte ons het bericht dat nog zo’n professor, emeritus ondertussen, die sinds jaar en dag de stelling verdedigt dat CVS/ME zich allemaal in het hoofd van de patiënt afspeelt, nu cabaretvoorstelling aanbiedt via het netwerk van de CM. Uit de mailing: “Prof. Dr. Van Houdenhove weet als geen ander wat deze aandoening omhelst en kan in een duidelijke taal uitleggen waarover dit gaat.” Wie eens een avond goed cabaret wil zien gebracht door een ouwe rat in het vak gaat voor zijn eerste show naar Hasselt. De vakpers was na de eerste try-out  laaiend: “Hilarisch.” “Niemand kruipt zo in de huid van zijn personage.” “Prachtige choreografie.” “Wat een vaart.” “Pijn van het lachen.” “Net als de referentiecentra: 0,0 procent stress na de voorstelling.”

http://www.educatievewegwijzer.be/index.php?param=cdetail&cursus=14215&cursuslocatie=29316&organisator=356&locatie=690

Marc van Impe

19:10 Gepost door Marc van Impe | Permalink | Commentaren (0)